is econoom en publicist.
Deze week openbaarden D66-leider Rob Jetten en CDA-voorman Henri Bontenbal hun opmaat naar een coalitieakkoord. Op zeventien dichtbedrukte A4’tjes schetsen ze zowel een manier van werken als een inhoudelijke agenda op hoofdonderwerpen. Het is een aanstekelijk document, dat op de inhoud nog wel een paar tandjes scherper kan.
Aanstekelijk? Het stuk met de titel Samen aan de slag voor een sterker Nederland valt met de deur in huis. De openingszin luidt: ‘Dit is een uitgestoken hand.’ Jetten en Bontenbal willen ‘Nederland weer vooruit helpen’. Ze presenteren daarom een ‘positieve en ambitieuze agenda’. Ze willen een ‘coalitie die samenwerkt en kiest voor resultaat’.
Hun basishouding kent een lange traditie – die van de consensuspolitiek –, maar oogt tegelijkertijd fris en fruitig, door het contrast van deze houding met de politieke praktijk van de afgelopen paar jaar. Ik citeer: ‘De politiek lijkt te zijn verleerd om op een normale manier van mening te verschillen en er vervolgens via het compromis toch samen uit te komen, met het belang van Nederland voorop. Wij willen onderdeel zijn van een politiek die weer normaal doet, samenwerkt en resultaten boekt. Dat is de weg naar het herstel van vertrouwen in de politiek, en een land waarin we weer samenwerken in plaats van elkaar tegenwerken.’
Waar het om de houding en de toon gaat, slaan Jetten en Bontenbal wat mij betreft de spijker op z’n kop. Welke partijen zich bij hen aansluiten? Zien we later.
Inhoudelijk concentreert het duo zich op de vijf hoofdonderwerpen die informateur Wouter Koolmees had aanbevolen, zonder zich hiertoe te beperken. De inhoudelijke aanpak zou ik als bestuurlijk kwalificeren. Rond wonen en inzake landbouw en natuur ligt de nadruk sterk op samenwerking met lagere overheden en andere partners. De kwaliteit en de bekostiging van uitvoering krijgen aandacht, bijvoorbeeld waar het gaat om de asielketen. Jetten en Bontenbal kijken nadrukkelijk over de grenzen, zowel waar het gaat over defensie, ontwikkelingssamenwerking als over Europese samenwerking. Ook inhoudelijk, eigenlijk, klinkt het allemaal reuze vertrouwd, en is vooral het contrast groot met het waardeloze beleid van het huidige kabinet.
Maar is het ook de trendbreuk die Nederland nodig heeft? Zo schrijven Jetten en Bontenbal er wel over, maar ik lees het onvoldoende terug.
Waarop leunt bijvoorbeeld de woonparagraaf? Welke (nieuwe) instrumenten zet het duo in om de woningbouwproductie op te voeren naar het door hen gewenste aantal van 100 duizend per jaar? Er staan best nuttige dingen in het stuk hoor, zoals schrappen in de bezwaarprocedures tegen nieuwbouw en het vergemakkelijken van splitsen en ‘optoppen’. Maar de kern van de aanpak is: ‘De rijksoverheid neemt meer verantwoordelijkheid, met respect voor de eigen verantwoordelijkheid van anderen.’ Dit is zo’n bestuurlijke formule die zeker leidt tot meer vergadertijd, maar allerminst garant staat voor meer woningbouw. Met het gepresenteerde pakket zal in de komende kabinetsperiode de bouwproductie de 100 duizend stuks niet halen, vrees ik.
‘We gaan moeilijke keuzen nu niet uit de weg’, schrijven Jetten en Bontenbal. Ik dacht: misschien kunnen ze daar dan een lijstje van maken? Over welke keuzen hebben ze het dan precies? Want ik heb moeite ze te ontdekken.
We hebben niet alleen een beter kabinet nodig dan het huidige – dat is, eerlijk gezegd niet zo moeilijk. We hebben een kabinet nodig dat inhoudelijk doet wat Jetten en Bontenbal met de mond belijden.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. Frank Kalshoven is econoom en publicist. Reageren? E-mail: frank@frankkalshoven.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant