Home

De gebouwen van deze architect nemen ruimte in, maar geven ook iets terug aan de stad

Elk gebouw van architect Florian Idenburg krijgt een eigen aanpak en uiterlijk. Dat klinkt nogal logisch, maar dat is het niet. Zijn gebouwen geven genereus ruimte aan de stedelingen, en ook dat is geen gebruikelijke aanpak. De favorieten van een Nederlandse architect die woont in New York.

schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.

De nachtvlucht uit New York had vertraging, hij heeft weinig geslapen, maar architect Florian Idenburg komt kwiek aanlopen vanaf station Amsterdam Zuid, gekleed in een donkerblauwe jas en overhemd, bruine pantalon en loafers. Die laatste verwisselt hij even verderop voor bouwlaarzen, om getooid met een helm en een fluoroze hesje een rondleiding te geven over de bouwplaats van zijn nieuwste creatie: kantoorgebouw The CubeHouse.

‘Hier word ik blij van’, wijst hij op de toren met glooiende, ‘geschubde’ gevels van glas-, gaas- en zonnepanelen. Hij legt uit dat het gebouw meer energie produceert dan het gebruikt, en toont trots de kolommen en balken van – duurzaam gekapt – hout. The CubeHouse is de eerste toren op de Zuidas met een houten draagconstructie.

Voor Idenburg is het ook een mijlpaal: het is het eerste gebouw dat hij in Nederland realiseert met zijn bureau Solid Objectives Idenburg Liu, beter bekend als SOIL. Hij richtte het bedrijf in 2008 op met zijn (levens)partner Jing Liu, die hij had leren kennen toen zij allebei werkten bij het beroemde Japanse bureau Sanaa. Ze belandden in New York toen Idenburg werd aangesteld als projectarchitect van het New Museum, en besloten er te blijven.

Met kleinschalige projecten trok het bureau internationaal aandacht. Zo bouwden ze in 2010 een prijswinnende installatie voor het Museum of Modern Art in New York en een galerie-met-publieke-tuin in Zuid-Korea. Vijf jaar later realiseerde Idenburg als eerste Nederlandse architect een museum in de Verenigde Staten: het Manetti Shrem Museum in Davis, Californië. In Brooklyn, waar hij met zijn gezin woont, bouwde zijn bureau vier complexen met (sociale) huur- en koopwoningen, die met hun elegante gevels en royale binnentuinen ogen als luxe appartementen. En hordes architectuurtoeristen trekken.

‘SOIL verandert de architectuur in New York’, schreef architectuurcriticus Nile Greenberg van het toonaangevende kunstmagazine Brooklyn Rail. Het artikel was er een in een reeks interviews met sterarchitecten onder wie Peter Zumthor, Steven Holl en Diller & Scofidio. Idenburg behoort inmiddels tot deze groep van invloedrijke ontwerpers, die over de hele wereld bouwen. De architect is ook met veel van hen bevriend.

Maar zijn bureau onderscheidt zich van deze oudere generatie ontwerpers doordat het geen vast handschrift heeft. ‘Wij zoeken bij elk project naar een unieke expressie in vorm en materiaal’, zegt Idenburg. Op de afgelopen architectuurbiënnale in Venetië presenteerde SOIL een spinnenwebachtig bouwwerk van 3D-gebreid textiel. Voor sociale woningbouw in Mexico ontwikkelde het bureau goedkope betonstenen die vaklieden ter plaatse produceerden; zo droeg het project bij aan de lokale economie.

Publieke ruimte maken met privaat geld is zijn doel. ‘Een gebouw neemt ruimte in, maar moet ook iets teruggeven aan de stad.’ Dat doet hij door zoveel mogelijk ‘onverkoopbare’ vierkante meters te maken, in de vorm van – vrij toegankelijke – gangen, galerijen en trappenhuizen.

‘Bij woningbouwprojecten bedraagt het verkoopbaar vloeroppervlak 86 procent van het totale vloeroppervlak.’ In de complexen die wij in New York bouwden, is dat zo’n 60 procent. Rond de appartementen hebben we een grote binnentuin, portieken met bankjes en terrassen gemaakt.’ De ontwerpers lieten zich inspireren door de trappen bij de voor Brooklyn kenmerkende brownstones. ‘Zo’n trap aan de stoep maakt een verbinding tussen de privéwoning en de openbare ruimte. Daar ontmoet je elkaar voor een praatje, en strijken mensen neer.’

Voor het CubeHouse bedacht hij om serre-achtige ruimtes tussen de ‘schubbenhuid’ en de achtergelegen glazen gevel te maken. Idenburg: ‘Het zijn geen geklimatiseerde ruimtes en dus geen verhuurbare vierkante meters, maar door het zonlicht, uitzicht en beplanting wel geweldige pauzeplekken voor de mensen die er straks gaan werken.’ Het gebouw wordt verhuurd aan de bank BNP Paribas en ingenieursbureau Arcadis. De begane grond wordt een openbare ruimte.

Als we de bouwplaats verlaten en naar een café lopen voor een kop koffie, wijst Idenburg op een kantoortoren met een publieke trappartij die langs de gevel omhoog kronkelt – maar is afgezet met een hekwerk. ‘Jammer, maar ook als een ontwerp niet optimaal uitpakt, kan ik het waarderen.’ Als Weekendgids heeft hij zich terdege voorbereid; op zijn laptop staat een lange lijst met favorieten, waaruit hij moeilijk kan kiezen. ‘Als je goed om je heen kijkt, zijn er overal indrukwekkende dingen te zien.’

Boek: The House of Dr Koolhaas - Françoise Fromonot (2025)

‘Dit onlangs verschenen boek van de Franse architectuurhistoricus Françoise Fromonot, over de Villa dall’Ava die architect Rem Koolhaas in 1992 bij Parijs bouwde, heb ik in een ruk uitgelezen. Het is een atypisch architectuurboek, opgezet als een detectiveroman. Daarin ontrafelt Fromonot hoe het ontwerp voor het excentrieke huis, dat op dunne poten staat en een zwembad op het dak heeft, tot stand kwam. Achter elk detail blijkt een inspiratiebron schuil te gaan, van de surrealistische kunstenaar Salvador Dalí tot de architect Le Corbusier en het Russische constructivisme.

‘Het boek bracht me terug naar mijn studietijd in Delft, toen Koolhaas wereldberoemd werd met de Kunsthal in Rotterdam, ook opgeleverd in 1992. Zijn conceptuele aanpak en de spektakelgebouwen die daaruit voortkwamen waren baanbrekend, net als zijn visie op stedenbouw. In Delft keek men vooral naar de oude Europese stad, Koolhaas stelde dat de toekomst lag in de Aziatische metropool. Dat laatste heb ik in mijn oren geknoopt; na mijn afstuderen vertrok ik naar Tokio om bij Sanaa te gaan werken.’

Gebouwelement: Engawa

‘Wat ik in Japan als eerste leerde, was hard werken. Zestien uur per dag, zes dagen per week. Minstens zo vormend was een architectonisch inzicht: de grens tussen binnen en buiten is in Japan diffuus. Een kamer hoeft niet per se verwarmd te zijn; mensen trekken gewoon een extra jas aan. Waar wij in Nederland stevige baksteengevels bouwen, werken Japanners met schuivende binnenwanden van rijstpapier en een engawa; een houten veranda rondom het huis. Dat is de plek waar kinderen spelen, buren blijven hangen en verkopers langs het huis komen. Ik ontdekte hoe zo’n semi-openbare ruimte sociaal contact mogelijk maakt. Het ontwerpen van zulke tussenzones werd een rode draad binnen ons bureau.’

Wijk: Fort Greene, New York

‘Fort Greene is de wijk in Brooklyn waar ik sinds 2016 woon met mijn gezin. Het is een superdiverse buurt die destijds nog nét betaalbaar was. We kochten er een huis met de mogelijkheid ooit ernaast een kantoor te bouwen. Dat hebben we afgelopen jaar gedaan; eind december is het klaar. Op de drie verdiepingen werken we, op de begane grond komt een dubbelhoge publieke ruimte waar we tentoonstellingen, lezingen en debatavonden willen organiseren. In zowel de Verenigde Staten als Nederland zie je dat culturele instellingen onder druk staan door bezuinigingen, terwijl bouwen door liberaal beleid steeds meer om handel in vierkante meters draait. Met ons ‘open kantoor’ willen we een klein tegenwicht bieden: een plek waar architectuur, cultuur en de buurt kunnen samenkomen.’

Ontsnappingsplek: Ishigaki

‘Ishigaki is een tropisch eiland in de Stille Oceaan dat bij Japan hoort. Mijn vrouw ontdekte het via een bevriende Japanse architect. Het voelt als een parallelle wereld: er wonen weinig mensen, ’s nachts is er volstrekte duisternis waarin de sterren spectaculair zichtbaar worden. Op de noordwestpunt hebben we onlangs een stuk land gekocht dat veertig jaar braak lag en volledig overwoekerd is door mangrove. We willen er in eerste instantie kamperen, leven met de natuur en de lokale bouwcultuur bestuderen. Overal staan traditionele houten huizen rondom patio’s, open constructies. Misschien bouwen we er ooit zoiets. Misschien ook niet.’

Cinema: Jacques Tati (1907-1982)

‘Tijdens mijn studie in Delft werd ik gegrepen door cinema, en dan vooral hoe films kunnen reflecteren op de wereld die wij bouwen. Modernistische stedenbouwers wilden de stad functioneler indelen door wonen, werken en recreëren van elkaar te scheiden. Huizen presenteerden ze als ‘woonmachines’. De Franse regisseur Jacques Tati fileert met milde ironie de erfenis van het modernisme. In zijn film Playtime (1967) krijgt een man een baan aangeboden in een kantoortoren in Parijs. In een iconische scène tuurt hij uit over een eindeloze werkvloer vol hokjes waarin mensen geïsoleerd van elkaar werken, en waarin hij hopeloos verdwaalt. Tati toont hoe het vooruitgangsideaal kan omslaan in vervreemding, en optimalisatie soms haaks staat op menselijkheid. Die les neem ik mee in mijn werk.’

Architect: Paul Rudolph (1918-1997)

‘De Amerikaanse brutalist Paul Rudolph was ooit een gevierd architect: decaan van de universiteit van Yale, begaafd tekenaar en vermaard om zijn oog voor materiaal. Zijn handelsmerk was zogenoemd ‘corduroy-beton’: ribbelbeton, in mallen van houten platen gestort waarop verticale latjes zijn gemonteerd. Door het beton hierin te gieten ontstond een expressieve structuur, die hij nog ruwer liet maken door deze na te bewerken met hamers. Hij gebruikte de techniek onder meer in zijn eigen woonhuis in New York. Rudolph gaf elk project een uitgesproken karakter en bleef zijn hele werkzame leven experimenteren. Het is tragisch dat veel van zijn gebouwen nu worden gesloopt.’

Kunstenaar: Charlotte Caspers

‘Kunstenaar Charlotte Caspers is een meester in kleur en materiaal. Oorspronkelijk is zij kunsthistoricus en restaurator, gespecialiseerd in pigmenten uit de middeleeuwen. In haar atelier in Bergen reconstrueert ze die pigmenten uit mineralen en planten, met een bijna wetenschappelijke precisie. Toen ik haar atelier bezocht, was ik getroffen door de rust en concentratie waarmee ze werkt. Haar abstracte kleurvlakken bestaan uit duizenden ultradunne lagen. Ik bewonder haar toewijding en expertise. Juist omdat haar werkwijze zo complex is, is het knap hoe ze die toegankelijk maakt in haar televisieprogramma Kijken met Caspers.’

Muziek: jazzpianist Hiromi Uehara

‘Ik kan eindeloos luisteren naar de Japanse pianist en componist Hiromi. Ze is klassiek opgeleid, maar vond haar vrijheid in de jazz. Wat mij raakt, is de spanning tussen beheersing en explosiviteit in haar spel. Ze mixt moeiteloos klassieke thema’s met polyritmische improvisaties, en momenten van pure vreugde met passages van bijna kwetsbare gevoeligheid. Regelmatig werkt ze samen met blazers of strijkers, waardoor elk album een eigen klank en sfeer krijgt. Mensen houden van orde en ritme, maar Hiromi durft die kaders los te laten en neemt je mee op een heuse muzikale reis.’

Design: stoelen

‘Ons huis staat vol met designobjecten, en de laatste jaren verzamel ik ook stoelen die door architecten zijn ontworpen. Een stoel is een gebruiksvoorwerp, maar door zijn schaal ook een ideaal object om met constructie, vorm en materiaal te experimenteren. Zo maakte Frank Gehry een briljante fauteuil van karton. Ik heb er ook een van gevouwen aluminium, zo dun en licht dat het bijna als textiel aanvoelt. Bovenaan mijn verlanglijst staat een stoel van Gaetano Pesce, die met plastic werkt alsof het een druipkaars is: het materiaal vloeit in de mal, vormt bubbels, kleurverschillen, kleine imperfecties. Eigenlijk is het een beetje lelijk, maar juist dat maakt het prachtig.’

Cv Florian Idenburg

1975 Geboren in Haarlem.

1994-1999 Studie bouwkunde aan de TU Delft.

2000-2007 Werkt bij het Japanse architectenbureau Sanaa.

2008 Richt met partner Jing Liu het bureau Solid Objectives Idenburg Liu (SOIL) op in New York.

2010 Charlotte Köhler Prijs, aanmoedigingsprijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

2008-2014 (Gast)docent aan de universiteiten van Harvard, Columbia, Princeton en Massachusetts Institute of Technology.

2013 SOIL verkozen tot ‘Emerging Voice’ door de Architectural League of New York.

2016 Realiseert als eerste Nederlandse architect een museum in de Verenigde Staten: het Manetti Shrem Museum in Davis, Californië.

2019 Boek The Office of Good Intentions: Human(s) Work.

2024 Boek In Depth: Urban Domesticities Today.

2025 Oplevering The CubeHouse Amsterdam.

Idenburg en Liu hebben twee kinderen.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next