Home

Als chemicaliën ‘stapelen’ in het lichaam, wat is dan nog een veilige dosis? Dat wordt eindelijk onderzocht

Niet één, maar meer dan honderd chemische stoffen krijgt een mens elke dag voor de kiezen. Voor die stoffen afzonderlijk is bepaald wat een veilige dosis is, maar bij elkaar? Ook daar komen regels voor.

schrijft voor de Volkskrant over medisch onderzoek, psychologie en (neuro-)biologie.

Aan de eettafel in een doodgewoon Nederlands huishouden schuift een mysterieuze vijfde gast aan: de Emmer. Letterlijk een emmer, uitgedeeld door onderzoekers van de Universiteit Utrecht aan proefpersonen in zestig Nederlandse huishoudens in en rond Groningen. De emmer krijgt precies ‘te eten’ wat de pot schaft. Vandaag is dat pasta met tomatensaus, spinazie en stukjes vlees. Ook aanwezig in de maaltijd: sporen van bestrijdingsmiddelen, bespoten toen de spinazie en de tomaat nog in de grond stonden. De emmer gaat terug naar het lab, waar onderzoekers de combinatie aan pesticiden meten.

‘Zo krijgen we een totaalbeeld van de chemicaliën die mensen via voeding binnenkrijgen’, zegt onderzoeker Daniel Figueiredo. Dat is een relatief nieuwe blik op pesticiden en andere middelen. Tot nu toe bepaalt de wet per afzonderlijk middel wat de maximale dosis voor mensen mag zijn. Voor wat een veilige dosis is wanneer meerdere mogelijk giftige stoffen in het lichaam bij elkaar komen, het zogeheten stapelingseffect, zijn er nog geen regels. Bij mensen thuis komen daar praktische afwijkingen bij kijken, vertelt Figueiredo. ‘Je wilt voor de blootstelling ook weten hoe mensen het eten thuis bereiden en ze wat dan daadwerkelijk aan bestrijdingsmiddelen binnenkrijgen via hun eten.’

Nu hoeft dat geen acuut gevaar te zijn, want niet elke stof is even giftig. Ook komen ze niet altijd op dezelfde plek in het lichaam terecht: zulke middelen versterken elkaar niet en er is dan geen stapelingseffect. Maar experts willen wel een vinger aan de pols houden. Al is het maar omdat we meer binnenkrijgen dan alleen bestrijdingsmiddelen uit voedsel. ‘In de praktijk word ik blootgesteld aan een combinatie van cosmetica, industriële stoffen en andere chemicaliën, naast gewasbeschermingsmiddelen uit eten’, zegt toxicoloog Mirjam Luijten van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Juist vanwege die ongewisse blootstelling aan die ratjetoe van chemische stoffen begint de veiligheidswetgeving in Europa te kantelen naar het beoordelen van die totaalmengsels. Bij voedsel is het al verplicht om bestrijdingsmiddelen bij elkaar op te tellen, zodra dat betrouwbaar kan. Voor de andere blootstellingen in het dagelijks leven werken onderzoekers aan nieuwe, meer betrouwbare risicoschattingen.

‘Lastig bij te houden’

De urgentie is hoog, vinden onderzoekers. ‘Elke twee seconden komt er een nieuwe stof op de wereld’, zegt Jacob de Boer, emeritus hoogleraar toxicologie. ‘Die nieuwe stoffen zijn niet allemaal per se schadelijk, maar het is voor ons toxicologen allemaal lastig om bij te houden.’

De Verenigde Naties verwachten dat de wereldmarkt voor chemicaliën binnen enkele jaren zal verdubbelen, van een productiecapaciteit van 2,3 miljard ton in 2019 naar bijna 5 miljard ton in 2030. Een veelgeciteerde studie van de American Chemical Society turfde het aantal geregistreerde stoffen wereldwijd op minstens 350 duizend.

De Europese Commissie wil daarom officieel vanaf 2030 een realistische risico-inschatting kunnen maken van de stoffen die mensen tegen het lijf lopen en in elk geval voor de middelen die in voedsel te vinden zijn. Daar horen ook wettelijke verplichtingen bij: als een fabrikant een middel maakt dat gezondheidsrisico’s vergroot doordat er al veel andere middelen zijn met hetzelfde gezondheidsrisico, mag de stof niet meer worden gemaakt.

Maar gaat dat dan nu al mis? Dat lijkt mee te vallen, zegt Figueiredo. In zijn emmeronderzoek met bestrijdingsmiddelen trof hij geen bijzondere overschrijdingen aan: de meeste middelen krijgen mensen slechts als minuscule dosis binnen. Wel ziet hij dat sommige bestrijdingsmiddelen vaker in ons eten voorkomen dan gedacht. Dat komt bijvoorbeeld doordat ze op een aantal groenten tegelijk zitten. Als mensen die samen in één gerecht gebruiken, kunnen ze stapelen.

Verder leidt het chemisch mengsel in en om het huis niet per definitie tot zorgelijke concentraties bij de mens. Dat ontdekten wetenschappers van het zogeheten Sprint-onderzoek, waar Figueiredo’s proef ook onder valt. Een doorsneewoning op het platteland bevat sporen van meer dan honderd soorten bestrijdingsmiddelen tegelijk, bleek onlangs uit de resultaten, gepubliceerd in Environment International. Ondanks die grote hoeveelheden vonden de wetenschappers in bloed, urine en polsbandjes een stuk minder gifsporen: daar waren doorgaans een of twee middelen per persoon te vinden.

Waar komen stoffen terecht?

Het Sprint-onderzoek was slechts één steekproef. Onderzoekers willen liever langdurig mengsels peilen bij mensen. Pas dan valt echt te bepalen of middelen plotseling veel vaker opduiken of misschien zelfs risico’s vormen. De Gezondheidsraad adviseerde vorig jaar zo’n meetprogramma aan het ministerie van Volksgezondheid, onder meer om de stoffengroep pfas ook in de gaten te houden onder de bevolking. Het advies heeft nog niet tot beleid geleid.

Dan geldt natuurlijk wel de vraag: wie bepaalt welke mengsels riskant zijn en daarom onder een vergrootglas moeten? Dat hangt af van wat deze stoffen in het lichaam doen. Of preciezer: in welk orgaan ze terechtkomen en of ze daar schade kunnen aanrichten, legt Anne Zwartsen uit, ook als toxicoloog werkzaam bij het RIVM. ‘De stoffen worden ingedeeld in groepen. Dus alle middelen met een bepaald effect op een orgaan, bijvoorbeeld de nieren of de lever, komen bij elkaar.’

Wat de onderzoekers dan aan chemicaliën tegenkomen, tellen ze bij elkaar op met een speciale rekensom. Stapelt een groep stoffen in die berekening boven de afgesproken norm, dan is er iets aan de hand.

Inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) oefenen daarmee als ze steekproeven in groente en fruit doen, vertelt Zwartsen. Op groente en fruit zitten dikwijls meerdere bestrijdingsmiddelen tegelijk. ‘Wij trainen ze om mengsels te herkennen en vast te stellen of er een risico is geweest.’

Nieuwe mengsels

Voedselautoriteiten werken in heel Europa samen om te zien of iedereen met die methode tot vergelijkbare uitkomsten komt, legt Zwartsen uit. Die ‘harmonisatieslag’ is volgens haar nodig om risicoberekeningen aan mengels transparant en goed uit te voeren, zeker zodra het een wettelijke verplichting wordt.

Maar er zullen ook nieuwe stoffen en mengsels bij komen. Dat vereist een snelle manier om ze te testen, zegt haar collega Luijten. Zij ontwikkelt nieuwe testmethoden als bijzonder hoogleraar humaan-relevante risicobeoordeling van chemische stoffen aan de Universiteit Leiden. ‘Het is niet te doen om straks nieuwe mengsels te kiezen en die allemaal aan proefdieren te geven. De combinaties zijn oneindig, het is onethisch en we hebben er de capaciteit niet voor.’

Ook zonder proefdieren kan het allemaal sneller. Besprenkel nieuwe chemische mengsels over kweekjes van menselijke cellen, en andere laboratoriumtechnieken die organen nabootsen, en combineer ze met realistische berekeningen van hoe die stoffen zich in het lichaam gedragen. ‘Dan kun je in elk geval veelvoorkomende mengsels op toxiciteit testen.’

Proefdierloos kijken naar mengselgiftigheid kan volgens Luijten zelfs realistischere inschattingen opleveren. Stoffen stapelen namelijk anders in ratten dan in mensen. Zo zijn er middelen die bij knaagdieren in de lever gaan zitten, terwijl ze in het menselijk lichaam ergens anders terechtkomen. Dat is juist wat bepaalt of twee stoffen samen gevaarlijker kunnen zijn dan verwacht.

Blinde vlek

Dat voedsel als eerste een mengselbeoordeling krijgt in Europa, is geen toeval. Daar hebben toxicologen de meeste kennis over, en bij voeding geldt al wettelijk dat landen de middelen op groente en fruit in de gaten moeten blijven houden.

Voor andere industriële chemicaliën, zoals pfas, gelden niet zulke nauwgezette verplichtingen. Daar bestaat dus geen mengselbeoordeling voor. Best een blinde vlek, vinden sommige experts.

Een van hen is Christina Rudén, hoogleraar regelgeving van toxicologie aan de Universiteit van Stockholm. ‘Wij zitten hier allebei in een kamer met een computer voor onze neus en toch zal onze blootstelling aan chemicaliën behoorlijk kunnen verschillen’, zegt ze per videogesprek. Ze vervolgt: wat iedereen allemaal binnenkrijgt via lucht, textiel, printers, elektronica en andere bronnen, is wat haar betreft zelfs onmogelijk om te testen en bij te houden.

Je kunt dan volgens Rudén twee dingen doen. Of nog tientallen jaren wachten tot er bewezen schadelijke effecten opdoemen voor een bepaalde stoffenmix en dan achteraf een streep erdoor halen. Of nu al een strengere veiligheidsnorm opleggen aan álle industriële stoffen.

Extra streng uit voorzorg

Voor dat laatste pleit zij in een oproep aan de Europese Commissie. Chemische stoffen mogen nu alleen maar worden verkocht als de dosis die mensen binnenkrijgen honderd keer kleiner is dan de veilige dosis bij proefdieren. Verklein die dosis gerust nog eens een keer of vijf, of tien, stelt ze in haar brief. Rudén: ‘Zo verlaag je het totaal aan onze chemische blootstelling misschien voldoende voordat we voor verrassingen komen te staan.’ Onder die brief zetten 250 Europese wetenschappers hun handtekening, onder wie dertig Nederlanders; ook de naam van toxicoloog Jacob de Boer staat erbij.

Zo’n extra strenge veiligheidsnorm voor álle chemicaliën zou kunnen betekenen dat een aantal stoffen acuut niet meer verkocht mag worden, zegt Rudén. Bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen die al een hoog risico vormen. ‘Maar dat is precies de bedoeling. We weten dat je altijd risico’s onderschat als je naar afzonderlijke stoffen kijkt. Risico’s die er wel zijn als je het geheel als mengsel ziet. En je dwingt de industrie ermee om naar alternatieven te zoeken.’

Dwang? Ja, zegt Rudén: de chemische industrie heeft volgens haar eerder laten zien dat ze zorgelijke vondsten liever stilhoudt. Producenten van bestrijdingsmiddelen zijn namelijk verplicht te melden of hun stoffen gezondheidsschade opleveren. Toch leveren ze die gegevens soms onduidelijk aan of houden ze deze zelfs achter, waardoor keuringsinstanties worden misleid, schrijft ze in het blad Environmental Health. Daardoor bleef het insectendodend middel chloorpyrifos onnodig lang bespoten op prei, kool en andere gewassen, wat een risico kan zijn geweest voor de hersenontwikkeling van jonge kinderen. Mede door Rudéns onderzoek trok de EU de toelating van dat middel in.

Streng of niet, de nieuwe regels en tests voor giftige mengsels komen eraan. Of dat al in 2030 lukt, is nog even afwachten. Het kost veel tijd en moeite om het goed te doen en vooral geen fouten te maken, benadrukt Luijten. ‘Je wilt echt een systeem dat zo jofel is als je denkt dat het is en zelfs niet een beetje minder dan dat.’

Bakken, koken en frituren: maakt dat eten veiliger?

Kun je restjes bestrijdingsmiddelen van groente (en fruit) ‘wegkoken’ of op een andere manier stuk krijgen met hitte? Vaak wel, maar eenduidige resultaten bestaan niet, blijkt uit onderzoek dat de Europese Unie en het RIVM bijhouden in speciale lijsten met zogeheten processing factors.

Zo trekt de onkruidverdelger fluazifop zich nauwelijks iets aan van kokend water; de restjes daarvan blijven voor 90 procent zitten op bonen en erwten. Het schimmeldodende middel captan is daarentegen prima te verwijderen door rodekool en palmkool te koken.

Altijd blijft er iets over: een fractie van een fractie. De vraag blijft dan hoe al die kleine fracties bij elkaar aantikken – juist daarom willen onderzoekers meer weten en nieuwe regels zien.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next