Met culinaire evenementen wilden vier in Nederland wonende Palestijnen de aandacht vestigen op de Palestijnse cultuur. Toen begon de Gaza-oorlog. „Alles wat we deden draaide om eten. En nu werden Palestijnen uitgehongerd.”
„Laat de kikkererwten een nacht weken en kook ze ’s ochtends zo’n 1,5 tot 2 uur”, begint een recept voor hummus in het boek Een Palestijns diner. Vervolgens: „In de tussentijd kun je bijvoorbeeld The Coin lezen, een dunne roman van de Palestijnse Yasmin Zaher, of de website van Riwaq bekijken, een organisatie die zich inspant voor het behoud van het schitterende Palestijnse architectonische erfgoed.”
Het in november verschenen Een Palestijns diner – half kookboek, half geschiedenisboek – is gemaakt door twee van de vier oprichters van The Hummus Academy, schrijver en journalist Umayya Abu-Hanna en grafisch ontwerper Mary Ann Jaraisy. Het is een perfecte afspiegeling van wat de vier Palestijnse Nederlanders doen: eten inzetten als activistische tool. De afgelopen drie jaar organiseerden ze diners, workshops, Palestijnse kerstmarkten en een pop-up hummusmuseum. Altijd met als doel om verhalen te vertellen over Palestina en zo het erfgoed en de cultuur levend te houden.
Vandaag zitten ze met z’n vieren aan een tafel in een restaurant in Amsterdam, waar ze allemaal wonen. Umayya Abu-Hanna (64) bracht de groep – die ze ‘the hummusses’ noemt – bij elkaar. Ze werd geboren in een Palestijnse familie in Haifa, Israël, verhuisde op haar twintigste naar Helsinki en woont sinds vijftien jaar in Amsterdam. Ze ontmoette de andere drie, los van elkaar, tijdens evenementen die ze organiseerde in debatcentrum Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. „Ik omschrijf mezelf soms als mijnwerker. Ik ben altijd op zoek naar die ene diamant tussen de mensen.”
In 2017 vond ze Mohammed Badran (31), die als enige van de groep geen Israëlisch paspoort heeft; hij groeide op in een Palestijns vluchtelingenkamp in Syrië. Sinds 2013 woont hij in Nederland en werkt hij als consultant bij de overheid. In 2017 sprak Abu-Hanna hem na afloop van Rethink Aleppo, een avond over de wederopbouw van Aleppo na de burgeroorlog die toen nog in volle gang was. „Hij was begin twintig, was hier twee masters aan het doen en had net een eigen organisatie opgezet om vluchtelingen in Nederland te helpen. Ik had meteen door dat hij speciaal was.”
Diezelfde avond ontmoette ze ook Mary Ann Jaraisy (54), die opgroeide in Nazareth met een Nederlandse moeder en een Palestijnse vader. Sinds 2016 woont ze in Amsterdam. „We herkenden elkaars achternaam. Onze families in Palestina kennen elkaar.”
In 2019 organiseerde Abu-Hanna weer een evenement in Pakhuis de Zwijger: Gaza as a Utopia. Sobhi Khatib (40) zat in de zaal. „Sommige mensen uit het publiek werden boos op Umayya tijdens het vragenrondje”, zegt hij. „Hoe dúrfde ze te fantaseren over een utopie terwijl Gaza belegerd werd? Ik vond dat juist mooi en verfrissend. Waarom zouden we niet mogen dromen? Laten we eens verder kijken dan de rampen en de pijn. Daarin vonden we elkaar.” Khatib komt uit Kafr Manda, een dorp dat precies tussen Nazareth en Haifa in ligt, en woont sinds twaalf jaar in Nederland. Als consultant op het gebied van communicatie, diversiteit en innovatie werkt hij voor onder meer de Hogeschool van Amsterdam.
Van links naar rechts Sobhi Khatib, Mary Ann Jaraisy, Umayya Abu-Hanna en Mohammed Badran
In 2020 kwamen ze voor het eerst met z’n vieren samen tijdens een lunch bij Umayya Abu-Hanna thuis. „We merkten meteen dat we heel erg op een lijn zaten”, zegt Khatib. „We zijn allemaal trots op Palestina en voelden de behoefte om onze cultuur te vieren.” Zo ontstond tijdens die lunch het idee voor The Hummus Academy. „Palestina heeft zoveel moois te bieden, maar dat zit verstopt onder lagen puin, trauma en doden. We wilden licht schijnen op de schoonheid van ons land. En op de geschiedenis, die veel te weinig mensen kennen.”
Dat eten het middel moest zijn om over Palestina te praten werd meteen tijdens die eerste lunch duidelijk. „We spraken bij Umayya thuis af omdat we hummus wilden eten en de meeste hummusplekken in Amsterdam Israëlisch zijn”, zegt Mohammed Badran. „Het gesprek ging al snel over eten. Sinds Israël werd opgericht in 1948 en Palestijnen werden verdreven uit hun dorpen en steden, is de Palestijnse samenleving gefragmenteerd. Daardoor hebben we heel verschillende belevingen van het Palestijns-zijn, maar de Palestijnse gerechten die we allemaal kenden verbonden ons met elkaar.”
Al zijn er onderling verschillende opvattingen van hoe een gerecht gemaakt moet worden. Elke keer als ze afspreken nemen ze allemaal een zelfgemaakt gerecht mee. „Dit is écht niet Palestijns!, roepen we regelmatig over tafel”, zegt Umayya Abu-Hanna. „Want wie stopt er nou komijn in hummus?”
Mohammed Badran: „Ik. Ik doe dat! Net als de Gazanen.”
Umayya Abu-Hanna: „De rest van de groep was totaal in shock. Dat dóé je toch niet.”
„Over wel of geen knoflook in de hummus zijn de meningen ook verdeeld”, zegt Mary Ann Jaraisy.
Mohammed Badran: „We zijn enorm kritisch op elkaars hummus. Waar haal je je tahini vandaan? En hoeveel doe je erin?”
„Wij Palestijnen zíjn hummus”, zegt Umayya Abu-Hanna, die het vaakst het woord neemt. „Rijk of arm, elke Palestijn eet bijna elke dag hummus, het hele jaar door. Toch denken veel mensen tegenwoordig dat hummus Israëlisch is, zoals wel meer van onze gerechten en kookwijzen. Er zijn heel wat Israëlische kookboeken mee gevuld en heel wat chefs beroemd mee geworden.”
Puree van gekookte kikkererwten wordt al duizenden jaren op verschillende plekken gegeten. Maar hummus zoals we dat vandaag kennen, dus met tahini (gepureerde sesamzaadjes) als toevoeging, is volgens Abu-Hanna in de dertiende eeuw ontwikkeld in Al-Sham, de Arabische naam voor de regio ten oosten van de Middellandse Zee.
Daar bouwden zo’n 13.000 jaar geleden de Natufiërs een van de eerste permanente nederzettingen ter wereld. En ze verbouwden er gewassen, schrijft Umayya Abu-Hanna in haar boek Een Palestijns diner. Vandaar dat de keuken van Al-Sham gezien wordt als een van de oudste keukens ter wereld. Het is het zesde boek dat ze sinds 2003 schreef. Eerder publiceerde ze onder meer een autobiografische roman over haar jeugd in Haifa en een boek over de culturele geschiedenis van Helsinki, beschreven vanuit haar perspectief als immigrant. Daarnaast werkte ze als journalist, columnist en presentator van een Fins actualiteitenprogramma. Omdat ze in Helsinki op veel racisme stuitte nadat ze haar dochter uit Zuid-Afrika had geadopteerd, verhuisde ze in 2010 naar Amsterdam, vooral omdat haar broer daar al woonde.
Een van de bekendste Palestijnse gerechten is maqloubah: een omgekeerde stoofschotel met rijst, vlees (vaak kip) en groenten als aubergine en bloemkool. Generaal Saladin schijnt het voorgeschoteld te hebben gekregen toen hij Jeruzalem in 1187 bevrijdde van de christelijke kruisvaarders. Kubbeh wordt al minstens drieduizend jaar gegeten door Palestijnen: een soort taart gemaakt van bulgur en gehakt. Het 1.300 jaar oude rummaniye – een stoofpot met linzen, aubergine en granaatappelmelasse – komt oorspronkelijk uit de Palestijnse stad Jaffa.
Ook wijn speelt een prominente rol in de culinaire geschiedenis van Palestina. „Palestijnen produceren al meer dan vijfduizend jaar onafgebroken wijn”, schrijft Abu-Hanna in haar boek. „Filistea, de beschaving uit de elfde eeuw voor Christus waaraan Palestina zijn naam dankt, was een serieuze wijnexporteur. Wijnhuizen waren in elke stad te vinden, waaronder Gaza. Al sinds de vroege bronstijd staat Gaza bekend om zijn vinum Gazentum, het eerste wijnmerk ter wereld dat commercieel werd uitgebaat.”
„Food is life. Food is politics”, staat in de bio van The Hummus Academy (@hummusacademy) op Instagram. „Israël zet voedsel al sinds 1948 in als wapen tegen Palestijnen”, zegt Umayya Abu-Hanna. De vier noemen om de beurt voorbeelden. Meteen in 1948 werden waterputten vergiftigd met tyfus. In 1950 maakte Israël het hoeden en bezitten van zwarte geiten strafbaar, terwijl dat voor Palestijnen het belangrijkste vee was. In 1977 werd het verboden om za’atar te plukken. En dan hebben we het nog niet eens gehad over Gaza, zegt Mary Ann Jaraisy. „Daar heeft Israël sinds 2006 álle voedingsbronnen in handen: er is een ellenlange, steeds veranderende lijst met producten die Gaza niet in mogen. De gekste dingen staan erop, zoals alles met zaden en pitten, zodat die niet gezaaid kunnen worden.”
Umayya Abu-Hanna: „Vind je het gek dat we ons vastklampen aan onze nationale keuken?!”
Als Palestijn in Israël opgroeien was op zijn zachtst gezegd „tough”, zegt Mary Ann Jaraisy. „Onze hele geschiedenis is er uitgewist. Op school leer je er níéts over. Ik wist heel lang niet wat de Nakba [de verdrijving van de Palestijnen in 1948] was terwijl mijn vader een overlever is. Palestijnen in Israël zijn te bang om erover te praten. Als ik vroeger op Israëlische plekken als Haifa en Tel Aviv kwam met mijn moeder, moest ik van haar Nederlands spreken in plaats van Arabisch.” Haar Nederlandse moeder leerde haar Palestijnse vader in de jaren zestig kennen toen hij in Nederland studeerde. Toen Mary Ann Jaraisy drie maanden oud was, verhuisden ze naar Nazareth.
Ook Umayya Abu-Hanna wist dat ze moest fluisteren als ze in het openbaar Arabisch sprak. „Het woord Palestijn mocht ik al helemaal niet gebruiken. In Israël staat dat woord synoniem voor terrorist. Palestijnen met een Israëlisch paspoort, zoals ik, worden Israëlische Arabieren genoemd.”
Sobhi Khatib kwam er pas op zijn twaalfde achter dat hij überhaupt Palestijns was. „Ik was het nieuws aan het kijken en er was iets gebeurd met Palestijnen in de Westelijke Jordaanoever. Dus ik zei tegen mijn ouders: Wat erg voor die Palestijnen! Ze keken me heel raar aan: je weet dat je zelf een Palestijn bent, toch? Omdat we dat woord nooit gebruikten had ik geen idee.”
Khatib besloot al op zijn veertiende dat hij weg wilde uit Israël, nadat hij naar een zomerkamp in Griekenland was geweest. „Een totale cultuurshock. Ik zag nergens soldaten, er was geen hiërarchie en er hing niet constant spanning in de lucht. En ik hoefde niet de hele dag na te denken over hoe elke handeling zou kunnen worden opgevat door anderen. Er viel zo’n last van me af. Toen ik terugkwam, lukte het niet meer om aan een leven met een bezetter te wennen.” Na een studie psychologie in Tel Aviv verhuisde hij in 2011 naar Duitsland voor een baan. Daarna volgde hij nog een master mensenrechten en conflictmanagement in Italië, waar hij zijn vrouw leerde kennen. In 2013 verhuisden ze voor haar werk naar Nederland.
Het eerste Hummus Academy-evenement organiseerden ze in 2022. Om publiek te trekken wilden ze er een grote naam bij betrekken. Umayya Abu-Hanna stuurde op Instagram een bericht naar Sami Tamimi, de Palestijnse kok die bekend werd als rechterhand van de Israëlisch-Britse Yotam Ottolenghi maar inmiddels niet meer met hem samenwerkt. Hij stemde in eregast te zijn op een diner ter gelegenheid van zijn toen net verschenen kookboek Falastin. Alle 120 kaartjes waren twee maanden van tevoren uitverkocht. Abu-Hanna: „Iemand uit Abu Dhabi kwam speciaal naar Nederland gevlogen. Iemand anders uit Canada.”
Sobhi Khatib: „We mikten op a-politieke mensen. Mensen die hummus lekker vinden, maar die nooit waren gekomen als het woord Palestina in de naam van het event had gestaan.”
Een tafel met Palestijnse wijn van inheemse druiven (Taybeh Nadim Bitouni) en voorgerechten en desserts: wijnworstjes uit Nazareth op zeezout, mutabbal (auberginedip), gevulde wijnbladeren, biologische Al’Ard-olijfolie uit Palestina, klassieke hummus met pijnboompitten, Medjoul-dadels uit Jericho met ‘wolkjes’ van halva (een soort suikerspin met tahini), gedroogde vijgen met pistachenoten, aubergines, limoenen, cactusvruchten, watermeloen, druiven, granaatappels, olijven, labneh-balletjes gerold in za’atar, aardbeien, ovenschotel van octopus en mosselen, labneh-toetje met granaatappelpitten en pistachenoten
Ruim een jaar na het eerste evenement viel Hamas op 7 oktober 2023 Israël aan en begon de oorlog. „Opeens voelde het compleet ongepast om vrolijke vieringen van Palestina te blijven organiseren”, zegt Khatib.
Umayya Abu-Hanna: „Alles wat we deden draaide om eten. En nu werden Palestijnen uitgehongerd. We durfden niet eens meer iets op Instagram te posten. Onze website bevroor. Onze events ook.”
Ze bleven elkaar ontmoeten. „Om te praten. En om te huilen.” Na een paar maanden voelden ze de behoefte om geld in te zamelen en besloten ze weer iets op poten te zetten. „De aard van onze evenementen is compleet veranderd sinds 7 oktober”, zegt Khatib. „Ons narratief, ons mandaat, ons publiek. Eerst wilden we hooguit de serverkosten van onze website terugverdienen, nu wilden we zoveel mogelijk geld voor Gaza ophalen. En er kwam een publiek op af dat al heel erg op de hoogte was.”
Daarnaast stortten ze zich los van elkaar op andere projecten. Khatib opende afgelopen juli NOON Coffee & Culture in Amsterdam, een koffieplek en boekenwinkel in één. Er zijn za’atarcroissants te koop, blikjes Palestijne cola en Arabische boeken. Mohammed Badran organiseerde in juni de eerste editie van de Refugee Welcome Week in Amsterdam, met 25 evenementen waar in totaal ruim 800 vluchtelingen aan meededen.
Umayya Abu-Hanna en Mary Ann Jaraisy werkten mee aan de Gaza Travel Agency tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven afgelopen oktober. Een ‘reisbureau’ dat zogenaamd de terugkeer van Palestijnse vluchtelingen naar hun geboortesteden faciliteerde. Iets dat alleen mogelijk zou zijn als Israël de grenzen van Gaza opent. Aan de muur waren verhalen te lezen over die dorpen en steden waaruit in 1948 Palestijnen verdreven werden. Lydda bijvoorbeeld, een stadje net buiten Tel Aviv waar de afgelopen augustus in Gaza vermoorde Al Jazeera-journalist Anas al-Sharif vandaan kwam.
Jaraisy ontwierp ook de huisstijl van Palestijnse filmfestivals in Athene en Amsterdam. En ze verkocht sjaaltjes met Palestijnse prints. „Die werden een hit onder activisten.” 10 procent van de opbrengst stuurt ze naar gezinnen in Gaza. Voor de Gaza Travel Agency ontwierp ze een nieuw exemplaar, dat ze vandaag heeft meegenomen en uitdeelt aan de andere Hummus-leden. In het patroon verwerkte ze de namen van dorpen en steden waaruit Palestijnen in 1948 verjaagd zijn. „Kijk Sobhi,” zegt ze. „Jouw dorp staat er ook op!” Samen gaan ze met hun vingers langs de lange rijen namen tot ze Kafr Manda hebben gevonden.
De recepten in Een Palestijns diner, het boek waarmee Umayya Abu-Hanna de laatste tijd vooral druk was, vormen samen een Palestijns kerstmenu. Met onder meer za’atarbrood, hummus („zónder komijn”), roze ingelegde bloemkool, een kruidensalade, wijnworstjes, labneh-balletjes en kubbeh.
„We willen Kerst terugclaimen”, zegt Abu-Hanna, zelf overtuigd atheïst. „Kerst komt uit Palestina: Bethlehem [waar Jezus is geboren] en Nazareth [de woonplaats van Jozef en Maria] zijn Palestijnse steden.”
The Hummus Academy organiseert dit jaar vier kerstmarkten op verschillende plekken, waaronder eentje tijdens een evenement met Palestijnse chef-kok Fadi Kattan, dat eind november plaatsvond. Het valt alleen niet mee om de Palestijnse producten die ze daar willen verkopen – wijnen, olijfolie, zeep – naar Nederland te krijgen. „Sommige mensen van wie we vorig jaar spullen verkochten, zijn nu dood. En je weet nooit wanneer Israël wel of niet toelaat dat iets verzonden wordt.”
„We organiseren zoveel”, zegt Mary-Ann Jaraisy, „dat ik soms vergeet wat we allemaal doen. Deze week dacht ik opeens: o ja, we hebben ook nog ons Gaza Choir!” Een koor, waarvan de WhatsApp-groep tachtig leden telt. „We oefenen nooit, maar af en toe zingen we ergens. We zijn vorig jaar met Kerst begonnen en zingen bekende kerstliedjes met aangepaste teksten.” Jaraisy en Abu-Hanna beginnen te zingen, op de melodie van We Wish You A Merry Christmas: „We wish for the liberation, of the Palestinian nation, and an end to the occupation and a happy new year!” Ze zongen in drukke Amsterdamse winkelgebieden als de Haarlemmerdijk, de Kalverstraat en de Pure Markt in Park Frankendael. Jaraisy: „Sommige mensen moedigden ons aan. Maar we zijn ook in ons gezicht gespuugd.” Toen debatcentrum De Balie een Israëlisch filmfestival organiseerde zongen ze voor de deur en in het café. Liedjes met songteksten als „The Balie celebrates genocide! Genocide!” op de melodie van London Bridge is Falling Down.
Umayya Abu-Hanna en Mary Ann Jaraisy zien elkaar meerdere keren per week. Abu-Hanna: „Zij heeft een auto, ik niet. Elke keer komen we uitgeput naar huis rijden na de zoveelste vrijwilligersklus en zeggen we tegen elkaar: nóóit meer! Maar vaak appen we elkaar een kwartier later alweer een nieuw idee.”
Het viel niet mee om de vier leden bij elkaar te krijgen voor een interview. „It’s a verrrry hectic time to be Palestinian”, mailt Abu-Hanna als er een datum geprikt moet worden. „We’re spinning when we’re not sobbing.” Ze zijn allemaal hyper, zegt ze nu. „Als we niks doen raken we in een depressie.”
Met o.a. een interview met de Palestijnse chef Fadi Kattan, de top-tien Arabische restaurants, en recepten
Lees alle stukken hier
Abu-Hanna ligt regelmatig ’s nachts wakker met beelden uit Gaza op haar netvlies. „Ik heb een tijdje veel contact gehad met een stedenbouwkundige in Gaza. Ik heb geld voor zijn dorp en zijn gezin opgehaald, maar uiteindelijk kan ik hem niet wezenlijk helpen. Ik voelde me fucking schuldig elke keer als ik hem sprak. Hoe eindig je een telefoongesprek met iemand die zegt dat zijn kinderen bijna doodgaan? Hij zei steeds: blijf gewoon tegen me praten, dat helpt! Maar ik kon er niet meer tegen en heb hem op een gegeven moment geblokkeerd. De verhalen die hij vertelde waren té erg. Dat ze ’s nachts horen hoe de honden de dode lichamen onder de puinhopen opeten. Dat Gazanen met hun kinderen in hun armen slapen omdat de honden nu al zo lang menselijk vlees eten en zo’n honger hebben dat ze steeds dichterbij komen.”
Vóór 7 oktober 2023 fantaseerde The Hummus Academy over het opzetten van een Palestijnse designweek. „Dat slaat nu nergens op”, zegt Abu-Hanna. „Maar voordat ik doodga hoop ik dat nog mee te maken. Een designweek die héél erg over de top is: een overvloed aan schoonheid. Want het tegenovergestelde van een genocide is schoonheid.”
Tijdens het gesprek barsten ze wel tien keer met z’n allen tegelijk in lachen uit. „Dat is ook echt iets dat ons verbindt”, zegt Abu-Hanna. „Een fantastisch, pervers gevoel voor humor. We lachen continu als we samen zijn, om alles. Dat is hoe we overleven.” Serieuzer: „Door samen te zijn creëren we ons eigen Palestina. Geografisch bestaat ons land misschien niet. Maar als wij bij elkaar zijn, dan bestaat het wel.”
Zondag 7 december vindt in de Tolhuistuin in Amsterdam A Day In Palestine plaats. Een dag met Palestijnse kunst, gerechten, films en muziek. The Hummus Academy organiseert er een markt met Palestijnse producten en een kookworkshop. paradiso.nl. Een Palestijns diner. Een geschiedenis in verhalen en gerechten van Umayya Abu-Hanna en Mary Ann Jaraisy is vorige maand verschenen bij uitgeverij Ambo|Anthos. amboanthos.nl
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
De laatste inzichten over eten de lekkerste recepten en slimme tips om gezond te leven
Source: NRC