Levensstijl De Italiaanse keuken maakt een grote kans om komende week als Unesco-erfgoed te worden erkend. De politieke lobbycampagne die de rechtse regering-Meloni rond eten voert, valt lang niet bij iedereen in de smaak.
Stefano Pisani, de burgemeester van Acciaroli, begint de feestelijkheden met een toost.
Op een zondag halverwege november klimt het kwik in het Zuid-Italiaanse vissersdorp Acciaroli nog vlot naar twintig graden. De stenen steegjes leiden naar een brede straat, waarop een wel vierhonderd meter lange tafel plaats biedt aan honderden genodigden. In totaal zullen ruim 630 eters aanschuiven voor de zondagse lunch, die bestaat uit een voorafje van verse mozzarellakaas, handgemaakte pasta en een vleesgerecht met seizoengebonden groenten.
Terwijl de zeelucht zich vult met de geur van pastasaus en rode wijn wordt er door de honderden tafelgasten getoost, luid gelachen en druk gepraat. Tussen de gangen door dansen de eters op Zuid-Italiaanse volksmuziek en spelen kinderen tussen de tafels.
Dit is niet zomaar een lunch, maar het verjaardagsfeest van het mediterrane dieet (in de betekenis van voedingsgewoonten), sinds 2010 erkend als immaterieel cultureel erfgoed van de Unesco, de VN-organisatie voor wetenschap, cultuur en onderwijs.
En straks maakt ook de Italiaanse keuken zélf een goede kans op die eervolle status. De beslissing wordt woensdag in de Indiase hoofdstad New Delhi verwacht. Maar uit Frankrijk en Spanje, landen die ook trots zijn op de eigen culinaire traditie, klinkt kritiek op de Italiaanse lobbycampagne van Giorgia Meloni’s regering.
Het vissersdorp Acciaroli ligt in de Cilento, een ongerept kustgebied met heuvels vol olijfbomen en wijngaarden dat bekendstaat als de bakermat van de mediterrane levensstijl. Geïntrigeerd door het zeer lage percentage hart- en vaatziekten van de lokale bewoners, die vaak in goede gezondheid zeer oud worden, trok de Amerikaanse voedingswetenschapper Ancel Keys begin jaren zestig naar het nabijgelegen dorpje Pioppi voor onderzoek.
Keys ontdekte wat de Zuid-Italianen al generaties lang aanvoelden en toepasten: dat de eetgewoonten in de Cilento-streek – olijfolie, granen, veel groenten, een gematigde hoeveelheid vis en liefst zo weinig mogelijk vlees – hartziektes helpen te voorkomen en zo een hoge leeftijd helpen te bereiken. De Amerikaan zou decennialang in Pioppi blijven wonen. Het dorp heeft aan het mediterrane dieet een klein, levendig museum gewijd, met daarin ook Keys’ bibliotheek. De voedingswetenschapper werd honderd jaar oud en bewees zo zijn eigen wetenschappelijke conclusie.
Maar het mediterrane dieet draait om veel meer dan om typische producten als olijfolie van de eerste koude persing of pasta met tomaat. Het is een levensstijl die gezondheid, duurzaamheid en sociale verbondenheid verbindt.
Obers serveren een typisch Napolitaanse ragù, pasta met vleessaus, bij de zondagse lunch in Acciaroli, halverwege november.
Gasten bij de zondagse lunch in Acciaroli, halverwege november.
„We eten volgens het ritme van de seizoenen, en achter elk gerecht schuilt bovendien een traditie of een verhaal”, zegt Giovanna Voria terwijl ze aan de eindeloze tafel in Acciaroli een bord pasta eet. Voria runt een landbouwbedrijf dat olijfolie, kikkererwten, kastanjes en citrusvruchten produceert. „Maar eten is veel meer dan de honger stillen. Voor Italianen betekent samen koken en samen eten vooral tijd maken voor elkaar.”
Van de sociale en culturele functie van eten en de noodzaak van een evenwichtig dieet zijn zelfs de allerjongsten op de hoogte, onder meer dankzij ‘Trotula’, een educatief en creatief project van Roberta Pastore en Anella Mastalia. De twee vriendinnen besloten de lokale historische figuur Trotula de Ruggiero vanonder het stof te halen. Trotula was een middeleeuwse arts die rond 1030-1070 in het Zuid-Italiaanse Salerno al aan vrouwengeneeskunde zou hebben gedaan. Omdat ze van rijke huize was, kon ze studeren aan de Salernitaanse school voor geneeskunde, die toen al door geleerden uit het hele mediterrane gebied werd bezocht.
Aan de hand van deze historische vrouwenfiguur wordt kinderen in Salerno, op zo’n anderhalf uur rijden van Acciaroli, het belang van een evenwichtig leven via gezond eten en de juiste balans voor lichaam en ziel aangeleerd. Het project begon tijdens de coronapandemie. Vijf jaar later zijn er over Trotula al vier geïllustreerde kinderboeken gemaakt, maar ook theatervoorstellingen, workshops, een kortfilm, een speeltuin – en er is een verdieping in het museum van het mediterrane dieet in Pioppi voor ingericht.
Bij kinderen slaat het verhaal van Trotula aan, blijkt op een stadspleintje in Salerno uit een gesprek met Marta Capano, een tienjarig meisje met bril en baseballjas dat met haar klas een Trotula-workshop deed. „Olijfolie is heel gezond, net als de basisprincipes van de voedselpiramide.” Dat is een visueel model dat laat zien hoe je een evenwichtige voeding samenstelt; het meisje onthoudt wat erin hoort dankzij Trotula. Ze maakt ook meteen een emotionele associatie met eten: „Ik ga graag met mama naar de markt, waar ik iedereen ken en van alles mag proeven. Ik hou ook van de chaos en het luide geroep.” Haar klasgenoot Salvatore De Crescenzo, een kind met wild, blond haar dat aan leeuwenmanen doet denken, noemt eten „een moment om samen familietradities te delen”.
Docent Angela Cherchi vertelt haar leerlingen in Salerno over Trotula.
Volgens professor Pier Luigi Petrillo, auteur en curator van het Unesco-dossier voor de erkenning van de Italiaanse keuken als erfgoed, hebben deze kinderen exact begrepen waar het om draait. „Koken en eten betekent ook herinneringen en emoties met elkaar delen, en affectie en liefde overbrengen”, zegt Petrillo, docent ‘cultural heritage studies’ aan de Luiss Guido Carli-universiteit in Rome en expert op het gebied van immaterieel erfgoed. Ditmaal gaat het niet om één gerecht of traditie – zoals de Napolitaanse pizzakunst of de Belgische biercultuur – maar om de hele culturele en sociale dimensie van koken en eten in Italië, in combinatie met duurzaamheid, bio-culturele diversiteit en ambachtelijke bereidingsvormen.
Als het de Italianen lukt, dan wordt voor het eerst ooit een hele keuken als immaterieel erfgoed erkend. In november kwam al een eerste positief technisch advies. Volgende week, tijdens een Unesco-top in New Delhi, maakt het Intergouvernementeel Comité voor de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed zijn inschatting. Vertegenwoordigers van 24 landen met stemrecht (vaak diplomaten) zullen dan over de erfgoeddossiers stemmen. Wellicht slepen de Italianen de erkenning voor hun keuken wel in de wacht, ondanks het ongenoegen van de Fransen en Spanjaarden, die allebei stemrecht hebben.
De ontevredenheid draait niet zozeer om de inhoud van de Italiaanse kandidatuur als wel om de lobbycampagne die de rechtse regering voert. Zo was premier Meloni in september te zien in een populaire zondagmiddagshow op de publieke zender Rai, tijdens een lunch in de buurt van het Colosseum ter promotie van de Unesco-kandidatuur. De centrumlinkse oppositie verweet de premier dat ze de publieke omroep gebruikte voor ‘verkiezingsspotjes’. Meloni benadrukte dat de Italiaanse keuken „een van de bijzonderste dingen is die we hebben”, en een symbool is van cultuur, identiteit, traditie en economische kracht.
De Italiaanse keuken is wereldwijd zo’n 250 miljard euro waard, ging Meloni verder, en verdient nog meer aandacht. Het past perfect bij de nationalistische agenda van haar radicaal-rechtse regeringspartij Fratelli d’Italia, die inspiratie put uit Donald Trumps ‘MAGA’-agenda en die draait rond ‘Italië eerst’, de bescherming van het vaderland en economisch patriottisme.
Vandaar het verwijt uit Franse en Spaanse hoek dat Italië de kandidatuur politiseert, en ‘gastro-diplomatie’ inzet om zijn soft power te vergroten, eerder dan om culturele tradities te behouden.
De spelregels zijn duidelijk: commerciële of politieke doeleinden mogen geen rol spelen bij een Unesco-erkenning. Bepaalde producten of toerisme promoten mag niet, en erfgoed mag ook niet worden gebruikt als propaganda of landenprofilering. Maar de Italiaanse regering koppelt de kandidatuur wél nadrukkelijk aan economische belangen en nationale identiteit. En als de Italianen hun Franse buren kunnen plagen, dan houden ze zich niet in.
„Als de Italiaanse keuken niet zou worden erkend, dan zou dit vooral afbreuk doen aan andere, al erkende keukens”, zei de Italiaanse landbouwminister Francesco Lollobrigida in juli op een officieel diner in Malta. Wat in Italië als een grapje werd omschreven, schoot in Parijs echter als een pijl dwars door het gastronomische hart. Frankrijk en Italië wedijveren om álles wat schoonheid en levenskunst uitstraalt: mode, luxe en zeker gastronomie – en de Franse gastronomische maaltijd (dus niet de Franse keuken) werd al in 2010 als erfgoed erkend. Met zijn uitspraak suggereerde de Italiaanse minister dus dat de vaderlandse keuken superieur zou zijn.
De Unesco-kandidatuur draait hoe dan ook niet om ‘de beste’ of ‘uniekste’ keuken, benadrukt professor Petrillo. „Italië heeft overigens niet één keuken, maar een mozaïek van regionale tradities, sterk beïnvloed door andere culturen.” In het noorden krijg je strudels en knoedels op je bord, op Sicilië couscous met vis en andere gerechten met Arabische smaken. „Als iets onze keuken typeert, dan is het wel haar inclusieve karakter.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC