Home

Een jaar na de val van Assad: feest in de ene wijk, in de andere buurt angst om te moeten vertrekken

is columnist voor de Volkskrant.

Bevrijdingsdag in Damascus, een jaar na de val van Assad: de ene wijk viert feest, de aangrenzende buurt luistert bedrukt naar vuurwerk en vreugdekreten, vrezend voor een afrekening.

Het feest begint op de vooravond van maandag 8 december bij het monumentale station van al-Qadam, een halte aan de historische Hejazspoorlijn. Dit Ottomaanse gebouw met schitterende blauwe ruiten overleefde de oorlog. Op het stationsplein maken islamitische strijders hun opwachting in een haag van omwonenden. Vuurwerk knalt, een bevrijdingslied knalt door de speakers: ‘Jij bent een vrije Syriër.’

De bevolking van Qadam, een soennietische wijk die vroeg de kant van het verzet koos, is door de troepen van Assad zwaar geraakt. Op het plein hangen overal foto’s als herinnering: meer dan duizend rebellen en burgers uit de wijk kwamen om in veertien jaar oorlog.

Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Ze doet momenteel, een jaar na de machtsovername in Syrië, verslag vanuit Damascus. Eerder was Van Es correspondent in het Midden-Oosten.

Ze noemen het hier de ‘wijk van de weduwen’. Een lokale hulpverlener becijferde dat in één op de zes huishoudens in Qadam geen man meer aan het hoofd staat: die zijn dood of vermist. Bijna iedereen verloor een broer, zoon of vader. Veel mannen werden opgepakt bij een controlepost, om nooit meer thuis te komen.

Aan de overkant van het spoor ligt een buurt die bekend staat onder de veelzeggende naam ‘Assad’. De meeste bewoners behoren tot de alawietische minderheid in Syrië, net als de gevallen dictator.

Zo welvarend als de familie Assad is, zo arm zijn de geloofsgenoten in de Assadbuurt. Hun huizen lijken bijna sloppen, parallel aan de spoorlijn. De feestklanken van het station hoor je ook hier. Maar de bewoners van de Assadbuurt hebben niets te vieren. Voor de machtovername hadden ze hier al weinig, daarna raakten ze alles kwijt. De buren uit Qadam willen dat ze vertrekken.

Onder de gewezen dictator woonden hier ‘één of twee daders’, zoals een notabele zegt die niet met zijn naam in de krant durft. Het waren gevreesde militiemannen, ‘shabiha’, met liters bloed aan de handen. Na de machtsovername leverden de daders hun wapens in. Even leek de spanning uit de lucht.

Dit najaar begon in de Assadbuurt de aanleg van een nieuwe riolering. De buizen liggen er nog, het werk is in volle gang. Bij het openbreken van de weg kwam een afschuwelijk geheim aan het licht. In het oude riool werden enkele lijken gevonden, naar men denkt gedumpt in de oorlogsjaren.

Inwoners van de Assadbuurt ontkennen dat zij iets met de doden te maken hebben. Wie de slachtoffers zijn, is niet vastgesteld. In Qadam denken ze dat hun vermisten hier in het riool zijn beland. Ze inspecteerden de eigendomspapieren van hun alawietische buren. Dit is nu de overtuiging: de Assadbuurt zou niet moeten bestaan. Die is lang geleden illegaal gebouwd op grond van Qadam.

‘Sommigen van hen waren shabiha en we willen ons land terug’, zegt Abdelaziz Fadho. Zijn drie broers verdwenen in de handen van Assad. Verder weg in zijn invloedrijke familie zijn talloze slachtoffers. ‘We zijn hier met de nieuwe overheid mee bezig.’

Dit helpt mee: sommige strijders uit Qadam zijn nu ambtenaar bij de nieuwe overheid. Hamze al Zikh deserteerde in 2012 uit het leger van Assad. De rebellenstrijder van het eerste uur dacht toen dat iedereen in het leger zou overlopen naar het verzet. Groot was de schok toen militairen van Assad volop slachtoffers maakten in Qadam. In de gevechten sneuvelde Hamzes broer, ook een rebellenstrijder.

Nu is Hamze in dienst bij het nieuwe ministerie van Defensie. De bewoners uit de Assadbuurt moeten weg, vindt hij. In zijn ogen is dat geen wraak of sektarisch geweld. ‘We willen rechtvaardigheid. Onze broers en zonen zijn daar in het riool gevonden. En ze hebben onze grond in beslag genomen.’

‘Er komt een plan om de bewoners opnieuw te huisvesten’, zegt Malek al Halabi, die het stationsplein beveiligt in het tenue van het ministerie van Binnenlandse Zaken. ‘Maar natuurlijk niet hier in de regio.’

In de Assadbuurt zeggen ze dat ze zullen vertrekken als blijkt dat er met de eigendomspapieren inderdaad iets niet in orde is. Achter de huizen waar ze nu nog wonen, gaat het feest verder.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next