Kort na de fatale brand heeft de Hongkongse overheid besloten om het gebruik van de karakteristieke bamboesteigers te verbieden. Het plan leidt tot felle weerstand onder Hongkongers, die het zien als een door China ingegeven afzwakking van de Hongkongse identiteit.
is China-correspondent van de Volkskrant. Ze woont in Beijing.
Nog voor de verwoestende brand in Tai Po geblust was, werd Timmy So voor een spoedvergadering ontboden op het Bureau voor Stadsontwikkeling. Hij ging er met een zwaar gemoed heen. ‘Ik wist waarover het zou gaan’, zegt So, die het hoofd is van de Hongkongse Vereniging van Bouwonderaannemers.
Het Bureau voor Stadsontwikkeling, onderdeel van de Hongkongse overheid, had partijen uit de bouwsector bijeengeroepen om te praten over het gebruik van bamboesteigers. Zulke stellages stonden rond de zeven woontorens die vorige week woensdag in brand vlogen. De brand kostte zeker 156 mensen het leven, en dat cijfer kan nog oplopen. Het is de dodelijkste brand in Hongkong in decennia.
Hoewel bamboesteigers niet als oorzaak werden aangewezen, stelde de voorzitter van het Bureau voor Stadsontwikkeling tijdens de bijeenkomst dat zulke steigers ‘minder brandbestendig zijn dan metalen steigers’. Daarom stelde zij voor om de overgang naar metalen steigers te versnellen. In maart dit jaar besloot Hongkong al om daar op termijn naartoe te werken.
Bijna alle aanwezigen stemden in met het plan, vertelt So. Ook hijzelf. Hij voelde dat verzet zinloos was, zeker op een moment waarop er zoveel doden waren gevallen: ‘Ze zeiden dat het tijd was om verder te gaan en het bamboe achter ons te laten.’ Kort daarna maakte Hongkongs hoogste bestuurder, John Lee, de uitfasering publiekelijk bekend.
Bamboesteigers zijn altijd een icoon van Hongkong geweest. In talloze films, zoals Rush Hour 2 met Jackie Chan, vormen ze een geliefd decor voor actiescènes. Ook vandaag nog is 80 procent van de steigers van bamboe. Overal in de stad wordt het glas, staal en beton van wolkenkrabbers omhuld door bamboesteigers, die voor renovaties worden gebruikt.
Dat zal nu rap veranderen. Timmy So (38), derde generatie bamboesteigerbouwer, is er kapot van. ‘Ik had nooit gedacht dat er zo plots een einde zou komen aan de bamboesteigers.’
Toch was So ook blij verrast, toen hij zag dat veel Hongkongers direct in de bres sprongen voor zijn geliefde ambacht. ‘Ze zetten filmpjes online waarin ze lieten zien hoe moeilijk het is om bamboe te verbranden’, zegt hij. ‘Ze stonden aan onze kant. Ik was zó dankbaar.’
‘Bamboe is onschuldig’, kopte een Instagram-post van een populair onafhankelijk nieuwsaccount, een dag na de brand. Bij een gedenkplek vlak bij de plaats van de ramp drukten briefjes bovenal medeleven uit met de slachtoffers. Maar bamboe vormde er ook een belangrijk thema. ‘Het ligt niet aan het bamboe, maar aan het systeem’, stond er te lezen.
Afgelopen maandag maakten lokale autoriteiten bekend dat de groene netten die de steigers omhulden niet voldeden aan brandveiligheidsvoorschriften. Dat hadden ze eerder nog ontkend. Ook de piepschuimen panelen die de ramen moesten beschermen bleken brandgevaarlijk. Daarmee werd bevestigd wat veel Hongkongers al vanaf het eerste moment vermoedden: ooggetuigen hadden gezien hoe het vuur via de netten omhoog klom, niet via de steigers zelf.
‘Bamboe ontvlamt heel moeilijk’, zegt Kristof Crolla van de Universiteit van Hongkong, specialist in bamboe-architectuur. Bamboe is geen hout, maar een grassoort. Zelfs uitgedroogde bamboe ontbrandt niet zomaar. ‘Pas als het een langere periode omringd wordt door ander brandend materiaal, kan het echt gaan branden’, legt Crolla uit. ‘Daarom ligt het voor de hand dat vooral de netten en de panelen een belangrijke rol hebben gespeeld.’
‘Hongkongers zijn allemaal diep bedroefd over deze tragedie’, zegt Lo, een Hongkongse ingenieur met meer dertig jaar ervaring, die liever niet zijn volledige naam geeft. ‘En juist daarom zijn we ook woedend over hoe de overheid zich nu gedraagt.’Hij denkt niet dat bamboe de boosdoener is. Maar mocht gedegen onderzoek dat uitwijzen, ‘dan accepteren we dat, natuurlijk. Wat we echter níét moeten doen, is al vanaf het begin met de vinger naar het bamboe wijzen. Dat is verkeerd, daarmee voorkom je niet dat straks opnieuw een ramp plaatsvindt.’
In reactie op de publieke verontwaardiging benadrukken de Hongkongse autoriteiten opnieuw dat zij bamboe niet als de oorzaak van de brand zien. ‘Dat is een misinterpretatie van het standpunt van de overheid’, stelt het Bureau voor Stadsontwikkeling. Tegelijkertijd blijft het besluit om bamboesteigers uit te faseren van kracht: ‘Daarover heeft de industrie ook al overeenstemming bereikt.’
Officieel pleit de Hongkongse overheid voor het gebruik van metalen steigers omdat die veiliger zouden zijn, maar bovenal omdat ze ‘op het vasteland en in andere ontwikkelde economieën’ de norm zijn. Dat stelde de overheid in maart. Sinds 2021 bestaat de Hongkongse overheid alleen nog uit door Beijing goedgekeurde ‘patriotten’, waardoor de Chinese overheid er feitelijk de touwtjes in handen heeft.
Een beledigend idee, vinden veel Hongkongers, omdat het suggereert dat de stad minder ontwikkeld is dan het vasteland. De bouwindustrie leest er ook de suggestie in dat het beleid bedoeld is om de weg vrij te maken voor meer bouwbedrijven van het vasteland – China dus. Zij werken uitsluitend met metalen steigers. De 2.500 gecertifieerde bamboesteigerbouwers in Hongkong zijn daarentegen vrijwel allemaal Hongkongers.
Maandagochtend, even na negenen. In een steegje van drie meter breed zijn Timmy So en zijn vader, de 65-jarige ‘bamboemeester’ So Chi Fai, begonnen aan hun eerste klus van de dag. Ze bouwen een bamboebalkon onder een airconditioner op de eerste verdieping. Als zij klaar zijn, kan een andere vakman daarop de aircondioner repareren.
So junior, gezekerd aan een kabel, boort stalen draagbeugels in de muur, en legt daarover vier lange bamboestengels die samen de basis van het balkon vormen. Daarop komt So senior te staan, die soepel met één hand een zeven meter lange stengel pakt die tegen de muur leunt. Hop, de stengel wordt doorgegeven aan zijn zoon, die het bamboe vliegensvlug vastknoopt met nylon draad. Een minuut later volgt de volgende. Binnen twee uur is het balkon af.
Het is precies op dit soort plekken waar bamboesteigers uitblinken, zegt So junior: smalle ruimtes, kleine klussen. ‘In smalle steegjes een zware metalen steiger opbouwen die de doorgang blokkeert, dát is pas brandgevaarlijk.’
‘Zonder bamboe had Hongkong nooit kunnen worden gebouwd’, zegt architect Raffaella Endrizi van de Chinese Universiteit van Hongkong. De heuvelachtige stad is extreem dichtbebouwd en telt de meeste wolkenkrabbers ter wereld. ‘Dat had je met metaal onmogelijk kunnen bereiken. Metaal kent gestandaardiseerde lengtes; bamboe past zich aan. Het wordt als een sluier over het gebouw gedrapeerd.’
Dit maakt bamboe bouwen in de meeste benarde posities mogelijk, vertelt ze: ‘Een bamboemeester vertelde mij ooit: waar een persoon past, past ook een bamboesteiger.’ Bamboe staat daarmee symbool voor de ‘Hong Kong spirit’, zegt Lo. ‘Het karakter van bamboe is: snel, efficiënt, goedkoop, flexibel. Zo zijn wij Hongkongers ook. Creatief, wendbaar, en we zoeken naar unieke oplossingen voor moeilijke klussen.’
Als de bamboesteigers uit Hongkong verdwijnen, dan past dat volgens Lo in een bredere trend: alles wat de stad uniek maakt, moet weg. Zo werd de laatste jaren al bijna alle iconische neonverlichting neergehaald, ook onder het mom van veiligheidszorgen. ‘We hielden zoveel van die neonborden’, zegt Lo. ‘Straks is Hongkong gewoon een standaard Chinese stad, zoals op het vasteland.’
Maar het verlies van bamboe raakt dieper, benadrukt Lo. Het maakt deel uit van de oeroude traditie van Chinese bamboebouwkunst. Op een van China’s beroemdste kunstwerken, de duizend jaar oude handrol Langs de rivier tijdens het Qingmingfestival, staat al zo’n bamboebouwwerk afgebeeld. Op het Chinese vasteland zie je zulke gebouwen zelden meer, maar in Hongkong nog wel – want dankzij het bamboesteigerwerk bleef het benodigde vakmanschap bewaard.
Aan de rand van Hongkong, in het dorp Wing Long Wai, wordt toevallig net zo’n bouwwerk opgericht: een tijdelijk bamboetheater voor een dorpsfestival dat slechts eens in de tien jaar plaatsvindt. Een van de organisatoren, Tang Kwok Hin, geeft een rondleiding door het immense bamboegeraamte, voorlopig nog slechts bedekt met zink dat schittert in de zon. Over een paar weken zal het theater zo’n duizend tot tweeduizend bezoekers ontvangen, voor ceremonies en Kantonese operavoorstellingen.
Een groot stuk land — ongetwijfeld veel geld waard — is door het dorp speciaal voor dit doel vrijgehouden. Voor de 38-jarige Tang is het de vierde keer dat hij meedoet aan het festival. Maar als bamboesteigers echt worden verboden, weet hij niet zeker of er over tien of twintig jaar nog zo’n theater kan worden gebouwd: ‘Ik kan me in ieder geval niet voorstellen dat we het theater dan optrekken uit metaal’.
Terwijl de bouwvakkers doorwerken, neemt naast het theater een groep jongeren een videoclip op. ‘Ik heb zoveel opgebouwd’, rapt een 26-jarige, van top tot teen in het zwart gekleed. ‘Waarom zeg je mij nu alweer vaarwel? Ik dacht dat ik geliefd was, waar komt plots die kritiek vandaan?’
‘Bamboo is mijn naam, koppig van aard’, rapt Chan Kit Ki in de camera, ‘Bamboo is mijn naam, sterker dan je denkt. Waarom leg je bij mij de schuld? Op een dag zal je me missen als ik er niet meer ben.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant