Haar optredens werden minder bezocht en ze had haar afscheidstournee al uitgedacht. Toen nam Mathilde Santing voor een omroep haar hit Beautiful People op en begon het toch weer te kriebelen. Volgende maand begint haar nieuwe tournee. ‘Muziek heeft een verleidende kracht.’
is journalist en programmamaker. Hij schrijft interviews voor de Volkskrant.
Een week voor onze interviewafspraak belt Mathilde Santing op. Interviews geven vindt ze een verschrikking. ‘Ik kan heel uitgebreid praten over alles. Maar dan lees ik het terug en schrik ik van mezelf. Dat je dingen op een manier vertelt die helemaal geen recht doet aan hoe je dingen eigenlijk voelt.’ Daarom wil ze graag dat ik vóór het interview een keer een zangles bij haar volg. Dan zie ik haar op haar best. ‘Ik sta bekend als perfectionistisch en lastig. Maar met mijn zangstudenten ben ik juist heel zorgzaam en lief. Mijn liefde voor muziek en voor zingen snap je het best als je mijn student bent.’
Van zelf zingen komt het die middag niet. Maar Santing geeft aan de tafel in haar woonkamer drie uur lang bezield college over zingen, ademsteun, het dramatisch contrapunt en modulatie. ‘Zingen is je ritmisch aanstellen’, legt ze uit. Maar daar zit wel een wereld aan kennis en techniek achter. Dat weet zij als geen ander, met dik veertig jaar ervaring als zangeres. Terwijl de meeste muziek die tegenwoordig wordt gemaakt ernstig versimpeld is. De stem van zangers die niet zuiver zingen kan via autotunesoftware zelfs alsnog op toon worden gebracht. ‘Maar dat klinkt wel alsof het plastic nog om de komkommer zit.’
Op de dag van het interview is ze merkbaar gespannen. De tafel voor haar ligt vol kleine notitieblaadjes, waarop ze onderwerpen heeft genoteerd die in haar ogen in het gesprek aan de orde moeten komen. Bovendien schrijft ze de vragen die ik stel een voor een op, op een A4’tje. Dat lijkt misschien gek, maar zo heeft ze voor haar gevoel tenminste een beetje grip op het gesprek.
Volgende maand begint haar nieuwe tournee. Voor het eerst in zes jaar zal Santing (67) dan weer het podium opgaan. ‘Ik heb al die tijd gedacht dat ik niet meer zou spelen. Ik dacht juist: het is tijd om afscheid te nemen. Ik had zelfs een afscheidstournee aangeboden aan het impresariaat, met als titel What's so good about goodbye? Dat is een song van Smokey Robinson.
Waarom dacht je dat het beter was om afscheid te nemen?
Voordat ze antwoordt buigt ze zich voorover om de vraag op te schrijven, de woorden ondertussen mimend: waarom dacht je...
Dan kijkt ze me aan. ‘Het werd gewoon te moeilijk. Ik moest in steeds kleinere bezettingen gaan spelen. En ik hou juist van bands, van orkesten.’ Ze houdt ook van klein, benadrukt ze. ‘Maar bij voorkeur als ik er zelf voor kies. Niet noodgedwongen. En zo voelde het toen wel. Als ik achter mijn microfoon stond, dacht ik soms: nu maak ik verlies. Ik kwam niet meer uit de kosten. En dat was mijn eer te na. Ik hield er nauwelijks iets aan over. Ook omdat alles wat er binnenkwam, bij mij direct weer werd geïnvesteerd in de show. Mijn geluidsman zei laatst: ‘Mathilde wil liever een cello erbij dan een nieuwe jurk’.’
Maar die afscheidstournee werd dus ook te weinig geboekt?
‘Helaas wel. Ik dacht: nou, dat was het dan. En eigenlijk vond ik het wel prima.’ Totdat ze voor omroep Max nog een keer haar grootste hit Beautiful People opnam. ‘Ik speelde daar met een band plus een strijkkwartet. En daardoor begon het toch weer te kriebelen.’
Is het ook spannend om weer te beginnen?
‘Enorm! Het maken van een concert is echt een klus. Je moet een zorgvuldige spanningsboog opbouwen. Hoe volgen de nummers elkaar op? Hoe zit dat met de toonsoort? Met muziek kun je puzzelen. Eigenlijk net zoals bij een film: je hoeft niet bij het begin van het verhaal te beginnen. Je kunt ook bij het ongeluk beginnen, waarmee het verhaal eindigt.’ Ze heeft van alle songs die ze ooit vertolkte kaartjes gemaakt, die ze in een bakje bewaart. Elke toonsoort heeft zijn eigen tint, als een regenboog van klankkleuren. ‘Vaak zit ik hier ’s nachts met mijn kaartjes eindeloos aan nieuwe volgordes te werken.’
En waar zit de spanning dan in?
‘Lukt het me om iets moois te maken? Stel ik niet teleur? Dat mensen denken: o, ik had er méér van verwacht.’
Denk je ook: kennen ze me nog, willen ze me nog wel?
‘Nee, dat denk ik niet. Want muziek heeft een verleidende kracht. Net als een goed diner. Dat je denkt: maar dit is toch geweldig om zo te openen? Dit is toch een waanzinnig voorgerecht? En daarna die volgende gang... dat is toch geniaal? Dat heeft muziek ook. Ik wil dat mensen heel lekker zitten en de tijd vergeten.’
‘Muziek kan zo binnenkomen. Laatst was ik door een vriendin uitgenodigd voor een dansvoorstelling in de Stopera. Die muziek was modern, grillig, maar ook heel stemmig. Op die klanken kwamen allerlei herinneringen binnen. Ik heb daar toch even gehuild om mijn overleden moeder. Dat is het wonder van muziek: je zit daar met z’n allen en toch is het heel privé. Daarom ben ik zo blij dat ik weer ga spelen in het theater. Het is daar zo stil en zo donker. Al die instrumenten klinken zo mooi. Je bent even bevrijd van alle verplichtingen van het mens zijn.’
Ze mocht van haar ouders al op haar 11de op zangles. Daar heeft ze het met haar moeder nog uitgebreid over gehad, in de tijd dat Santing haar kort na het uitbreken van de coronapandemie in huis had genomen. Het was heerlijk om haar in huis te hebben, zegt ze. ‘Ze was al heel oud, en ik wilde haar niet alleen thuis laten zitten. Weet je nog dat het de eerste zes weken van corona zulk stralend weer was? Wij hebben hier in Amsterdam op het balkon gezeten, met het idee dat we bijna de zee konden zien. Ik zorg heel graag voor andere mensen. Dus ik ging elke dag de tafel extra mooi dekken, en liet lekkere dingen van de traiteur komen. En ik beschermde haar als een leeuw.’
Voelde je je weer kind?
‘Nee, ík was de moeder. Ze was al een beetje aan het dementeren. Al was ze nog steeds ontzettend slim en scherp. Ik kon nog dingen met haar uitpraten, ben nog boos op haar geweest. Ze heeft me dingen verteld over vroeger die ik niet wist. Ik ben die laatste vier jaar steeds meer van haar gaan houden.’
Haar moeder Grietje Santing was jaren humanistisch raadsvrouw in Amsterdam. Een rationele vrouw, zegt haar dochter. En toch werd ze gekweld door angsten. ‘Als jong meisje al. Ze was geboren op een boerderij in Drenthe. Ze was bang voor het donker, bang voor alleen zijn. En ze hebben haar bang gemaakt voor water. Omdat ze niet wilden dat kinderen dichtbij de vaart gingen spelen werd haar wijsgemaakt dat daar een monster in zat. Bovendien kon ze niet zwemmen. Ze heeft mijn vader mede uitgekozen omdat hij de beste zwemmer was die er bestond. Dat was in haar ogen een veilige keuze. Ook voor de kinderen. Hij kon ons redden als we in het water zouden vallen.’
Zijn die angsten in haar blijven zitten, ook toen ze al oud was?
‘Zeker. Die werden nog groter. Bovendien verdween haar kortetermijngeheugen. Dus ze wist op het laatst meer van Drenthe dan van Amstelveen, waar we opgegroeid zijn. Uiteindelijk heeft ze een hersenbloeding gehad. Daarvoor kon ze nog alles. Ze waste zichzelf, kleedde zichzelf aan. Ze keek tv, las de krant. En ze keek naar buiten, naar de vliegtuigen. Mijn vader was vroeger gezagvoerder bij de KLM. Hoewel mijn ouders allang gescheiden waren, is ze haar hele leven naar KLM-toestellen blijven kijken. Dat heb ik zelf ook nog jaren gedaan trouwens.’
‘Na die hersenbloeding kon ze eigenlijk niets meer en zat ze in een rolstoel. Na tien maanden is ze verhuisd naar een verzorgingshuis. Af en toe bleef ik bij haar slapen. Ze was de enige in het verzorgingshuis die een dubbel bed had. We hebben het heel goed gehad samen die laatste jaren. Ik hoefde maar hand in hand met haar te zitten en dan waren we allebei gelukkig. Het was gewoon zo fijn en rustig.’
Is ze bang doodgegaan?
‘Nee, ze is met palliatieve zorg rustig vertrokken. Dus ze heeft het niet echt meegekregen. Ik zat naast haar toen ze doodging. Opeens merkte ik: ze is gestopt met ademen. Achteraf heb ik er spijt van dat ik toen direct op de knop heb gedrukt. Vervolgens kwamen die verplegers binnengestoven. Nu denk ik: ik had eerst nog even rustig bij haar moeten blijven zitten.’
Je vader was al overleden. Wat verandert er als je ouders dood zijn?
‘Mijn ouders waren zulke reuzen, zulke bijzondere mensen, dat ik er lang over gedaan heb om te accepteren dat ze er niet meer zijn. Ze waren allebei humanistisch, met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ze hadden een hoog inkomen, maar ze vonden al die piloten die aan het water gingen wonen met een jacht voor de deur belachelijk. Ze ergerden zich enorm aan mensen die zeiden: als je niet op de VVD stemt, ben je een dief van je eigen portemonnee.’
‘We hadden een rijtjeshuis in Amstelveen, een hoekhuis. In de garage hadden mijn ouders een heel mooie dansvloer neergelegd, met prachtige donkerblauwe tegels. Gestoffeerd met de oude gordijnen uit ons vorige huis, en met een luidspreker erin. Daar gaven ze feestjes. Er hing ook een schommel. Mijn vader had me geleerd hoe ik de band van de bandrecorder om moest draaien. Ik heb daar als jong meisje úren, dágen op die schommel naar muziek geluisterd. Vooral naar The Sound of Music. Echt eindeloos. Ik heb leren zingen van Julie Andrews. Mijn zanglerares heeft later tegen mijn moeder gezegd: ‘Ik heb Mathilde niet leren zingen want dat kon ze al’.’
Het was een warm gezin, waar iedereen welkom was. ‘Een zoete inval. De achterdeur was altijd open. Vriendjes en vriendinnetjes liepen gewoon naar binnen.’ Haar vader was door zijn werk als gezagvoerder bij de KLM vaak weg. ‘Maar als hij thuis was ondernamen we altijd iets met het gezin. Dan gingen we wandelen in De Peel, naar het theater in het Amsterdamse Bos of met z’n allen op reis.’
Ze was 7 toen er iets ingrijpends gebeurde: tijdens een verblijf in Canada kreeg haar vader een psychose. Santing wil er niet te veel over vertellen. Want wat heeft dat te maken met haar werk als zangeres? Aan de andere kant: het is een gebeurtenis die veel indruk op haar maakte. Toch was ze de herinnering lang kwijt; de gebeurtenis leek uit haar geheugen gewist. Totdat haar moeder vele jaren later afscheid nam als voorzitter van de Amsterdamse afdeling van Ypsilon (een belangenvereniging voor familieleden en patiënten met psychische kwetsbaarheid, red.). Haar moeder kreeg bij die gelegenheid een lintje en er was een feest voor haar georganiseerd. Er was familie over uit Canada.
‘We zaten in een kring bij elkaar, toen mijn moeder dit verhaal begon te vertellen. En toen – páts! – kwamen die beelden bij mij terug. We waren met z’n allen op vakantie, met al mijn neefjes en nichtjes, ooms en tantes, in Canada. Opeens was er iets met papa en kwam een auto hem halen. Een ambulance. Tenminste, dat werd mij gezegd.
Maar toen die herinnering terugkwam realiseerde ik me: dat was geen ambulance, dat was een politieauto. Totaal onterecht. Want waarom nam de politie hem mee? Mijn vader had eerst medisch onderzocht moeten worden. Dat hebben ze niet gedaan.’ Na een tijdje keerde haar vader weer terug bij het gezin. Daarna werd er nooit meer over gesproken. ‘Er werd alleen gezegd: papa was ziek, maar hij is nu weer beter. We moesten verder maar raden wat er gebeurd was. Dus ons gezin, dat heel erg gelukkig begon, had op een gegeven moment een bovendeks en een benedendeks. Bovendeks was het modern, vrolijk, idealistisch, superbetrokken en sociaal. En benedendeks waren er geheimen.’
Dat is voor een jong meisje wel ingewikkeld. Want je vader is je veiligheid.
‘Zeker. En als daar wat mee aan de hand is, dan ondermijnt dat heel veel. Connie Palmen schreef ooit IM, over Ischa Meijer. In al die hoofdstukken bespreekt ze vrouwen waar Ischa relaties mee had. Daar komt ook ‘de theaterpersoonlijkheid’ in voor. En toen dacht ik: dat ben ik. Als je als kind de veiligheid van zowel je vader als je moeder verliest, dan ontwikkelt zich een persoonlijkheid die alleen intiem kan zijn met hele grote groepen mensen.’
Bedoel je dat je op het podium de bevestiging zoekt die je thuis niet kreeg?
‘Nee, dat podium biedt me veiligheid. Ik heb weleens tegen mijn moeder gezegd: ‘Mama, dat podium is zo heerlijk. Daar ben ik helemaal alleen.’ Waarop mijn moeder zei: ‘Helemaal alleen? Je staat toch voor een zaal?’ En toch voel ik het zo: ik ben alleen, ik ben daar veilig. Ik sta achter die microfoon. De muzikanten zijn meters van me verwijderd. Niemand kan bij me komen. Die zaal wordt mijn universum. Dus optreden is niet zozeer een bevestiging. Mensen die niet op het podium staan denken dat het heerlijk zal zijn om te spelen en om aandacht te krijgen. Maar eigenlijk ben ik alleen maar aandacht aan het géven. Het komt uit het diepst van mijn ziel. Uit liefde. Achter die microfoon ben ik veel intiemer, intenser, zachter en misschien ook wel dapperder dan in het gewone leven.’
De herinnering aan die dag in Canada bleef haar achtervolgen. Uiteindelijk koos ze voor een therapie. ‘Omdat ik merkte dat ik elke keer als ik me slecht voelde toch nog steeds op dat strand in Canada zat, waar het gebeurde. Ik heb EMDR gedaan. En vervolgens Brainspotting, een soort opvolger van EMDR. Dat heeft me goed gedaan. Ik ben op dit moment gelukkiger dan ooit. Ik geloof niet dat ik me ooit zo goed heb gevoeld. Ik blow niet meer en drink niet meer. Helemaal niets meer. Ik dronk nooit echt veel, maar wel elke dag. En ik ben gewoon verschrikkelijk in de rouw geweest om mijn moeder.’
Is die rouw al afgelopen?
‘Ik mis haar natuurlijk nog steeds erg. Maar het echte verdriet, de scherpe rouw is ervan af. Ik voel vooral rust, kalmte.’
Je bent nu 67. Is het een raar besef ouder te worden?
Ja, vind ik wel. Ik denk vaak aan mijn zanglerares. Die zei altijd: ‘Je moet het doorgeven. Geef de vlam door. En ook de techniek, het ademhalen.’ Dus als ik denk aan ouder worden, dan denk ik ook aan mijn studenten. Die zullen straks nog iets van mij in zich dragen.’
Had je het mooi gevonden om iets te kunnen doorgeven aan kinderen van jezelf?
‘Ik denk dat het heel fijn is als je kinderen hebt. Aan de andere kant: dan had ik deze loopbaan niet kunnen hebben. Het is een heel egocentrisch beroep; je bent altijd met jezelf bezig: met je show, met je stem, met je songs.’ Ze denkt lang na, zegt dan: ‘Geen moeder zijn is nog tot daaraantoe. Maar ik vind het heel erg dat ik nooit oma word. Dat had ik geweldig gevonden.’ Weer lang voor zich uit starend: ‘Misschien gebeurt het nog wel...’
Op wat voor manier dan?
‘Ik weet het niet, maar ik wil gewoon nog een baby in mijn leven. Een baby op schoot, dat is toch het mooiste wat er is? Ik krijg er bijna tranen van in mijn ogen.’
Was het ooit je bedoeling om moeder te worden?
‘Nee, dat was niet aan de orde. Ik hoorde op mijn 19de dat ik een DES-dochter ben. DES is een synthetisch oestrogeen. Een zogenaamde zachtmaker, die in verf en bijna alle wasmiddelen zit. Het werd in de jaren vijftig aan zwangere vrouwen voorgeschreven, omdat het miskramen zou voorkomen. Voor dochters bleek het achteraf heel gevaarlijk te zijn; jonge meisjes konden er een kwaadaardige kanker door krijgen. En de kans op miskramen bij DES-dochters is bovendien veel hoger.’
Was er ooit iemand met wie je kinderen had willen hebben?
‘Er was wel iemand met wie ik het gewild had. Alleen wilde hij het niet. Later heb ik ook liefdesrelaties met vrouwen gehad. Toen is het nog weleens aan de orde gekomen. Maar ik denk niet dat ik toen een leuke moeder was geweest. Ik was nog niet in balans. En ik was heel erg met die loopbaan bezig. Nachten aan het werk in de studio. Met wat ik gedaan heb kun je niet ook nog eens moeder zijn.’
Is het anders om van mannen te houden dan van vrouwen?
‘In de intimiteit van de relatie is er niet veel verschil. Dat verschil is er pas als je buiten komt. Hand in hand lopen met een man is echt relaxed, want dan ben je onzichtbaar. Niemand kijkt ervan op. Maar als je hand in hand loopt met een vrouw, dan voel je: oeh, dit is anders, en helemaal niet relaxed. De buitenwereld reageert dan veel eerder afwijzend en negatief. Ik kreeg op een dag een grote hond. Vanaf dat moment voelde ik: dit is veilig. Toen ben ik ook veel beter gaan zingen. Want toen kon ik gewoon veilig ’s avonds de straat op. Ik heb al mijn songs voorbereid aan het water, onder de bomen. Samen met mijn hond.’
‘Ik heb jaren gezegd: biseksueel, dat is een rotwoord. Totdat ik besefte: nee, biseksueel is geen rotwoord. Biseksueel zijn is een rotsituatie. Want niemand begreep het. De meeste biseksuelen zaten in de kast. In de lesbische scene werd het je niet in dank afgenomen. Daar hoorde je er eigenlijk niet bij. En in de heterowereld werd het ook nauwelijks begrepen. Mensen denken vaak: als biseksueel heb je lekker veel te kiezen. Dat is natuurlijk onzin. Come on. Het feit dat je op iemand valt is toch een sporadische gebeurtenis? Ik ben wel iemand die snel verliefd is op de liefde. Maar echt verliefd op iémand worden gebeurt mij maar hoogstzelden.’
De laatste jaren is ze weer alleen. Dat bevalt goed. Ze heeft nog wel dagelijks contact met haar laatste geliefde, een man die in het buitenland woont. ‘Dat is echt mijn allerbeste vriend. En ik leefde de laatste jaren natuurlijk met mijn moeder. Bijna ook een kind om voor te zorgen. Toen zij er niet meer was, dacht ik wel: oef, dit is wel héél alleen... Maar ik voel mijn ouders nog steeds heel sterk bij mij. Dus alleen ben ik niet.’
Maar ouders zijn wel heel iets anders dan een geliefde.
‘Natuurlijk. Ik zou een geliefde ook leuk vinden. En ik denk ook dat de liefde zich wel weer zal aandienen. Maar het is nu nog niet de tijd.’
Santing werd vooral bekend door haar vertolkingen van nummers van anderen. Daarom werd ze soms coverkoningin genoemd. Ten onrechte, vindt ze. Want haar nummers zijn geen covers, maar interpretaties. ‘Bij een cover hoor je vaak hetzelfde tempo en arrangement. You can’t hurry love van Phil Collins lijkt in essentie nog steeds op de versie van de Supremes. Dat is bij mijn songs niet zo.’ Ze heeft een sterke voorkeur voor het repertoire van mannen, zoals Black, Frank Sinatra of Randy Newman. Ze heeft zich altijd gehoed voor het nazingen van anderen. ‘Bij materiaal van vrouwen ligt het gevaar op de loer dat je gaat imiteren. Bij het repertoire van mannen krijg je direct een heel andere sound. Je maakt er een geheel eigen versie van. Inhoudelijk zijn het meestal ook andere nummers. Mannen zijn in liedjes vaker de observator: zij kijken naar iets. Vrouwen kijken meer naar binnen. Randy Newman is bij uitstek een observator. In elk liedje beland je als luisteraar in een totaal andere scene. Als je dat dan als vrouw zingt, is het net alsof je van een vleesgerecht een visgerecht maakt. Je proeft dezelfde kruiden en herkent de compositie. Maar de lading wordt anders.’
Ze heeft ook zelf songs geschreven. ‘In mijn nieuwe programma zing ik er twee. Mooie mannelijke songs. Maar het gekke is: als ik zo’n eigen song doe, vind ik het eigenlijk saaier. Want dan ben ik gewoon mezelf. Terwijl, als ik songs van anderen zing, dan ben ik telkens een ander persoon. Ken je Same Girl van Randy Newman? Dat is zo’n ongelofelijk mooi nummer. Het gaat over iemand die een meisje terugziet uit zijn jeugd. Dat meisje is een heroïnehoertje geworden. En toch zegt hij: ‘Je bent eigenlijk nog steeds hetzelfde meisje.’ Ik heb die song zelf ook gedaan. We werkten aan mijn Randy Newman-plaat (uit 1993). We hadden alle nummers al opgenomen. Same Girl stond ook nog op het schema, al had ik ’m nog nooit gezongen. Maar ja, die piano die stond klaar. De microfoons waren helemaal afgesteld. Vervolgens heb ik ’m in één keer gezongen.’
Ze zet het nummer op, luistert vervolgens in opperste concentratie naar haar vroegere ik van meer dan dertig jaar geleden. Ellebogen op tafel, haar hoofd steunend op haar armen. Melancholie vult de kamer. ‘Ik moet er gewoon van huilen’, zegt ze als het nummer afgelopen is. ‘Ik realiseer me dat ik in feite over mezelf zing. Dit gaat over dat meisje op die schommel, in die garage van mijn ouders. You’re still the same girl. Je bent geen beroemde zangeres. Je bent gewoon datzelfde meisje, ook al heb je op straat rondgezworven en heroïnespuiten in je arm gehad. Dat heb ik allemaal niet gehad gelukkig. Maar ik realiseer me dat ik weer op datzelfde punt ben beland als waar het ooit begon. Ik ben weer dat meisje van toen. Gewoon Mathilde die zingt.’
24 oktober 1958Geboren in Amstelveen.
1963Muziekles bij de muziekschool in Amstelveen.
1981 Landelijke bekendheid door een optreden in het tv-programma van Sonja Barend.
1982Debuutalbum Mathilde Santing.
1986 Ontvangt BV Pop-prijs op Noorderslag, in Groningen.
1993Texas Girl & Pretty Boy, album met Randy Newman-songs.
1997Hoofdrol in musical Joe.
2006 Cd Under your charms.
2008 Tournee Stay Inside the Light .
2010 Tournee Sinatra’s Tonic met songs van Frank Sinatra.
2014 Snelle Piet ging uit fietsen, cd met sinterklaasliedjes.
2016 Both sides now, liedjes van Joni Mitchell.
2019 Troublemaker.
Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant