Home

NOC-NSF ging bij opstellen richtlijn trans topsporters aan de haal met inzichten experts

Topsport NOC-NSF baseert een nieuwe richtlijn mede op onafgerond onderzoek van de Erasmus Universiteit. Volgens de sportkoepel zijn de conclusies „al enige tijd bekend”. Bij de Erasmus Universiteit spreken ze dat tegen. „Ze maken iets wat ingewikkeld is heel simpel.”

Het debat over topsportdeelname van trans sporters is sterk gepolitiseerd, mede door inmenging van de Amerikaanse president Donald Trump.

Wetenschappers van de Erasmus Universiteit zijn „niet gelukkig” met de werkwijze van NOC-NSF rond een in oktober gepubliceerde handreiking over de positie van trans sporters. Die handreiking, opgesteld door de sportkoepel, moet bonden ondersteunen bij het maken van beleid over de deelname van trans vrouwen aan topsport.

André Cats, directeur topsport van NOC-NSF, schrijft in een voorwoord van die handreiking dat uit onderzoek van de Erasmus Universiteit een „tendens” naar voren komt die erop wijst dat trans vrouwen „een prestatievoordeel” houden, ook na transitie en een testosteron-verlagende behandeling. In een bericht op de website wordt zelfs gesproken over een „duidelijke tendens”.  

Maar wetenschappers van de Erasmus Universiteit zeggen dat dat niet klopt. De studie waaraan wordt gerefereerd is nog niet afgerond. De definitieve versie wordt in januari verwacht, zegt hoogleraar Hub Zwart, tot twee maanden geleden als decaan van de Erasmus Universiteit bestuurlijk eindverantwoordelijk voor het onderzoeksproject.  

NOC-NSF zegt in een reactie dat de conclusies van de systematic review „al enige tijd bekend [zijn]” en „zeer waarschijnlijk niet meer [gaan] veranderen.” Zwart weerspreekt dat. NOC-NSF baseert zich op „voorlopige resultaten”, zegt hij. De onderzoekers voegden volgens hem recent nog studies uit 2025 toe. Dat materiaal werpt „weer een ander licht” op de thematiek. Het beeld wordt hierdoor „complexer”. De conclusies van NOC-NSF zijn „voorbarig”, aldus Zwart. „Ze maken iets wat ingewikkeld is heel simpel.”

De onderzoekers hebben NOC-NSF gevraagd het voorwoord van Cats aan te passen, zegt Zwart, zodat duidelijk wordt dat de „tendens” waarover gesproken wordt niet gebaseerd is op het nog niet afgeronde onderzoek. Maar die wijziging is volgens hem niet aangebracht. NOC-NSF gaat tegenover NRC niet in op de vraag waarom niet aan dat verzoek is voldaan. Zwart: „Ik wil benadrukken dat het onderzoek volledig onafhankelijk is, en zorgvuldig wordt uitgevoerd. Daarom zijn we niet gelukkig met het feit dat NOC-NSF het onderzoek prominent opvoert in de inleiding van de handreiking.”  

Onderzoekstraject

NOC-NSF gaf zelf de opdracht voor de betreffende wetenschappelijke studie aan het aan de Erasmus verbonden Erasmus Center for Sport Integrity & Transition. Het onderzoek is een systematic review, een wetenschappelijke weging van alle revelante literatuur over fysieke prestaties na een transitie. Het onderzoekstraject loopt nu ruim twee jaar. 

Vaststaat dat in dat overzicht geen onderzoek is opgenomen over trans topsporters. Grote studies naar trans topsporters zijn er simpelweg niet. Een belangrijke reden is dat de groep transgender topsporters zeer klein is.  Aan de studies die zijn opgenomen in de systematic review werkten niet-topsportende transvrouwen mee, soms met een sportieve levensstijl en soms niet. Zwart: „Op basis daarvan is het moeilijk om conclusies te trekken over de deelname van trans vrouwen in de topsport.”  

Over eventueel prestatievoordeel van trans vrouwen in de topsport „is geen wetenschappelijke consensus”, zegt Lars van Leeuwen, een van de auteurs van de studie. Het bewijs dat trans sporters voordeel hebben ten opzichte van cis-vrouwen is „gering en wellicht zwak.” Tegelijkertijd is het bewijs dat voordeel „volledig” wordt weggenomen door transitie en hormoonbehandeling „mogelijk nog zwakker”. Er ontbreekt nog veel onderzoek, aldus Van Leeuwen. „Bijvoorbeeld over de invloed van de leeftijd waarop iemand in transitie gaat, de sportieve nadelen die trans sporters ervaren, of sport-specifiek onderzoek.” 

Het debat over de topsportdeelname van trans sporters is sterk gepolitiseerd, mede door inmenging van de Amerikaanse president Donald Trump, die begin dit jaar een decreet tekende om transgender vrouwen te weren van sportwedstrijden voor vrouwen.  Ook het IOC lijkt dicht bij een besluit om trans vrouwen in alle sporten van deelname uit te sluiten op de Olympische Spelen, hoewel de Winterspelen van begin volgend jaar in Italië waarschijnlijk te snel komen. „Door maatschappelijk debat staat de relatie tussen opdrachtgevers en wetenschappelijke onderzoekers wel vaker onder druk”, zegt hoogleraar Zwart, „maar gedegen onderzoek kost nu eenmaal tijd.” 

Politieke gevoeligheden

Arnout Geeraert, universitair docent internationaal sportbestuur aan de Universiteit Utrecht, is kritisch op de werkwijze van NOC-NSF. „In het beste geval is hier sprake van miscommunicatie. In het slechtste geval wordt een beleidskeuze gemaakt die is ingegeven door politieke gevoeligheden”, zegt hij. „Het was beter geweest als NOC-NSF de moed had gehad om helder en transparant te zijn. Het bestaande onderzoek is beperkt, er is geen wetenschappelijke consensus, maar dít wordt ons beleid, want sportbonden stellen prangende vragen waar snel antwoord op moet komen.” Dat zou „ongetwijfeld” tot stevig debat leiden, zegt Geeraert, „maar dat is niet erg, want het gaat om een beslissing met belangrijke maatschappelijke consequenties.” 

In september sprak Maarten Moen, chef-arts van NOC-NSF, in de Volkskrant al over mogelijk „prestatievoordeel” op basis van het – nog niet afgeronde – onderzoek. Hoogleraar Geeraert was daar tegenover NRC toen ook kritisch over. „Als je als organisatie informatie over een onderzoek naar buiten brengt, moet je ervoor zorgen dat die compleet is, zodat buitenstaanders die kunnen evalueren.”  

Ook een deel van een eerder dit jaar opgerichte groep experts is niet te spreken over de gang van zaken rondom de publicatie van de handreiking. Die groep experts, of klankbordgroep, werd op verzoek van NOC-NSF in het leven geroepen en bestaat uit deskundigen op het gebied van inclusie, mensenrechten enlhbti-rechten in de sport. André Cats refereert in zijn voorwoord aan de samenwerking met de klankbordgroep en stelt dat de handreiking deels tot stand is gekomen na een „zorgvuldige verkenning van experts”. 

Maar meerdere experts hebben moeite met de gebrekkige communicatie vanuit de sportkoepel over de conclusie van de handreiking.  „Ik heb het contact met NOC-NSF over het algemeen als prettig ervaren”, zegt Sophie Schers, die als beleidsadviseur van Transgender Netwerk in de klankbordgroep zat. „Maar ik heb moeite met het feit dat NOC-NSF de klankbordgroep niet heeft betrokken bij de conclusie in de handreiking. Als ze naar de experts hadden geluisterd, waren ze tot een andere, minder stellige conclusie gekomen.” Twee experts die leidinggaven aan de klankbordgroep – de een op het gebied van mensenrechten, de ander op het gebied van diversiteit – hebben zich in oktober teruggetrokken.  

In de handreiking zijn sommige conclusies van de klankbordgroep afgezwakt. Zo stelden de experts in hun laatste verslag, in handen van NRC, dat bestaande studies die inzicht moeten geven over prestatievoordelen van trans sporters „aanzienlijke” beperkingen kennen – maar die term is niet terug te vinden in de gepubliceerde richtlijn. Waar de klankbordgroep in het voorwoord nadruk legde op het voorkomen van uitsluiting en discriminatie, is die thematiek in de definitieve versie van NOC-NSF naar een bijlage verhuisd.  

„Ik realiseer me dat NOC-NSF over haar eigen richtlijnen gaat”, zegt Sophie Schers. „Maar toch vind ik het kwalijk dat onze genuanceerde bevindingen niet overeenkomen met de stellige conclusie van Cats in de inleiding van de handreiking.” 

Ook de onderzoekers van Erasmus begrijpen dat NOC-NSF de onderzoeksresultaten „naar eigen inzicht mag vertalen in beleid”, zegt Hub Zwart. „Maar voor wetenschappers is het belangrijk dat de onafhankelijkheid van hun onderzoek gewaarborgd wordt. Voor ons staat de validiteit van het onderzoek voorop, dat is ook belangrijk voor het vertrouwen in de wetenschap. Er is veel maatschappelijke aandacht voor dit vraagstuk, maar juist daarom zijn kwaliteit en betrouwbaarheid cruciaal.” 

Reactie NOC-NSF

NOC-NSF laat weten dat de conclusies van de systematic review „al enige tijd” bekend zijn en „zeer waarschijnlijk” niet meer zullen veranderen. Vanwege „de sterke vraag vanuit de bonden” heeft NOC-NSF besloten de handreiking te publiceren.

Experts van NOC-NSF hebben de conclusies uit de review „breed getoetst, ook binnen het onderzoeksteam, om zo zeker mogelijk te zijn van de juiste interpretatie”, aldus de koepel. Die toetsing gaf „ruim voldoende basis om de uitkomsten op te nemen in de handreiking.” NOC-NSF wil „op geen enkele wijze de indruk wekken invloed uit te oefenen op de Erasmus Universiteit”. Mocht er aanleiding zijn om de huidige visie of methodieken aan te passen, „dan zal dat zeker worden gedaan”.

Over de klankbordgroep zegt NOC-NSF „de inhoud van de handreiking” te hebben overgenomen „zoals voorgesteld door deze experts”. De koepel stelt dat twee experts zich „niet volledig konden scharen” achter de inhoud van het voorwoord in de handreiking. „Voor hen was dit een reden om zich niet aan de uiteindelijke versie van de handreiking te verbinden.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next