Rapport-Wennink Een nieuw kabinet moet harde keuzes maken om het verdienvermogen voor Nederland de komende jaren veilig te stellen. Dat adviseert oud-ASML-baas Peter Wennink in zijn vrijdag verschenen rapport. Zijn opgave voor Nederland heeft baat bij eenheid, maar de vraag is of die er gaat komen
Militairen bekijken een legervoertuig op de wapenbeurs in Ahoy.
Hij zegt het niet, maar hij bedoelt het wel. Vrijdagochtend in perscentrum Nieuwspoort schetst oud-ASML-topman Peter Wennink, gekleed in een zwarte coltrui, een toekomstvisie van Nederland die nog het meest doet denken aan Singapore aan de Noordzee. Hoogtechnologisch, hoogopgeleid, hoogproductief en welvarend. Wennink pakt een blauw boekje van de tafel en houdt het omhoog voor de zaal. „Dit”, zegt hij, „is slechts het begin.” En, zei hij ook: „We zijn te lang zelfgenoegzaam geweest.”
Het blauwe boekje hoort bij een veel dikker, paars boekje. Dat paarse boekje is het langverwachte rapport, dat Wennink in opdracht van demissionair minister Vincent Karremans (Economische Zaken, VVD) opstelde. Het geldt als de langverwachte Nederlandse vertaling van de aanbevelingen die oud-ECB-president Mario Draghi in september 2024 voor Europa formuleerde. Draghi constateerde daarin dat Europa achterop is geraakt ten opzichte van de VS en China en bepleitte een forse jaarlijkse publiek-private investering van 800 miljard euro om die achterstanden in te lopen en weer productiever en dus concurrerender te worden.
Met „het begin” doelt Wennink op de investeringen die volgens hem noodzakelijk zijn om het Nederlandse verdienvermogen veilig te stellen. Nederland zou tot 2035 tussen de 151 en 187 miljard euro extra moeten investeren om zijn toekomstige welvaart te behouden. In het blauwe boekje in zijn hand staan 51 concrete investeringsvoorstellen, waaronder de bouw van een AI-gigafabriek ter waarde van 22 miljard euro, 5,5 miljard euro voor chemische capaciteit ten behoeve van defensie en 17,3 miljard voor het versterken van de toeleveringsketen van ‘rode biotechnologie’ (biotechnologie gericht op gezondheidszorg en de farmaceutische industrie).
Over de analyse die Wennink maakt, bestaat grote overeenstemming. Die sluit ook aan bij de waarschuwing die Wennink eind oktober, daags na de verkiezingen, al naar de partijleiders stuurde. „Het is één voor twaalf in de Nederlandse economie”, schreef hij toen; aan de horizon pakten zich volgens hem „donkere wolken” samen. Diezelfde toon sloeg hij vrijdagochtend aan in Nieuwspoort. In een wereld die steeds verder „ontglobaliseert”, waarschuwde Wennink, zullen grootmachten als China en de Verenigde Staten „hun machtspositie verzilveren”. Nederland is goed in innoveren, maar ziet de schaalvergroting, productie en verdienmodellen in het buitenland plaatsvinden. Dat noemde hij „ontwikkelingshulp aan landen als Amerika”, meerdere keren herhaalt hij „we are on our own”.
Aan de kwaliteiten ligt het niet. Nederland barst volgens Wennink van talent, kennis en innovatiekracht. Maar dat dreigt het land te verspelen door „genoegzaamheid en bestuurlijke versnippering”. Alleen met „scherpe keuzes” en „moed” kan dat nog keren.
De keuzes moeten voorkomen dat Nederland verder wegzakt. Volgens het CPB daalt de structurele groei de komende jaren naar 0,9 procent en mogelijk zelfs tot 0,5 procent, waarschuwt De Nederlandsche Bank. Wennink stelt dat een structurele groei van 1,5 procent nodig is om uitgaven aan zorg, pensioenen, defensie en de energietransitie betaalbaar te houden. „Dit moet chefsache zijn”, zei hij. „Als we niets doen, moet Nederland binnen vijf jaar eigenlijk op alles bezuinigen”, waarschuwde Wennink. Bij een structurele groei van 0,5 procent zou een gemiddeld huishouden in 2035 netto zo’n 7.000 euro minder te besteden hebben.
Het rapport identificeert daarom vier technologisch-economische domeinen waarin Nederland volgens Wennink kan uitblinken: digitalisering en AI, life sciences en biotechnologie, veiligheid en weerbaarheid en energie- en klimaattechnologie. Daar moet Nederland de komende jaren fors in investeren.
Het grootste deel daarvan zou volgens Wennink uit private investeringen kunnen komen, maar hij schat dat er daarnaast nog 19 tot 62 miljard euro aan publieke middelen nodig is. Die private investeringen lopen nu vast, schrijft hij. Volgens Wennink komt dat vooral door trage en complexe vergunningprocedures, een groeiend tekort aan goed geschoold personeel, hoge energieprijzen, stikstofbeperkingen, netcongestie waardoor projecten stilvallen en achterstallig onderhoud aan digitale en fysieke infrastructuur. Daarom pleit Wennink voor een drastische hervorming van het vergunningstelsel en roept hij op tot ingrijpende wijzigingen in het arbeidsmarktbeleid en het sociale zekerheidsstelsel.
Om die impasse te doorbreken pleit hij voor „slagvaardiger bestuur”, met één centrale regievoerder: een regeringscommissaris voor Toekomstige Welvaart. Die is nodig om „door de bureaucratie heen te breken”, zegt Wennink, en om strategische projecten te versnellen en ministeriële blokkades weg te nemen. Ook herhaalt hij zijn pleidooi voor een Nationale Investeringsbank, waarin de overheid 10 tot 20 miljard euro aan werkkapitaal zou moeten steken. Daarmee kan volgens hem tot zo’n 100 miljard euro aan privaat kapitaal worden aangetrokken voor investeringen. Ook wil hij een Nationaal Agentschap voor Baanbrekende Innovatie (NABI), dat met een budget van 2 miljard euro gericht private investeringen moet aanjagen.
Tijdens de presentatie benadrukte Wennink dat zijn plannen alleen uitvoerbaar zijn met de steun van een meerderheidskabinet. „Dit gaat pijn doen, dit gaat schuren. Daarvoor is een mate van eensgezindheid nodig die we de afgelopen tien jaar niet hebben gezien.”
Wennink zelf deed al wat voorwerk: hij sprak in de eerste fase van de kabinetsformatie met fractievoorzitters Rob Jetten (D66) en Henri Bontenbal (CDA). Een deel van Wenninks agenda is terug te lezen in het basis-regeerakkoord dat zij onder leiding van informateur Sybrand Buma schreven.
Onder leiding van D66-informateur Rianne Letschert wordt momenteel onderhandeld tussen D66, CDA en VVD. Die partijen hebben samen 66 zetels in de Tweede Kamer, en dus geen meerderheid. Of die eensgezindheid er gaat komen is dus maar zeer de vraag: want wie wil wat Wennink voorstelt, zal harde keuzes moeten maken.
Om tot zijn advies te komen voerde Wennink 32 rondetafelgesprekken en sprak hij ruim duizend betrokkenen uit bedrijfsleven, wetenschap en overheid. In de ‘klankbordgroep’ van zijn commissie zaten onder anderen de burgemeesters Sharon Dijksma (PvdA, Utrecht) en Jeroen Dijsselbloem (PvdA, Eindhoven), oud-DNB-president Klaas Knot, werkgeversvoorzitter Ingrid Thijssen, prins Constantijn (lobbyist namens de techsector) en oud-premier Jan Peter Balkenende (CDA, tegenwoordig adviseur bij EY).
Wat direct opvalt: het bedrijfsleven is oververtegenwoordigd in de klankbordgroep. Bestuursvoorzitters van Rabobank, Philips, DSM-Firmenich, Signify en het Rotterdamse Havenbedrijf zaten erin. Wat ook opvalt: geen enkele vertegenwoordiger van milieuorganisaties of vakbonden had zitting in de klankbordgroep. De samenstelling van de groep is terug te lezen in het rapport.
De innovatieve, concurrerende Nederlandse economie die Wennink voorstaat, zal gepaard gaan met flinke groeipijnen. Een keuze voor het een, betekent immers het andere niet doen. Nederland kampt al jaren met een extreem krappe arbeidsmarkt, en de ruimte om nieuwe bedrijvigheid op te starten is in het dichtbevolkte Nederland schaars. Wie voorrang wil geven aan groei, innovatie en arbeidsproductiviteit, zal moeten tornen aan bestaande rechten.
Wennink doet daar ook niet kinderachtig over. Hij geeft precies aan waar het maatschappelijk gezien zal gaan schuren. Om ruimte te maken voor het bedrijfsleven, zullen de vergunningseisen omlaag moeten. Regels moeten worden geschrapt. Het milieu is belangrijk, maar kan pas echt beschermd worden als bedrijven de ruimte krijgen om te groeien, stelt Wennink.
