Home

‘Vroeger kon ik nog schijt hebben aan alles, nu hebben mijn keuzes directe invloed op mijn toekomst’

Naparth Sabyai (25) verhuisde op jonge leeftijd van Thailand naar Nederland. Hier ervaarde ze veel racisme, maar kreeg toch voet aan de grond: ‘Ik heb van mijn moeder geleerd dat je moet vechten voor wat je wilt.’

is televisierecensent voor de Volkskrant.

Waar ben je opgegroeid?

‘Ik ben geboren in Bangkok, de hoofdstad van Thailand, maar opgegroeid in een dorpje vlak buiten de stad. Daar woonde ik alleen met mijn moeder; mijn vader heb ik nooit ontmoet.

‘Toen ik 8 jaar was, kreeg mijn moeder iets met een Nederlander die in Thailand op vakantie was. Hij kwam ons af en toe opzoeken, en na een tijdje werd ze zwanger van hem. Toen heeft ze besloten dat we bij hem in Volendam zouden gaan wonen.

25 in 25

In de serie 25 in 25 vragen we jongeren geboren in 2000 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in25@volkskrant.nl

‘Zelf wilde ik helemaal niet verhuizen. Ik sprak geen Nederlands, kende niemand in Volendam en moest ook nog eens mijn hond in Thailand achterlaten. Maar ik had geen keus, want ik was nog maar 11 jaar en kon natuurlijk niet alleen achterblijven.’

Hoe was het om bij hem te gaan wonen?

‘Moeilijk. Ik begon te puberen, mijn stiefvader en ik hadden veel ruzie. In Thailand woonden mijn moeder en ik samen in één kamer en sliepen we altijd in hetzelfde bed. Maar van mijn stiefvader moest ik ineens alleen in mijn eigen kamer slapen. Ik dacht echt: wat doe jij nou? Kom ik helemaal naar Nederland voor jou, en dan neem je ook nog eens mijn moeder van me af.

‘Toen mijn zusje werd geboren vond ik dat ook lastig, want daardoor moest ik de liefde van mijn moeder met nog meer mensen delen. Ik voelde me in die tijd erg alleen.’

Lukte het wel om vrienden te maken?

‘Eerst niet, omdat ik geen Nederlands kon. Ik was in die tijd wel vaak bij mijn opa en oma, de ouders van mijn stiefvader. Zij gaven me altijd het gevoel dat ze me echt zagen als hun kleindochter, ook al waren we geen familie en spraken we niet eens dezelfde taal.

‘Op een dag zat ik bij hen door het raam te kijken naar een meisje dat voor hun huis aan het spelen was. Mijn oma heeft me toen overtuigd om naar buiten te gaan. Toen ben ik met dat meisje bevriend geraakt. We communiceerden met onze handen en een paar woorden Engels, maar werden toch erg hecht.

‘Dat was fijn, maar het duurde nog even tot ik me echt op mijn gemak voelde in Volendam. Het voelde lange tijd alsof ik er gewoon niet bij hoorde.’

Waardoor kreeg je dat gevoel?

‘Door dansles, bijvoorbeeld. Toen ik daar de eerste keer binnenkwam, keek iedereen me zó vreemd aan. En daarna wilde niemand met me dansen of met me praten. Toen besefte ik voor het eerst dat ik er anders uitzie: ik was zelfs bijna de enige met zwart haar. Daar heb ik veel om gehuild.

‘Ik heb in Volendam best vaak met racisme te maken gehad. Dat kinderen ‘ching chong’ tegen me roepen, bijvoorbeeld. Of dat iemand opeens ‘ni hao’ tegen me zegt in de kroeg. En als ik daar iets van zeg, kiezen de beveiligers vaak ook nog eens de kant van de Nederlander.

‘Maar daar ben ik inmiddels wel aan gewend. Mijn moeder zei altijd dat ik gewoon moest doorgaan en hard moest werken. Dan zou ik vanzelf geaccepteerd worden. Daar had ze wel gelijk in: ik ben bijvoorbeeld gewoon naar dansles blijven gaan en heb daar uiteindelijk tóch vriendinnen gemaakt.

‘Tegenwoordig voel ik me ook echt thuis in Volendam, ook al woon ik er niet meer. Ik hou van de vis, de dijk, de kermis en de klederdracht. En het is zo’n hechte gemeenschap: de mensen geven er om elkaar. Dat vind ik – los van het racisme – toch ook wel iets moois.’

Is de band met je stiefvader uiteindelijk verbeterd?

‘Niet echt. Het werkte gewoon niet tussen ons. Hij deed bijvoorbeeld nauwelijks iets in het huishouden, terwijl mijn moeder het heel druk had: ze had een eigen sushizaak in het dorp, waar ik ook werkte. Ik zag hoe vermoeiend dat voor mijn moeder was, en dat nam ik hem kwalijk.

‘Op mijn 20ste trok ik dat niet meer en ben ik uit huis gegaan. Dat was nogal impulsief en eigenwijs van me, want ik verdiende eigenlijk te weinig om mijn huur te betalen. Ik kwam elke maand nauwelijks rond en had constant geldstress. Daarom ben ik uiteindelijk toch weer bij mijn stiefvader gaan wonen. Het voelde alsof ik had gefaald.

‘Dat was sowieso een moeilijke periode, want een paar maanden later besloten mijn moeder en stiefvader dat ze gingen scheiden. Het huis moest worden verkocht, er was veel ruzie, alles was onduidelijk. Ik wist niet wat ik wilde en voelde me verdwaald.’

Hoe ging je daarmee om?

‘Ik probeerde zo min mogelijk thuis te zijn en ging daarom bijna elk weekend uit. Dan dronk ik vaak veel, om niet na te hoeven denken over de realiteit. Dat was op het moment leuk, maar mijn problemen gingen natuurlijk niet weg. Sterker nog, ik raakte mezelf juist steeds meer kwijt.

‘Dat duurde een paar maanden, tot ik mijn huidige vriend ontmoette op een feestje in Rotterdam. Ik zag meteen dat hij een verstandige jongen is, die begrijpt hoe de wereld werkt. We gingen op een paar dates, en hij merkte al snel dat het niet goed met me ging. Daarom stelde hij voor dat ik bij hem en zijn vader in Maassluis ging wonen, dus dat heb ik gedaan. En een jaar geleden heeft hij ons huidige huis in Vlaardingen gekocht.

‘Omdat ik niet op en neer wilde reizen ben ik toen gestopt bij de sushizaak van mijn moeder. Daardoor had zij het gevoel dat mijn vriend mij van haar afpakte, terwijl haar eigen leven in elkaar stortte. Ik heb haar uitgelegd dat ik soms ook voor mezelf moet kiezen. Dat begrijpt ze ondertussen beter.’

Wat voor werk doe je nu?

‘Ik werk als event manager bij de Erasmus Universiteit, maar ik ben op zoek naar iets anders. Mijn werktijden zijn nogal onregelmatig en ik zou liever een 9-tot-5-baan hebben, net als mijn vriend. Maar dat is nog best lastig. Ik heb de mbo-opleiding marketing en communicatie gedaan, maar daarna alleen in de horeca gewerkt. Daardoor heb ik voor veel banen niet genoeg ervaring.

Naparth Sabyai werd 25 op 23 januari.

Woonplaats: Vlaardingen

Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Nu ik een stabiele relatie heb, een 8,5. Maar single zou dat waarschijnlijk een 6 zijn.’

Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Niet echt.’

Waar ben je over zeven jaar? ‘Dan heb ik een eigen beautysalon met leuk personeel, waarin ik mooie meiden kan helpen.’

‘Dat geeft me stress. Ik weet niet of ik wel echt iets kan opbouwen met mijn vriend, en bijvoorbeeld aan kinderen kan beginnen, als ik in de horeca blijf werken. Ik twijfel veel, vraag me af of ik toch nog een hbo-opleiding moet doen. Vroeger kon ik nog schijt hebben aan alles en wegrennen voor mijn problemen, maar nu hebben mijn keuzes opeens directe invloed op mijn toekomst. Dat vind ik super eng.’

Wat voor baan zou je het liefst willen hebben?

‘Het liefst zou ik mijn eigen baas zijn. Een half jaar geleden heb ik een van de kamers hier veranderd in een kleine beautysalon, waarin ik nu wimperlifts doe. Dat gaat goed, ik krijg steeds meer klanten. Hopelijk kan ik ooit een eigen salon openen, misschien zelfs in Volendam. Het zou me zo trots maken als de vriendinnen van mijn moeder daar kunnen langskomen.

‘Nu is het nog best zwaar om die salon te combineren met een vaste baan. Maar ik heb van mijn moeder geleerd dat je moet vechten voor wat je wilt. In Thailand had zij het enorm moeilijk als alleenstaande vrouw, maar ze heeft het wel gered. En in Nederland begon ze als afwasser, terwijl ze nu een eigen onderneming heeft. Dat vind ik inspirerend: als je hard genoeg werkt, kom je er wel.’

Wat zou je zelf aan je kinderen willen meegeven?

‘Dat ze hun eigen leven mogen leiden. Omdat mijn moeder me naar Nederland heeft meegenomen voor een beter leven, heb ik altijd het gevoel gehad dat ik haar niet mag teleurstellen. Ze heeft nooit gezegd dat ik rijk moet worden, maar ik ervaar wel druk. Ik mag van mezelf geen sukkel zijn die veel uitgaat, bijvoorbeeld. Als ik even niets doe, voel ik me al snel schuldig.

‘Ik heb de neiging om vooral te doen wat het beste voor anderen is: voor mijn moeder, maar ook voor mijn vriend. Maar door te praten met een psycholoog en boeken te lezen, zoals Dingen die je alleen ziet als je er de tijd voor neemt van Haemin Sunim, lukt het me gelukkig steeds beter om soms ook voor mezelf te kiezen.

‘Ik zou mijn kinderen willen meegeven dat zij dat ook mogen doen. Ik heb ze dan misschien op de wereld gebracht, maar het blijft hún leven. Hard werken is goed, maar je moet wel iets doen waar je trots op bent.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next