Reclasseringswerk levert de samenleving tweemaal zoveel op als het kost. Elke euro voor het begeleiden van verdachten en veroordeelden met als doel recidive te voorkomen, genereert ongeveer 2 euro aan maatschappelijke waarde.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
Dat blijkt uit een achtjarige studie van hogeschool Saxion in Deventer die deze week wordt gepubliceerd. Voor het eerst is doorgerekend wat de reclassering van daders en verdachten de Nederlandse samenleving kost en oplevert.
‘Het is nu bewezen dat elke euro die in reclassering wordt geïnvesteerd, veel menselijk leed voorkomt en mede daardoor de maatschappij tweemaal zoveel geld bespaart’, zegt Attila Németh, lector Modelleren van Maatschappelijke Impact bij Saxion. ‘Denk daarbij aan veiligheidskosten voor bijvoorbeeld opsporing, slachtofferhulp en berechting, en de directe en indirecte schade voor slachtoffers van een delict.’
Aanleiding voor het onderzoek was de vraag naar de effectiviteit van het reclasseringswerk, dat vooral tot doel heeft de samenleving veiliger te maken. Reclasseringswerkers houden toezicht op verdachten en veroordeelden, geven gedragstrainingen, begeleiden bij de uitvoering van werkstraffen en helpen na detentie bij schuldsanering en terugkeer in de maatschappij.
Uit het rapport De maatschappelijke waarde van reclasseren in Nederland blijkt nu dat met de begeleiding van daders en verdachten niet alleen veiligheids- en schadekosten worden voorkomen. Het reclasseringswerk levert ook aanzienlijke maatschappelijke baten op, zoals toeleiding van de gestraften naar werk, productie uit werk, afname van maatschappelijke opvang, de uitvoering van werkstraffen en vermeden slachtofferschap. Dat betekent dus lagere maatschappelijke kosten en minder menselijk leed.
Het onderzoek begon in 2017. Er werd gekeken naar bijna 82 duizend daders en verdachten die in 2016 met reclasseringswerkers in aanraking kwamen. ‘We kozen dat jaar, omdat we moesten inventariseren hoe het de reclassenten in de jaren daarna is vergaan. We hebben gekeken naar de jaren voorafgaand aan hun contact met reclasseerders’, zegt gedragsonderzoeker Anouk Visser van Saxion.
Daaruit blijkt een sterk dalende lijn in het aantal gepleegde delicten. Voor het onderzoek is gebruikgemaakt van geanonimiseerde ruwe data van het CBS op individueel niveau. Zo is onder meer geanalyseerd wat de effecten zijn van alle uitgebrachte reclasseringsadviezen, alle gestarte toezichten, uitgevoerde werkstraffen, alle gedragsinterventies en afgeronde plaatsingen in de forensische zorg.
De maatschappelijke baten die daaruit voortvloeien zijn onderverdeeld naar vermeden veiligheidszorgkosten, vermeden schade, afnemende schulden, maatschappelijke participatie, woonsituatie, gezondheid en bestaanszekerheid. Ook literatuuronderzoek naar de maatschappelijke meerwaarde van vertrouwen door Nederlanders in het rechtssysteem als gevolg van reclasseringswerk is bij de baten meegenomen.
De kosten-batenanalyse met betrekking tot het jaar 2016 toont aan dat de baten de kosten ruimschoots dekken: de 81.833 reclassenten van dat jaar kostten de maatschappij 571 miljoen euro, de maatschappelijke baten zijn berekend op ruim 1,1 miljard.
Lector Németh benadrukt dat er zo conservatief mogelijk is gerekend ‘om batenoverschatting te voorkomen’. Zo zijn bijvoorbeeld, door een gebrek aan eenduidige data, de opbrengsten van voorkomen gezondheidskosten voor daders en verdachten, zoals forensische en psychische zorg, niet meegerekend. Als alle factoren konden worden meegerekend, stelt Németh, zou de elke geïnvesteerde euro in reclasseringswerk de maatschappij meer opleveren dan het dubbele.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant