Wil Nederland welvarend blijven, dan moet het ruim baan geven aan vier winstgevende en hoogtechnologische sectoren. Dat betekent harde keuzes: minder vee, minder papierfabrieken en minder zekerheid voor werknemers in vaste dienst.
Dat schrijft oud-topman van ASML, Peter Wennink, in zijn advies De route naar toekomstige welvaart. Hij schreef dat in opdracht van het demissionaire kabinet. De verwachting is dat het van grote invloed zal zijn op het economisch beleid van de volgende regering.
In het advies stippelt Wennink een route uit waarmee Nederland economisch sterk en welvarend blijft. Daarvoor is de komende tien jaar minstens 151 tot 187 miljard euro nodig. Dat geld kan grotendeels van particuliere investeerders komen, mits de overheid verschillende obstakels weet aan te pakken: de stikstofcrisis, het overvolle stroomnet, personeelstekorten en trage vergunningverlening.
Gebeurt dat niet, dan ziet Wennink de toekomst somber in. Vanwege stijgende kosten voor de zorg, de pensioenen, defensie en de energietransitie is de verwachte economische groei in Nederland te laag om het huidige welvaartspeil te behouden. Dat betekent dat mensen op termijn minder te besteden hebben en de kwaliteit van voorzieningen als zorg, onderwijs en veiligheid daalt.
Nederland is sterk afhankelijk geworden van Chinese en Amerikaanse technologie. Die afhankelijkheid dreigt alleen maar toe te nemen, omdat de Amerikanen en Chinezen veel meer geld in innovatie steken dan de Europeanen.
Om het tij te keren moet een nieuw kabinet volgens Wennink scherp kiezen voor ‘hoogproductieve’ bedrijven. Het gaat om de sectoren waarin per geïnvesteerde euro het meeste geld wordt verdiend. Ze zijn van strategisch belang, zodat Nederland zijn afhankelijkheid van China en de VS kan verkleinen. Hij wijst vier sectoren aan: digitalisering en kunstmatige intelligentie, life sciences en biotechnologie, veiligheid en weerbaarheid en energie- en klimaattechnologie.
Nederland heeft volgens Wennink ‘alles in huis om mondiaal een technologisch relevante speler te blijven’. Nederlandse universiteiten behoren tot de wereldtop. Regio’s als Brainport Eindhoven, het Leiden Bio Science Park en de Foodvalley rondom Wageningen bruisen van de innovatieve ondernemers.
Kiezen voor deze sectoren zal onherroepelijk ten koste gaan van laagproductieve sectoren. Wennink noemt uitzendbureaus, slachterijen en schoonmaakbedrijven expliciet. Ook kan een deel van de energie-intensieve industrie verdwijnen door de relatief hoge energiekosten in Europa. Daarmee doelt hij niet op staal en chemie, die hij van strategisch belang acht, maar wel op hout- en papierfabrieken.
Volgens de voormalig ASML-topman zijn er tal van hervormingen nodig om te zorgen dat de benodigde investeringen in het bedrijfsleven ook echt tot stand komen. Hij denkt aan snellere vergunningverlening, belastingvoordelen om hoge energieprijzen te compenseren en een soepeler omgang met nieuwe stroomaansluitingen – zelfs als dat het risico op stroomuitval verhoogt. Volgens Wennink kunnen de plannen alleen worden uitgevoerd met een meerderheidskabinet, omdat de maatregelen ook pijn gaan doen.
Binnen drie maanden moet er een concreet plan liggen om de stikstofcrisis aan te pakken, met onder meer harde afspraken over het uitkopen van boeren. Ook pleit hij voor meer focus op bètavakken in het onderwijs en het aantrekken van buitenlandse studenten met een relevante technische achtergrond. Mensen met een vast contract ontslaan moet wat Wennink betreft makkelijker worden, terwijl de overheid de kosten van zieke werknemers eerder van bedrijven zou moeten overnemen.
Als de regering dit soort aanpassingen doorvoert, kan dat volgens Wennink miljardeninvesteringen losmaken. Dat zou blijken uit de 51 concrete projecten die hij in zijn rapport heeft opgenomen. Het gaat onder meer om een ‘AI gigafabriek’, pfas-vrije producten, defensiedrones en kleine modulaire kernreactoren. Deze projecten zouden zo’n 126 miljard euro aan investeringen kunnen gebruiken.
Die investeringen moeten vooral van private investeerders komen. De overheid kan ze wel op gang helpen door een nationale investeringsbank op te richten die 10- tot 20 miljard euro te verdelen heeft, aldus Wennink.
Om zulke overheidsinvesteringen te kunnen betalen, zijn waarschijnlijk bezuinigingen nodig, evenals het afschaffen van ‘inefficiënte’ belastingvoordelen en een oplopende staatsschuld. Dat laatste vindt hij verantwoord, omdat de investeringen zich volgens hem zullen terugverdienen.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant