Home

De kleine satellieten van Delfts ruimtevaartbedrijf Isispace werden eerst nog weggehoond. Maar de tijden zijn veranderd

Technologie Wie een kleine satelliet wil lanceren, kan terecht bij het Delftse bedrijf Isispace, dat fungeert als een soort reisbureau voor satellieten. Na oprichting in 2006 werd Isispace nauwelijks serieus genomen. Nu is het ministerie van Defensie een vaste partner.

Isispace maakt vele verschillende 'cubesats', een kleine satelliet (30 x 20 x 10 centimeter), volgepropt met elektronica.

‘Dat is vreemd”, zegt Melania Pugliese. De satellite operator zit geconcentreerd naar een computerscherm te turen dat volloopt met rode en groene alerts. Pugliese en collega Davide Cavalli werken bij het Delftse ruimtevaartbedrijf Isispace. Ze begeleiden een pass – het moment dat een satelliet in zijn baan om de aarde over een bepaalde locatie komt – van de nog geen week geleden gelanceerde satelliet Speqtre.

Om de anderhalf uur komt Speqtre overvliegen, en is de satelliet een minuut of acht binnen het bereik van een schotelantenne op het dak van de TU Delft, een paar honderd meter verderop. In die acht minuten moet er veel gebeuren: verschillende deelsystemen van de satelliet moeten worden getest en ingesteld, om de satelliet klaar te maken voor gebruik door de klant.

„Maar nu is er een error”, legt Cavalli later uit. „De satelliet heeft een fout gedetecteerd, en is automatisch overgeschakeld naar een veilige modus. Bij de volgende pass gaan we data downloaden, en kijken wat er aan de hand is.”

Het klinkt ernstig, maar Cavalli lijkt niet echt in paniek. „Nee hoor, dit is heel normaal”, zegt hij. Het hoort bij het dagelijkse werk van Isispace: het ontwerpen, bouwen, lanceren, opstarten en opereren van kleine satellieten.

„Onze operators zitten de hele dag passes te begeleiden”, zegt Hugo Brouwer, systems engineer en manager. „We hebben op dit moment zes eigen satellieten in een baan om de aarde, met nog twee op komst, dus ze hebben genoeg te doen.”

Quantumcommunicatie

De satelliet Speqtre, gemaakt voor het Britse instituut RAL Space, is een cubesat, een kleine satelliet (30 x 20 x 10 centimeter), volgepropt met elektronica. De satelliet moet met een laserverbinding tussen satelliet en de aarde inherent veilige quantumcommunicatie-protocollen gaan testen. Dat is een nieuwe techniek om gevoelige communicatie te beveiligen. Door gebruik te maken van eigenschappen van het overgeseinde laserlicht, zijn boodschappen zo te versturen dat je het altijd kunt detecteren als ze onderschept worden (en dan houd je dus op met zenden). Banken en inlichtingendiensten gebruiken deze technieken al voor communicatie op aarde, de versie waarin je met satellieten communiceert is nog grotendeels experimenteel. Vandaar deze satelliet. 

Maar zover is het nog niet: de tests zijn nog niet begonnen. „Zij leveren de instrumenten, wij leveren de ondersteunende software en besturingsapparatuur zoals radioverbindingen, zonnecellen voor energie en het chassis van de satelliet. En we starten de satelliet op en stellen hem in, dat duurt meestal een paar weken”, legt Brouwer uit. Speqtre is vrijdagavond 28 november gelanceerd, als één van in totaal 140 satellieten, aan boord van een Falcon 9-raket van SpaceX vanuit de Verenigde Staten.

Isispace ontwerpt en bouwt jaarlijks zo’n twintig satellieten. Verder fungeert het bedrijf als een soort reisbureau voor de satellieten van anderen: het test onderdelen, regelt een raketvlucht en de technische begeleiding na lancering. 44 van die 140 satellieten zijn met behulp van Isispace vertrokken, 36 ervan zijn aardobservatie-cubesats van het commerciële satellietfotobedrijf Planet Labs. „De afgelopen twintig jaar hebben we zo’n 815 satellieten helpen lanceren”, zegt topman Jeroen Rotteveel.

Daarmee is het bedrijf, met ruim 140 mensen personeel een middelgrote speler in de Europese ruimtevaartmarkt, in 2006 ontstaan uit een studentenproject van de studie Lucht- en Ruimtevaarttechniek van de TU Delft. „In 2008 hebben we Delfi-C3 gelanceerd, een heel eenvoudige cubesat van 10 bij 10 bij 30 centimeter’, zegt Rotteveel. „We dachten: nu kunnen we gaan promoveren en gaan werken voor de grote ruimtevaartbedrijven. Of we kunnen toch zelf iets gaan doen. In Europa werkte toen nog niemand aan kleine satellieten. Er was nog nauwelijks commerciële ruimtevaart.”

In de VS waren kleine cubesats toen al een aantal jaar in opkomst, in 1999 bedacht als manier voor universiteiten om ervaring op te doen met satellieten. Rotteveel: „Ze waren relatief eenvoudig te bouwen, liften mee met de lancering van grotere satellieten, en kosten maar een paar honderdduizend dollar. Maar ze werden totaal niet serieus genomen. Bij de Europese ruimtevaartorganisatie ESA werden we weggelachen met ons speelgoed.”

De tijden zijn veranderd: in plaats van decennia werken aan een grote satelliet, is het snel ontwikkelen en lanceren van kleinere, goedkopere satellieten de norm geworden, vaak in constellaties van honderden stuks. De Amerikaanse ruimtestrijdkrachten lanceren cubesats, en ook het businessmodel van het Amerikaanse Planet Labs, dat op bestelling satellietfoto’s kan leveren, is gestoeld op een netwerk van zo’n tweehonderd cubesats. Ook ESA werkt inmiddels samen met Isispace.

Falcon 9 voert de boventoon

Aanvankelijk begonnen Rotteveel en collega’s met het maken van onderdelen en als makelaar voor raketlanceringen. Wie een satelliet wilde lanceren kon een plek boeken op een Russische Dnjepr, een omgebouwde kernraket, of met de Indiase PSLV-raket. Nu voert de Falcon 9 van SpaceX de boventoon.

De Delftenaren gingen ook satellieten in opdracht ontwerpen, laat Brouwer zien tijdens een rondleiding in het uit zijn voegen barstende jarenzeventiggebouw. Op veel plaatsen in de werkruimtes, cleanrooms en kantoorruimtes zijn de kubusvormige satelliet-onderstellen, printboardjes en andere onderdelen te zien. Ook slingeren hier en daar de Delftsblauwe deployers, grote opbergdozen met springveren, die er na lancering voor zorgen dat een satelliet op het goede moment en met de juiste snelheid de ruimte in geduwd worden.

„De omzet komt nu op zo’n 19 miljoen euro. We zitten op de rand van winstgevendheid”, zegt Rotteveel. „Wat we verdienen, stoppen we terug in nieuwe ontwikkeling.” Investeerders heeft Isispace  al die jaren niet of nauwelijks gehad, „maar dat gaat nu wel veranderen, verwacht ik”. „In veel landen zijn soevereine ruimtevaartcapaciteiten ineens heel belangrijk geworden, zeker, dus wij denken dat er best een scherpe knik in de vraag aankomt.”

Het Nederlandse ministerie van Defensie is al een vaste partner. In 2021 werd de eerste militaire satelliet, Brik II, gelanceerd. Nu wordt er onder andere gewerkt aan een aantal militaire Oostenrijks-Nederlandse satellieten voor satellietfoto’s. In de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 van de overheid is ruimtetechnologie uitgeroepen tot een van de vijf hoofdgebieden.

Trainingen

Ook landen die hun eerste stappen op het ruimtevaartpad zetten, komen in Delft uit. Op een schap in een cleanroom ligt het engineering model van de eerste satelliet van Bhutan. Brouwer: „Landen sturen hun studenten hierheen. Dan bouwen we niet alleen een satelliet, maar leveren we ook trainingen, vaak samen met de TU Delft.”

Niet alle apparatuur bij Isispace is zo hightech als je zou verwachten. Brouwer toont een komisch eenvoudige installatie om satellieten te testen: een metalen tafel, waar de satelliet op gemonteerd wordt, plus een grote valhamer, die keihard op de tafel neerklapt. „Lanceringen gaan vaak gepaard met harde schokken”, zegt Brouwer. „Dat kunnen we zo prima nabootsen.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Broncode

Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren 

Source: NRC

Previous

Next