Home

De strijd om Warner Bros. is een gevecht om ‘Casablanca’, Bugs Bunny en de Eenzame Held

Netflix en Paramount zijn verwikkeld in een biedings­strijd, maar waar bieden ze eigenlijk op? Warner Bros. begon ooit als filmstudio voor de gewone man, maar is uitgegroeid tot een mediamoloch met een miljardenomzet.

schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels.

Heel Hollywood staat op zijn kop nu er een biedingsoorlog is ontstaan rond de legendarische studio Warner Bros. Netflix wil die overnemen, maar Paramount zit op het vinkentouw en zelfs Donald Trump bemoeit zich ermee (het zal eens niet). Analisten hebben al geschetst hoe de president het als een uitgelezen kans ziet om CNN een kopje kleiner te maken. De wat hem betreft vijandige nieuwszender hoort bij Warner, maar met Paramount is hij buddy-buddy. Dus reken maar uit.

De uitkomst is nog ongewis – Netflix kwam met een bod van 82,7 miljard dollar, Paramount ging er overheen met 108,4 miljard – maar wat er precies te koop staat, is bekend. Samen met Paramount, Universal, Sony (voorheen Columbia Pictures) en Disney is Warner Bros. een van de zogeheten Big Five, zoals de grootste studio’s van Hollywood worden genoemd. Allemaal hebben ze hun eigen karakter, en Warner is altijd die van de gewone man geweest, van Jack en Jill en Bill en Mary. En dat had alles te maken met de bescheiden komaf van de oprichters.

Dat zijn Harry, Albert, Sam en Jack Warner, kinderen van Pools-joodse immigranten. Vader Benjamin, schoenlapper van beroep, arriveert in 1888 in Baltimore en laat een jaar later zijn vrouw Pearl en hun kinderen overkomen. De eerste daad van inburgering is het veranderen van de achternaam Wonskolasor in het Angelsaksische Warner; dat is alvast een nieuw begin.

Rin Tin Tin

Na een reeks van twaalf ambachten dertien ongelukken – sleutelen aan fietsen, het exploiteren van een bowlingbaan, een mislukte carrière in de vleeshandel – besluiten de vier broers in 1918 in Pittsburg een filmstudio en distributiefirma op te zetten. Een paar jaar later verhuizen ze naar 5800 Sunset Boulevard, Los Angeles. Want film, dat is de toekomst.

Over die fascinerende familiegeschiedenis verscheen in 2017 een reconstructie van auteur David Thomson, filmjournalist van professie: Warner Bros – The Making of an American Movie Studio. Een en al broedertwist is het, maar belangrijkste uitkomst is dat uiteindelijk Jack L. Warner (1892-1978), de jongste van het stel, als sterkste uit de onderlinge strijd komt – hij wordt een klassieke Hollywood-studiobaas.

Zijn grootste troef in het tijdperk van de stomme film is een Duitse herder die door een Amerikaanse soldaat in 1918 van het Franse slagveld van de Eerste Wereldoorlog is gered: Rin Tin Tin. In liefst 27 avonturenfilms krijgt die de hoofdrol, al moet hij de eerste keer (The Man from Hell’s River, 1922) nog een wolf spelen. Rin Tin Tin (1918-1932) verovert een trouwe schare fans, brengt miljoenen in het laadje, ontvangt in 1960 postuum zijn ster op Hollywood Boulevevard, en is trouwens de favoriete filmheld van schilder/schrijver Jan Cremer.

Bugs Bunny en John Wayne

Met zo veel inkomsten kan Warner Bros. zich wat meer risico permitteren, en dat doet de studio dan ook door in 1927 met de allereerste geluidsfilm te komen: The Jazz Singer, met een zwart geschminkte Al Jolson. Een hele reeks aan musicals volgt, alleen overtroffen door de serie aan gangsterfilms die Warner weet te produceren, met het kassucces Little Caesar (1931, glansrol Edward G. Robinson) voorop. Meestal gaan de verhalen over kruimeldieven die zich afvragen: ‘Hé, Amerika... hoe zit het met ons aandeel in de American Dream?’ De strenge zedenregels in de Hays Code van 1935 maken daar een einde aan, voor sympathieke gangsters is er even geen plaats meer.

Maar Warner, dat is ook de tearjerker Casablanca (1942, Michael Curtis), de cartoons van Looney Tunes met Daffy Duck en Bugs Bunny, de fatale vrouwen van Bette Davis en Lauren Bacall, de westerns van John Ford, en altijd deed John Wayne daarin mee.

Sowieso draagt de Eenzame Held de Warner-signatuur, van Humphrey Bogart tot James Dean, de jonge Marlon Brando en Clint ‘Dirty Harry’ Eastwood. Die lijn wordt zelfs doorgetrokken naar het heden. Leonardo DiCaprio past in de door Warner gedistribueerde hitfilm van het moment One Battle After Another precies in dat illustere rijtje. En voor Harry Potter uit de Warner-succesreeks geldt feitelijk hetzelfde.

Mediacorporatie

Als de naam Warner valt, denk je aan film. Maar het zit toch even anders. Het Warner-archief bevat circa 12.500 speelfilms en 2.400 tv-shows, met naar schatting 145 duizend uur aan beeldmateriaal. Het bedrijf, met zijn hoofdkantoor in Burbank, Californië is uitgegroeid tot een alomvattende mediacorporatie: Warner Bros. Entertainment Inc.

Het bedrijf met achtduizend werknemers houdt zich bezig met muziek, games, streaming (HBO) en nieuwszenders als CNN. Het exploiteert pretparken, is eigenaar van stripuitgeverij DC Comics, fuseerde in 1989 al eens met Time Inc en in 2022 met Discovery Inc. De omzet beweegt zich jaarlijks tussen de 12- en 15 miljard dollar (opgave: 2020), in ruim honderd jaar is ‘de studio voor de gewone man’ uitgegroeid tot een moloch van een onderneming.

Voor de nabije toekomst hangt nu alles af van de grootaandeelhouders. Grijpen ze verlekkerd de extra winst die Paramount plotseling biedt, of houden ze keurig vast aan de overeenkomst die met Netflix op een haar na rond was?

Maar dan nog.

‘Cinema is gestorven’

De Amerikaanse industrie is helemaal zo blij niet met Netflix. De vrees bestaat dat nieuwe Warner-speelfilms drie, vier weken in de bioscoop draaien en dan hup naar Netflix gaan. Het publiek weet het ook, en dat gaan al die filmtheaters niet redden, dus nooit meer lange rijen bij de kassa’s.

‘Dit is de dag dat cinema in Amerika is gestorven,’ verzuchtte regisseur en nestor Martin Scorsese al, toch het geweten van de filmbranche, toen hij hoorde over de Warner/Netflix-deal. Nu is hij altijd al wat zwaar op de hand, maar ditmaal lijken zijn zorgen niet geheel uit de lucht gegrepen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next