Het ongeluk met een Stint in Oss kostte in 2018 aan vier jonge kinderen het leven. Zeven jaar later begint de strafzaak tegen de twee producenten van de elektrische bolderkar. Hoe groot is de kans dat het tot een veroordeling komt?
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Hij volgt de komende dagen de rechtszaak tegen de producenten van de Stint
Wat gebeurde er op 20 september 2018?
Een elektrische bolderkar van een kinderdagverblijf belandde die ochtend bij een bewaakte spoorwegovergang nabij station Oss-West op de rails en werd aangereden door een intercitytrein. Vier kinderen – van 4, 4, 6 en 8 jaar oud – kwamen om. Een ander kind en de begeleidster die de Stint bestuurde, raakten zwaargewond.
Het ongeluk maakte veel los in het land. Voor velen was het de eerste kennismaking met de Stint, een Nederlandse uitvinding, bedacht door ondernemer Edwin Renzen en industrieel ontwerper Peter Noorlander, om kinderen veilig tussen bijvoorbeeld school en opvang te kunnen vervoeren.
De Stint werd veel gebruikt. Op het moment van het ongeval reden er 2.750 rond in Nederland, waarvan het merendeel voor kinderdagverblijven en buitenschoolse opvangen (bso’s). Noemenswaardige incidenten met het voertuig waren er tot het ongeluk nooit geweest, liet Veilig Verkeer Nederland weten. Dat is ook nadien zo gebleven, terwijl de opvolger van de Stint nog altijd onverminderd populair is.
Wat voor gevolgen had het ongeluk?
Vanwege de impact van het ongeval volgden zware maatregelen. Verkeersminister Cora van Nieuwenhuizen haalde de Stint van de weg, de Inspectie Leefomgeving en Transport keerde door heel het land elektrische bolderkarren binnenstebuiten en er werd een diepgravend onderzoek ingesteld naar het ongeluk in Oss.
Pas twee jaar na het ongeval mocht een aangepaste versie aan het verkeer deelnemen. De zaak lag politiek uiterst gevoelig: Van Nieuwenhuizen moest uiteindelijk toegeven dat het voertuig in z’n toenmalige vorm nooit de weg op had gemogen.
Justitie heeft de oorzaak van het ongeval nooit kunnen vaststellen, ondanks uitgebreide tests van en onderzoeken naar de gecrashte Stint. Zo werd onder meer de motorcontroller van het voertuig - zeg maar de boordcomputer - naar Italië getransporteerd en daar met behulp van de fabrikant uitgelezen.
‘We hadden heel erg de hoop dat daarin de antwoorden zouden staan, dat daaruit zou blijken dat er een storing was’, zei officier van justitie Justine Kramer op 10 juli 2020 bij Op1. Ze noemde het een ‘trieste conclusie’ dat de nabestaanden waarschijnlijk nooit te horen zouden krijgen wat het ongeval had veroorzaakt.
De bestuurder van de Stint viel volgens het Openbaar Ministerie niets te verwijten. Meerdere getuigen zouden hebben gezien dat ze ‘van alles probeerde’ om de Stint tot stilstand te brengen, zei Kramer in Op1. De vrouw werd daarom, evenals het kinderdagverblijf, niet vervolgd.
Waarom staan de producenten dan wel voor de rechter?
Justitie maakte in juli 2020 bekend dat ze de focus legde op de Stint, onder meer door beslag te leggen op de administratie. Op die manier moest duidelijk worden of Noorlander en Renzen met hun bedrijf Stintum afwisten van ‘kwetsbaarheden voor het ongeluk’.
Na jaren onderzoek, waarbij onder meer bij Renzen en Noorlander thuis invallen plaatsvonden en ze meermaals werden verhoord, bracht het OM een zware aanklacht naar buiten. De twee ondernemers wisten volgens justitie dat de Stint ‘een schadelijk product’ was en zouden hier bewust over hebben gezwegen.
De tenlastelegging bevat een waslijst aan mankementen en gebreken die bij andere Stints zouden zijn geconstateerd, zoals problemen met de gashendel en ondeugdelijke accu’s. De crux in deze rechtszaak zit in dat ene zinnetje, volgend op de opsomming van wat Renzen (48) en Noorlander (42) ten laste wordt gelegd: ‘Zulks terwijl dit feit de dood van vier kinderen ten gevolge heeft gehad.’
Er zijn zes zittingsdagen voor deze zaak gereserveerd. Dat is uitzonderlijk veel. Waarom?
De aanklacht is stevig en het dossier geldt als technisch complex. Beide partijen hebben tal van deskundigen geraadpleegd, waardoor de behandeling van de zaak afgelopen voorjaar met negen maanden werd uitgesteld. Dinsdag, op de openingsdag, zal de rechtbank in elk geval vragen stellen aan Renzen en Noorlander.
Wat het proces bij voorbaat beladen maakt, is dat ook de nabestaanden aan het woord komen. Zij hopen zeven jaar na dato nog altijd op duidelijkheid over de oorzaak van het ongeluk.
Dat geldt evenzeer voor Renzen en Noorlander, benadrukt Geert-Jan Knoops, een van hun advocaten. ‘Ook voor hen is het nog steeds de vraag hoe dit noodlottige ongeval heeft kunnen gebeuren. Dit geldt temeer nu een mechanisch defect aan de Stint niet is vastgesteld.’
De kinderopvangbranche heeft altijd het vertrouwen in de Stint en opvolger BSO-bus behouden. Eind 2025 rijden er ongeveer drieduizend BSO-bussen op de weg, nog meer dan de 2.750 Stints in 2018. ‘Er is nooit aangetoond dat de Stint onveilig was’, benadrukt Gjalt Jellesma van BOinK, de Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang. Hij noemt het van de weg halen van het voertuig in 2018 – terwijl bakfietsen volgens hem veel onveiliger zijn – onnodig en ‘puur paniekvoetbal’.
Het OM zet hoog in, met een dossier dat zeker 37 ordners en zeventienduizend pagina’s beslaat. Het overtreden van artikel 174 lid 2 (‘opzettelijke verkoop schadelijke waren’) kan leiden tot een (lange) gevangenisstraf, maar ook tot een hoge geldboete.
De vraag is hoe de rechters erover denken. Zien zij een verband tussen datgene waarvan de producenten worden beschuldigd en de dood van vier jonge kinderen die werden vervoerd in een Stint die volgens justitie ‘normaal functioneerde’?
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant