Paleontologie Onderzoek aan het tongbeen laat zien dat Nanotyranno toch écht een aparte soort is.
Een Nanotyrannus (links) en een jonge Tyrannosaurus ruziën om eten. Een volwassen Tyrannosaurus kijk toe.
Een tiener-T. rex of toch een volwassen mini-dino? Zestig jaar lang waren paleontologen het oneens over de interpretatie van een losse dinosaurusschedel. Die werd aanvankelijk toegeschreven aan een nieuwe soort, Nanotyrannus lancensis. Maar op basis van aanvullende vondsten ontstond discussie, want volgens sommigen wetenschappers zou het om de schedel van een jongvolwassen Tyrannosaurus rex gaan. In Science komen Amerikaanse paleontologen nu met het doorslaggevende antwoord. Op basis van een nieuwe onderzoeksmethode, tongbeenanalyse, concluderen ze: Nanotyrannus was écht een aparte soort.
Om te onderzoeken of een overleden dier al dan niet de volwassenheid heeft bereikt, worden vaak de botten van ledematen bestudeerd – daar is in dat opzicht meer aan af te leiden dan aan schedels. Na de vondst van die eerste losse Nanotyrannus lancensis-schedel werden er nog wel andere exemplaren van de soort ontdekt, inclusief completere skeletten, waardoor zulk botonderzoek mogelijk was. Alleen: dat leverden conflicterende resultaten op. Sommige fossielen onderbouwden de tienertheorie, andere de Nanotyrannus-hypothese.
De Amerikaanse paleontologen besloten het daarom over een andere boeg te gooien: ze richtten zich op het tongbeen, een in de hals gelegen botje waar (ook bij mensen) de tong aan vastzit. Wellicht zou ook dat bot een indicator kunnen vormen voor volgroeidheid, opperden de onderzoekers. Om die theorie te testten deden ze eerst een tongbeenanalyse bij struisvogels van verschillende leeftijden.
Zo ontdekten ze dat dat botje er bij jonge vogels volkomen anders uitziet dan bij hun volwassen soortgenoten. In onvolgroeid struisvogeltongbeen is er sprake van primair bot, waarin de collageenvezels nog alle kanten op liggen in een soort vlechtwerkje. Zulk bot is minder sterk dan secundair lamellair bot, met parallelle vezels, zoals dat aanwezig is bij volwassen struisvogels. Ook bij krokodillen blijkt het tongbeen te veranderen gedurende het leven. Net als struisvogels worden zij gerekend tot de Archosauria, waartoe ook Tyrannosaurus en Nanotyrannus behoorden.
Vervolgens namen de onderzoekers de tongbenen van uitgestorven Archosauria onder de loep, inclusief twee Tyrannosaurus rex-exemplaren – één van een jong, onvolwassen dier en één van een groter dier dat ook nog in de groei was. In beide gevallen was er primair botweefsel aanwezig.
Tot slot onderzochten ze het tongbeen van de oorspronkelijke Nanotyrannus lancensis-schedel, het zogeheten holotype. De microscopische structuur van het desbetreffende tongbeen wees uit dat het sterk veranderd was gedurende het leven van de dino; er was nauwelijks nog primair botweefsel aanwezig. Op basis daarvan stelden de paleontologen vast dat het individu op z’n minst bíjna volgroeid was. Geen T. rex dus, want die zou in zo’n volwassen stadium drie keer zo groot geweest zijn.
Of de discussie daarmee helemaal is afgesloten? Vermoedelijk niet, want er doen ook theorieën de ronde dat Nanotyrannus een T. rex met dwerggroei was. Maar de paleontologen zeggen daar geen aanwijzingen voor te hebben gevonden. Ook maken ze korte metten met de hypothese van een ‘sneaker male’, een mannetje dat zich als vrouwtje voordoet om zo onopgemerkt een partner te benaderen. Als er al een grootteverschil was tussen mannelijke en vrouwelijke Tyrannosaurus-individuën dan was vermoedelijk de vrouw groter dan de man, schrijven ze. En sowieso neemt zulk seksueel dimorfisme bij vogels, reptielen en zoogdieren nooit zulke extreme vormen aan dat de ene sekse drie keer zo groot is als de andere.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Source: NRC