Rechtszaak Wesley W. stond donderdag voor de meervoudige kamer in Den Bosch terecht voor misbruik van twintig kinderen. Hij werkte als mentor en onderwijsondersteuner op een basisschool in Helmond. „Papa, waarom voel ik me zo slecht? Zo wil ik niet verder leven.”
Basisschool Mondomijn in Helmond, onderdeel van scholengemeenschap QliQ.
Vader zat met zijn dochtertje in de auto, het gesprek ging over knuffelen en ineens, uit het niets, begon ze over Wesley, de onderwijsondersteuner. Dat hij aan haar had gezeten. Nee, nee, nee, dacht vader, hopend dat ze iets anders bedoelde. Maar toen de woorden: „Papa, hij zei dat het een geheimpje was. En nu is het geen geheimpje meer.”
Op 13 september vorig jaar werd de schooldirecteur van een kindcentrum in Helmond gebeld door een collega, overstuur. Die was weer gebeld door een ouder, die inmiddels ook contact had met een andere ouder. Beiden wezen naar Wesley, die groep 3, 4 en 5 onder zijn hoede had. Hij zou hun dochters hebben „gekieteld” en „gestreeld” op of in de onderbroek.
„De school heet Mondo…” – de rechter buigt zich voorover.
„Mondomijn”, vult de 26-jarige verdachte, kaarsrecht gezeten, direct aan.
„Met de nadruk op mondo?”
„Ik denk op mijn. Mondomíjn.”
„En u was in dienst als mentor en ondersteuner, wat houdt dat in?”
„Nét wat meer verantwoordelijkheid dan een onderwijsassistent. Groepjes begeleiden. Helpen met rekenen. Hard nodig in deze tijd met onderwijstekorten.”
Vanaf zijn veertiende, vertelt Wesley W., die donderdag voor de meervoudige kamer in Den Bosch terechtstaat voor misbruik van twintig kinderen, werkte hij als oppas. En hij is het onderwijs ingegaan „omdat het zo’n waanzinnig mooi beroep is, waar ik creativiteit en enthousiasme voor heb”.
„U bent toen door de directeur opgeroepen voor een gesprek.”
„Klopt.”
„U zei: ik weet daar niets van.”
„Klopt.”
„Want… hoe was dat op dat moment voor u?”
„Shockerend.” Wesley W. pakt een tissue. „Je draagt het probleem natuurlijk al langer met je mee. En op zo’n moment… je wereld stort in. Je weet gewoon niet hoe je moet reageren. En ik dacht ook: hoe heb ik het zo ver kunnen laten komen?”
„U bleef ontkennen.”
„Een verdedigingsmechanisme. Ik vond het lastig. Want er zaten tegenover mij ook wel mensen die ik een warm hart toedraag. Pas later, toen ik alles op een rijtje kon zetten, me veilig genoeg voelde, besefte ik: de schade is al groot genoeg. Ik kan niet zwijgen.” De rechter, fronsend: „Dat had ook wel met de onderzoeksbevindingen te maken. Het was vechten tegen de bierkaai, toch?”
Die bierkaai is een zaal volgepakt met verbijsterde ouders, tientallen, die inmiddels precies weten hoe het zit. Hun kinderen, de meesten tussen de zes en tien jaar toen het misbruik plaatsvond, zijn verhoord in speciale studio’s en velen hebben op beelden moeten zien hoe Wesley W. hun kind misbruikte. Want naast vele terabytes aan gedownloade kinderporno werden bij zijn arrestatie ook honderden foto’s en video’s van dat misbruik aangetroffen. Betasten. Binnendringen met vingers. In enkele gevallen ook betasten van hem.
Dit alles tussen 2018 en 2024, op zijn oppasadressen en in een werkruimte op school. Daar hielp hij de kinderen. En één op één, als niemand het zag, liet hij ze met „spelletjes” en termen als „wiebelen” en „kriebelen” hun eigen grenzen verschuiven. Benadrukkend Het Grote Geheim met niemand te delen.
W. besefte, verklaart hij, dat de kinderen het niet leuk vonden. En telkens erna voelde hij „schaamte en spijt”. Hij wilde hulp zoeken, wist niet waar hij terecht kon. En zo bleef hij doorgaan. Terwijl collega’s niets doorhadden. Want W., misschien wat vrijpostig in de omgang, was vooral die leuke, enthousiaste meester. Een bekende Helmonder ook, die met zijn stichting Smile per Mile zieke kinderen reed in een sportauto. En hij was trainer van een voetbalteam voor kinderen met een beperking. En hij zette zich in voor de Kindervakantieweek.
En ook nu, in de rechtszaal, toont W. zich van zijn beste kant. Wit overhemd, fris gekapt. Joviaal, vriendelijk, meewerkend. Vrijwel elk feit uit het dossier dat de rechter hem voorhoudt geeft hij ruiterlijk toe. Hij toont zich schuldbewust en lijkt zowat elke straf te accepteren. Ook opname in een tbs-kliniek. Of libidoremmende medicatie. Omdat, volgens de psychiater, zijn daden hem mogelijk enigszins verminderd zijn toe te rekenen vanwege een moeilijke jeugd en naast een pedofiele stoornis mogelijk een narcistische persoonlijkheidsstoornis.
„Ik wil alles proberen”, knikt Wesley. „Alles wat helpt.”
Maar juist die vriendelijkheid, klinkt uit de slachtofferverklaringen die ’s middags worden voorgedragen, maakt alles zo schrijnend. Eén voor een komen ouders van de kinderen naar voren om te vertellen over het ongeloof, „dat zo’n ogenschijnlijk lieve jongen, die altijd bij ons thuis kwam…” Juist hém hadden ze hun kind toevertrouwd. In hun eigen, veilige thuis. Of op school.
Ze vertellen dat hun kinderen nu kampen met twijfels. Over zichzelf. Hun intuïtie. Wie nog te vertrouwen. „Papa, waarom voel ik me zo slecht? Zo wil ik niet verder leven.” Eén gezin heeft alle slaapkamers en de badkamer verbouwd in de hoop alle herinneringen te wissen. „Onze jongste huilde en krijste, nu pas weten we waarom.”
De zaal vol met publiek kijkt W. niet in. Maar sommige ouders die hun spreekrecht uitoefenen kijken hem in de ogen, en een enkele keer beantwoordt hij hun blik. En wat veel van hen, zoals de vader van dat eerste bekende slachtoffer, zo woedend maakt: de geraffineerdheid van zijn daden. „Papa, ik heb geen stop gezegd. Hij heeft niets fout gedaan.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC