Home

‘Nationale investeringsbank kan niet op de formatie wachten’

Jeroen Kremers | oud-topambtenaar Als Nederland zijn grote ambities met de transities in energie, landbouw en defensie waar wil maken, moet er zo snel mogelijk een nationale investeringsbank komen. Dat stelt voormalig topambtenaar en bankier Jeroen Kremers, die zich hard maakt voor zo’n instelling. „Grote investeringen komen nu steeds in het gedrang.”

Je kunt zeggen dat het hard is gegaan met het idee voor een nationale investeringsbank. In maart deed een groep van ruim zestig zakenlieden, economen, wetenschappers, vakbondsmensen en oud-politici een publieke oproep om een overheidsinstelling op te richten die grote transities in de energiewereld, landbouw en defensie moet gaan financieren, evenals de groeiambities van jonge innovatieve bedrijven. Met een startkapitaal van 10 miljard euro uit de staatskas zou zo’n 90 miljard van private investeerders moeten kunnen worden aangetrokken.

In het programma dat formerende partijen D66 en CDA vorige week presenteerden werd de oprichting van zo’n nationale investeringsbank aangekondigd (als ‘nationale investeringsinstantie’).  Volgens de twee partijen moet deze zich richten op ‘maatschappelijk relevante investeringen op het gebied van verduurzaming van de industrie, opschaling van duurzame energie en projecten met een positief effect op het nationale verdienvermogen’.  Een bedrag dat de overheid hierin zou moeten steken, noemen beide partijen nog niet.

Het is een ambitie waar de initiatiefnemers van de open brief blij mee kunnen zijn.  Maar zijn ze dat ook? „Jawel, maar we zijn er nog niet”, zegt voormalig topambtenaar en bankier Jeroen Kremers, die samen met onder andere voormalig ASML-topman Peter Wennink, oud-Eurocommissaris Neelie Kroes, voormalig directeur van VNO-NCW Cees Oudshoorn en  industriewerkgeversvoorzitter Theo Henrar de oproep van maart in gang heeft gezet.

Daarmee doelt Kremers op wat Jetten, Bontenbal en informateur Buma aan die ambitie hebben toegevoegd: dat de huidige instanties Invest-NL, Invest International en RVO de basis voor de nationale investeringsinstantie zullen vormen.

Dat lijkt in lijn te liggen met twee Kamerbrieven die in juli werden verstuurd. In de ene werd aangekondigd dat Invest-NL (gericht op het financieren van jonge innovatieve bedrijven) en Invest International (dat financiering verzorgt bij projecten in het buitenland) zullen integreren tot één investeringsinstelling. In de andere Kamerbrief schreef minister Eelco Heinen van Financiën (VVD) dat zijn ministerie de oprichting van een nationale investeringsbank (die hij ‘nationale investeringsinstelling’ noemt) zou gaan onderzoeken. Die twee brieven werden aan elkaar gekoppeld.

Maar dat is niet wat de initiatiefnemers tot de open brief voor ogen hebben. Ook zij hebben sinds maart niet stil gezeten, schetst Kremers in een gesprek op zijn werkkamer in zijn huis nabij het Vondelpark in Amsterdam.  Achter de schermen voerden zij volop overleg op verschillende ministeries over wat een nationale investeringsbank zou moeten doen en welke vorm die zou moeten krijgen. Deze week publiceren ze hun verder uitgewerkte ideeën.  

Want nee, zij vinden niet dat Invest-NL en Invest International het voortouw moeten krijgen. De boodschap van Kremers is helder:  „Nederland zou een grote fout maken als ze eerst afwachten hoe Invest-NL en Invest International de komende twee jaar druk bezig zijn met hun integratie en pas vanaf dan de investeringsbank optuigen. Daarvoor zijn de vereiste inspanningen nu te groot en urgent”, zegt Kremers. „Zij zijn er niet in de volle breedte voor toegerust, zeggen veel mensen die wij in de markt spreken. Als de nationale investeringsbank de optelsom van Invest-NL en Invest International wordt, zou dat de weg van de minste weerstand zijn. Maar niet de hervorming die nodig is.”

Grote transities financieren

Waarom die nationale investeringsbank er snel moet komen? Simpelweg omdat de overheid nu een sterke financieringsinstelling ontbeert. „Grote investeringen komen in het gedrang door korte termijnprioriteiten. En als ze dan een keer op de rails worden gezet, kunnen ze alweer snel op losse schroeven worden gezet als er een nieuwe regering komt met andere partijen. Kijk wat er met het Groeifonds is gebeurd”, zegt Kremers.

In een nieuw document schrijven de initiatiefnemers dat de nieuwe investeringsbank op afstand van de overheid moet komen te staan en een betrouwbare partner moet zijn voor private financiers zoals pensioenfondsen, wier interesse kan worden gewekt mee te doen aan grote investeringen die de Nederlandse economie nodig heeft. Subsidies zijn dan minder nodig, de investeringen worden terugverdiend als er slimme financiële constructies worden gebouwd. „Dat is dus ook gunstig voor de belastingbetaler”, zegt Kremers. „En die investeringsbank moet zijn eigen broek ophouden, nadat de rijksoverheid in een paar fases een startkapitaal van bijvoorbeeld 10 miljard euro heeft gestort.”

In een tweede document pleiten de initiatiefnemers voor de oprichting van een holding met zes poten eronder. Invest-NL en Invest International vormen één of twee van die poten. „Er komen aparte poten voor de energietransitie, landbouw en natuur, defensie, infrastructuur en water en  voor AI en industriële transitie.”

De initiatiefnemers geven veel voorbeelden van projecten die de nationale investeringsbank zou kunnen financieren, opgehaald bij vakdepartementen en deskundigen binnen en buiten de overheid. Het is „een beetje rijp en groen” door elkaar, zegt Kremers erover.

Op energiegebied zijn er de warmtenetten. „Daar is een wet over aangenomen die bepaalt dat een meerderheid van de aandelen in handen van een overheid moet zijn. Maar geen enkele overheid heeft het geld om die aandelen van energiebedrijven geheel over te nemen. Nu investeert niemand meer in die warmtenetten en liggen ze op hun gat. Zoiets kan de nationale investeringsbank vlottrekken.”

Ook kan de nationale investeringsbank een rol spelen bij het oplossen van de netcongestie. „De netwerkbedrijven moeten enorme investeringen doen. Het ministerie van Financiën belooft ze wel om met kapitaal bij te springen, maar maakt dat afhankelijk van politieke prioriteiten op het moment dat een netwerkbedrijf daar een beroep op doet. Dat maakt de financiering onberekenbaar voor de netwerkbedrijven. Als je dit via de nationale investeringsbank laat lopen, weten de netwerkbedrijven waar ze aan toe zijn.”

Stikstofproblematiek

Het Zuidasdok vindt Kremers een mooi voorbeeld door de mogelijkheden die er zijn om geïnvesteerd geld terug te verdienen. „Langs de snelwegen en het nieuwe spoor dat je daar realiseert, ontstaan nieuwe mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling met bedrijventerreinen of woningbouw. Daarvoor kun je iets terugvragen aan de projectontwikkelaars.”

Bij landbouw kan de investeringsbank een rol spelen in de stikstofproblematiek. „De regeringen richten fondsen op, die ze daarna weer afschaffen. Door boeren vanuit de investeringsbank te helpen met de financiering die ze nodig hebben om te veranderen, kun je ze continuiteit bieden.”

En dan defensie. „Daar gaat het wel om ondernemingen financieren, vooral jonge bedrijven die moeten opschalen, en soms een groter bedrijf dat nieuw is in defensieprojecten. Bij zulke projecten loopt de investeringsbank een groter risico. Ik heb ook geleerd dat het een winner takes all-principe is. Alleen als je de opdracht krijgt van het leger, kun je de investeringen terugverdienen. Als je de order niet krijgt, ga je op de fles. Dat geeft een heel ander risicoprofiel dat de markt vaak niet wil nemen. Daarin kan de overheid dus een rol spelen.”

Lange historie

Kremers loopt al langer rond met het idee dat Nederland net als grote Europese landen als Duitsland en Frankrijk weer een eigen nationale investeringsbank moet krijgen. In 2016 schreef Kremers voor toenmalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (nu een van de ondertekenaars)  een advies om een nieuwe investeringsbank op te richten. Dat resulteerde uiteindelijk in de oprichting van Invest-NL en Invest International. Maar Kremers’ ambities waren groter.

Twee jaar geleden kwam voormalig Eurocommissaris Neelie Kroes bij hem terug op zijn oorspronkelijke plan en maakten ze samen een toer langs ministers in het vorige kabinet die wel oren hadden naar zo’n investeringsvehikel maar er niets mee deden. Begin dit jaar ontstond het idee opnieuw, met de andere initiatiefnemers.

Sinds hun oproep is Kremers vooral met voormalig directeur van VNO-NCW Cees Oudshoorn langs ministeries gegaan  om ideeën op te halen. „We hebben op ministeries als Defensie, Landbouw en Infrastructuur en Waterstaat eerst met de top gepraat, die ons in contact bracht met groepjes ambtenaren op elk ministerie. Daar hoorden wij hoe zij worstelen met de financiering van de grote ambities die er leven. Voor het bedenken van innovatieve manieren van financiering zijn zij ook niet opgeleid. Zij moeten beleid maken. Voor financiering hebben ze steun nodig van het ministerie van Financiën.

„Een investeringsbank kan helpen om die grote ambities wel op te pakken. Dat kan leiden tot veel creativiteit en vernieuwing. Daarom hebben we nu die voorbeelden verzameld. We hopen dat het ministerie van Financiën dit verder brengt.”

Gaan jullie na jullie gesprekken er nog steeds van uit dat de overheid 10 miljard euro in die nationale investeringsbank moet steken?

„Dat is een beetje natte vingerwerk natuurlijk. Het hangt er vanaf wat die investeringsbank als opdracht krijgt. En wat je als hefboom kunt gebruiken, dus hoeveel je verantwoord bij private partijen kunt lenen op basis van dat startkapitaal. Als de investeringsbank veel infrastructuurprojecten gaat financieren, zijn er lange terugverdientijden en is het weinig risicovol. Dan kun je ook meer lenen, is je hefboom hoger en kun je dus ook meer investeren. ”

Vrijdag komt Peter Wennink met zijn door het kabinet gevraagde advies hoe het verdienvermogen van Nederland kan toenemen. Hebben jullie veel op elkaar afgestemd?

„Natuurlijk spreken we elkaar. Hij zal dezelfde sense of urgency uitstralen als wij. Voor zijn adviezen zullen ook veel financiële middelen nodig zijn, die deels uit de nationale investeringsbank kunnen komen.”

Kan dit initiatief wachten tot de formatie is afgerond?

„Eigenlijk niet, die kan zo nog een half jaar of een jaar duren. Natuurlijk helpt het niet dat we met een demissionair kabinet zitten, dit kan geen substantiële middelen beschikbaar stellen. Het besluit over de financiering kun je later nemen, maar er moet veel voorwerk gebeuren en dat kan nu. Er moet zo snel mogelijk een taskforce worden opgericht.”

Wie moet dat dan doen?

„De minister van Financiën. Zijn ministerie moet nu over een drempel heen. Het gaat hier om publieke taken die veel financiering nodig hebben. Die taskforce moet kijken hoe we in één keer het hele project van de investeringsbank kunnen optuigen, in plaats van stap voor stap. Daar moet je mensen uit de financiële sector bijhalen met verstand van alle financiële constructies die je kunt gebruiken. „

Hoeveel tijd moet die taskforce krijgen?

„Ik zou zeggen dat ze eerst een verkenningsperiode van twee maanden nodig hebben en daarna vier maanden om de structuur neer te zetten waar die holding met zes poten uit voort moet komen.”

Heeft de Nederlandse overheid niet de fout gemaakt om de Nationale Investeringsbank te privatiseren aan het eind van de vorige eeuw? Frankrijk en Duitsland hebben dat dus niet gedaan.

„In mijn tijd als jonge ambtenaar op het ministerie van Financiën in de jaren negentig was ik een enorme voorvechter van marktwerking, en dat was destijds ook echt nodig. Alleen is het later doorgeslagen. De toenmalige Nationale Investeringsbank (NIB, die na de Tweede Wereldoorlog was opgericht voor de wederopbouw van Nederland) was toen al van de publieke zaak afgedreven. Daar zaten veel mensen die grote kennis van zaken hadden van de Nederlandse economie en die zijn investeringen gaan doen die voor de bank veel rendement opleverden, maar weinig meer met de publieke zaak te maken hadden. In dat licht was het niet gek om de hele boel te verkopen en naar de beurs te brengen. Nu moeten we in vergelijking met landen als Duitsland en Frankrijk weer een been bijtrekken.”

CV Jeroen Kremers

Jeroen Kremers (67) studeerde economie aan de universiteiten van Tilburg en Bristol en promoveerde in 1985 aan de universiteit van Oxford. Hij maakte daarna carrière als ambtenaar op het ministerie van Financiën en was van 2003 tot 2007 bewindvoerder bij het IMF voor Nederland. In 2007 stapte hij over naar de bankenwereld, waar hij eerst van 2007 tot 2010 bestuurder was bij ABN Amro en daarna van 2010 tot 2014 bij Royal Bank of Scottland. Van 2020 tot 2023 was hij staatsagent bij KLM om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden die waren gesteld aan de staatssteun tijdens en na de coronapandemie. Hij is nu onder meer voorzitter van de raad van advies van de Autoriteit Consument & Markt.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next