Complotdenken In Nederland vinden vooral „anti-institutionele” complottheorieën over bijvoorbeeld klimaatverandering een vruchtbare bodem. Dit past volgens experts in het „toegenomen wantrouwen van burgers in de overheid”.
Demonstratie tegen de coronamaatregelen bij het ministerie van Veiligheid en Justitie, waar Mark Rutte en Hugo de Jonge een persconferentie hielden.
Bijna een derde van de Nederlandse bevolking ziet de overheid als een bedrijf dat haar burgers beschouwt als onderdeel van een winstmodel. Dat betekent dat tussen de 4,5 en 4,9 miljoen Nederlanders het op een fundamenteel punt eens zijn met de zogeheten soevereinen, een groep die de staat niet erkent.
Dat blijkt uit een onderzoek over complotdenken in Nederland, dat denktank Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS) dinsdag heeft gepubliceerd. Het rapport is gebaseerd op een peiling die in samenwerking KiesKompas is gedaan onder ongeveer 4.600 deelnemers. Die moesten aangeven of ze het eens of oneens zijn met zestien stellingen die een complotgedachte verwoorden.
De 4.655 deelnemers vormen samen een representatieve steekproef voor de volwassen Nederlandse bevolking. Zij hebben gereageerd op meer dan 150 vragen en stellingen over onder meer landelijke politiek, internationale dreigingen en maatschappelijke veerkracht. Daarnaast hebben ze vragen beantwoord over hoe ze naar de wereld kijken.
De forse steun voor het idee van de overheid-als-bedrijf illustreert dat, zoals de HCSS-onderzoekers schrijven, „anti-institutionele” complottheorieën „de meeste weerklank” vinden in de Nederlandse bevolking. Een ander voorbeeld daarvan is dat ruim een derde vindt dat „klimaatverandering wordt overdreven om bepaalde politieke agenda’s te steunen”.
Minder bijval krijgen „identitaire” complottheorieën, bijvoorbeeld over de vermeende vernietiging van de Nederlandse cultuur door „progressieve elites”. Dat geldt ook voor meer „esoterische”, occulte theorieën over bijvoorbeeld het in scène zetten van de maanlanding. Toch zijn er volgens de onderzoekers „nog steeds substantiële minderheden” die ook deze theorieën „(deels) omarmen”.
Daar komt bij dat er een grote groep twijfelaars is. Veel mensen beoordelen stellingen als ‘neutraal’, waar ze ook ‘geen antwoord’ konden invullen. Bij de stelling over de overheid-als-bedrijf gaat het om 2,7 tot 3,1 miljoen mensen. „Dat betekent dat veel mensen in feite zeggen dat een bewering waar zou kúnnen zijn”, zegt HCSS-onderzoeker Gerben Bakker. „Dat vind ik vooral opvallend bij een heel extreme bewering.” Zo is meer dan de helft van de ondervraagden het eens met of neutraal over de stelling dat er in Nederland ritueel, satanisch kindermisbruik plaatsvindt. Bakker: „Door extreme ideeën niet automatisch af te wijzen, draag je bij aan de normalisering ervan.”
Dat is op zichzelf juist, zegt Jan-Willem van Prooijen, hoogleraar radicalisering, extremisme en complotdenken aan de Universiteit Maastricht. „Wel geldt: hoe specifieker een theorie is geformuleerd, hoe kleiner de steun.” Was bij het satanisch misbruik bijvoorbeeld gevraagd of dit heeft plaatsgehad in Bodegraven, zoals door extreme complotdenkers is beweerd, dan „zouden waarschijnlijk meer mensen de stelling hebben afgewezen dan met deze meer algemene stelling”.
De stellingen van HCSS zijn volgens Van Prooijen desondanks een goede afspiegeling van complottheorieën. De uitkomsten van de peiling bevestigen, zo zegt hij, bovendien eerder onderzoek. Daaruit blijkt namelijk dat „zo’n 20 procent van de bevolking in complottheorieën gelooft – met uitschieters naar boven en beneden”. De grote steun voor anti-institutionele complottheorieën past volgens Van Prooijen in het „toegenomen wantrouwen van burgers in de overheid”.
Dat wantrouwen is aangewakkerd tijdens de coronapandemie, toen groepen als Viruswaarheid fel protesteerden tegen het stilleggen van het openbare leven. Een kleine 13 procent onderschrijft de stelling dat de verspreiding van Covid-19 geen toeval was, maar een doelgericht en vooraf bedachte actie. Dat komt neer op minstens 1,7 miljoen mensen – meer dan het aantal inwoners van Amsterdam en Rotterdam samen. In obscure online kanalen wemelt het volgens Bakker dan ook nog steeds van de corona-complottheorieën: „Zoals het onjuiste idee dat er meer mensen zijn gestorven door het coronavaccin dan door de ziekte zelf.”
De mythen rond corona laten volgens Bakker goed zien hoezeer complottheorieën de democratische rechtsorde bedreigen. „Ze bevorderen polarisatie, doordat mensen het niet meer eens zijn over wat waar is en wat niet.” Daarnaast, zegt hij, kan de overheid burgers die geloven in een „alternatief narratief” niet meer bereiken. „Daardoor komt de weerbaarheid van een samenleving onder druk te staan.”
Die dreiging gaat ook uit van de complottheorie over de overheid-als-bedrijf, vindt Bakker, omdat die nauw verweven is met gedachtengoed van de zogeheten soevereinen. Vorige maand legde de rechter celstraffen op aan leden van het ‘soevereine’ Common Law Nederland Earth (CLNE), voor lidmaatschap van een criminele organisatie en verboden wapenbezit. „Soevereinen leggen in een heel eigen idioom uit waarom ze met de staat niks te maken hebben. Dat is echt gebaseerd op de complotgedachte dat de Nederlandse overheid een bedrijf zou zijn.”
Is die gedachte helemaal uit de lucht gegrepen? De directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau pleitte onlangs voor een forse verlaging van de volgens hem onredelijk hoge parkeerboetes. Het ministerie van Justitie weigert dat, omdat parkeerboetes een belangrijke inkomstenbron zijn. „Zoiets kan een rol spelen bij het ontstaan van ideeën over de staat als bedrijf”, erkent Bakker.
Veel complottheorieën hebben namelijk een dunne wortel in de werkelijkheid. Zo zijn er inderdaad mensen overleden aan coronavaccins. Alleen gaat het om heel zeldzame gevallen en is er geen enkel bewijs dat hierbij opzet in het spel is geweest. Toch zijn er dus substantiële groepen die hierin een samenzwering zien. Bakker: „Het punt is dat we nog geen goed beeld hebben van wat mensen precies geloven als ze een complottheorie onderschrijven.”
Het HCSS-rapport geeft een beetje een beeld van wie in complottheorieën geloven. Zo is er voor het idee van de overheid-als-bedrijf duidelijk meer steun bij mensen met een negatief toekomstbeeld, een conservatieve maatschappijvisie en een praktische opleiding. Onder jonge mensen (18-34 jaar) is minder steun dan onder ouderen. Vergelijkbare scheidslijnen zie je ook bij het oordeel over het klimaat-als-voorwendsel.
„Het is te makkelijk om te zeggen dat dit allemaal wappies zijn”, vindt Bakker. Of rechtse mensen. Hij zou graag weten: „Wat is nu echt het sentiment van mensen?” Als zo veel mensen geloven in een elite achter de schermen, hoe ziet die elite er dan uit? „Denken ze aan mensen die politiek bedrijven in achterkamertjes of geloven ze echt in reptielen?”, verwijst Bakker naar een extreme complottheorie over reptielen die aan de touwtjes trekken. „Voor antwoorden is echt meer onderzoek nodig.”
In online kanalen zagen Bakker en zijn collega’s van het HCSS hoe complottheorieën verweven raken met (rechts)extremistisch gedachtengoed. „Complotdenkbeelden over de dodelijkheid van vaccins gaan over in die over de farmaceutische industrie”, legt Bakker uit. „Vervolgens duiken filmpjes op waarin de grote bazen van farmaceutische bedrijven een jodenster opgeplakt hebben gekregen. Dan ben je al bij antisemitisme en andere onfrisse neonazi-achtige opvattingen.”
Onversneden antisemitische complottheorieën vinden in Nederland geen grote voedingsbodem. Slechts een paar procent denkt dat Joden wereldwijd achter de schermen ondermijningscampagnes opzetten. „Dat zou in de jaren dertig vermoedelijk meer zijn geweest”, zegt Van Prooijen. Tegelijkertijd duiken antisemitische archetypen geregeld op in complottheorieën, waarin bijvoorbeeld de Joodse ondernemer George Soros een kwalijke rol wordt toegedicht.
De vermenigvuldiging van complotdenken op internet is te danken aan algoritmes die zijn geoptimaliseerd om de aandacht van gebruikers vast te houden. En aan het feit dat socialemediaplatforms als X van Elon Musk ruim baan geven aan extremistische uitingen. „Algoritmische radicalisering”, noemen de HCSS-onderzoekers dit verschijnsel.
Techbedrijven zetten de algoritmes allereerst in om commerciële redenen, zegt internetexpert Marleen Stikker van Waag Futurelab: „Namelijk om ons verslaafd te maken en ons zoveel mogelijk tijd te laten doorbrengen op een platform.” Tegelijkertijd leggen de bedrijven de gebruiker een ideologisch gekleurd wereldbeeld op, zegt Stikker: „Dat is het wereldbeeld van Trump, achter wie alle techbro’s zich hebben geschaard.” Hun ideologie zit ook in de manier waarop taalmodellen als Chat-GPT worden getraind, zegt Stikker: „Daarbij is bijvoorbeeld bepaald dat er alleen mannen en vrouwen zijn, geen andere genders.”
De strijd tegen complottheorieën zal daarom grotendeels in het cyberdomein moeten worden uitgevochten. Stikker hoopt dat met de komende Europese Digital Fairness Act techbedrijven in elk geval verplicht worden om gebruikers een blik onder de motorkap te gunnen. De Europese Commissie werkt aan een ‘democratieschild’ tegen desinformatie en buitenlandse inmenging, door bijvoorbeeld complottheorieën te ontkrachten.
„Dit soort debunking werkt niet bij mensen die al zijn verdwenen in een konijnenhol vol complottheorieën”, zegt Bakker. Hij erkent dat het heel lastig is om iets uit te richten tegen de Amerikaanse techplatforms. Toch heeft hij suggesties voor wat Europa kan doen: grootschalig investeren in een eigen digitale infrastructuur; meer druk uitoefenen op techbedrijven om te modereren, assertiever optreden tegen landen die desinformatie verspreiden, kwaliteitsjournalistiek ondersteunen, burgers onderrichten in mediawijsheid, meer onderzoek naar de maatschappelijk ‘humuslaag’ onder extremisme én burgers waarschuwen vóór die worden blootgesteld aan misleiding. Bakker: „Het is schaken op meerdere borden, er bestaat geen magic bullet.”
Het onderzoek door HCSS naar alternatieve verklaringsmodellen is gebaseerd op een peiling, die samen met KiesKompas is gedaan. Het in december verschenen rapport HCSS Complot in context is een thematische verdieping, naast de HCSS Publieksmonitor Maatschappelijke Stabiliteit die elk kwartaal wordt gepubliceerd.
De 4.655 deelnemers vormen samen een representatieve steekproef voor de volwassen Nederlandse bevolking. Zij hebben gereageerd op meer dan 150 vragen en stellingen over onder meer landelijke politiek, internationale dreigingen en maatschappelijke veerkracht. Daarnaast hebben ze vragen beantwoord over hoe ze naar de wereld kijken.
Voor het omrekenen van percentages respondenten uit de steekproef naar aantal personen is rekening gehouden met een foutmarge en betrouwbaarheidsinterval. Het aantal personen is gebaseerd op de inwoners van Nederland van 18 jaar en ouder op 1 januari 2025.
HCSS heeft de complete dataset gedeeld met NRC, die de uitkomsten heeft gecombineerd met onder meer demografische gegevens en de profielen van de respondenten. HCSS-onderzoekers Jesse Kommandeur heeft meegedacht over de analyse.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
De laatste ontwikkelingen rond klimaat, natuur en duurzaamheid
Source: NRC