Schiphol moet dus blijven groeien, zodat het op termijn duurzamer kan worden. Wat dat betreft past Wenninks pleidooi perfect in het met name onder liberalen populaire idee dat dankzij economische groei uiteindelijk alle problemen opgelost kunnen worden. Niet voor niets introduceerde het kabinet-Schoof de term ‘Klimaat en Groene Groei’ voor het departement waar demissionair minister Sophie Hermans (VVD) nu de baas van is.
Op sociaal terrein gaat Wenninks agenda pijn doen bij werknemers. Extreem gesteld kan de verzorgingsstaat van Nederland alleen in stand blijven als die flink wordt uitgekleed. Rechten van werknemers zullen moeten worden ingeperkt om bedrijven betere groeimogelijkheden te geven. Zo moet het ontslagrecht worden aangepast om bedrijven meer flexibiliteit te geven. De doorbetaling bij ziekte moet bekort worden van twee jaar nu naar één jaar. Dat stuit op verzet van zowel linkse politieke partijen als van de vakbonden. De wens voor een soepeler ontslagrecht is al decennialang een mantra van werkgevers. Het feit dat dat tot nu toe niet is gebeurd laat wel zien hoe complex de machtsverhoudingen in de Nederlandse polder zijn (en hoe het geluid van de werknemers gemist wordt in het rapport).
Ook laagbetaalde arbeidsmigratie moet een halt worden toegeroepen, vindt Wennink. Gerichter werven voor hoogproductieve en innovatieve sectoren klinkt logisch, maar ook hier zal dat ten koste gaan van sectoren die nu juist veel gebruikmaken van laagbetaalde migranten. Een economie die 1,5 tot 2 procent moet groeien kan niet leunen op „uitzendbureaus, slachterijen en schoonmaakbedrijven”. Als Wenninks aanbevelingen worden overgenomen, gaat dat dus consequenties hebben voor die sectoren.
Direct na de presentatie van het rapport stroomden de maatschappelijke reacties binnen. Gegeven de samenstelling van de klankbordgroep en de toon van het rapport waren die weinig verrassend. Kort door de bocht reageert rechts en ondernemend Nederland enthousiast op de plannen, terwijl de partijen die tot nu toe niet meespraken met Wennink kritisch zijn.
Vanuit de Tweede Kamer is er lof voor de analyse en overeenstemming over het feit dat er grote keuzes gemaakt moeten worden. Kamerlid Nathalie van Berkel (D66) zegt de aanbevelingen „mee te nemen” en stelt dat het rapport „duidelijk laat zien” dat Nederland „snakt” naar een kabinet dat „scherpe” en „moeilijke” keuzes durft te maken, zoals „afscheid nemen” van „een grote hoeveelheid verstikkende regels”.
Beoogd coalitiegenoot CDA noemt bij monde van Kamerlid Maes van Lanschot (CDA) de boodschap van Wennink „glashelder” en spreekt van „een recept voor Nederland”. Kamerlid Annabel Nanninga (JA21) zegt te „onderstrepen” dat Nederland economisch moet „revitaliseren” en ziet „veel aanknopingspunten” om met de aanbevelingen aan de slag te gaan. „De urgentie is helder”, zegt ook Kamerlid Claire Martens (VVD), in een bericht op X. Kamerlid Luc Stultiens (GroenLinks-PvdA) zegt dat „grote keuzes” nodig zijn zodat „gewone mensen weer vooruitkomen”, maar dat „mag niet ten koste gaan van werknemers”.
Maar kritiek is er ook. Wennink schreef dat Schiphol weer moet groeien; milieuorganisatie Greenpeace schrijft dat „investeringen in de economie mogen niet ten koste gaan van klimaat en natuur”. Ook zeggen zij het „teleurstellend” te vinden dat Wennink voorstelt de CO2-heffing voor de industrie af te schaffen. Ook vakbond FNV is kritisch. Interim-voorzitter Dick Koerselman stelt dat het rapport een „onjuiste tegenstelling” schetst tussen sociale zekerheid en het Nederlandse verdienvermogen. „Het rapport maakt de belangen van mensen ondergeschikt aan de economie”, zegt hij in een persbericht.
Wennink zei bij zijn presentatie vrijdag dat Nederland snel orde op zaken moet stellen om een rol te kunnen blijven spelen op het wereldtoneel. „Wie niet aan tafel zit, staat zelf op het menu”, schrijft hij in zijn rapport. Onbedoeld verwoordde hij precies wat een deel van maatschappelijk Nederland voelt op dit moment: heel Nederland spreekt inmiddels over Wenninks gedroomde toekomstige samenleving, zijn Singapore aan de Noordzee, maar de rekening die daarvoor betaald moet worden ligt tot nu toe wel erg eenzijdig bij hen.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC