Tijdens de eerste van zes zittingsdagen over het fatale ongeluk met de Stint in Oss, probeert de rechter de verwachtingen te temperen. ‘Weet dat er nog veel stappen te zetten zijn om tot een oordeel te komen.’ De grote vraag: was de Stint een schadelijk product?
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Hij volgt de komende dagen het strafproces tegen de producenten van de Stint.
De voorzitter van de rechtbank valt dinsdagochtend al snel met de deur in huis. Na zeven jaar en bijna drie maanden staat de strafzaak over het fatale ongeluk met de Stint in Oss op het punt van beginnen. Waar de nabestaanden in de zaal vooral zullen hopen dat er duidelijkheid komt over dat ongeval, willen de rechters eerst iets benadrukken.
‘Voor velen van u zal de begrijpelijke vraag zijn: wat is de oorzaak en wie heeft er schuld?’, zegt de rechtbankvoorzitter, over het drama waarbij vier jonge kinderen omkwamen toen de Stint met een intercitytrein botste. ‘Maar de oorzaak van het ongeluk heeft men niet kunnen vaststellen.’
De in Den Bosch behandelde strafzaak tegen de twee producenten van de Stint, legt hij uit, draait immers om twee vragen: hebben ze een schadelijk product op de markt gebracht? En zwegen ze hierover, waardoor gebruikers in gevaar werden gebracht? Het Openbaar Ministerie ziet het dodelijke ongeval als uitvloeisel van dat (frauduleuze) handelen.
In zittingszaal A en via een videoverbinding wonen nabestaanden – een deel van hen komt donderdag aan het woord – de start van het strafproces bij. ‘Mensen in de zaal zullen in spannende afwachting zijn’, houdt de rechtbankvoorzitter ze voor. ‘In de hoop dat met de behandeling en het vonnis duidelijkheid zal komen. Dat er vragen zullen worden beantwoord, dat er een oordeel komt over goed of fout, over wel of niet strafrechtelijk vervolgen.’
De weg daarnaar toe zal een lange zit worden voor alle aanwezigen, waarschuwen de rechters. Het 37 ordners, 17 duizend pagina’s dikke dossier dat het Openbaar Ministerie heeft aangelegd, is overwegend technisch van aard. Over nuldraden zal het gaan, over remvertraging en terugverende gashendels. En over de geldende en niet-geldende richtlijnen en regels waaraan voertuigfabrikanten moesten voldoen. Zoals die voor ‘bijzondere bromfietsen’, de categorie binnen de Stint tot de weg werd toegelaten.
‘Misschien denkt u ergens in de loop van het proces: gaat dit nog wel over dat wat er in september is gebeurd?’, merkt de rechtbankvoorzitter op. ‘Weet dan dat er nog veel stappen te zetten zijn om tot een oordeel te komen. Het kan zakelijk of misschien afstandelijk overkomen. Maar ik vertrouw erop dat u begrijpt waarom we dit doen.’
Eerder die ochtend zijn Stint-ondernemers Peter Noorlander en Edwin Renzen ongestoord het grote plein voor het Bossche Paleis van Justitie overgestoken. De filmploegen zijn vooral geïnteresseerd in Carry en Geert-Jan Knoops, het advocatenechtpaar dat met nog twee collega’s de producenten van de Stint bijstaat.
Wachtend op het begin van de zitting constateert Renzen dat de komende dagen ‘een tijdperk ten einde komt’, wat dat einde ook moge zijn. Of, zoals de rechtbankvoorzitter zegt: ‘Ook degenen die vandaag zijn gedagvaard, zijn in hun dagelijks bestaan geraakt.’
Nadat het Openbaar Ministerie heeft opgesomd waarvan ze worden beschuldigd, mogen Noorlander en Renzen een korte verklaring voorlezen. Dat ze al zeven jaar schuldig worden geacht aan de dood van vier kinderen is een ‘werkelijkheid die we niet herkennen’, zegt Renzen onder meer.
‘U had een idee waarmee de kinderopvang vooruit zou kunnen?’, trapt de rechtbankvoorzitter de lijst met vragen af die hij dinsdag aan Noorlander en Renzen wil voorleggen. Dat idee was: een veilig alternatief voor de taxibusjes die opvangorganisaties inhuurden om kinderen tussen school en de opvang te vervoeren. Die busjes waren duur, leidden tot een chaos bij scholen en chauffeurs waren vaak niet pedagogisch geschoold.
Zo rolde uit de schetsen van industrieel ontwerper Noorlander een elektrische bolderkar, waarop de bestuurder staand de kinderen en het verkeer kon overzien. ‘Een chassis met vier wielen en een bak erop, met een elektromotor en een stuur’, vat de rechtbankvoorzitter samen. ‘Simpel en basaal’, aldus Renzen.
Een gelijke van de Stint was er niet, waardoor de makers ook niet wisten hoe ze toegelaten konden worden tot de weg. De RDW wees hun aanvraag twee keer af, want: ‘Geen voertuig’. Kenmerken van een machine, vallend onder de Europese Machinerichtlijn, had de Stint ook niet.
Een gemeente wees de makers op een wettelijke regeling die nog in de kinderschoenen stond: die voor bijzondere bromfietsen. Ook de elektrische step Segway zou op die manier tot de weg worden toegelaten.
In 2013 reden er 180 Stints rond, ten tijde van het ongeval in 2018 waren dat er al 2.750. Veel kinderopvangbedrijven omarmden het vervoermiddel, ook omdat de leidsters de Stint na een korte rijtraining zelf konden besturen. Ze richtten zelfs een steunfonds op voor de producenten, in de strijd tegen de overheid die door het dodelijk ongeluk op gang kwam.
Er mankeerde weleens wat aan de bolderkarren die 17 kilometer per uur konden. Banden gingen lek, accu’s werkten niet meer, aldus Renzen. Maar grote ongelukken vonden er nooit mee plaats. Toen bleek dat er twee leidsters door hun enkel waren gezwikt bij het afstappen, kwam daar in de rijtraining extra aandacht voor.
Klachten vanuit de kinderopvang werden volgens de producenten altijd serieus opgevolgd. De verwijten die het Openbaar Ministerie hen nu maakt, staan volgens Renzen dan ook ‘haaks op hoe wij opereren als mobiliteitsbedrijf’. En dat is, zegt hij, ‘ook meteen hoe wij tegen de aanklacht aankijken.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant