Home

‘Hij vroeg haar ten huwelijk en haalde haar per fiets van de Achterhoek naar Friesland’

Mijn ouders Voor deze serie sturen lezers foto’s van hun ouders in. Deze keer stuurde Annemieke Galema (1956) een foto van haar ouders Johanna Grada Josefina Hilderink (1923-2018) en Hendrik Franciscus Galama (1914-1999)

‘Mijn ouders ontmoetten elkaar in de Noordoostpolder op een familiefeest van de oudste broer van mijn moeder, die getrouwd was met een zus van mijn vader. Zij, een Achterhoekse, hij een Fries; beiden de derde uit een boerengezin met negen kinderen.

Annie emigreerde op haar 29ste uit de bourgondische omgeving van Hengelo (Gld) naar de sobere Zuidwesthoek rondom Bolsward in Friesland. Zij had vanaf haar twaalfde ‘gediend’ als hulp in de huishouding bij een tante, voor kost en inwoning.

Doordat zijn oudste broer naar het seminarie ging, werd mijn vader de traditioneel aangewezen opvolger op het familiebedrijf. Zolang hij vrijgezel was, werd ervan uitgegaan dat hij om niet zijn ouders bijstond. Hij was bijna veertig toen hij mijn moeder ten huwelijk vroeg en hij kwam haar in 1953 per fiets uit Gelderland halen. Naar eigen zeggen werd mijn moeder met open armen in de Friese familie ontvangen. Eenmaal op de familieboerderij hoorde zij geen andere taal meer dan Fries, wat zij uitstekend leerde verstaan en pareerde met onvervalst Achterhoeks in dialect en cultuur.

In de jaren 50 en al eerder bleek mijn vader ernstig te lijden onder de onbehandelbare ziekte psoriasis, waarover in die tijd niet gesproken werd – zeker niet over de shocktherapie die toen een tijdje in zwang was. Daardoor verdween hij soms ‘uit beeld’, en nam mijn moeder naadloos de leiding van het bedrijf op zich, naast de zorg voor een gezin met drie jongens en twee meisjes. Haar motto: heit is even niet in orde en dat komt binnenkort wel weer goed. Als heit weer opkrabbelde, nam hij de verantwoordelijkheid voor het bedrijf weer op natuurlijke wijze over; mijn ouders waren een elkaar respecterend, ondernemend paar.

Oudste zoon Anno werd op 14-jarige leeftijd ziek en dat was een donderwolk boven ons gezin. In 1972 overleed hij op 18-jarige leeftijd aan leukemie en bleef tot op heden als zoon en broer deel van de familie. Het duurde jaren voor mijn vader weer ‘op de been’ was. Uiteindelijk konden mijn ouders genieten van een redelijk onbezorgde oude dag, met veel sociaal verkeer en buitenactiviteiten. De kinderen zochten en kregen alle kansen en kijken terug op hun inmiddels overleden ouders als dragers en binders van de ‘mienskip’ in de Friese Zuidwesthoek en de Gelderse Achterhoek.’

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next