Verenigde Staten Bij het inmiddels onafwendbare afscheid van de bijzondere verhouding tussen de VS en Europa doorlopen we de stadia van rouw, ziet Alexander Rinnooy Kan. En dat leidt tot een nieuwe opdracht.
Het pijnlijke en onvermijdelijke afscheid van Amerika, dat nu op gang is gekomen, laat zich het best begrijpen en beschrijven als wat het feitelijk ook is: een rouwproces. Uit ons leven verdwijnt een vaste en vertrouwde partner van vele jaren, en langzaam begint tot ons door te dringen wat dat verlies zo schokkend maakt.
Alexander Rinnooy Kan was hoogleraar economie, voorzitter van de SER en VNO-NCW en senator voor D66. In februari komt zijn boek Ooit geleerd uit bij Prometheus.
Bij dat rouwproces hoort een reeks van emoties. Die reeks begint vaak, ook hier, met schrik en ongeloof. De genereuze vriendschap van weleer was ineens spoorloos verdwenen, de ooit toegezegde militaire bescherming ineens onzeker. In plaats daarvan kwamen harde verwijten en eisen van inschikkelijkheid. De nieuwe president positioneerde zich als een perfecte boeman: grof, schaamteloos, onvoorspelbaar.
Die opdringerige bemoeizucht gaat zich niet beperken tot vier jaar. Steeds waarschijnlijker wordt het dat de nieuwe invulling van Amerika’s relatie met de rest van de wereld het chaotische presidentschap van Trump ruim gaat overleven. De tachtig jaar vrede, na de Tweede Wereldoorlog door Amerika loyaal en royaal onderhouden, spreekt niet langer vanzelf.
Schrik en ongeloof bij een dramatisch afscheid worden vaak gevolgd door woede en verdriet, gevoed door mooie herinneringen. Aan de laatste is ook hier geen gebrek. Geen land heeft zo zwaar een politiek, cultureel en economisch stempel gedrukt op onze naoorlogse levens als de VS. We imiteerden de welvaart, consumeerden de producten en begeerden de technologie. We luisterden naar Frank Sinatra, Ella Fitzgerald en Madonna. We lazen Hemingway, Updike en Roth. We zagen Pollock, O’Keeffe en Rothko. We keken naar Hitchcock, Scorsese en Spielberg, en naar Friends en Netflix.
En we gingen op reis. Met vakantie, rijdend door de parken of naar Disneyland. Of voor het werk: wakker wordend in the city that never sleeps, flanerend over de campus in Berkeley of Boston. Een land met ruimte, met ideeën, met talenten, met energie. Gastvrij. Geïnteresseerd.
Natuurlijk, er was altijd al een donkere kant van conservatieve bekrompenheid, zelfs waarneembaar vanuit de bubbels van onze vrienden- en kennissenkringen. Er waren oorlogen in verre landen; er was schokkende ongelijkheid binnen de Amerikaanse samenleving, die hard kon zijn en veeleisend. Maar de Amerikanen hervonden zichzelf met grote regelmaat, en belandden, soms op het nippertje, altijd weer in een kansrijk nieuw spoor.
Is dat allemaal nu echt voorbij? Nee, natuurlijk nooit helemaal. De natuur blijft (zij het duurder toegankelijk dan vroeger); de cultuur overleeft (zij het beschadigd en verarmd). Maar wat echt definitief voorbij lijkt te zijn is de wederzijdse vanzelfsprekendheid van een groot, gedeeld, gezamenlijk belang. Niet eens zozeer als neveneffect van die verwarde importheffingen, die Amerika eerder industrieel gaan verzwakken dan versterken. Maar wel vanuit het nieuwe Amerikaanse wereldbeeld, waarin slechts serieus plaats is voor twee dominante naties, China en Amerika. Wie daaraan nog mocht twijfelen, is door de vorige week verschenen nieuwe Amerikaanse veiligheidsstrategie wel uit de droom geholpen. Beide landen zijn al jaren economisch veel succesvoller dan Europa, en hebben inmiddels een voorsprong in technologische en militaire competentie die ons continent dreigt te reduceren tot bedeesde achterblijver. De verbijsterende scheldpartij van Trump tegen Zelensky in februari op het Witte Huis zette de nieuwe toon naar Europa. Sit down and shut up.
Bij rouw hoort ook zelfverwijt, over gemiste kansen. Hadden we het kunnen zien aankomen? Vast wel. Op grond van de eerste vier jaren van Trump, bijvoorbeeld, of op grond van de speech van zijn nieuwe vicepresident in München. De donkere kanten van de VS waren nooit onzichtbaar; de verpaupering van de blue collar-staten was zelfs tijdens vakanties goed waar te nemen. Eerdere Amerikaanse ambassadeurs in Nederland weerspiegelden in hun selectie al de geringe betekenis die werd toegekend aan onze mooie historische relatie.
Dit collectieve rouwproces laat, anders dan bij het overlijden van een geliefde landgenoot, theoretisch enige ruimte voor hoop. Zou het toch nog goed komen? Misschien. Maar er is weinig wat daarop wijst. De beschamende hielenlikkerij in de omgang met Trump maakte op de president minder indruk dan het harde terugslaan van China, een land dat zijn voorsprong in kennis en innovatie elke dag vergroot, en zich ontwikkelt tot een geheel zelfvoorzienende, mercantilistische superstaat. De harde, zakelijke omgang daarmee zal voor elke volgende president een veel hogere prioriteit hebben dan een stijlvolle overnachting op Huis ten Bosch.
De afronding van dit rouwproces vraagt om verwerking, aanpassing en herstel vanuit een realistisch perspectief op wat ons en de VS nog te wachten staat. Als natuur en cultuur al overleven, dan is dat nog maar de vraag voor, bijvoorbeeld, de ooit superieure Amerikaanse wetenschap, nu de academische vrijheid aldaar zo ongekend onder vuur ligt. Onlangs trok ik mij (met vijf anderen) terug uit het Nederlandse Fulbright-bestuur, uit woede over de vanuit de VS opgelegde inhoudelijke randvoorwaarden op het uitwisselingsprogramma. Maar wij deden dat als enige in Europa, tegen het uitdrukkelijk verzoek in van ons eigen ministerie van OCW.
In die teleurstellende ervaring schuilt een kans en een opgave: waar ook maar enigszins mogelijk moeten wij ons solidair betonen met wat in de Amerika resteert aan fatsoen en goede wil – liefst in gezamenlijk Europees verband. Met een paar honderd Amerikaanse expats demonstreerde ik onlangs op het Museumplein bij het Amerikaanse consulaat tegen de teloorgang van de democratische tradities en klassieke machtsevenwichten in hun land. Hun ontwapenende spreekkoren verdienen steun en versterking – hun land ontwikkelt zich voor hun ogen (en voor de onze) in angstaanjagend tempo tot een nietsontziend voortdenderende autocratie.
De Europese politiek is begonnen aan een onvermijdelijke hergroepering; elk nieuw Nederlands kabinet zal de doorslaggevende betekenis van Brussel voor onze nationale toekomst hebben te accepteren. Europa moet zo spoedig mogelijk zijn concurrentiekracht herstellen, zijn defensie versterken, zijn markten integreren, zijn besluitvorming versnellen, zijn politieke rijen sluiten. Op straffe van een toekomst als serviele vakantiebestemming.
Zo horen ook goede voornemens bij de afronding van dit rouwproces: politieke, maar ook persoonlijke. Het vertrekpunt voor die laatste is simpel: de democratische rechtsstaat, met al haar zegeningen en al haar uitdagingen, blijkt nog veel kwetsbaarder dan ik ooit had durven vermoeden.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.
Source: NRC