Stéphane Séjourné | Eurocommissaris voor Industrie Europa moet minder kwetsbaar worden voor geopolitieke schokken en meer zelfvoorzienend worden, zegt Eurocommissaris Stéphane Séjourné. Dus zoekt hij in de hele EU naar productielocaties voor cruciale grondstoffen. NRC sprak de Eurocommissaris in een magneetfabriek op de grens van Estland en Rusland.
Stéphane Séjourné, Eurocommissaris voor Industrie, tijdens zijn bezoek aan de magneetfabriek in Narva deze week.
Zo ziet een onafhankelijk Europa er dus uit. Het bevindt zich tussen de duim en wijsvinger van Eurocommissaris Stéphane Séjourné en heeft nog het meeste weg van een blokje pure chocolade. „Dit soort magneten”, zegt hij, „worden volop door de Europese industrie gebruikt. En nu worden ze ook in Europa gemaakt.”
De Fransman Séjourné is de Eurocommissaris voor Industrie. Die baan betekent anno 2025 in de eerste plaats: plannen maken om te voorkomen dat Europa het slachtoffer is van de grillen van een gure nieuwe wereldorde. De afgelopen maanden – Chinese exportcontroles, de Nexperia-crisis, handelsruzies wereldwijd – hebben de kwetsbaarheid van de Europese economie voor geopolitieke schokken blootgelegd.
Dus stroopt de Eurocommissaris de Europese Unie af op zoek naar oplossingen. Wat kunnen Europese bedrijven zelf produceren of hergebruiken? Welke partners moet de Unie uitzoeken als het niet voor alles van andere landen afhankelijk wil zijn?
De EU vreest allereerst China, dat zijn dominantie op de mondiale grondstoffenmarkt uitbuit. Maar de Eurocommissaris noemt ook nadrukkelijk de Verenigde Staten, die voorraden voor de neus van de Europeanen wegkapen – daarover later meer.
Voor zijn nieuwste actieplan, ResourceEU genaamd, heeft zijn team een passende locatie gescout. Sinds kort rollen uit deze fabriekshal grote hoeveelheden magneten, gemaakt uit Australische bronmaterialen, genoeg voor duizend windturbines op zee of één miljoen elektrische auto’s. De magnetenfabriek is niet alleen gloednieuw en de enige in de EU, maar bevindt zich bovendien op geopolitiek gevoelig terrein: in het Estse stadje Narva, op een kilometer van de Russische grens.
Narva was ooit Russisch en veel inwoners zijn dat nog steeds. Hoge forten torenen aan weerszijden boven de gelijknamige rivier uit. Sint-Petersburg is hier dichterbij dan Tallinn. Na de invasie van Oekraïne begon president Vladimir Poetin in een toespraak plotseling de inname van Narva door tsaar Peter de Grote te bezingen.
„Natuurlijk zijn we een beetje bang”, zegt de burgemeester, die ook is opgetrommeld voor de lancering, „Maar drie jaar bang zijn, dat houd je niet vol. Dus glimlach ik maar.”
De magnetenproductie zal niet in gevaar komen, bezweert het aanwezige directielid van de fabriek. „De veiligheidsgaranties van de EU en de NAVO gelden overal even hard. Ik voel me hier net zo veilig als in de binnenstad van Brussel.”
De burgemeester, even later: „Deze fabriek ís onze veiligheidsgarantie.”
Twee uur eerder, in een busje dat door een Ests sneeuwlandschap zoeft, heeft de Eurocommissaris er een tabel bij gepakt om zijn boodschap te onderstrepen. „Kijk, aluminium. Daar gaan we de export van schroot inperken. Heel veel aluminium verdwijnt uit Europa. Terwijl: het is makkelijk te recyclen, het kost niet eens veel energie om dat te doen en de kwaliteit blijft intact. Dan hebben we bismut, kobalt, koper, gallium, mangaan… Met al deze grondstoffen doen we het nu niet goed.”
De meeste aandacht gaat op dit moment uit naar zeldzame aardmetalen, een subgroep binnen Séjournés lange lijst, met namen als neodymium en dysprosium. Heel zeldzaam zijn ze ondanks de naam niet, maar ze worden nu veelal in China gewonnen en geraffineerd en dan wereldwijd gebruikt – soms nadat ze verwerkt worden tot magneten – in elektrische auto’s, windturbines en moderne wapens.
Kortom, in alles dat Europa juist nodig heeft om meer zelfvoorzienend te worden.
Dit jaar liet China merken hoe machtig het dankzij dit bijna-monopolie is. Beijing kneep tot twee keer toe de wereldwijde toevoer van zijn zeldzame aardmetalen af door middel van strenge exportcontroles, die deels nog in stand blijven en deels gepauzeerd zijn.
Het antwoord op die ontwrichting is volgens Séjourné niet een volledige ontkoppeling van China, decoupling, zoals de VS nastreeft. Liever spreekt hij van de-risking.
„De VS willen 100 procent onafhankelijk worden. Wij niet – als dat al kan. We hebben Chinese investeringen nodig en het is ook niet per se een probleem als technologie uit China komt. Waar het om gaat, is dat we niet meer vatbaar willen zijn voor geopolitieke chantage als de spanningen oplopen. Wij willen onze risico’s beperken als het tot een groot conflict tussen China en de Verenigde Staten komt.”
„Het kwam ons lange tijd heel goed uit om deze sector uit te besteden aan anderen. Politiek en economisch. Regeringen hadden geen trek in de vervuiling die bij de winning kwam kijken en de afnemers haalden hun grondstoffen liever uit China, want dat is goedkoper. Die logica is niet meer vol te houden.”
Bezoek van de Eurocommissaris aan de magneetfabriek in Narva.
„Onze afhankelijkheid is geen schok, aan deze strategie werd al gewerkt. Wat we in oktober wel zagen, is dat China geen onderscheid maakte tussen ons en de Verenigde Staten toen het opnieuw exportbeperkingen oplegde. Dat was verrassend, dat zou je naïviteit kunnen noemen. China richtte zich bewust op ons.”
„Het probleem met de Verenigde Staten… Ik heb eens goed gekeken naar het profiel van de mensen die zich voor de Amerikaanse regering bezighouden met kritieke grondstoffen. Dan zie je: dat zijn handelaren, Kamer van Koophandel-bazen, mensen van de beursvloer. Zij weten hoe je vraag en aanbod verbindt, hoe je over prijzen onderhandelt. Geld is geen probleem voor ze, ze kunnen miljarden op tafel leggen.
„Vorige maand zou ik naar Brazilië gaan om gesprekken te voeren over een mijn waar zeldzame aardmetalen worden gewonnen. Drie dagen van tevoren kregen we te horen dat de Amerikanen waren langsgekomen, geld op tafel hadden gelegd en alle productie tot 2030 hadden opgekocht. We wisten dat ze bezig waren, maar we gingen ervan uit dat er vanwege de shutdown geen geld beschikbaar was. Daar hadden ze al rekening mee gehouden, het geld was al gereserveerd.”
Het was niet de enige tegenvaller voor Séjourné. Het Belgische Solvay, dat in het zuidwesten van Frankrijk weer zeldzame aardmetalen is gaan raffineren, maakte onlangs bekend dat het een deal had gesloten – met een Amerikaans bedrijf, dat er magneten van gaat maken. Solvay draaide er niet omheen: de deal was te danken aan Washington, dat belooft het prijsverschil met Chinese producenten bij te leggen.
Brussel heeft als doel gesteld dat over vijf jaar 10 procent van alle kritieke grondstoffen die in de EU nodig zijn uit Europese mijnen komt en dat 40 procent van de verwerking in de Unie plaatsvindt. Op dit moment domineert China de hele keten, met name voor zeldzame aardmetalen: meer dan 90 procent komt daar vandaan.
Europese bedrijven dringen erop aan dat de EU, of de nationale overheden, ook met het soort prijsgaranties dat de Amerikanen bieden over de brug moet komen als het die doelen wil halen. Zo ver wil – of kan – Séjourné niet gaan.
„Nee, dat is niet aan mij. Daar willen we een grondstoffencentrum voor opzetten.”
„Wij doen als Commissie twee dingen. Ten eerste: we móéten het narratief bij onze eigen bedrijven en politici veranderen. Laten zien dat onze afhankelijkheid risico’s behelst. Als we dat niet doen, blijven Europese afnemers al hun grondstoffen uit China halen. Dan komt stap twee: ons eigen grondstoffencentrum. We helpen met het aanleggen van buffers. We stellen subsidies beschikbaar om nieuwe mijnen te bouwen. En we willen zelf onze industrie gaan koppelen aan grondstofleveranciers.
„Stel je voor: er is een bedrijf dat chips maakt en een ander bedrijf dat auto’s bouwt, samen hebben ze tienduizend ton magneten nodig. Wij kunnen die vraag bundelen, zorgen dat er gezamenlijk wordt ingekocht en zo een duidelijke afzetmarkt bieden aan een fabrikant, zoals Solvay. Hier ligt ook een verantwoordelijkheid voor de nationale overheden en voor de bedrijven. Iedereen moet actief gaan diversifiëren.”
„Daarom moeten we dit met zijn allen doen. We kunnen niet hebben dat Franse bedrijven massaal niet diversifiëren en Duitse bedrijven wel. We moeten de kosten ook niet overdrijven. Kritieke grondstoffen zijn belangrijk, maar ze zijn niet zo bepalend voor de totale prijs van, zeg, een auto. Natuurlijk, ik weet dat bedrijven nu naar elke euro, naar elke cent kijken. Maar als je voortaan de helft van de magneten in je auto uit China haalt en de helft uit Europa, is een auto echt niet ineens te duur.”
Magneet, gemaakt van zeldzame aardmetalen, in de NEO magneetfabriek in Narva, Estland.
„We hebben allemaal gezien hoe onze industrie massaal uit Europa vertrok. Prima, dachten veel mensen, we blijven toch geld verdienen. Toen gingen ook de ideeën ervandoor, en de technologie. We zien dat China niet alleen het handwerk maar ook het denkwerk overneemt. Als we daar iets aan willen doen en weer concurrerend willen zijn, moeten we ook nadenken over het beschermen van onze industrie.
„Dat vraagt van iedereen iets. We moeten de Fransen overtuigen dat het goed is dat we de barrières van de interne markt afbreken en dat we handelsakkoorden sluiten. We moeten de Nederlanders en Duitsers overtuigen dat het soms belangrijk is om een voorkeursbehandeling of inkoopeis voor Europese bedrijven in te bouwen. Het is allebei nodig als we ons willen aanpassen aan de nieuwe geopolitiek. We zijn niet alleen in de wereld. We kunnen niet de meest open en vrije markt zijn zonder enige voorwaarden en we kunnen ook niet onszelf afsluiten.”
Het terughalen van de productie van essentiële grondstoffen is in de ogen van de Eurocommissaris maar één voorbeeld van die nieuwe visie. Dit najaar bouwde de Europese Commissie hoge tariefmuren rond de eigen staalsector, om die te beschermen tegen Chinese concurrentie.
Voor het eind van het jaar wordt van Séjourné een ander nieuw industrieplan verwacht, bedoeld om een voorkeursbeleid te hanteren en Europese fabrieken te stimuleren. Zo zouden subsidies voor elektrische auto’s moeten gelden als ze deels in Europa zijn gebouwd. Zulke industriepolitiek deed het altijd al goed in Frankrijk, maar wint nu ook in Brussel, Berlijn en elders aan populariteit.
„Ik deel niet zijn methodes, wel zijn agenda in de zin dat ik vind dat we Europa moeten her-industrialiseren.”
„Nadenken over economische veiligheid is geen vorm van protectionisme. Denk nog eens terug aan corona. De mondkapjestekorten die we toen zagen, ontketenden een heftige strijd tussen de Europeanen. Het was oorlog. Daarom moeten we samen handelen, juist om te voorkomen dat we vanwege grondstoffen nog eens in zo’n oorlog belanden.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.
Source: NRC