Om te voorkomen dat het uitkeringsstelsel voor arbeidsongeschikten nog verder vastloopt, doet het komende kabinet er verstandig aan de aparte uitkering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten af te schaffen. De beoordelingen zijn te complex en te tijdrovend.
is chef van de politieke redactie.
Mensen kunnen dan nog wel grotendeels of volledig arbeidsongeschikt worden verklaard, maar verzekeringsartsen hoeven niet meer te voorspellen hoe definitief dat is en of op de lange termijn misschien nog herstel mogelijk is. Afschaffing van die ‘toets op duurzaamheid’ vereenvoudigt het werk van verzekeringsartsen aanmerkelijk, waardoor zij meer beoordelingen kunnen uitvoeren.
Dat adviseren topambtenaren van meerdere ministeries, uitkeringsinstantie UWV, het Centraal Planbureau en het Sociaal en Cultureel Planbureau aan de formerende partijen D66, VVD en CDA. In hun vrijdag verschenen advies dragen de ambtenaren mogelijke oplossingen aan voor het steeds verder vastlopende stelsel van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Na enkele forse ingrepen in het stelsel aan het begin van deze eeuw, leek dat aanvankelijk naar wens te functioneren. De instroom in de uitkeringen daalde fors. Sinds tien jaar is de trend echter gekeerd, mede onder invloed van de vergrijzing en het groeiend aantal ouderen dat langer doorwerkt. Gedurende de eerste jaren van het huidige stelsel stroomden jaarlijks een kleine 35 duizend mensen de arbeidsongeschiktheid in. In 2024 waren dat er ruim 63 duizend.
In totaal ontvangen nu ruim 600 duizend mensen een arbeidsongeschiktheidsuitkering: één op de dertien verzekerden. De kans dat een werkende officieel arbeidsongeschikt wordt, is inmiddels twee keer zo hoog als twintig jaar geleden.
Ook de snelle groei van het aantal uitvallers met psychische klachten speelt daarbij een grote rol. Ruim 40 procent van de totale instroom komt op het conto van mensen met psychische aandoeningen. Dat effect weegt zwaar, want deze mensen slagen er minder vaak in om weer aan het werk te gaan. Ook werken zij minder vaak door met een aanvullende uitkering.
Intussen kampt het stelsel met grote organisatorische problemen. In het afgelopen jaar bleek al dat het UWV jarenlang op grote schaal fouten maakte bij het bepalen van de hoogte van uitkeringen. Ook groeien de wachtlijsten snel, mede onder invloed van een structureel tekort aan verzekeringsartsen. In 2025 wachten al circa 40 duizend mensen gemiddeld zes maanden op een beoordeling, terwijl de wettelijke termijn acht weken bedraagt.
Volgens recente prognoses van het UWV kan dat oplopen tot bijna 200 duizend wachtenden in 2030. In dat geval neemt de gemiddelde wachttijd toe tot twee à drie jaar. ‘Dit is maatschappelijk niet aanvaardbaar’, stellen de ambtenaren vast. ‘De druk op de uitvoering, inclusief de UWV-medewerkers, om veel en goed werk af te leveren neemt daarmee steeds verder toe.’
In hun rapport wijten de ambtenaren de problemen mede aan de complexiteit van het stelsel. Daarin bestaan enerzijds gedeeltelijk arbeidsongeschikten, die worden geacht deels te blijven werken met een aanvullende WGA-uitkering die ten hoogste 70 procent vergoedt van het verschil tussen hun oude en hun nieuwe loon.
Anderzijds zijn er de ‘duurzaam en volledig arbeidsongeschikten’, die 75 procent van hun vroegere loon ontvangen en die in principe niet meer terug aan het werk hoeven. Hoewel het niet de bedoeling was bij de invoering van het stelsel, groeit deze groep gestaag: het aandeel volledig en duurzaam arbeidsongeschikten binnen het stelsel is gestegen van 20 procent in 2006 naar 40 procent in 2024.
Met name de vraag hoe ‘duurzaam’ klachten zijn blijkt in de praktijk echter zeer moeilijk te beoordelen en daardoor ook bijzonder tijdrovend voor verzekeringsartsen, stellen de ambtenaren. Van duurzame arbeidsongeschiktheid is sprake in twee situaties: herstel is uitgesloten of er is een geringe kans op herstel op lange termijn. Vooral de tweede situatie is moeilijk vast te stellen. Zeker in situaties waarin iemand serieuze klachten heeft, maar de relatie met een onderliggende ziekte moeilijk kan worden gelegd, is het lastig te voorspellen hoe de klachten zich zullen ontwikkelen.
‘Dat vergt wetenschappelijke onderbouwing, die er voor veel ziektes niet is of waarover aanzienlijke wetenschappelijke discussie mogelijk is’, aldus het advies. ‘Het afschaffen van de IVA en de toets op duurzaamheid vereenvoudigt het werk van verzekeringsartsen, waardoor zij meer beoordelingen kunnen uitvoeren.’
Het advies is daarom om de IVA af te schaffen voor nieuwe gevallen, zonder gevolgen dus voor mensen die nu al een IVA-uitkering hebben. De ambtenaren zien meer voordelen: ‘Voor mensen wordt het stelsel eenvoudiger en beter te begrijpen, en het biedt meer duidelijkheid voor uitkeringsgerechtigden: het loont altijd om in te zetten op terugkeer op de arbeidsmarkt en er is daarbij altijd recht op ondersteuning.’
Het wegvallen van de speciale regeling betekent dat volledig arbeidsongeschikten onder dezelfde regeling komen te vallen als gedeeltelijk arbeidsongeschikten, alleen het stempel ‘duurzaam arbeidsongeschikt’ vervalt. In de praktijk zullen volledig arbeidsongeschikten na hun eerste beoordeling waarschijnlijk alleen herkeurd worden als zij aangeven dat hun gezondheid verbeterd is of als zij weer blijvend (gedeeltelijk) aan het werk gaan.
De ingreep zou wel betekenen dat het niveau van inkomensbescherming voor volledig arbeidsongeschikten daalt van 75 procent naar 70 procent van het vroegere loon. Of dat politiek haalbaar is, is nog de vraag. Voor de verhoogde IVA-uitkering is destijds fel gestreden door de vakbeweging en de linkse partijen in de Tweede Kamer.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant