Tido Visser | scheidend directeur NKK Toen Tido Visser in 2013 aantrad als directeur was het voor het Nederlands Kamerkoor een duistere tijd. Twaalf jaar later merkt hij dat het kamerkoor internationaal weer op de kaart staat. „Op dit moment horen we bij de top drie van de wereld.” Visser neemt nu afscheid.
Tido Visser neemt afscheid als directeur van het Nederlands Kamerkoor.
T
ien à vijftien jaar: dat was de horizon die Tido Visser (55) zichzelf gaf om de artistieke lijnen uit te zetten bij het Nederlands Kamerkoor (NKK). Het werden er uiteindelijk 12,5: per 1 januari zwaait hij af als artistiek directeur. Wie hem opvolgt, is nog niet bekend. „Als je zo koers- en gezichtsbepalend bent voor een artistieke organisatie, is het cruciaal dat je er niet te lang zit”, zegt Visser op een novembermiddag in een uitgestorven Muziekgebouw aan ’t IJ, waar het koor die avond optreedt. „Een kunstinstelling moet reageren op de wereld om zich heen. Als dat de hele tijd vanuit dezelfde visie, voorkeuren en bias gebeurt, wordt het op een bepaald moment te eenkleurig. Ik gun de organisatie – en mezelf – nieuwe gesprekken over nieuwe onderwerpen vanuit nieuwe perspectieven.”
Visser is sinds 2013 aan het Nederlands Kamerkoor verbonden, eerst als algemeen en artistiek directeur en sinds 2022 als artistiek directeur naast zakelijk directeur Laura de By. Zijn positie ging bijna gelijk op met het chef-dirigentschap van Peter Dijkstra, die dit seizoen zijn tienjarig jubileum viert. Het koor zit „op een prachtige golf van successen”, zei Visser toen hij afgelopen juli zijn vertrek aankondigde.
Toen hij 12,5 jaar geleden bij het kamerkoor begon, was de situatie minder rooskleurig. „Ik kwam daar met het idee: laat ik eerst maar zorgen dat ik het goed genoeg doe om te mogen blijven.” Visser noemt het een duistere tijd. „Het NKK was toen een in zichzelf gekeerde organisatie. Een groep getraumatiseerde artiesten, gewonde vogels die keihard waren aangepakt door alle subsidiekortingen. Die waren inmiddels opgelopen tot 75% ten opzichte van tien jaar ervoor. Het NKK ging van 2,4 miljoen euro ergens begin jaren 2000 naar zes ton in het staartje van de directie van Irene [Witmer, zijn voorganger]. Er moest een aantal heel pijnlijke beslissingen worden genomen, die bijna onmogelijk waren zonder daarin schade te berokkenen aan mensen: afscheid nemen van zangers, mensen moesten uit dienst. Het koor werd ook keihard met de neus op de feiten gedrukt: dat ze misschien al een tijdje niet meer het allerbeste koor ter wereld waren.”
Aan Visser de taak om weer op te bouwen. „Dan heb ik het over iets wat nog steeds te weinig gebeurt in de klassieke muziek: verhalen vertellen. De verhalen die achter muziekstukken zitten, worden nog nauwelijks gebruikt om verhalen te vertellen die gaan over jou en mij, hier en nu. Uiteindelijk gaat het er wel om dat mensen zich kunnen herkennen in wat je doet. Daar wordt je werk urgenter en persoonlijker van. Waarom sta je op dat podium? Dat heb ik proberen binnen te brengen bij het koor. Ik denk dat dat heel goed gelukt is.”
Die verhalen bracht het NKK onder meer in de vorm van voorstellingen die gewoon een avondje puur koormuziek wilde ontstijgen door samenwerking te zoeken met andere kunstvormen en in te springen op maatschappelijk actuele thema’s. Een voorbeeld is Vergeten (2019), een voorstelling met acteur Arjan Ederveen over de dementerende geest, geïnspireerd op Vissers vader, operazanger Lieuwe Visser. Of neem 150 Psalms (2017), een monsterproject met drie andere topkoren, waarbij 150 psalmen van 150 verschillende componisten werden uitgevoerd. Een boeking in het New Yorkse Lincoln Center zou niet doorgaan, maar lukte op het nippertje toch. „Een week na de eerste verkiezing van Trump belde Jane Moss, de grote bazin van Lincoln Center, persoonlijk op. Ze zei: we zoeken een verbindend project, een antwoord op de splitsing die Trump probeert te bewerkstelligen in de samenleving. Kunnen jullie nog komen? Ik liep toen juichend over straat in Amsterdam.”
Wat voor NKK laat Visser achter? „De organisatie is gezond en in goede handen. Onze omzet is vergeleken met twaalf jaar geleden met driehonderd procent gestegen. De subsidies zijn drie keer zo hoog geworden. En onze publieksaantallen zijn drie keer over de kop gegaan.” Internationaal staat het NKK ook weer op de kaart, merkt Visser. „Dat hoor je van gastdirigenten, van zangers die met andere zangers uit andere koren spreken, en je merkt het aan buitenlandse programmeurs die uitvoeringen bezoeken. Er wordt echt met belangstelling gekeken naar wat we doen. Qua zang horen we op dit moment bij de top drie van de wereld. Men noemt ons cutting-edge en ziet dat we meer zijn dan alleen een koor: we zijn een kunstinstelling.”
In het nieuwe jaar neemt Visser eerst een paar maanden bewust pauze: ruimte scheppen voor zijn nieuwe koers. „Ik ga een aantal organisaties adviseren, maar verder weet ik het nog niet. Het zal ongetwijfeld rond maart, april, mei weer gaan kriebelen. Ik vind het het leukste om de gebieden te bespelen tussen artistiek, zakelijk, marketing en development. Maar ook om me tussen domeinen en sectoren te bewegen. Op die manier wil ik iets positiefs bijdragen aan een wereld die het op dit moment niet makkelijk heeft. Ik hoop voor die getroebleerde wereld betekenisvol te kunnen zijn.”
Het NKK en de Akademie für Alte Musik Berlin o.l.v. Peter Dijkstra touren 15-23 december door het land met Bachs Weihnachts-Oratorium. Info: nederlandskamerkoor.nl
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC