Morele ambitie Na Nederland wil Rutger Bregman nu in Amerika hoogopgeleide jonge mensen een „schop onder de kont geven”. Om hen te bewegen iets goeds met hun tijd te gaan doen, gaat hij langs bij topuniversiteiten. „We bouwen een heel ecosysteem van morele ambitie.”
Bregman in 2024.
Laten we beginnen met het slechte nieuws, zegt Rutger Bregman. In een ondergrondse collegezaal op Princeton kijken zo’n honderd studenten hem aan. Sommigen zijn gekomen omdat ze zijn boek Moral Ambition lazen of deze zomer zijn podcastinterview met The New York Times hoorden en dachten: dit is het. Anderen hadden op de campus een aankondiging gezien van een lezing waarin succes „geherdefinieerd” zou worden, zoals er elke dag wel interessante gastsprekers zijn, en lezen nog snel even Bregmans Wikipedia-pagina.
„Jullie gaan allemaal dood”, vervolgt Bregman. „Noooooo”, reageert iemand. „Niet per se vandaag”, zegt Bregman, „maar sneller dan je denkt”. Het leven is nu eenmaal kort, zegt hij, „en je carrière is nog korter: zo’n 80.000 uur. Ik ben hier vandaag gekomen om jullie te vertellen dat hoe je die tijd besteedt een van de belangrijkste vragen van je leven is.”
Een uur lang luisteren de studenten aandachtig, niemand zit op z’n telefoon of laptop. Bregman vertelt een verhaal dat hij het afgelopen jaar vaak vertelde. Dat de grootste verspilling van deze tijd die van talent is. Dat je jaren als twintiger de tijd zijn waarin je de „grondwet van je leven” schrijft en dat de keuzes die je daarin maakt de basis leggen voor de rest van je leven. Dat het er dus toe doet of je voor McKinsey gaat werken of je toelegt op het oplossen van de grootste problemen van deze tijd. Als hij de studenten vraagt wie al door grote consultancykantoren is benaderd, gaan er zo’n twintig handen omhoog. „Wined and dined”, zegt een jongen . „Dit bedoel ik”, zegt Bregman.
Een paar uur eerder liep hij een beetje verbluft over de campus van Princeton. Op de voetpaden langs perfect gemaaide grasvelden en eeuwenoude gebouwen voel je het gewicht van de academische traditie. In een bibliotheek ging hij lachend achter de katheder staan, als een predikant die gesticulerend het Woord komt brengen – sommige studenten keken verrast op van hun laptop.
„Het is een totaal nieuwe wereld voor mij”, zegt hij, terwijl hij de bibliotheek uit loopt. Hij is op Princeton omdat „wie goed doen prestigieuzer wil maken, moet beginnen op de meest prestigieuze plekken”. Daarom sprak hij twee dagen eerder op Stanford, in Californië, en daarom zou hij de dag erna gaan spreken op Harvard. Steeds met dezelfde boodschap: gebruik, als mensen die tot de elite behoren of op de drempel van toetreding tot die elite staan, je tijd op deze aarde om iets goeds te doen, om ‘moreel ambitieus’ te zijn.
Een jaar nadat Bregman een boek uitbracht met die boodschap is er een prille beweging ontstaan. Mensen zegden hun baan op en gingen vanuit de door Bregman opgerichte School for Moral Ambition werken aan de transitie van dierlijk naar plantaardig eiwit of voeren actie tegen de tabaksindustrie. Er werden 22.000 mensen lid, 1.400 mensen met goede banen bespreken in ‘cirkels’ hoe ze hun ’talenten’ kunnen inzetten om wereldproblemen op te lossen. Toen de organisatie recent 59 van hen interviewde, bleken 22 „een impactvolle carrièreswitch” gemaakt te hebben.
En er is de ambitie om de Verenigde Staten te veroveren. Daarom heeft de organisatie een kantoor in New York geopend en is ze een fellowship gestart waarmee ambitieuze Harvard-studenten worden verleid géén goedbetaalde stage in finance of consultancy te doen. En daarom is Bregman op Princeton, en wordt elke stap die hij daar zet door zijn marketeers gefilmd voor ‘content’ die moet helpen ‘het merk’ uit te bouwen. Maar waarom denkt hij juist in Amerika het verschil te kunnen maken?
Een paar weken na Princeton zit Bregman in een ruimte die hij lachend de „boardroom” van de School for Moral Ambition noemt, in het WTC op de Amsterdamse Zuidas. Direct na zijn toespraak op Harvard is hij teruggevlogen naar Nederland. Het plan was om in alle rust de eerste verjaardag van zijn zoontje te vieren. Tot hij wakker werd, een blik op zijn telefoon wierp en dacht: misschien kom ik nooit meer Amerika in en moet de School daar dicht.
Bregman had dit najaar net vier Reith Lectures gehouden, een prestigieuze jaarlijkse lezingenreeks die ook door de BBC op de radio wordt uitgezonden. De afgelopen jaren zijn onder meer schrijver Chimamanda Ngozi Adichie en bankier en, inmiddels, Canadees premier, Mark Carney hem voorgegaan. Maanden had Bregman met redacteuren van de BBC aan zijn teksten gewerkt. De Britten hadden gevraagd een zin over „genocide” in Gaza te schrappen; dat had hij geweigerd. Alinea’s over Donald Trump en vicepresident J.D. Vance had hij wel geschrapt; te gemakkelijk en te voorspelbaar, vond Bregman bij nader inzien. Eén zin was blijven staan: over Trump als „meest openlijk corrupte president”.
Op deze zin waren de Britse media nu aangeslagen. De lezing heette A Time of Monsters, een verwijzing naar de vaak geciteerde observatie van de Italiaanse communist Antonio Gramsci zo’n honderd jaar geleden: „De oude wereld is stervende, de nieuwe wordt nog niet geboren: in de tussentijd regeren de monsters”. Tabloid Daily Mail maakt ervan dat Bregman in een BBC-lezing Trump een „monster” heeft genoemd, en dat net nadat de Britse omroep de Amerikaanse president excuses heeft aangeboden voor een gemanipuleerde montage. In een reactie noemt het Witte Huis Bregman „een rabiaat anti-Trump individu”. Even denkt Bregman in een storm te staan, tot het overwaait en het besef indaalt dat het vooral een Brits mediadingetje was en het Witte Huis vast geen idee heeft wie hij is.
Maar een paar dagen later blijkt dat het zinnetje over de „corrupte president” door de BBC uit de radio-uitzending is geknipt. Heel weird, denkt hij tijdens het luisteren. En precies het punt dat hij in de lezingen wilde maken: dat „laffe elites” op hun knieën gaan voor autoritarisme. En dat elites hun privileges moeten gebruiken om de wereld een betere plek te maken.
Als De meeste mensen deugen (2019) een warme knuffel was, zegt Bregman, dan was Morele ambitie een koude douche – „en de eerste die dat verdiende was ikzelf”. Tien jaar lang had hij zich bezig gehouden met de vraag „hoe utopische ideeën werkelijkheid” worden. „Mijn hoop tien jaar geleden was dat we uit de neoliberale sluimer zouden komen en er dan iets moois in het verschiet lag. Dat we de brakke sociaaldemocratie zouden wakker schudden en, zoals ze in Silicon Valley zeggen, the next big thing op de horizon konden zetten.” In boeken en columns en essays had hij „grote woorden” gebruikt over „grote ideeën en idealen”.
Maar wat was er concreet van terechtgekomen? Er was onder meer een project in India omtrent het basisinkomen gestart door iemand die zijn Ted Talk daarover had gezien. „Heel gaaf. Maar ik dacht: er zit meer in.” En na twee jaar overal vertellen dat, als je wat beter naar de geschiedenis keek, de meeste mensen écht sociale wezens waren die het beste met elkaar voor hadden, was hij wel klaar „met dat weeïge verhaal”. Morele ambitie, zegt hij, „is daar een boze reactie op”.
In The Coffee Club, een koffiebarretje op de campus van Princeton, drinkt Bregman van zijn cappuccino met havermelk. Grote ideeën zijn niet genoeg, erkent hij nu. „Verandering begint altijd met kleine groepjes zeer gecommitteerde mensen. Het zijn een soort cults. Ik ben altijd gefascineerd geweest door zulke kleine groepjes mensen die niet alleen ideeën hebben maar ook de instituties bouwen. Dat is hoe neoliberalen het deden met de Mont Pelerin Society. De mensen die hier Roe v. Wade [het federale recht op abortus] omver hebben gehaald, díé hebben morele ambitie. Of de Heritage Foundation, van Project 2025. De Federalist Society, die honderden conservatieve rechters opleidde. Ik ben echt in awe van die mensen, ook al willen ze iets totaal anders dan ik. Zó doe je het, door de combinatie van denkvermogen, kapitaal en een lange tijdspanne.”
Hij begint over de Fabian Society in het Verenigd Koninkrijk, eind negentiende eeuw. „Ze hadden ideeën die toen gestoord waren, over het vrouwenkiesrecht bijvoorbeeld. Maar wat ze deden zag er óók goed uit. Ze verstuurden bijvoorbeeld uitnodigingen voor evenementen op prachtig rood briefpapier. Dus je wil iets bouwen dat er goed uitziet en waar je bij wil horen.”
Behalve de cameraman en de fotograaf die op Princeton achter Bregman aanlopen, is daar ook een Amerikaanse schoolbus in de rode kleur van de School – goedkoper dan grote advertenties op Wall Street, wat Bregman eigenlijk wilde. Na uren startproblemen komt de bus nog net op tijd aan op de campus. Woohoo, roept Bregman, terwijl hij zwaaiend met zijn armen de bus in springt. „We LOVE buses!”, roept zijn Amerikaanse marketingmedewerker ironisch, „we’re waving!”. „We are so excited!”, roept een student. Bregman steekt zijn hoofd door het raam en zwaait wat ongemakkelijk. De camera’s leggen alles vast.
Oké, roept Bregman, „wie wil er achter het stuur?” Het groepje studenten weet wel wie dat moet zijn: de 21-jarige Kyler Zhou, een student met de ambitie en de uitstraling van een toekomstig politicus. Als hij praat, luisteren z’n medestudenten. En als hij ergens loopt, lopen Bregmans videomensen achter hem aan: Zhou staat centraal in de ‘content’ die ze vandaag maken en die studenten op andere universiteiten moet gaan werven.
Als student word je op Princeton vanaf dag één gepaaid door grote financiële instellingen en consultancybedrijven, zegt Zhou. „Er zijn studentenclubs die daar helemaal op gericht zijn. Ik was daar ook een jaartje lid van. Maar echt, het is allemaal bullshit. Je leert er helemaal niets.” Dus toen hij van de zomer Bregmans interview met The New York Times hoorde dacht hij: „wow, we moeten het hier op de campus over hebben”.
Bregmans oproep om juist níét voor McKinsey te kiezen raakte aan iets wat Zhou en zijn vrienden al langer vermoedden: dat er meer is in het leven dan zoveel mogelijk geld verdienen als consultant. „Je komt hier als idealist binnen, maar er wordt je aangeleerd dat je als volwassene vooral bezig moet zijn met spreadsheets en PowerPoints. Dan word je ambitieus zonder moraliteit.” Zhou richtte daarop een Morele Ambitie-club op, bond in een paar weken ruim honderdtwintig studenten aan zich en nodigde Bregman uit voor een lezing.
Eén van die studenten staat tijdens de lezing van Bregman op. Is het niet erg makkelijk, vraagt de 21-jarige Ana Gonzalez, om studenten op te roepen niet voor het grote geld te gaan als je het zelf financieel al gemaakt hebt? Het helpt zeker, beaamt Bregman, maar ook als je wél zo’n carrière kiest, kan je een deel van je inkomen weggeven aan effectieve doelen.
Gonzalez ontvangt een volledige beurs, vertelt ze na de lezing, „zoals 70 procent van de studenten hier financiële steun ontvangt”. Over Bregmans ideeën is ze niettemin enthousiast, ze is lid van de studentenclub en had al besloten voor Artsen zonder Grenzen te willen werken, de luxe dinertjes waarmee bedrijven haar fêteerden ten spijt. „Maar ik vind het soms frustrerend als mensen van buiten Amerika veronderstellen dat we hier allemaal een elitaire achtergrond hebben. Het is makkelijker moreel ambitieuze besluiten te nemen als je al succesvol bent. Dat is een gat in zijn argumentatie.”
Rutger Bregman: ‘In de kringen waar je wil zijn kennen ze me’.
Maar wat is ‘het goede‘ waar de moreel ambitieuze twintigers en dertigers die Bregman aan zich bindt voor opkomen? Kijk, zegt Bregman, in The Coffee Club op campus, „mensen noemen het vaak technocratisch wat we doen, of hebben het over een gedepolitiseerde moraliteit. Maar dat is een misvatting. Kyler wil bijvoorbeeld de politiek in omdat hij bezorgd is over de Amerikaanse democratie en anti-Aziatisch racisme. Dat is héél moreel ambitieus. Het gaat erom de mensen op de juiste plekken te krijgen. Dan moet je niet bang zijn voor de politieke dimensie.”
Zou het voortbestaan van de Amerikaanse democratie dan nu niet dé prioriteit moeten zijn? „Mensen kunnen altijd de case maken: waarom werk je aan het ene maar niet het ander?”, zegt Bregman. „Maar je moet best wel wat research doen om erachter te komen wat effectieve interventies zijn, zeker in de democratie. De Democraten hebben een tekort aan talent. Ik bedoel, Kamala Harris had 1,5 miljard dollar te besteden en gaf het vooral uit aan tv-spotjes die niets opleverden. Er zijn veel interventies die kosteneffectiever zijn. En ik denk dat er hier op Princeton heel wat knappe koppen rondlopen die daarin een groot verschil kunnen maken.” De aanval op de democratie, zegt Bregman, wordt „wat mij betreft de vierde prioriteit” van de School – na eiwit, de tabaksindustrie en belastingontwijking door superrijken.
Die prioriteiten en het werk zijn in de VS niet anders dan in Nederland. Dat hij in het ene land bekender is dan in het andere maakt daarin weinig uit, denkt hij. „Het is niet zo dat als ik door Brooklyn loop, ik continu word herkend, hoewel dat wel gebeurt. Maar in de kringen waar je wil zijn kennen ze me. Dat is de bubbel waar mensen hun kapitaal voor iets goeds willen inzetten. Ik zeg altijd: ‘Don’t check your privilege, but use your privilege’. Dat kan hier. Ik ga niet door de Schilderswijk lopen en naar loodgieters roepen dat ze moreel ambitieus moeten worden. Ik zeg het wél tegen mensen die een schop onder hun kont nodig hebben. Rosa Parks had geen Rutger Bregman nodig om moreel ambitieus te zijn. Terwijl Kyler wél geraakt werd door mijn verhaal. Dat zijn de mensen die ik wil bereiken. De vraag is: moet je uit je bubbel komen of moet je de bubbel wakker schudden? Ik geloof heel erg in dat laatste.”
Bregman legt daarom een grote nadruk op mensen als Thomas Clarkson, die vanuit een geprivilegieerde positie vocht tegen slavernij. Over zulke ‘moreel ambitieuze’ individuen vertelt hij ook in Princeton. Maar waren veel grote maatschappelijke omwentelingen niet juist het resultaat van massa’s die zich organiseerden en politieke en economische machten onder druk zetten, zoals de vakbonden die vochten voor de veertigurige werkweek en het algemeen kiesrecht, of de Haïtiaanse slaven die zichzelf bevrijden van het kolonialisme?
Op de Zuidas knikt Bregman. „Ik zal de eerste zijn om dat te erkennen. Theodore Roosevelt omschreef dat begin vorige eeuw mooi, over het Progressieve tijdperk in de VS. Dat was een dubbelbeweging van mensen die harde strijd voerden van onderop en mensen in eliteposities zoals hijzelf en Louis Brandeis, in het Hooggerechtshof. En Roosevelt ergerde zich aan de apathie van zijn generatiegenoten. Ik ben natuurlijk een dwerg vergeleken met hem, maar ik herken dat wel.”
„Wel met wat we willen bereiken. We voeren nu met de School een strijd tegen de tabaksindustrie. Mensen in zulke wijken worden het hardst geraakt en zijn het meest kwetsbaar voor het dodelijkste en meest verslavende product dat de mens ooit heeft verzonnen. Daarmee treden we héél erg buiten onze bubbel. We sturen geen voorlichters de Schilderswijk in om uit te leggen dat mensen minder moeten roken, maar sturen advocaten en lobbyisten naar Brussel om daar het gevecht te voeren.”
En in zekere zin, vult hij aan, „is die beweging van onderop er al geweest, in de doorbraak van populisme. Dat is waarom ik het over het falen van de elite heb. We missen de druk van bovenaf om te zeggen: we gaan het systeem hervormen. In plaats daarvan is er een defensieve elite die zich afvraagt waarom de massa zo dom geworden is. En we geinen op feestjes tegen elkaar: zouden we stemrecht niet moeten verbinden aan een quizje over de democratie? Echt, dat dedain is immens. Daar ben ik woest over. Met die energie is dit boek geschreven.”
Bregman begint eerst over hoe een goed leven eruit zou zien en citeert Bertrand Russell, die het had over drie passies: het verlangen naar liefde, de zoektocht naar kennis en het ondraaglijk medelijden met het lijden van de mensheid. Na wat doorvragen over dat het nu juist gaat over hoe een betere samenleving eruitziet, zegt hij: „Ik moet vaak denken aan iets wat Karl Marx ergens heeft geschreven, dat het socialisme geen antwoord biedt op de complexiteiten van het leven. Dus als jij ruzie hebt met je vriendin, dan heeft het socialisme daar geen antwoord op. Maar wat het socialisme wel kan bieden is de basisvoorwaarden waaronder mensen überhaupt de ruimte hebben om hun leven aan te gaan: bestaanszekerheid, onderwijs, gezondheidszorg, tijd en ademruimte. Zodat we het leven ten volle kunnen leven, ons kunnen ontplooien. We hebben daar nog maar een fractie van gerealiseerd. In die zin ben ik een klassieke sociaal-democraat die sterk gelooft in positieve vrijheid, waarin van alles een rol speelt: van stedelijk ontwerp tot sociale zekerheid tot de institutionele inrichting van de zorg. We zijn echt met een sociaal-democratisch project bezig.”
Morele ambitie, zegt Bregman, „gaat namelijk over je bereidheid om de groep waarvoor je verantwoordelijkheid voelt steeds verder uit te breiden. Daarom zetten we de strijd voor dierenwelzijn zo centraal, voeren we de strijd tegen de tabaksindustrie, strijden we voor hogere belastingen voor miljardairs. Democratie staat hoog op het lijstje om mee aan de slag te gaan. Er komen meer beurzen. We willen bedrijven gaan oprichten waarvan de winst weer naar de beweging vloeit. We bouwen een heel ecosysteem van morele ambitie. Het is een enigszins megalomaan project. Het gaat om een fundamentele systeemverandering.”
Rutger Bregman (1988) werd geboren in Renesse als zoon van een protestantse predikant en een lerares. Hij studeerde geschiedenis in Utrecht en begon al tijdens zijn studie als columnist bij de Volkskrant. Daarna werkte hij jarenlang voor online platform De Correspondent.
Hij schreef acht boeken, waarvan Met de kennis van toen in 2012 het eerste was en Morele ambitie vorig jaar het meest recente. Zijn boeken Gratis geld voor iedereen en De meeste mensen deugen werden (internationale) bestsellers.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Stukken die je helpen om je leven fijner en je carrière beter te maken