Home

Bijna 30 procent van de hoogleraren is vrouw, maar echte gelijkheid blijft ver weg

Met 29,9 procent vrouwelijke hoogleraren is Nederland dicht bij de symbolische grens van 30 procent, maar volgens het Landelijk Netwerk van Vrouwelijke Hoogleraren biedt dit weinig reden voor feest: in het huidige tempo duurt gelijkheid nog twintig jaar.

Dat percentage geldt in veel organisaties als een kritische massa waarbij minderheden structurele verandering kunnen bewerkstelligen. Zo hanteert de overheid een zogeheten ‘ingroeiquotum’ van één derde vrouwen in Raden van Commissarissen bij beursgenoteerde bedrijven.

Toch is het geen reden voor een groot feest, aldus het Landelijk Netwerk van Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH) dat de nieuwe cijfers maandag presenteerde. In het huidige tempo duurt het waarschijnlijk nog 20 jaar voordat er evenveel vrouwelijke hoogleraren zijn als mannen.

Daarvoor waarschuwt ook Ineke Sluiter van Athena’s Angels, een samenwerking van vrouwelijke hoogleraren. ‘30 procent is goed nieuws, maar nog ver verwijderd van een eerlijke verdeling.’

Nederland in Europa in middenmoot

Uit cijfers van eerdere jaren bleek dat Nederland in Europees verband laag in de middenmoot staat als het gaat om vrouwelijke hoogleraren. Bij landen als Roemenië en Letland is het al jaren fiftyfifty.

In Nederland is de gelijke verhouding tussen mannen en vrouwen dit jaar al wel bereikt in de besturen van de universiteiten: 51,3 procent van de leden van de Colleges van Bestuur is vrouw. Dat komt volgens Lidwien Poorthuis, directeur van het LNVH, deels doordat daar relatief minder posities in te vullen zijn.

In Nederland gaat het om 41 plekken en hebben besturen er volgens Poorthuis baat bij dat diversiteit in hun midden goed zichtbaar is. ‘Als het in de besturen al niet lukt om een gelijke verdeling voor elkaar te krijgen, hoe moeten ze dat dan in de rest van de organisatie voor elkaar krijgen?’

‘Rigide malletje naar de top’

De benoemingsprocedures voor bestuursfuncties verlopen bovendien anders dan die voor academische vacatures, waar volgens Poorthuis sprake is van een ‘rigide malletje naar de top’. Wetenschappers worden nog altijd getoetst aan harde eisen zoals publicaties en het aantal promovendi dat ze begeleiden. ‘Vrouwen vervullen vaker werkzaamheden die niet leiden tot promoties, zoals onderwijs en administratieve taken die de universiteit overeind houden.’

Hierdoor blijft er ook minder tijd voor onderzoek over. Poorthuis: ‘We kijken met een voor en door mannen gemaakte bril naar wat een succesvolle wetenschapper moet zijn.’

Opvallend is hoe scheef de verhouding man/vrouw is op verschillende treden van de academische carrièreladder. Waar het aantal vrouwelijke afgestudeerden met 54,6 procent zelfs hoger is dan het aantal mannen, zakt dit naar 36,6 procent vrouwelijke universitair hoofddocenten.

Het is volgens Poorthuis geen kwestie van wachten totdat mannen met pensioen gaan. ‘Zeker in tijden waarin instellingen onder druk staan wegens bezuinigingen, zien we dat er terug wordt gevallen op oude gewoontes. Juist nu is doorpakken nodig.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next