Woensdag gaat voor het eerst in de wereld een minimumleeftijd voor sociale media in: Australiërs onder de 16 jaar mogen niet meer op apps als TikTok, Instagram, Snapchat en YouTube. In Nederland wordt over vergelijkbare maatregelen gedacht, maar hoe effectief is zo’n verbod?
is techredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over sociale media en kunstmatige intelligentie.
Een ID-kaart van iemand anders lenen, een vlassig snorretje laten staan of flink in de make-up: de afgelopen dagen hebben een heleboel tieners in Australië een poging gedaan zich langs de digitale uitsmijter van de socialemediaplatforms te bluffen. Vanaf woensdag geldt in dat land een minimumleeftijd van 16 jaar voor het gebruik van apps als TikTok, Snapchat en YouTube. Wie onder andere op basis van een gezichtsscan jonger wordt geschat (en geen geldig ID-bewijs kan laten zien om het tegendeel te bewijzen), komt er niet meer in.
‘Australië neemt hiermee wereldwijd het voortouw’, vindt premier Anthony Albanese. Als argumenten voor het verbod noemt de Australische overheid de verslavende elementen van sociale media, zoals algoritmische aanbevelingen en een eindeloze stroom van video’s en berichten, en de impact van schadelijke berichten op de mentale gezondheid. Helpt een minimumleeftijd daarbij? Drie vragen.
1. Hoe gaan de techbedrijven handhaven?
Op basis van ingevoerde geboortedata, (menselijke) moderatie en analyses van gedrag, geplaatste berichten en beeldmateriaal schatten socialemediaplatformen welke accounts mogelijk van 16-minners zijn. De meeste platformen vragen deze gebruikers vervolgens hun gezicht door AI-software te laten scannen; wie te jong wordt geschat, kan met een ID-bewijs alsnog het tegendeel bewijzen.
Dat is verre van foutloos, hoewel de overheid dit bezwaar in haar eigen rapporten wegmoffelt, schrijft The Guardian. Op basis van verschillende onderzoeken zit de software er gemiddeld 10 tot 20 procent naast, maar van AI-modellen is al jaren bekend dat ze minder goed functioneren bij mensen van kleur. De overheid testte 328 tieners, maar nam in die groep maar zes mensen mee met een inheemse achtergrond – van wie de helft verkeerd werd ingeschat.
Veel Australische tieners zeggen nog steeds op een of meer platformen te kunnen inloggen, ofwel door de regels te omzeilen ofwel omdat ze niet zijn gecontroleerd.
2. Hoe effectief is het verbod voor het verbeteren van de mentale gezondheid?
Het is lastig om de precieze gevolgen van socialemediagebruik op mentale gezondheid vast te stellen. (Langetermijn)onderzoek loopt per definitie achter op de razendsnelle technologische ontwikkelingen, en onderzoek dat de gevolgen voor álle tieners probeert vast te stellen, levert zelden sterke resultaten op, omdat de onderlinge verschillen tussen tieners groot zijn.
Wie op bepaalde gebieden al een achterstand heeft, zoals een slechte thuissituatie, problemen op school of mentale klachten, heeft vaak meer last van de negatieve kanten van sociale media, terwijl voor de meerderheid van de jongeren geen duidelijke effecten zijn gevonden, en een deel positieve gevolgen ervaart.
Voorstanders vinden dat de negatieve gevolgen zwaar genoeg wegen om de positieve elementen van sociale media op te geven. Tegenstanders voeren aan dat het ondanks een minimumleeftijd onvermijdelijk is dat kinderen in aanraking komen met schadelijk materiaal. Zij vinden het belangrijker dat kinderen leren hoe ze hiermee omgaan. Daarnaast verdwijnen veel schadelijke elementen niet zodra iemand ouder dan 16 is. Om de mentale gezondheid van jongeren (en volwassenen) te verbeteren, moeten de schadelijke elementen van de platformen zelf worden aangepakt.
3. Hoe staat het verbod in verhouding tot (digitale) kinderrechten?
Volgens het Verdrag inzake de Rechten van het Kind hebben kinderen in zowel de fysieke als de digitale wereld recht op privacy, ontspanning, bescherming en een gezonde ontwikkeling. Het verbod op sociale media beschermt kinderen enerzijds tegen schadelijke elementen, maar ontneemt ze anderzijds iets waar ze recht op hebben.
Zo is Charlie Plant, voorzitter van de jeugdafdeling van de centrumrechtse National Party of Australia, fel tegen het verbod, omdat jonge Australiërs in afgelegen gebieden in grote mate afhankelijk zijn van sociale media om in contact te blijven met leeftijdsgenoten. De 15-jarige Breanna Easton, die op het Australische platteland woont, sluit zich daar tegenover de BBC bij aan: ‘Door sociale media te verbieden ontneem je ons de manier waarop we met elkaar praten.’
Volgens onderzoek van de Australische jongerenorganisatie Minus18 is ruim 80 procent van de lhbti-jongeren bang dat ze door het verbod het contact met hun gemeenschap kwijtraken. Minus18 vreest dat queer jongeren, die online twee keer zo vaak worden lastiggevallen als heteroseksuele leeftijdsgenoten, hun toevlucht zoeken tot onlineplatformen die nog moeilijker te controleren zijn.
Positief gestemde kinderen zijn er ook, zoals Flossie Brodribb, die tegen NPR zegt dat ‘het kinderen zoals mij zal helpen gezonder, veiliger en vriendelijker op te groeien’.
Eén ding staat vast: het lukt de volwassenen maar niet om voor een online omgeving te zorgen waarin kinderen veilig kunnen leren, spelen, socializen en experimenteren.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Alles over tech vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant