Ruim een miljoen dieren zijn dit najaar geruimd op met vogelgriep besmette pluimveebedrijven. Kippenboer Theo Bos maakte het in april 2022 zelf mee. ‘Je moet er niet te lang bij stilstaan, anders word je gek.’
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.
Theo Bos was er zelf niet bij, toen drieënhalf jaar geleden het noodlot toesloeg op zijn pluimveebedrijf. Hij was op de terugweg van een tripje naar Duitsland met vrienden toen zijn zoon, mede-eigenaar en beoogd opvolger, hem belde. Er waren ineens een stuk of honderd kippen dood. De symptomen die hij beschreef konden maar één verklaring hebben: vogelgriep.
Toen Bos thuiskwam, zat de kantine al vol. De dierenarts, de Gezondheidsdienst voor Dieren, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA): allemaal waren ze ingeschakeld en in allerijl naar het leghennenbedrijf in Barneveld gereden. ‘Toen ging de poppenkast draaien.’
Bos (61) vertelt onbezwaard over een gebeurtenis die sommige pluimveehouders beschrijven als de zwartste dag uit hun leven: de dag dat hun bedrijf geruimd wordt vanwege een besmetting met vogelgriep. Hij doet dat aan de keukentafel. Vanwege het risico op besmetting bij de huidige vogelgriepgolf zijn de stallen verboden terrein voor iedereen behalve hemzelf, zijn zoon en de dierenarts.
De laatste weken gaan Bos’ gedachten weer vaker terug naar die dagen in april 2022, toen zijn bedrijf geruimd werd. Net als toen gaat het vogelgriepvirus weer volop rond in Nederland. Sinds 7 oktober is op 25 locaties een besmetting vastgesteld, waaronder 18 commerciële pluimveehouderijen. Meer dan een miljoen dieren zijn geruimd.
Bron van de besmettingen zijn wilde vogels. Vooral eenden worden dit jaar hard getroffen door het virus. De Europese voedselveiligheidsautoriteit Efsa sprak vorige week in een tussentijds noodrapport van een ‘ongekend’ hoog aantal besmettingen en pleitte voor ‘strikte bioveiligheidsmaatregelen’ op pluimveebedrijven.
De dierenartsen en NVWA-medewerkers die zich donderdag 14 april 2022 op Bos’ bedrijf hadden verzameld, inspecteerden eerst de dieren en namen testmonsters. Ze vroegen hem nog of hij in de ochtend gebeld wilde worden met de testuitslag, of ’s nachts al. ‘Ik zei: bel maar meteen. Je slaapt toch niet.’ Midden in de nacht kwam het bevestigende telefoontje.
De volgende dag was het ‘één grote mierenhoop van mensen’, memoreert Bos. ‘Je bedrijf wordt overgenomen.’ Een taxateur maakte een inschatting van de waarde van de dieren. Diezelfde dag begon de NVWA met het ruimen. De stallen werden afgesloten, er werd gas in geblazen tot alle 65 duizend leghennen dood waren, de karkassen werden geraapt.
Van buiten de sector klinkt ongeloof over de vanzelfsprekendheid waarmee honderdduizenden dieren afgemaakt worden. Viroloog Thijs Kuiken van het Erasmus MC pleit ervoor minder kippen te houden, zeker in pluimveedichte gebieden zoals de Gelderse Vallei.
Onzin, vindt Bos, die bij de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar in Barneveld de BBB-lijst aanvoert. ‘Kijk naar Amerika. Daar zijn de afgelopen jaren 150 miljoen vogels afgemaakt, terwijl de dichtheid daar niet te vergelijken is met Nederland.’ Zolang er geen werkend en goedgekeurd vaccin is, ziet hij de ruimingen als een onvermijdelijk kwaad.
Maar volgens viroloog Kuiken is met veel bedrijven dicht op elkaar het risico nu eenmaal groter dat het virus overslaat. Dat van bedrijf-op-bedrijfbesmetting nu geen sprake lijkt te zijn, doet daar volgens hem niets aan af. ‘Het kan snel uit de hand lopen. De capaciteit om bedrijven te ruimen is beperkt.’
Bos is een van de weinige pluimveehouders die in het openbaar praten over hun ervaring met ruimingen. Hij deed dat op de dag zelf al voor een televisiecamera. ‘Kennissen zeiden dat ze een Theo zagen die ze niet kenden. Ik was strak, kortaf, niet mezelf.’ Pas de volgende dag kon hij het enigszins van zich af zetten.
De zondag daarop was Eerste Paasdag. Het bedrijf was geruimd, de stallen stonden leeg. Bos kon uitslapen, maar werd vroeg wakker. ‘Wat doe je dan? Je gaat over je bedrijf lopen. Doelloos, met je ziel onder je arm. Je denkt bij jezelf: ‘Wat doe ik hier?’ Er is niks. Nu ik het vertel, voel ik het weer. Leeg. Verloren in de ruimte.’
Na een week of twee bestelde hij nieuwe kippen, maar het duurt 20 weken voor die uitgebroed en opgefokt zijn. In die tijd stond het bedrijf leeg. Tijd om wat te klussen aan een van de stallen en eens op vakantie te gaan. Of de dood van zoveel dieren hem persoonlijk iets doet? ‘Kijk, als zo’n kip ziek is, is het goed. Die moet je uit haar lijden verlossen.’
De gezonde dieren, daar heeft hij mee te doen. Slechts een van de drie stallen was besmet, maar alle dieren moesten geruimd worden. ‘Het geluid van die kippen als ze achter je aan lopen, dat is prachtig. Dat moet je een keer meemaken. Een gezond koppel is mooi om te zien. Als dat wordt afgemaakt, is dat niet goed voor je gemoedstoestand. Daar moet je niet te lang bij stilstaan, anders word je gek.’
In 2003 werd zijn bedrijf al eens preventief geruimd, na een besmetting bij de buurman. ‘Ik weet nog dat ik toen de stal in liep, en ze daar allemaal dood lagen. De stilte was oorverdovend. Ik heb me voorgenomen dat nooit meer te doen.’ Sinds een beleidswijziging in 2023 zijn preventieve ruimingen niet meer voorgekomen.
Een besmetting kort geleden in Zeewolde was voor Bos het teken dat het virus nog niet weg is. Het blijft de komende weken nagelbijten en voorzichtig blijven. ‘De trekvogels zijn nog niet doorgetrokken. De zorgen blijven.’
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant