Home

Monsterproductie Mahlers ‘Achtste’ in Groningen is passen en meten: ‘Dan zetten we het jongenskoor op het balkon’

Klassieke muziek Mahlers Achtste symfonie voor drie koren, acht solisten en reuzenorkest is voor grote muziekpodia al een kluif. Nu wordt het opgevoerd met vierhonderd zangers en spelers in Groningen bij het Noord Nederlands Orkest onder Antony Hermus. „Het gaat passen!”

Antony Hermus dirigeert het Noord Nederlands Orkest.

De Groningse Oosterpoort is weliswaar niet de grootste concertzaal van het land, gebrek aan speelruimte heeft het Noord Nederlands Orkest (NNO) er zelden. Nu wel. Voor Mahlers Achtste symfonie moet het podium vijf meter worden uitgebouwd, en zelfs dan komen de drie koren plus vocale solisten in de knel met de gigantische orkestbezetting.

„Het gaat passen!”, zegt dirigent Antony Hermus maandag in de pauze van de eerste repetitie monter. „We stellen de twee grote koren achter het orkest op, maar dat orkest is ook al meer dan honderd man. Dus zetten we het jongenskoor linksboven op het balkon en een van de solisten aan de andere kant.”

Ook niet gering was de logistieke worsteling met de koren, zegt artistiek leider Marcel Mandos van het NNO, eerder initiator van een even gigantisch en succesvol project rond de Vierde symfonie van Charles Ives. Aan het Noord Nederlands Concertkoor werd het Nederlands Concertkoor toegevoegd, maar dat zit in Amsterdam en zo moest een deel van de koorrepetities onder leiding van veteraan Louis Buskens daar plaatsvinden. Tweede legpuzzel was het jongenskoor. Toen het Roder Jongenskoor te klein bleek, mobiliseerde Mandos het Nationaal Kinderkoor. Dan heb je dus zangers, maar dat zijn met alle organisatorische complicaties van dien ofwel volwassen amateurs of kinderen. De volwassenen hebben banen, de kinderen mogen van de arbeidsinspectie niet vijf dagen achter elkaar in Groningen verblijven.

Zo is er geen koor bij de eerste orkestrepetitie, waardoor de muziek een onttakelde indruk maakt. Mahler zag de zangstemmen in zijn Achtste als onderdeel van het instrumentarium en gaf ze een navenant prominente plaats in de symfonische structuur. „Het eerste deel”, schreef hij, „is qua vorm strikt symfonisch, maar dan volledig gezongen”. Zonder lijkt het stuk deels uitgewist. Het goed voorbereide orkest slaat zich er professioneel doorheen en Hermus zingt waar nodig de ontbrekende passages.

Antony Hermus dirigeert het Noord Nederlands Orkest.

‘Sinfonie der Tausend‘

Nooit eerder klonk de Achtste in Groningen. Dit is een showpiece voor muziekmetropolen als Berlijn, Wenen of Londen, die de mensen en middelen hebben voor zo’n monsterproductie. De uitverkochte uitvoeringen van het NNO zijn als het uitkomen van de droom van de verdoemde dirigent Henri Cuperus, het romanpersonage uit Simon Vestdijks roman De koperen tuin, die in een imaginaire provinciestad Bizets opera Carmen opvoert; een vleesgeworden utopie.

Anderzijds was de eerste Achtste voor de grote wereld net zo’n kluif.  In 1910 smeekte Mahler zijn impresario Emil Gutmann de geplande wereldpremière onder zijn leiding in München te annuleren. Die kwam er op 12 september toch, in aanwezigheid van tout Europa, van royalty tot Thomas Mann en Richard Strauss. In de Neue Musik-Festhalle werd de Achtste onthaald met een succes dat de componist Mahler nooit eerder in die mate was beschoren. Maar ook toen moesten de troepen van heinde en verre worden aangevoerd en kwam de uitvoering met vallen en opstaan tot stand. De repetities vonden plaats in Leipzig, Wenen en München, de kosten stegen tot gigantische proporties. Gutmann adverteerde het werk, waaraan 1.028 zangers en musici meewerkten, met de onvergetelijk geworden slogan ‘Sinfonie der Tausend’.  „Barnum & Bailey”, mokte Mahler toen hij in München de affiches zag hangen. Hij vond het een circusact.

Toen hij in 1906 zijn Achtste schreef, had Mahler als symfonicus wel vaker op grote voet geleefd. Zijn Derde symfonie was even lang en de Tweede weinig korter. Maar in beide werken bleef het vocale aandeel nog beperkt, terwijl de tweedelige Achtste van begin tot eind een koorsymfonie van kosmische proporties werd, door de componist vergeleken met een klinkend universum „waarin niet langer menselijke stemmen, maar planeten en zonnen hun banen trekken”.

