Home

‘Met ‘Julian’ wilde ik tonen: dit soort liefde bestaat in de wereld, en die mag je niet verstikken’

Niet één keer, maar 22 keer zouden kunstenaar Fleur Pierets en Julian P. Boom trouwen: in alle landen waar dat voor twee vrouwen mogelijk was. Het boek Julian, nu verfilmd door Cato Kusters, is Pierets eerbetoon aan haar te vroeg gestorven vrouw.

is filmrecensent en schrijft een column over hedendaagse beeldcultuur.

Soms zijn er momenten die je leven onverwacht van koers doen veranderen. Voor de 27-jarige regisseur Cato Kusters begon de film Julian met een autoritje. Doodgewoon, alleen, radio aan. En zo hoorde zij kunstenaar Fleur Pierets voor het eerst praten over haar unieke, hemelbestormende liefdesverhaal. Het kwam zo binnen dat Kusters de auto aan de kant moest zetten, en daar nog verdwaasd bleef staan nadat het radio-interview was afgelopen.

‘Het ís natuurlijk sowieso een ongelooflijk verhaal, maar ik was vooral omvergeblazen door de liefde en warmte waarmee Fleur over Julian sprak. En ik dacht: het is zo zeldzaam, iemand te vinden met wie de dingen zo simpel zijn.’

Even terug. Acht jaar daarvoor verandert het leven van de Vlaamse Pierets plots van koers. Dan ziet ze de Nederlandse Julian P. Boom voor het eerst, bij een lezing. ‘Het licht ging aan’, schrijft ze in haar boek Julian. ‘Alles kwam in focus en ik wist dat zij degene was met wie ik grote dingen zou gaan doen, een leven lang.’

Project 22

In 2017 besluiten de twee vrouwen te trouwen. Niet één, maar 22 keer. In elk land waar op dat moment het homohuwelijk is toegestaan. Laten zien hoe weinig landen dat zijn, door juist de plekken waar het wél kan in het zonnetje te zetten. Hun liefde inzetten voor nog iets groters. Project 22 noemen ze het.

New York. Amsterdam. Antwerpen. Het stralende koppel haalt de wereldpers. Parijs. Julian stort in. De hoofdpijn die ze had, blijkt veroorzaakt door een tumor. Zes weken later sterft ze, op 40-jarige leeftijd. In de waas van rouw schrijft Pierets haar eerste boek, Julian. Een overdonderende, bloedeerlijke stroom van gedachten en herinneringen. Aan Julian, aan het project, aan de verbijsterende pijn waarmee ze achterblijft.

Zeven productiehuizen wilden de rechten kopen, vertelt Pierets (1973), gezeten naast Kusters, voorafgaand aan de Nederlandse première op het Leiden International Film Festival. De regisseurs stonden ook in de rij. Probleem: ze wilden allemaal een rouwfilm maken. ‘Ik heb overal ‘nee’ op gezegd. Voor mij gaat het verhaal niet over dood. Het is een verhaal over liefde, als force for good.’

Wie dat dus wél begreep, maar helemaal niet dacht aan een verfilming: Kusters. Ze was nog bezig met haar afstudeerfilm aan RITCS School of Arts in Brussel, toen ze Pierets bij toeval ontmoette, tijdens een borrel, niet lang na dat ene autoritje.

Pierets: ‘Een gemeenschappelijke vriend stelde ons aan elkaar voor. Ze had het boek toevallig net uit, dus we babbelden daarover. En bij alles wat ze erover zei, dacht ik: ‘Ah, maar dit is precies wat ik bedoel.’

Samen met producent Michiel Dhont, die Pierets óók begreep en net met zijn broer Lukas (Close, Girl) een productiehuis had opgericht, bezocht ze vervolgens de première van Kusters afstudeerfilm. Die vond ze ‘vreselijk goed’, maar het was haar zelfverzekerdheid waarmee Kusters Pierets overtuigde. ‘Ik weet niet of ik je dat ooit heb verteld’ – ze draait zich naar Kusters – ‘maar je stond daar op het podium een praatje te houden, en wat mij betreft was het rond.’

Tedere momenten

Zo zelfverzekerd als ze daar gestaan moet hebben, zo zelfverzekerd is ook haar debuutfilm. Kusters doet precies níét wat je verwacht bij dit verhaal. Er is geen huwelijksaanzoek te zien. Geen sterfscène. Om alle Grote Momenten cirkelt ze heen.

Wél toont ze gefingeerde homevideo’s van het tweetal, gespeeld door Nina Meurisse en Laurence Roothooft, thuis en op reis. Een etentje met vrienden, waarin ze aankondigen te gaan trouwen. Een vluchtig moment dat Julian (Roothooft) haar geloftes oefent, of Fleur (Meurisse) haar jurk past. Julian die naar de wuivende bomen kijkt vanuit de ambulance. Tedere momenten aan het ziekbed.

Kusters: ‘Er zijn heel veel momenten die enorm voor de hand liggen. Maar we hebben het al zo vaak gezien, hoe iemand een ander ten huwelijk vraagt, een scène waarin iemand overlijdt. Dat vul je als kijker zelf wel in. Als we de intimiteit tussen die twee mensen willen tonen, dacht ik, moeten we de kijker vooral ‘backstage’ toelaten. Op de momenten dat ze geen publieke rol innemen, maar gewoon met zijn tweeën zijn.’

Omdat Cato die intimiteit zo knap vangt, heb ik nu het idee dat ik de relatie tussen jou en Julian goed ken. Klopt dat, Fleur?

Pierets: ‘Ja. Van veel vrienden hoorde ik terug dat het was alsof ze naar ons keken. Terwijl dat nooit de insteek was. Ik vind ook dat Cato echt haar eigen versie van het verhaal heeft gemaakt. Voor mij voelt het alsof het háár herinneringen zijn aan wat er gebeurd is, ook al was ze daar natuurlijk nooit bij.’

Hoe herinneringen werken, daar gaat Julian in zekere zin ook over. Duizelingwekkende verliefdheid, afscheid, rouw: er lopen drie tijdlijnen door elkaar, waarbij het net als in het boek voelt alsof de ene herinnering logischerwijs de andere oproept.

Kusters: ‘Het is inderdaad niet zo dat de hoofdpersoon voor het raam staat en terugdenkt, of zoiets. Alsof de film zichzelf herinnert – zo omschreef mijn coscenarist Angelo Tijssens het.’

Pierets: ‘Voor mij was de structuur tijdens het schrijven een overlevingsmechanisme. Ik was bang dat ik mezelf vast zou draaien. Dat als ik van licht naar donker zou schrijven, ik de duisternis nooit meer zou kunnen verlaten. Daarom loopt alles door elkaar.’

Kusters: ‘Juist omdat je in die heftigheid van de rouw bent gaan schrijven, is het sterven van Julian geen eindpunt geworden. Daardoor kleurt de dood het leven, en omgekeerd. Wat ik aan de structuur van het boek heel mooi vond, is dat het laat zien hoe herinneringen elkaar beïnvloeden en vervormen. Ze worden bepaald door het moment en de manier waarop we ergens aan terugdenken. Ik laat bijvoorbeeld die homevideobeelden soms weer in een andere vorm terugkeren. Op welk moment je die in de film ziet, bepaalt de lading ervan.’

Pierets: ‘Herinneringen werken soms raar. Een hele goede vriend kwam na het zien van de film naar me toe en zei: ‘Ik weet dat nog goed, dat je harde schijf gecrasht was. Je was toen helemaal overstuur.’ Maar dat is nooit echt gebeurd. Het is verzonnen voor de film. En zelf had ik het ook: Julian en ik hebben een tijd in Spanje gewoond. Maar omdat het niet in het scenario zit, was ik dat na een poosje zelf vergeten.’

In Project 22 is het tonen van liefde eigenlijk een vorm van activisme. Was dat ook jouw bedoeling met Julian, Cato?

Kusters: ‘Het project is zo slim. Dat wilden we ook laten zien in de film. Dat het niet ging om ‘tof dat we hier kunnen trouwen’. Maar dat het juist benadrukte dat het in 160 landen nog niet kan. Vanuit een positieve insteek, die de aandacht weet te trekken van de massa.

‘Ook daarom vond ik het belangrijk juist hun verbondenheid benadrukken. Om te tonen: dit soort liefde bestaat in de wereld, en die mag je niet verstikken. Niet bij anderen en niet bij jezelf. Ik wil dat de kijker verliefd wordt op die twee, en op hun relatie. Natuurlijk wil je dan dat ze kunnen trouwen. Natuurlijk gun je dat andere koppels dan ook.’

Pierets: ‘Je hebt twee soorten activisten. Degenen die bruggen opblazen en degenen die bruggen bouwen. Ik ben een bouwer. Zeker nu de wereld zo gepolariseerd is, en iedereen lijnrecht tegenover elkaar staat, is het goed om te laten zien dat níét schreeuwen ook zo luid kan zijn. Ik ben blij dat Cato met de film ook die weg heeft gevolgd.’

Hoe is het voor jou nu om jouw verlies zo terug te zien, op groot doek?

Pierets: ‘Ja, dat is heftig. Heel heftig. Ik kan inmiddels beter omgaan met de reacties dan na het boek. Toen kwamen er mensen naar me toe om me te vertellen dat ze wisten wat ik had meegemaakt, omdat ze bijvoorbeeld hun hond hadden verloren. Terwijl ik zo hard aan het rouwen was. Die wilde ik de keel dan wel dichtknijpen – maar dat mag niet, hè? Inmiddels denk ik: mijn verhaal heeft blijkbaar veel mensen steun gegeven. Daar houd ik me dan aan vast.

‘Zelf ga ik de film nooit meer bekijken. Ik heb hem voor het eerst gezien in Toronto en daarna enorm genoten van de vertoning tijdens het filmfestival in Gent. Maar tegelijkertijd voelde ik me er daar voor het eerst schuldig over. De reden dat de film er is, is natuurlijk afschuwelijk. Ik vind hem vreselijk mooi en ik er ben dankbaar voor hoe Cato het heeft aangepakt, maar eigenlijk had hij er nooit moeten zijn.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next