WK handbal De Nederlandse handbalvrouwen spelen woensdagavond in Ahoy de kwartfinale tegen Hongarije op het WK. Tot nu toe won Oranje alle wedstrijden, mede dankzij het uitzinnige thuispubliek.
Keepster Yara ten Holte juicht tijdens het gewonnen groepsduel met Frankrijk in de hoofdronde van het WK handbal in Ahoy Rotterdam.
„Dit geeft een goed gevoel. Het is toch lekker om zo te winnen van Frankrijk, voordat het echt gaat gebeuren”, vertelt Estavana Polman (33) in de mixed zone na de overwinning op regerend wereldkampioen Frankrijk (26-23). Het is de laatste groepswedstrijd, beide landen zijn al zeker van de kwartfinale. Net als voor leeftijdsgenoot Lois Abbingh is het Polmans laatste eindtoernooi, en dat voor eigen publiek. „Ik geniet elk moment dat ik hier ben, het is echt fantastisch.”
De wisselwerking tussen de speelsters en de fans moest in Ahoy even op gang komen. „Als het er was dan was het er ook echt, maar het mag nog wel meer”, zei Polman na de eerste wedstrijd tegen Argentinië. Een speaker deed in de rust van de tweede wedstrijd tegen Egypte zelfs ‘namens de speelsters’ het verzoek aan het publiek om zich nog meer te laten horen.
Maar tegen Frankrijk is het publiek maandagavond uitzinnig. Nederland staat mede dankzij de aanmoedigingen al vroeg op een voorsprong van vijf doelpunten, en verslaat uiteindelijk de Fransen. „Ik denk dat wij het heel slim hebben uitgespeeld. We hebben dit toernooi nog niet echt een graadmeter gehad. Vandaag was het echt top”, zegt Polman.
De vraag is nu hoe ver Nederland kan komen. Eindigen bij de laatste vier is de doelstelling van het thuisland, maar daarvoor moet eerst woensdag in de kwartfinale worden gewonnen van Hongarije.
Tijdens het Europees Kampioenschap vorig jaar werd Polman door bondscoach Henrik Signell nog buiten de selectie gelaten, dit WK is ze er weer bij. Polman, Abbingh, Angela Malestein en Kelly Dulfer zijn de enige vier actieve speelsters die zilver wonnen in 2015, brons in 2017 én de wereldtitel in 2019, in Japan. Na dat toernooi polste de International Handbal Federation (IHF) Nederland om het WK te organiseren. Het mondde uit in deze editie, waarin de speelsteden verdeeld zijn over Nederland en Duitsland.
In de jaren dat de organisatie bezig was met de voorbereiding op het WK in eigen land, met Rotterdam en Den Bosch als speelsteden, vielen de prestaties van de Nederlandse handbalvrouwen wat tegen. Op ieder eindtoernooi strandde Nederland voor de halve finales en waren toplanden als Noorwegen, Denemarken en Frankrijk te sterk.
Met drie voorrondeduels en drie wedstrijden in de hoofdronde kent het WK handbal een lange aanloop, voordat teams zich kunnen opmaken voor de kwartfinale. Sowieso is een eerste wedstrijd „altijd een beetje wennen”, zei Dulfer na de gewonnen wedstrijd tegen Argentinië. Maar nu helemaal, met negenduizend thuissupporters. „Als het dan begint, zijn er ook een beetje zenuwen. Het is toch nieuw om een WK te spelen voor thuispubliek.”
In Hal 1 van Ahoy staat het publiek op de banken bij doelpunten en reddingen. De twintigjarige WK-debutant Judith van der Helm kan er maar moeilijk aan wennen: „De eerste keer was ik er erg onder de indruk van. Nu is het een combinatie van onder indruk zijn met ervan genieten dat al die fans er voor jou zijn.” Tegelijk weten de Nederlanders hun focus tot nu toe te behouden: na een doelpunt kijken speelsters kort triomfantelijk het publiek in, om daarna snel hun positie weer in te nemen. Wat haar bij zal blijven? Van der Helm lacht: Nederlandse nummers als het in Ahoy grijs gedraaide ‘Baila Baila Baila’ „blijven echt in mijn hoofd zitten”.
In de openingswedstrijden kende Nederland een paar momenten waarin het zoekende was of scherpte verloor, maar geen enkele tegenstander wist het de ploeg van de bondscoach Signell echt lastig te maken. Argentinië, Egypte, Oostenrijk, Tunesië en Polen werden allemaal eenvoudig verslagen.
Net als het publiek groeit ook Nederland in het toernooi. Oranje maakt minder technische fouten, begint scherper aan de wedstrijd, is agressiever in de dekking en scoort makkelijker. Vooral de snelle tegenaanvallen zijn een wapen. Vlak na een redding van Ten Holte of een onderschepping van Dulfer is de bal alweer in de handen van de snelle hoekspeelsters Bo van Wetering of Malestein. Beide speelsters scoren dit toernooi makkelijk, Van Wetering staat nu op 32 doelpunten en benut vier op de vijf schoten.
Met nog een groepswedstrijd tegen Frankrijk op het programma was de kwartfinale al bereikt, toch zag Nederland de ontmoeting met de titelverdediger als meetmoment. In 2016 won Nederland voor het laatst van Les Bleus. „Deze overwinning laat zien dat wij heel veel kunnen. Het is de wereldkampioen die je verslaat en dat is een heel fijn gevoel”, zei Ten Holte na afloop. Een aantal belangrijke reddingen leverde de keepster de titel speelster van de wedstrijd op.
Naar haar verzoek aan het publiek rond de openingswedstrijd is geluisterd, zo ervaarde ook Polman vijf wedstrijden later. Nederland slaagt er tot nu toe in om uit het thuispubliek een voordeel te halen, in plaats van dat het de druk verhoogt. „Tegen Polen zat ik op de bank en toen heb ik tijdens de wave wel een paar keer meegekeken, ondanks dat de wedstrijd bezig was. In de rust doe ik af en toe lekker mee met de muziek. Het is gewoon een feest.”
Nu volgt de kwartfinalewedstrijd tegen Hongarije. „Alles moet kloppen en je kan geen off-day hebben”, zegt Polman. „Hongarije is fysiek sterk en snel, ik denk een beetje vergelijkbaar met Frankrijk. Laat maar komen, aan de tegenstander kunnen we toch niks veranderen. Als wij zo spelen, kunnen wij alles hebben.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC