Home

Eén jaar Sharaa in Syrië: successen overzee, verdeeldheid thuis

Er wordt vandaag gefeest in Syrië, nu dictator Assad precies een jaar geleden werd verjaagd. Zijn opvolger, de voormalige jihadistische strijder Sharaa, bracht het land terug op het wereldtoneel, maar heeft binnen Syrië nog geen vrede kunnen stichten.

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.

Pleinen stromen vol. Vuurwerk knettert. Er wordt met vlaggen gezwaaid, gedanst, gezongen. In heel Syrië staan burgers sinds dagen stil bij het eenjarige jubileum van de machtsoverdracht in hun land. Vandaag is het precies een jaar geleden dat Damascus viel. De vijftig jaar oude dynastie van de gehate Assad-familie verkruimelde, en maakte plaats voor rebellenleider en ex-jihadist Ahmad al-Sharaa. Kort daarop kroonde de 43-jarige Sharaa zich tot interim-president.

Pogingen om Sharaa’s eerste jaar aan de macht terug te brengen tot een simpel rapportcijfer zijn zinloos, daarvoor is het beeld te diffuus. Op buitenlandvlak heeft de president een ware zegetocht achter de rug, terwijl hij in eigen land grote moeite heeft om het vertrouwen te winnen van de diverse etnische minderheden. Een Syrië dat in afzonderlijke brokstukken uiteenvalt, is nog altijd een mogelijkheid.

Wie bij het buitenland begint, kan niet om Sharaa’s diplomatieke charmeoffensief heen. Hij toog naar Moskou, stuurde zijn minister van Buitenlandse Zaken naar Beijing en sprak als eerste Syrische staatshoofd sinds mensenheugenis op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Na een isolement van een halve eeuw telt Syrië weer mee op het wereldtoneel.

Complimentjes en cadeaus

Hoogtepunt was de bromance met de Amerikaanse president Donald Trump. Sneller dan vriend en vijand voor mogelijk hielden, heeft Trump de Syrische leider omarmd. Dat begon in de Saoedische hoofdstad Riyad, waar Trump beloofde de verstikkende sancties op te heffen, en eindigde vorige maand in het Witte Huis waar Trump Sharaa ontving met complimentjes en cadeaus (parfum voor Sharaa’s vrouw). Over de man naast hem, als twintiger naar buurland Irak vertrokken om Amerikaanse soldaten op te blazen, zei Trump verzoenlijk: ‘We hebben allemaal een ruig verleden.’

Voor Sharaa is het te hopen dat zijn investeringen zich uitbetalen wanneer het Amerikaanse Congres gaat stemmen (mogelijk over enkele weken) over het schrappen van de zogeheten ‘Caesar Act’, een pakket aan sancties dat de Syrische economie nog steeds gegijzeld houdt. Trump heeft meermaals vrijstellingen afgegeven, maar die zijn tijdelijk en bieden potentiële investeerders geen garanties.

Wijken in puin

Sowieso blijft de economie een enorme uitdaging. Sharaa heeft een verwoest land geërfd, negen op de tien burgers leeft in armoede. Duizenden ambtenaren zijn ontslagen en zitten werkloos thuis. Miljoenen mensen zijn nog steeds ontheemd, omdat hun wijken in puin liggen. Per dag hebben huishoudens zes à acht uur stroom, al zijn er tekenen van verbetering. De wederopbouw moet nog beginnen.

Daar komt bij dat de sektarische spanningen zijn opgelopen. Het land is een mozaïek van minderheden (met o.a. Koerden, christenen, alawieten en druzen), en Sharaa lijkt als representant van de meerderheid (soennieten) weinig voeling te hebben met hun grieven. Zowel in maart als in juli vonden er bloedige, sektarische moordpartijen plaats – de eerste keer op alawieten aan de kust, de tweede keer op de druzen in het zuiden.

In beide gevallen gaf Sharaa de schuld aan (tribale cq. militante) groeperingen buiten zijn controle, maar uit onderzoek van onder meer Amnesty International en persbureau Reuters bleek dat zijn eigen regeringstroepen wel degelijk betrokken waren. In de ogen van sommige Syriërs is Sharaa gebleven wat hij jarenlang was: het hoofd van een militie, niet een staatshoofd dat zich vaderlijk om iedereen bekommert. Wat telt, zeggen zijn critici, is de macht van het wapen. Het geweld zal nog generaties nadreunen; veel alawieten en druzen voelen zich verweesd in eigen land.

Proefballonnetjes

Toch zou het een misvatting zijn om Sharaa te vergelijken met zijn voorganger, dictator Bashar al-Assad. Het nieuwe bewind geniet veel bredere steun. Naar buiten toe geeft Sharaa’s regering de indruk dat ze soms luistert. Plannen die in de publieke opinie op veel weerstand stuiten (een bikini-verbod op het strand, bijvoorbeeld), worden als proefballonnetjes weer ingetrokken. De vrees dat Syrië een Taliban-achtig emiraat zou worden, is niet uitgekomen. Tegen een aantal moordenaars van alawieten is een rechtszaak gestart, en hoewel de uitkomst ongewis is, was een dergelijke stap onder Assad ondenkbaar.

Dat laatste punt, justitiële gerechtigheid, blijft niettemin een groot punt van zorg. Tegen de talloze handlangers van Assads moordmachine heeft Sharaa’s bewind tot nu toe weinig ondernomen (enkele daders zijn zelfs gerehabiliteerd), tot groeiend ongenoegen van veel gewone burgers. In een gemengde stad als Homs leidt die onvrede ertoe dat mensen geregeld het recht in eigen hand nemen en lukraak veronderstelde daders uit de Assad-tijd liquideren.

Bovendien weet niemand of Sharaa het land bij elkaar zal kunnen houden. Zowel de Koerden in het noordoosten als de druzen in het zuiden ijveren voor autonomie. Ze willen een federaal model, maar in Sharaa’s oren klinkt dat als het uiteenvallen van Syrië. Succesvolle federaties zijn er in het Midden-Oosten niet, dus zijn scepsis is begrijpelijk.

Strategisch geduld

Een bijkomend probleem is de bemoeienis van Israël, dat zich ongevraagd heeft opgeworpen als ‘beschermer’ van de druzen. De regering van premier Benjamin Netanyahu wantrouwt Sharaa vanwege diens jihadistische verleden en eist een gedemilitariseerd zuiden, hoe vaak Sharaa ook herhaalt dat hij in vrede is gekomen. Eind vorige maand doodden Israëlische troepen in het zuiden dertien Syriërs, onder wie strijders van een lokale verzetsgroep. Bemiddeling van de Amerikanen tussen beide regeringen heeft geen resultaat gehad. ‘Israël vecht tegen spoken’, sprak een gefrustreerde Sharaa afgelopen weekend.

Ook met de Koerden zijn de maandenlange onderhandelingen voorlopig op niks uitgelopen. Ibrahim Hamidi, de Syrische hoofdredacteur van online tijdschrift Al Majalla, denkt dat Sharaa’s aanvankelijke haast heeft plaatsgemaakt voor strategisch geduld. ‘Zijn prioriteit is de wederopbouw van steden als Aleppo, Idlib en Homs. Die moeten als model fungeren. De hoop is dat de andere etnische groepen dan denken: daar willen we bij horen.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next