De woorden zijn zo overdadig als het stuk. Het eerste deel is een hallucinant uitbundige aanroeping van de Schepper-Geest in de middeleeuwse pinksterhymne Veni Creator Spiritus, het tweede de slotscène van Goethes Faust II, dat een soort geënsceneerde hemelvaart laat uitmonden in de mystieke vereniging van het mannelijke en het vrouwelijke. Te lang verhaal te kort: Faust verkoopt zijn ziel aan de duivel in ruil voor eeuwige kennis. Op de vleugels van zijn macht leeft hij het leven, bemint en verovert, bereist tijd en ruimte. Toch wint uiteindelijk het menselijke in hem, waardoor de duivel aan het kortste eind trekt. Faust sterft gelouterd en engelen brengen zijn ziel naar de hemel, waar in een afsluitend chorus mysticus mannelijke ongedurigheid zich verzoent met de innerlijke balans van het eeuwig-vrouwelijke – zo ongeveer zal Mahler het zijn echtgenote Alma althans uitleggen.

Noord Nederlands Orkest in Groningen.

Vervreemding

Doemdenkers onder de Mahlerianen ervaren de heilsboodschap van de Achtste als ongemakkelijk. Die zien Mahler als profeet en ceremoniemeester van de BV Wereldleed. Die willen in de Zesde symfonie de Eerste Wereldoorlog horen aankomen en in de Negende Mahlers dood of het einde van de romantiek, liefst beide. Anderzijds moet zelfs het welwillendste gehoor zich wapenen tegen de overmacht van positieve krachten in de Achtste. Het is wat veel. Ook Antony Hermus, die voor Mahlers Vijfde en Negende als een blok viel, doorliep onderweg naar zijn Groningse uur U alle stadia van vervreemding en verwondering naar fascinatie en omhelzing. In Duitsland zag hij een voorstelling van Goethes Faust II „waar ik niks van begreep”, en ook in de Achtste duurde het even voor het licht ging branden. „Ik heb het stuk onder Lorin Maazel gehoord en toen vond ik het megalomaan, wat het ook is.”  Maar nu is hij volledig in de ban en snapt hij Faust II wel, soort van. „Het gaat over de eeuwige liefde. Over hoe wij mensen het aardse met het hemelse verbinden, de reis ernaartoe.”

En over Mahlers eigen leven, zegt Mandos. „We weten allemaal van de moeilijke verhouding tussen Alma en Gustav. Zij het mooiste meisje van Wenen, negentien jaar jonger dan hij, een jonge vrouw die enorm opkeek tegen grote kunstenaars. Die al een affaire had gehad met haar leraar Zemlinsky toen ze nog zeer getalenteerd componeerde, wat ze van Mahler niet meer mocht. Hun relatie was niet gebaseerd op fysieke maar op geestelijke aantrekkingskracht. Ze beschrijft hem ergens als afstotelijk. Mahler was een moeilijke, dwangmatige man die nu al honderd keer gecanceld was geweest. Alma mocht niks meer. Voor ze trouwden was ze voor die tijd uitbundig gekleed, van hem moest ze reformjurken dragen. Alles wat ze aan joie de vivre en kracht uitstraalde, was weggeslagen. Maar uiteindelijk heeft hij de Achtste symfonie toch aan haar opgedragen, als een liefdesbetuiging.”

Liefde en vrijheid

Daar ziet Mandos de verbinding tussen Mahlers huwelijksleven en het stuk. „De Achtste gaat over twee dimensies die niet bij elkaar passen en toch bij elkaar moeten komen.” Geest en lichaam, man en vrouw. Daarom trekt het NNO aan de vooravond van uitvoeringen dit thema breder met het randprogramma How to conduct life, ‘festival over liefde, vrijheid en jezelf zijn’. Met lezingen en workshops over seksualiteit, feminisme, vrouwen en gelijkheid, gevolgd door het eerste deel van de Achtste en een afterparty.

Over de liefde gesproken: Als opmaat naar Mahler speelt het NNO voor elke uitvoering Demeurer dans l’amour, een meditatie over de liefde uit Messiaens laatste orkestwerk Éclairs sur l’au-delà (1991). Mandos: „Daar beginnen we mee omdat het ook over de liefde gaat, over de liefde voorbij het graf, en dan gaan we in één keer door naar Mahler.” Messiaens intieme strijkersstuk gaat over de liefde als mysterie. Dat, zegt Hermus, is onderdeel van de magie die de weg naar en door de Achtste voor hem is geworden. „Het is als een fascinerend boek lezen en alleen maar willen weten hoe het afloopt.” Maar het gaat, beseft hij ook, om het ervaren van iets groots en onbenoembaars, om de vraag waarop geen antwoord is. „Ik kwam bij het chorus mysticus, las Goethes regel ‘Alles Vergängliche ist nur ein Gleichnis’, en ineens schoot ik vol. Nu weer. Waarom? Ik kan het je niet zeggen.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next