Als lobbyist van Microsoft verdedigde Jochem de Groot de belangen van het bedrijf bij politiek en publiek – óók als die de grenzen van het ethische overschreden. Nu, in zijn boek Kolonisten van de cloud, waarschuwt hij voor de geopolitieke macht van techbedrijven.
In de zomer van 2018 laat het strenge immigratiebeleid van Donald Trump zich online van zijn lelijkste kant zien. Video’s van huilende kinderen, gescheiden van hun ouders en soms opgesloten in kooien, vullen de tijdlijnen op Twitter en andere sociale media. Bij Microsoft slaat de vlam in de pan, medewerkers vragen zich af: is dit waar onze technologie aan bijdraagt?
Een paar maanden eerder schreef de techreus op een onopvallend marketingblog dat het er ‘trots’ op is de Amerikaanse Immigration and Customs Enforcement (ICE) te ondersteunen bij zijn cloud- en AI-diensten, zodat ICE zijn werkzaamheden nog efficiënter kan doen.
Jochem de Groot bevindt zich dan op de campus van het bedrijf in Redmond, Washington, en maakt de opwinding en ontzetting van dichtbij mee. Net als veel collega’s is hij diep geraakt door de schrijnende beelden – en dat veroorzaakt cognitieve dissonantie bij de Nederlander.
‘Hoe ethisch is technologie als die bijdraagt aan de handhaving van beleid dat kinderen scheidt van hun ouders?’, vraagt De Groot zich af in zijn boek Kolonisten van de cloud, waarin hij terugblikt op zijn jaren als ambtenaar bij Buitenlandse Zaken en de daaropvolgende acht jaar als lobbyist in dienst van Microsoft.
Hij verkondigt het verhaal van het bedrijf, over verantwoorde technologie, op alle plekken waar dat relevant is: bij politici, beleidsmakers, journalisten, universiteiten. Zijn uitgebreide netwerk in Den Haag komt goed van pas. Hij beschrijft gesprekken met Kamerleden, en hoe hij een ontmoeting tussen Microsoft-topman Satya Nadella en toenmalig president Mark Rutte in goede banen leidt.
Maar door de vreselijke beelden voelt de lobbyist in 2018 groot ongemak, over de vraag waar de grens precies ligt tussen enerzijds de commerciële belangen van een gigantische multinational en anderzijds de morele verantwoordelijkheid voor het gebruik van technologie die direct in verband wordt gebracht met mensenrechtenschendingen.
Om terug te komen op uw eigen vraag: hoe ethisch is het om technologie te leveren die bijdraagt aan het beleid van de ICE?
‘Dat vind ik niet ethisch, nee. Maar uiteindelijk bleek al snel dat het ging om software als Word, PowerPoint of Excel die werd gebruikt door de douanedienst, niet om gezichtsherkenningssoftware of iets anders dat het mogelijk maakte om kinderen van hun ouders te scheiden. Sterker nog: Microsoft heeft daarna juist geijverd voor wetgeving die dat soort gebruik verbiedt.’
Het is niet de eerste storm die De Groot meemaakt. Hij is, in 2013, pas vijf weken in dienst als ineens Edward Snowden opduikt. De klokkenluider onthult hoe de Amerikaanse geheime dienst NSA jarenlang massaal data heeft verzameld met hulp van techbedrijven. Ook van Microsoft.
U zat nog in uw proeftijd. Dacht u niet: nou, dit is misschien toch niet zo’n fijne plek om te werken?
‘Nee, ik was juist eager om veel te leren. En het was niet een beschuldiging aan het adres van één bedrijf – het ging over de hele Amerikaanse techindustrie. Bovendien: Microsoft heeft altijd ontkend dat het meewerkte.
‘Het was voor mij een les in de dynamiek tussen media, lobbyisten, juristen, woordvoerders, en politiek. Ik vond het stimulerend om te zien hoe er door de druk van buitenaf intern werd gediscussieerd over de vraag: hoe kunnen we onze klanten beschermen? Daarin onderscheidde Microsoft zich echt van andere techbedrijven.’
In uw hele boek staan zinnetjes als ‘het voelt ongemakkelijk’, waarin u twijfel uitspreekt over uw eigen positie. Heeft u uiteindelijk het gevoel dat u het goede deed?
‘Ik heb lang getwijfeld of ik al die aarzelingen moest opschrijven, omdat ik niet wist of ik recht kon doen aan de ambivalentie en de veelkleurigheid van mijn persoonlijke observaties. Ik geloof echt in de goede bedoelingen van Microsoft, dat technologie verantwoord wil inzetten. Maar tegelijk voel ik het ongemak over de schaal waarop het bedrijf opereert, en al helemaal in een klein land als Nederland.’
In oktober 2020 zit De Groot thuis op de bank als zijn telefoon opeens roodgloeiend staat. ‘Nu Lubach aanzetten, je moet het echt zien!’, is de strekking van de vele berichten. Het satirische tv-programma heeft het gemunt op de uitbreidingsplannen voor een datacentrum van Microsoft in de Noord-Hollandse polder. Het dan al gigantische complex verpest het landschap, drukt op de stroomvoorziening in de regio en loost vervuild koelwater in sloten, klagen omwonenden. Bovendien kan de restwarmte niet, zoals beloofd, worden gebruikt in kassen verderop.
De Groot probeert zijn bazen al langer te overtuigen dat de weerstand in de Nederlandse polder groeit, maar tevergeefs. Pas door Lubachs filmpje komt de boodschap aan.
Is het werkelijk een goed idee dat Amerikaanse, commerciële partijen zoals Microsoft zo veel invloed hebben? Het is de vraag die hem dan al een paar jaar bezighoudt. De botsing van commerciële en lokale belangen in Noord-Holland is uiteindelijk het laatste zetje voor zijn vertrek. Als de uitbreiding wordt goedgekeurd, is De Groot weg bij Microsoft.
Dat het antwoord op die vraag ‘nee’ is, begint sinds de tweede termijn van Trump ook bij steeds meer Europese politici te dagen. Maar hoe Europa zich ontworstelt uit de greep van big tech, die vraag is een stuk lastiger te beantwoorden. Aan het einde van zijn boek doet De Groot een poging, al is die greep sinds zijn vertrek bij Microsoft (in 2021) alleen nog maar steviger geworden, met dank aan de ontwikkelingen rondom AI. Europa is onderworpen aan de Amerikaanse kolonisten van de cloud, concludeert De Groot.
We hebben in Europa een vacuüm aan visie over tech, schrijft u, waar de Amerikanen in kunnen springen.
‘Technologie is ook verbeeldingskracht, de kunst van het verhalen vertellen – daar zijn Amerikanen veel beter in. Bij Microsoft hebben ze een duidelijk verhaal over hoe AI ons kan helpen. Bijvoorbeeld met hoe slechtziende mensen in het Rijksmuseum van kunst kunnen genieten. In Nederland ontbreekt het aan een visie. We hebben vooral calvinistische waarden als efficiëntie, die ons ontvankelijk maken voor het Amerikaanse verhaal. Maar we hebben een eigen verhaal nodig, met eigen waarden.’
U werkt nu als lobbyist voor brancheorganisatie NLDigital, een collectief van ruim 600 bedrijven die zich bezighouden met de digitale transformatie. Onlangs stuurden zij een brief naar de informateur met de aanbeveling dat keuzevrijheid bij ICT-diensten voorop moet staan. Hoe past dit in uw pleidooi voor digitale dekolonisatie?
‘Natuurlijk is het uiteindelijke doel om minder afhankelijk te zijn van Amerika of China, maar dat is een kwestie van de lange adem. Je moet je afhankelijkheden afbouwen door aan Europese alternatieven te werken voor bijvoorbeeld chips, cloudomgevingen en AI-toepassingen. Maar dat gaat niet in een keer. Voorlopig hebben we niet-Europese technologie nodig voor onze innovatiekracht, en om competitief te blijven.’
U heeft het ook over een spagaat waarin u zat, tussen de belangen van Microsoft enerzijds en die van een gedeeld maatschappelijk belang.
‘Ik heb er echt een geweldige tijd gehad. Tegelijkertijd ben ik niet blind voor de andere kant van het verhaal. Microsoft is zo groot en machtig als een natiestaat (de jaaromzet is ongeveer even groot als het BNP van een land als Argentinië, red.). Het is een geopolitieke machtsfactor, zonder dat het democratische verantwoording hoeft af te leggen. Daarom wilde ik dit boek ook schrijven, om dat te laten zien.’
De Groot verhuist op zijn 12de met zijn ouders en zussen van het Brabantse Heesch naar Casablanca, waar zijn vader voor een grote farmaceut gaat werken. Het is een vormende tijd waarin verschillende culturen door elkaar lopen. Thuis (een ‘enorm warm nest’) wordt Nederlands gesproken, terwijl De Groot op een Amerikaanse school zit. Marokko is in die tijd, in de jaren negentig, nog nauwelijks toeristisch.
Na zijn studietijd (sociale wetenschappen, sociologie, islamstudies) gaat hij begin 2000 aan de slag als diplomaat bij Buitenlandse Zaken. Min of meer bij toeval mag hij zich bezighouden met internet. Nederland wil mee in de vaart der volkeren en zoekt in die tijd nadrukkelijk aansluiting bij de Amerikaanse manier van denken, waarin weinig regulering tot zowel innovatie als internetvrijheid moet leiden.
U beschrijft dat er naast al dat optimisme dan ook al kritiek is op het idee om internet vrij baan te geven. Evgeny Morozov keert zich in zijn boek The Net Delusion tegen het idee van het web als oplossing voor alles. Hoe dacht u daar toen over?
‘Hij was een van de allereerste critici, een ongelooflijk intelligente man. En achteraf had hij een punt. Maar het heersende sentiment in het Westen was toen toch vooral: we moeten vechten voor het vrije internet. Zelf was ik er ook echt van overtuigd dat het internet zou helpen om landen te democratiseren. Het was een tijd van groot optimisme, van de Arabische Lente, die zich deels online afspeelde. De mogelijkheid dat autocraten technologie juist konden gebruiken om mensen te onderdrukken, het punt dat Morozov dus maakte, werd toen niet zo gezien.’
Wat vond u van de kritiek van Morozov op de macht van de techbedrijven en hun nauwe banden met overheden?
‘Ik keek daar wel echt anders tegenaan. Op conferenties kwam ik lobbyisten tegen van bijvoorbeeld Microsoft en Google, die met ongelofelijk veel expertise aanwezig waren bij alle debatten. Dat fascineerde me heel erg, als 32-jarige. Zeker Google was in die tijd enorm gefocust op vrijheid van meningsuiting, want dat paste bij hun product. Hun motto was Don’t be Evil, wat iedereen toen geloofwaardig vond.’
Wat was de voornaamste reden om naar het kamp van de lobbyisten over te stappen?
‘In de diplomatie was veel kennis over onderhandelingen en machtsblokken, maar heel weinig over de inhoudelijk technische kant. Die informatie kwam van de bedrijven. Ik was geïnteresseerd in hoe het aan die kant werkte. En Microsoft gaf me het gevoel dat het verantwoord bezig was. Bovendien had ik een tijdelijk contract bij Buitenlandse Zaken.’
Maar het had ook Google kunnen zijn, bijvoorbeeld?
‘Ja, dat had gekund, als er een vacature was geweest.’
Speelde het salaris een belangrijke rol? Dat was twee keer zo hoog als bij Buitenlandse Zaken, schrijft u.
‘Dat is ook heel aantrekkelijk, ja.’
U beschrijft Microsoft als een ‘verstandige oom’ naast de wat losbandige neefjes uit Silicon Valley. Hoe komt het bedrijf aan dat imago?
‘Allereerst is Microsoft een stuk ouder dan bijvoorbeeld Google of Meta. Het bedrijf bestaat al zo’n vijftig jaar. In die tijd heeft het harde lessen geleerd.’
Een keerpunt is het jaar 2000. Onder leiding van de toenmalige CEO Bill Gates miste het bedrijf in eerste instantie de internethype. Door zijn besturingssysteem Windows te koppelen aan zijn browser Internet Explorer probeerde Microsoft – met succes – de opgelopen achterstand op Netscape in te lopen. Maar daarmee ging het te ver: Microsoft maakte volgens het Amerikaanse ministerie van Justitie misbruik van zijn monopoliepositie. Bijna werd Microsoft opgebroken.
Juist die crisis leidde tot de sterke positie die Microsoft nu heeft. De Groot: ‘Voor die tijd hechtte Microsoft weinig belang aan relaties met de politiek. Daarna nam het de vlucht naar voren, door enorm te investeren in zijn lobbyapparaat, dat inmiddels uit duizenden mensen bestaat.’
En nee, dat is echt niet allemaal gericht op minder of gunstiger wetgeving, benadrukt De Groot. Zo plat is het niet. Ter illustratie wijst hij op de opening van een kantoor in New York, vlak bij het VN-hoofdkwartier. Deze ‘ambassade’ richt zich vooral op mondiale uitdagingen zoals milieu, humanitaire hulp en duurzame ontwikkelingsdoelen.
Heeft Microsoft vanaf 2000 daadwerkelijk zijn leven gebeterd, of is het bedrijf vooral beter geworden in lobbyen?
‘Het is veelkleurig. Op veel vlakken heeft Microsoft echt gedacht: hoe kunnen we deze technologie verantwoord inzetten? Wat hebben we voor wetgeving nodig en hoe kunnen we die stimuleren? Bijvoorbeeld op het gebied van toegankelijkheid, ingegeven doordat de zoon van Nadella zwaar gehandicapt was (zijn zoon is inmiddels overleden, red.).’
In haar boek De Techcoup beschrijft Marietje Schaake Microsoft als een bedrijf dat het lobbyen heeft geperfectioneerd tot ‘de kunst van het beïnvloeden zonder gezien te worden’. Letterlijk: bij de inauguratie van Donald Trump begin dit jaar zitten alle techtopmannen prominent op de eerste rij, van Tim Cook en Mark Zuckerberg tot Elon Musk en Sam Altman. Er is een grote afwezige: Nadella.
U begint uw boek met deze anekdote. Hoe heeft Nadella dat voor elkaar gekregen?
‘Ik denk dat Microsoft en Nadella het zich kunnen permitteren daar niet bij te zijn. Zij voeren al zo lang op zo veel manieren de dialoog met de overheid dat zij Trump geen lippendienst hoeven te bewijzen.’
Mist u Microsoft weleens?
‘Bij Microsoft werken veel goede mensen. Alles gaat er in hoog tempo en op het scherpst van de snede. Je wordt constant enorm uitgedaagd. Ja, dat mis ik wel.’
Jochem de Groot: Kolonisten van de cloud – Over tech-lobbyisten in de geopolitieke machtsstrijd. De Bezige Bij; 256 pagina’s, € 23,99.
Alles over tech vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant