Syrië Een jaar geleden viel de Syrische dictator Bashar al-Assad. Zijn opvolger, de voormalige jihadist Ahmed al-Sharaa, ontpopte zich tot een internationaal geaccepteerd regeringsleider. Maar de lijst met problemen is nog altijd „schier eindeloos”, zegt Clingendael-onderzoeker Erwin van Veen.
President Ahmed al-Sharaa van Syrië tijdens vieringen in Aleppo dat zijn regime bijna een jaar aan de macht is.
Daar stond hij dan, in The Oval Office, naast de breeduit lachende Amerikaanse president. Met zijn ontvangst door Donald Trump in Washington vorige maand was de ontwikkeling van Ahmed al-Sharaa van jihadist naar internationaal geaccepteerd regeringsleider compleet.
Precies een jaar geleden trok Sharaa met zijn islamistische alliantie HTS de buitenwijken van de Syrische hoofdstad Damascus binnen. In de weken ervoor was hij al bezig aan een opmars, maar vrijwel niemand had verwacht dat hij zo snel dictator Bashar al-Assad zou verdrijven. Assad vluchtte naar Moskou en Sharaa werd de nieuwe president.
Na dertien jaar oorlog lag Syrië bij het aantreden van Sharaa in puin. Waar te beginnen met opbouw en herstel? „Een monsterklus”, zegt Erwin van Veen, Midden-Oostenonderzoeker van denktank Clingendael. Ondanks de vele problemen waar het land nog altijd mee kampt, heeft de nieuwe president hem „positief verrast”, zegt hij.
„Ineens was Sharaa verantwoordelijk voor een land dat aan de economische afgrond stond, waar verschillende buitenlandse mogendheden aan lopen te trekken. Dat heeft hij kunnen omdraaien, dankzij twee buitenlandse leiders: Trump en de Saoedische kroonprins Mohammed bin-Salman.”
Toch kampt Syrië nog altijd met een „schier oneindige lijst met problemen”, zegt Van Veen. Een greep: er zijn nog bijna zeven miljoen ontheemden, op een bevolking van zo’n 25 miljoen mensen. Veel van hun huizen zijn kapotgeschoten. Op veel plekken liggen nog onontplofte munitie en landmijnen.
Negen van de tien Syriërs leven onder de armoedegrens van nog geen twee euro per dag. En kinderrechtenorganisatie Save the Children meldt dat 2,4 miljoen kinderen niet naar school gaan, kinderarbeid is toegenomen en meer meisjes vroeg gaan trouwen.
Een ander probleem is dat nog niet alle sancties tegen het land opgeheven zijn. Binnenkort hoopt het Amerikaanse Congres de Caesar-sanctiewet tegen Syrië op te heffen, wat een cruciale barrière voor wederopbouw kan wegnemen.
In het noorden van het land wordt bovendien nog nog gevochten, in gebieden die onder controle staan van de gewapende Koerdische militie YPG. Van Veen: „Er zijn weliswaar onderhandelingen tussen Sharaa en YPG, maar die schieten nog niet echt op. Al is het op zichzelf al een prestatie van de president, met dank aan de Verenigde Staten en Turkije, dat die onderhandelingen überhaupt lopen.”
En dan zijn er nog de sektarische bloedbaden waar het land afgelopen jaar mee te kampen heeft gehad. In de kuststreek bij Latakia vielen alawitische pro-Assad-opstandelingen een veiligheidspatrouille van regeringstroepen aan, waarna bij een tegenoffensief naar schatting ruim 1.600 mensen omkwamen. Ook in Jaramana, Homs en Sweida vond er grootschalig geweld langs sektarische lijnen plaats, soms vermengd met afrekeningen uit de burgeroorlog of het criminele circuit.
Ook buurland Israël speelde in het afgelopen jaar een negatieve rol, constateert Van Veen. „Israël voert een agenda van pakken wat je pakken kunt. Behalve de al onrechtmatig bezetting van de Golanhoogten, sinds 1967, heeft Israël afgelopen jaar de Hermonberg en een extra strook land in Syrië ingenomen. En het bombardeerde militaire bases, terwijl het Syrische leger amper iets voorstelt en Sharaa al had gezegd dat hij geen problemen met Israël wil.”
Een begraafplaats bij de Noord-Syrische stad Idlib van legertanks en gepantserde voertuigen die door rebellen zijn in beslag genomen tijdens de val van het regime van de voormalige Syrische president Bashar al-Assad.
De Syrische hoofdstad Damascus in november van dit jaar.
„Dat is zeer onwaarschijnlijk. Daar is significante internationale druk voor nodig, en die is er niet. En dan nog, als de discussie over Israëlische terugtrekking uit bezet gebied ooit serieus op gang komt, dan zal het in eerste instantie over Palestijns gebied gaan. Syrië kan dat deel van de Golanhoogten denk ik afschrijven.”
Sharaa mag dan in zijn eerste jaar boven verwachting gepresteerd hebben, er zitten volgens Van Veen nog wel de nodige zwaktes in de lopende transitie. Ten eerste: hij is erg afhankelijk van de steun van Trump, Bin Salman en de Turkse president, Recep Tayyip Erdogan. Dat is fragiel, aldus de onderzoeker: als een van hen wegvalt, kan het hele proces instorten.
Een andere zwakte is dat het nieuwe regime nog amper initiatieven heeft opgezet om duidelijkheid te scheppen over gruweldaden uit de burgeroorlog, inclusief die van HTS zelf. Van Veen: „Afgelopen voorjaar was er een ‘nationale dialoog’, maar die was behoorlijk in elkaar geflanst, met weinig voortzettingsvermogen. Er zijn deals gesloten met zakenlui die aan Assad gelieerd waren: in ruil voor rehabilitatie leveren zij een deel van hun vermogen in. Maar dat proces verloopt niet transparant, en de vrees bestaat dat de geconfisqueerde gelden bij Sharaa en zijn intimi belanden.”
Bovendien zijn er veel ambtenaren ontslagen die aangesteld waren door het Assad regime en deels ook lid waren van diens Baath-partij. Hoewel dit officieel gebeurde omdat er te veel ambtenaren waren, wordt dat toch ook door een sektarische bril gezien. Dit levert wrok op, zoals in Irak, waar ontslagen functionarissen en militairen van Saddam Hoessein later aan de basis stonden van terreurgroep IS.
Een standbeeld van Hafez al-Assad, de vader van voormalig dictator Bashar, dat omvergeworpen werd tijdens de val van het Assad-regime.
Leden van de bedoeïenengemeenschap worden geëvacueerd in juli van dit jaar na een week van sektarisch geweld in de zuidelijke Syrische provincie Sweida waarbij meer dan 1.100 doden vielen.
Van Veen acht het verstandiger om de overheid geleidelijk in te krimpen en lidmaatschap van de Baath-partij als zodanig niet doorslaggevend te laten zijn. Veel overheidsbanen vereisten immers simpelweg een partijpasje. „Het was in ieder geval verstandig om gewone dienstplichtige soldaten die onder Assad dienden informeel amnestie te verlenen.”
Over de gevluchte dictator Assad is afgelopen jaar amper iets vernomen. Die zit, zegt Van Veen, ergens in Moskou – „en gezien zijn riante vermogen zal dat niet in een klein appartementje zijn”. Het is nog niet gelukt om iets van zijn van de staat gestolen geld te vorderen. Van Veen: „Rusland wil ook met Sharaa goede banden aanknopen, terwijl ze intussen dus zijn voorganger van een onderkomen hebben voorzien. Dat is een aardige balanceeract.”
Als grootste uitdaging voor Sharaa noemt Van Veen de economische wederopbouw van zijn land. „Als de sancties straks zo goed als volledig opgeheven zijn, moet hij aan de bak. Er moet dan wel een economische vliegwieldynamiek ontstaan om stabiliteit mogelijk te maken. Dan wordt de welig tierende corruptie bijvoorbeeld een belangrijke horde.”
De wijdverspreide armoede vergroot ook de spanningen en de onveiligheid, denkt Van Veen. „Daarnaast zegt Sharaa dat hij inzet op een pluralistisch Syrië. Dat gaat in eerste instantie redelijk: op straat kun je vrij spreken, bijvoorbeeld. Maar er is nog geen wet op politieke partijen, nog geen actief maatschappelijk middenveld dat echt door de overheid gehoord wordt. Als Sharaa een gevoel van burgerschap wil creëren dat in de plaats komt van politiek sektarisme, moet hij daar ook snel mee aan de slag.”
Ahmed al-Sharaa op 10 november van dit jaar in The Oval Office, op bezoek bij de Amerikaanse president Donald Trump.
„Zijn HTS-alliantie toont zich qua ideologie pragmatisch en flexibel. Ze zijn geen jihadisten meer: hun overtuigingen zijn er deels nog wel, maar die hebben ze voor wat betreft het uitoefenen van de macht in een doos in het archief opgeborgen. Wel is het natuurlijk nog een conservatieve, islamistische organisatie.
„Hoewel sektarische spanningen ook al bestonden voordat in 2011 de burgeroorlog uitbarstte, heeft het conflict ze enorm versterkt. Gemeenschappen begonnen zichzelf steeds meer langs etnische lijnen te beschermen. Syrië bestaat uit een grote Arabische en soennitische meerderheid, waar ook Sharaa toe behoort, en drie grotere minderheidsgroeperingen: de alawieten, de druzen en de Koerden. Die opgebouwde spanningen zijn niet zomaar weg.”
Het zou een vergissing zijn, zegt Van Veen, als Sharaa te lang wacht met bestuurlijke vernieuwing. „Natuurlijk eisen de veiligheid en de economie zijn aandacht op, maar intussen zou er op z’n minst een gesprek gevoerd moeten worden over de bestuurlijke en financiële organisatie van de overheid, bijvoorbeeld over de mogelijke en gewenste mate van decentralisatie van het bestuur, of zelfs het invoeren van een federatie. Als je dat niet goed aanpakt, blijven de sektarische breuklijnen bestaan. Daar heeft Sharaa in mijn ogen nog wel wat werk te doen.
„Tegelijkertijd moet je in het oog houden waar het land vandaan komt. En dan moet je toch concluderen dat het indrukwekkend is wat de nieuwe president laat zien. Het is, al met al, een positief verhaal – met een flinke schaduwzijde.”
Erwin van Veen (48) is Midden-Oostenonderzoeker bij Clingendael, met een nadruk op geweld, autoritarisme en transitie. Ook is hij verbonden aan het Center for Syria Studies aan de Universiteit van St Andrews, in Schotland. Voorheen werkte hij onder meer voor de Oeso en het ministerie van Buitenlandse Zaken.Hij is auteur van de boeken The Future of the Occupation of the Palestinian Territories after Gaza: Scenarios, Stakeholders and ‘Solutions’ (2025) en Armed Organizations and Political Elites in Civil Wars: Pathways to Power in Syria and Iraq (2024).
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet
Source: NRC