De Italianen zelf bleven er woensdag vrij nuchter onder: premier Giorgia Meloni had voor de gelegenheid enkel het verkeer in Rome laten stilleggen, zodat het wereldnieuws tijdens een speciale ceremonie in zeven talen kon worden geprojecteerd op het Colosseum – dat was volledig veranderd in één grote Italiaanse vlag.
Er stond: ‘De Italiaanse keuken: de eerste ter wereld die door Unesco is erkend als immaterieel werelderfgoed’.
Hoewel ik dat immateriële niet helemaal begrijp (een bord risotto ligt bij mij altijd behoorlijk materieel op de maag), begreep ik de euforie van de aanwezige Italianen volkomen. Dit nieuws bevestigde namelijk een waarheid die Italianen al eeuwenlang begrijpen, maar Nederlanders helaas keer op keer vergeten, namelijk dat een fatsoenlijk diner de oplossing vormt voor vrijwel elk probleem.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Een goede maaltijd is niet alleen een surplace in een verder gejaagd leven, hij zorgt ook voor verbinding – iets waar we, zeker in het Nederland van 2025, zoveel behoefte aan hebben. Hoe wil je ooit samen brood breken, het glas op elkaar heffen en je verzoenen als iedereen tijdens de lunch een broodje kaas wegwerkt vanachter zijn eigen computerscherm?
En als liefde door de maag gaat, en liefde de enige oplossing vormt tegen de haat die ons uit elkaar drijft, hoe komen we dan ooit van die vermaledijde polarisering af als we blijven leunen op die paar stukjes kipfilet die we tijdens het gourmetten laten verbranden in de vloeibare bakboter van Becel?
Het antwoord: dat gaat niet.
Italianen doen dat vele malen beter. Zodra de navelstreng is doorgeknipt, doet la mamma Italiana er bijvoorbeeld alles aan om een soortgelijke band te simuleren via eindeloze borden spaghetti carbonara. Dat werkt als een tierelier want in geen enkel ander land ter wereld houden zoons meer van hun moeders dan in Italië.
Ook wij zouden ons eten daarom veel serieuzer moeten nemen, met onze eieren vol pfas, onze kipfilets vol H5N1, onze geitenkaas debet aan longziektes en onze speklapjes en biefstukken die al bij leven worden aangebakken door het gebruik van stroomstootwapens. Maarten Albers beschreef deze week nog kraakhelder hoe schandalig vaak Nederlandse runderen worden geschopt en geslagen, en hoe sommige koeien met dikke abcessen op hun poten rondlopen. Lees dat stuk.
Toen een aantal jaar geleden een soortgelijk verhaal in Italië verscheen over honderden mishandelde varkens rondom Parma (Parmaham mag enkel in een zeer beperkte regio worden geproduceerd, maar is wereldwijd zo populair dat sommige boeren hun stallen helemaal volplempen) beweerde de Italiaanse equivalent van Femke Wiersma niet, zoals hier gebeurde, dat het allemaal onzin was en de media bezig zijn met een karaktermoord.
Nee, daar ging de minister diep door het stof, want hoewel ze in Italië weten dat politiek af en toe gekmakend inefficiënt, corrupt en leugenachtig kan zijn, trekken ze wel degelijk een grens bij hun eten, aangezien dat te fundamenteel is om over te laten aan de populisten.
Ook wij zouden zo moeten redeneren, want de beste remedie tegen het oprukkend rechts-nationalisme is nu eenmaal een fikse dot gastro-nationalisme. Sterker nog: verplaats de formatie naar De Librije en we krijgen nog deze maand een dijk van een regering.
Hoe voller de buik, hoe leger immers de onderbuik, dus vier de snert en omarm de boerenkool. Bak die poffertjes en proef die sûkerbôle. Eet die rijstevlaai en doe dat bovendien samen, en ik beloof u: het geluk zal eindelijk weer van ons zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant