Home

‘Eternity’: hoe de dood in films een viersterrenhotel werd

Het hiernamaals in film In de romkom ‘Eternity’ moet Joan beslissen met welke echtgenoot ze naar welke hemel gaat. Hoe werd de hemel een vakantieoord met keuzemenu?

Joan (Elizabeth Olsen) moet in het hiernamaals kiezen tussen een eeuwigheid met Larry (Miles Teller, midden) of Luke (Callum Turner).

Romantische komedie

Eternity. Regie: David Freyne. Met: Miles Teller, Elisabeth Olsen, Callum Turner. 114 min.

Met wie wil Joan haar eeuwigheid doorbrengen? In de romantische komedie Eternity, deze week in de bioscoop, arriveert de ziel van tachtiger Larry per ‘soul train’ op het eindstation: hij stikte in een pretzel. We zagen hem eerder teder kibbelen met Joan, de vrouw met wie hij 65 jaar getrouwd was. Zij volgt spoedig, weet Larry: Joan heeft kanker.

Dood is Larry tot zijn vreugde weer een dertiger, in staat tot squats en erecties. In het hiernamaals ben je je „gelukkigste zelf”, legt de HC (‘hiernamaalscoördinator’) uit, die hem opwacht in de aankomsthal. Na de dood word je niet beoordeeld of gewogen, maar bediend: als je maar gelukkig bent. Maar als Joan arriveert, blijkt Larry een rivaal te hebben: haar eerste echtgenoot Luke, die sneuvelde in Korea. Hij wacht al 67 jaar op Joan, hoe romantisch is dat? Joan moet kiezen: passie met de smachtende Luke of vertrouwd knuffelen met Larry. De strijd om haar hart begint, met verleiding, dirty tricks en zelfs geweld: ook in het hiernamaals kan je een kater oplopen, of een blauw oog.

In Eternity is het hiernamaals een viersterrenhotel. Zielen krijgen er een week de tijd om te beslissen over een hemel naar keus. Dat zijn een soort pretparken: Alpenwereld 312 of Museumwereld 475, Nudistenwereld of Ziekenhuissoapwereld, Kankervrije Rokerswereld of Queer Weimar-wereld („een geweldige jaren dertig zonder nazi’s”). Aan de voet van het dodenhotel ligt een beurs met stalletjes waar verkopers dode zielen warm maken met brochures en gratis cocktails. Een gewichtige keus, want voor altijd:  wie zijn hemel beu is en probeert te ontsnappen via de personeelsdeur eindigt in ‘the void’ van eeuwige sensorische deprivatie.

De hemel als afterparty

Eternity is een vermakelijke Amerikaanse romkom met de gebruikelijke kleinburgerlijke moraal; een triootje van Luke, Larry en Joan is nooit een optie en Joan wordt geacht een van de heren te volgen naar de hemel die zij uitkiezen, al overweegt ze wel even eeuwig te shoppen met haar beste vriendin in Parijswereld. Het hiernamaals is een gedisneyficeerde all-inclusive, engelen zijn verkopers die lijden aan depressie en stress. „Na een tijdje wordt alles hier verkopen, verkopen, verkopen”, verzuchten ze. Eternity kent een happy end – het is een romkom. Maar dat kan je ook als een nachtmerrie zien. Is deze hemel misschien stiekem de hel, een truc van Satan om zondaars te misleiden, zoals in tv-serie The Good Place (2016-2020)?

In Eternity dringen we in de hemel zelf door, in meerdere hemels zelfs. Dat is vrij uniek in films: bij eeuwige gelukzaligheid of het oplossen van het ego kunnen we ons immers weinig voorstellen. „Heaven is a place where nothing ever happens”, zongen de Talking Heads al. Pixarfilm Soul (2020) beperkt zich daarom tot een roltrap richting een lichtbol waarin zielen blijmoedig oplossen, in oude films komt de camera zelden voorbij de hemelpoort met mistwolken. Een uitzondering is What Dreams May Come, een digitaal hoogstandje uit 1998 dat ons de hemel van komiek Robin Williams toont: grootse, nogal bedrukkende landschappen in de stijl van prerafaëlieten of de Duitse romantiek. Dat is zíjn hemel, vertelt een geleidegeest. De hel – geïnspireerd op Jeroen Bosch en Gustave Doré – oogt een stuk bruisender.

Kiezen Joan en Larry voor Alpenwereld 312, Museumwereld 475, Nudistenwereld of Ziekenhuissoapwereld, Kankervrije Rokerswereld?

Blunderde bureaucraten

In films gaat het ook niet zozeer om de hemel, maar om onze weg daarheen.  In de 20ste eeuw gaat opvallend vaak een – blunderende – hemelse bureaucratie over ons zielenheil: in het hiernamaals blijven we burgers met rechten en plichten. In Jean Cocteaus Orphée (1950) is het een ruïnewereld met sombere verhoorruimtes waar tribunalen van zure oude mannen vonnissen vellen. In Hollywoodfilms is die bureaucratie welwillender. Zo gaat in Here Comes Mr Jordan (1941) een bokser een halve eeuw te vroeg dood en krijgt hij daarom een nieuw lichaam – het oude is reeds gecremeerd. Ook in het Britse A Matter of Life and Death (1946) is het hiernamaals een oneindig overheidskantoor in zwart-wit waar men aan een faire behandeling hecht. Een neerstortende piloot overleeft zijn eigen dood door een foutje van een engel. Als die hem alsnog komt oppikken, heeft de piloot een geliefde gevonden. Een tribunaal moet beslissen of dat hem recht geeft om verder te leven.

In latere, neoliberale tijden slinkt het vertrouwen in de hemelse bureaucratie, zo lijkt het. Zie Tim Burtons  Beetlejuice (1988), waar zielen langdurig op aarde blijven rondspoken vanwege administratieve rompslomp en het hiernamaals een kafkaësk doolhof is met wachtkamers vol komisch verminkte lijken. In Defending Your Life (1991) is ‘Judgement City’ een gigantisch sanatorium met neerbuigende juristen die in een hoorzitting vaststellen of zielen nog een ronde moeten reïncarneren of klaar zijn om door te stromen naar hun hogere niveau.

Daar zijn doden burgers van een overheid; in de Nederlandse productie Wings of Fame (1990) zijn het eerder pensionado’s die parasiteren op de levenden. In een even origineel als cynisch script van Herman Koch speelt Peter O’Toole een filmster die op de rode loper wordt omgebracht door een piepjonge Colin Firth. Eenmaal dood varen ze samen naar een grand hotel, waar roem je alleen een luxueuze kamer bezorgt. Vervaagt op aarde je naam, dan volgt een downgrade naar kleinere kamers, de kelder en ten slotte – na een sadistische afscheidsceremonie – een plons in het meer der vergetelheid.

In Wings of Fame is het personeel rancuneus en de bedrijfspolitiek een stuk grimmiger dan in het Disneyhotel van Eternity, waar men de doden slechts een eeuwigdurende franchise wil aansmeren. De directie oordeelt daar niet, sluist zielen slechts door. Die bedrijfsmatige hemel lijkt een voorschot op de nieuwe ‘provider’ van het eeuwige leven: technologie. Want straks regelt de wetenschap onsterfelijkheid, hopen we: door regeneratie van cellen of het kopiëren van ons bewustzijn.

De dood in het datacentrum

Vooral het uploaden van bewustzijn op harde schijf spreekt tot de verbeelding van filmmakers. De doorgaans dystopische Netflix-serie Black Mirror kent één aflevering met opvallend techno-optimisme: San Junipero. Daar uploaden levenden hun bewustzijn recreatief naar avatars in virtuele vakantieoorden, doden wonen daar permanent. San Junipero, een Gen X-zone waarin het altijd 1987 blijft, is een van de vele digitale hemels in het datacentrum.

De vraag is dan wel wie je digitale abonnement betaalt na je dood. En welke rechten heeft een armlastige dode? Dat stipt Amazons hitserie Upload (2020-2025) aan. Rijkaards genieten anno 2033 het eeuwige leven in het virtuele luxehotel Lakeview, waar alles te koop is: het hiernamaals is een bedrijfssector van 600 miljard dollar. Maar net als in Eternity en Wings of Fame heeft dit dodenhotel een kelder, zo blijkt: daar reduceert men armoezaaiers tot hoekige 32- of 16-bit-versies, want dat eist minder geheugen. De overleden held Nathan, die wordt  gefinancierd door zijn steenrijke, nog levende vriendin Ingrid, valt voor zijn ‘Angel’, een employee van de helpdesk die hem wegwijs maakt in hotel Lakeview. Complicaties volgen.

God woont straks dus in Silicon Valley,  de hemel wordt een digitaal vakantieoord toegankelijk voor levenden én doden. De dood is dan getemd en onschadelijk gemaakt; er is nog nauwelijks verschil met het leven. Philippe Ariès (1914-1984), de Franse historicus van de dood, zou zich niet verbazen over deze moderne doodsfantasie. Ariès onderzocht hoe het hiernamaals in de westerse cultuur veranderde van een langdurige sluimer tot een sleutelmoment waarop God de balans van het leven opmaakt: hemel, hel of vagevuur? Later werd de dood een tijdelijke scheiding van geliefden, gevolgd door een eeuwige afterparty. Begin 20ste eeuw, toen God overleed, werd de dood volgens Ariès nog griezeliger, en daarom gemedicaliseerd,  uitgebannen en ontkend. Zie romkom Eternity, waar de bejaarde Joan haar familie niet wil confronteren met haar kanker. Dat zou de stemming maar drukken. Iedereen moet happy zijn.

In onze postmoderne wereld – Ariès overleed in 1984 – wordt de dood niet langer weggestopt, maar tot een spektakelstuk opgeblazen, met flamboyante nieuwe rituelen, ‘bucket lists’, reality shows en bestsellers van stervenden.  We zijn geobsedeerd door levensverlenging en gefascineerd door de dood omdat we eigenlijk wel weten dat het dan echt voorbij is. En dus dromen we nu in de bioscoop graag over een dood met keuzemenu in Hiernamaals bv, zoals in Eternity. 

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Film

De beste filmstukken interviews en recensies van de nieuwste films

Source: NRC

Previous

Next