Een beveiliger vraagt tijdens zijn vakantie om zes extra weken verlof voor een bedevaart naar Mekka, maar zijn verzoek wordt afgewezen. Hij werkt pas twee jaar voor het Schiedamse bedrijf en wil via Syrië naar Saoedi-Arabië reizen om samen met zijn moeder de hadj te volbrengen. Zijn baas weigert omdat er al veel collega's op vakantie zijn en er geen vervanging voor hem is. Bovendien vraagt hij verlof minder dan een maand van tevoren aan, wat problemen oplevert. De werkgever stelt voor dat hij de bedevaart een jaar uitstelt, zodat hij dan wel vrij krijgt.
De beveiliger is het niet eens met de beslissing en geeft aan toch op bedevaart te gaan. Zijn baas waarschuwt dat dit tot ontslag zal leiden als hij niet op zijn werk verschijnt. Ondanks de waarschuwing meldt de beveiliger zich niet voor zijn dienst op 22 mei. Hij mailt zijn werkgever dat hij vastzit in Syrië vanwege een uitreisverbod en stuurt een foto van een document met een Syrische stempel als bewijs.
Het bedrijf vraagt om meer informatie. De beveiliger zegt dat hij onder een strikte uitzondering Syrië mag verlaten, op voorwaarde dat hij de hadj uitvoert. Hij vertrekt op 27 mei naar Saoedi-Arabië en wordt de volgende dag op staande voet ontslagen.
De beveiliger stapt naar de rechter en zegt dat hij door overmacht niet op zijn werk kon verschijnen. Hij verklaart dat zijn familie de bedevaart had geregeld zonder zijn medeweten en dat hij pas eind april wist dat hij was ingeloot. Hij voert aan dat het zijn religieuze en familiale plicht is om aan de hadj deel te nemen en zijn moeder te begeleiden. De rechter oordeelt echter dat het ontslag terecht is omdat de werkgever al rekening had gehouden met zijn religieuze belangen door hem de optie te geven de reis een jaar uit te stellen. De beveiliger mag niet terugkeren naar zijn oude baan en moet de proceskosten betalen.
Source: Fok frontpage