intro
is columnist voor de Volkskrant.
Roze en en witte ballonnen hangen aan de muur van een klein huisje in een volkswijk van Damascus. Zeinab al-Khadri kan het bijna niet aanzien. De ballonnen zijn voor haar dochter van 16, vorige week verloofd met een man van 30. Op het feest zagen ze elkaar voor het eerst.
‘Ze is te jong’, zegt Zeinab zonder omhaal. ‘Ik ben bang.’ Toch regelde zij als moeder deze verbintenis. Haar dochter moet trouwen, het kan niet anders. Dat heeft alles te maken met de arrestatiegolf die Zeinabs familie ontwrichtte toen dictator Bashar al-Assad aan de macht was en die Zeinab, 32, weduwe maakte.
Toen in Syrië in 2011 overal protesten uitbraken tegen het bewind van Assad, gingen ook de mannen in Zeinabs familie de straat op. Ze hoopten op een beetje minder vernedering. Als soennieten – in Syrië de meerderheid van de bevolking – werden ze bij de talrijke controleposten in Damascus lastiggevallen door handlangers van Assad, vaak van de alawitische minderheid.
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Ze doet momenteel, een jaar na de machtsovername in Syrië, verslag vanuit Damascus. Eerder was Van Es correspondent in het Midden-Oosten.
Op 2 december 2012 reden de vader van Zeinab en haar broer Mohammed samen van hun werk naar huis toen ze bij een controlepost werden gearresteerd door troepen van Assad. De vader was al eerder door het regime ondervraagd over zijn rol in de oppositie. Ook twee ooms, broers van Zeinabs moeder, verdwenen. En een paar weken later was het de beurt aan Zeinabs man, ook hij heet Mohammed.
Zeinab bleef achter met drie kleine kinderen, haar jongste zoon een baby, in een stad in oorlog. Ook zij trouwde jong, net als haar dochter zometeen. Met een lieve man, het leeftijdsverschil tussen hen was niet zo groot, zegt ze met ogen vol tranen. ‘Als ik het over zou kunnen doen, zou ik weer met hem trouwen.’
Algauw werd de wijk te onveilig om te blijven. De oorlog tussen Assad en de rebellen escaleerde. De bevolking vluchtte, om pas jaren later terug te kunnen. ‘Ik zal nooit vergeten: ik moest het huis uit met drie kinderen van wie er twee nog niet eens konden lopen. Hoe moest ik dat doen?’
Nooit kwam er een brief of teken van leven uit een gevangenis. Alleen over Zeinabs vader kwam uiteindelijk nieuws, onbevestigd maar verschrikkelijk: hij zou zijn berecht door een militair veldtribunaal en geëxecuteerd.
Zolang Assad aan de macht was, koesterde Zeinab hoop. Niet veel hoop natuurlijk, maar toch. Hopen tegen beter weten in is dragelijker dan beseffen dat ze allemaal dood zijn. Na de machtsovername, nu een jaar geleden, kwamen de mannen uit de familie Khadri niet thuis. ‘Het is alsof ze met de val van Assad pas echt zijn overleden’, zegt Zeinabs moeder Rowaida, die bij het gesprek komt zitten.
Niet alles blijkt beter in het nieuwe Syrië. De schamele uitkering en het voedselpakket waar vrouwen zoals Zeinab onder Assad altijd op konden rekenen, vervielen plotsklaps. De huidige machthebbers geven alleen een etensmand op islamitische hoogtijdagen. ‘Na de machtsovername hebben we niets meer.’
In Damascus zijn volop werkende vrouwen. Zelfs in deze conservatieve wijk wemelt het van de leraressen, kinderleidsters, vrouwelijke verpleegkundigen en artsen. Maar ja, dan moet je een opleiding hebben gevolgd, en dat heeft Zeinab niet. Haar jongste zoon is verstandelijk beperkt. Voor hem moet ze thuis zijn.
Kostwinner van dit gezin is daarom haar zoon Majed van 14, een drukke tiener die graag spelletjes speelt op de enige mobiele telefoon die dit huis rijk is. Hij werkt in een winkel. Langer dan een paar maanden bij dezelfde baas houdt hij het niet vol. ‘Hij is te jong om te werken, maar we zijn afhankelijk van zijn inkomen.’
Het zal schelen in de lasten als haar dochter is getrouwd. ‘Kijk naar haar ogen, dan zie je dat ze niet gelukkig is’, zegt grootmoeder Rowaida over de 16-jarige. Zeinab hoopt dat de toekomstige echtgenoot een goede man blijkt. Ze kan niet anders dan dat uit alle macht hopen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant