Politieke deugden Van alle zeven deugden is rechtvaardigheid het meest universeel aanvaard, zeggen Beatrice de Graaf en Rik Peels, maar er is groot verschil aan opvattingen over wat dan vervolgens rechtvaardig is.
Rechtvaardigheid is gelukkig nooit uit de mode geraakt. Waar een aantal van de zeven klassieke deugden op onze culturele zolder liggen te verstoffen, treffen we de toewijding aan recht en rechtvaardigheid vrijwel dagelijks aan. Of het nu gaat om demonstraties tegen onrecht in Gaza, kamervragen over de toeslagenaffaire, of afgelopen week nog de eis van ex-gedetineerden om rechtvaardigheid (en een schadevergoeding) na een volgens hen onterechte veroordeling.
Rechtvaardigheid is dan ook een opvallende deugd. Want waar niet iedereen overtuigd is van het belang van bijvoorbeeld gematigdheid of hoop, laat onderzoek zien dat de intuïtie dat de wereld rechtvaardig in elkaar zou moeten zitten vrijwel universeel wordt gedeeld. Psychologen en antropologen spreken zelfs van een ‘just world fallacy’: het idee dat de wereld uiteindelijk rechtvaardig in elkaar zit (Melvin Lerner en Carolyn Simmons 1966). De deugd van rechtvaardigheid wordt dan ook zonder uitzondering hoog aangeslagen. De grondlegger van de kardinale deugdenleer, Aristoteles, beschouwt rechtvaardigheid als de hoogste deugd, nog indrukwekkender dan de Avond- en Morgenster. Zijn middeleeuwse navolger, filosoof en theoloog Thomas van Aquino neemt dat van hem over, onder andere omdat van de vier kardinale deugden rechtvaardigheid het meest op de gemeenschap is gericht. En de Italiaanse renaissancedichter Dante plaatst deze deugd in de zesde hemel: daar, op de planeet Jupiter, vinden we de rechtvaardige heersers, zoals de koningen David en Hizkia en keizer Constantijn de Grote.
Even universeel als de waarde die aan rechtvaardigheid wordt gehecht, is echter het verschil aan opvattingen over wat dan wel rechtvaardig is. Als geen andere deugd speelt rechtvaardigheid in op onze emoties: gevoelens van woede, onvrede, en schok als ons onrecht wordt aangedaan, of als we geconfronteerd worden met onrechtvaardig leed van anderen. Maar die emoties en de bijbehorende politieke posities kunnen behoorlijk uiteenlopen. Kijk hoe verschillend de Amerikaanse voorstellen voor een ‘vrede’ tussen Oekraïne en Rusland worden ontvangen: sommigen menen dat Oekraïne dankbaar mag zijn, anderen dat de hele Amerikaanse benadering van schrijnend onrecht getuigt. Of neem de gevangenisstraf van 27 jaar die voormalig president van Brazilië Jaïr Bolsonaro onlangs is opgelegd: eindelijk gerechtigheid of diep politiek gemotiveerd onrecht, zoals zijn eigen achterban zou zeggen?
Beatrice de Graaf is faculteitshoogleraar en bekleedt de leerstoel Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht.
Rik Peels is hoogleraar en bekleedt een onderzoeksleerstoel godsdienstfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Ze werken samen bij onderzoeksconsortium Adapt!
Rechtvaardigheid is cruciaal voor een samenleving. Of, zoals Augustinus zou zeggen: zonder recht en rechtvaardigheid is een staat niets meer dan een roversbende. Maar ideeën over rechtvaardigheid leiden dus gemakkelijk tot hoogoplopende emoties en frontlijnen. Daarom is het belangrijk om ook hier een paar stappen terug te doen en te kijken hoe de oude en rijke deugdtraditie kan worden ingezet om ons denken over recht en rechtvaardigheid te verdiepen. En om met onze emotionele verontwaardiging ook daadwerkelijk iets voor de gemeenschap te bereiken (in plaats van onszelf of anderen te radicaliseren, zoals sociaal psycholoog Kees van de Bos uitlegt in zijn boek Waarom mensen radicaliseren).
Wat bedoelen we hiermee? Om te beginnen is het belangrijk om tussen vier soorten rechtvaardigheid te onderscheiden, soorten die ook allemaal de vorm van een deugd kunnen aannemen. Er is distributieve rechtvaardigheid: ieder krijgt uit de beschikbare middelen en bronnen wat hem of haar toekomt. Er is procedurele rechtvaardigheid: dat mensen eerlijk en transparant behandeld worden. Er is retributieve rechtvaardigheid: dat mensen in strafprocessen krijgen wat ze verdienen. En er is restauratieve rechtvaardigheid, die gericht is op het herstel van relaties.
Want dat is natuurlijk het probleem hier: als partijen recht tegenover elkaar staan en elkaar alleen maar gemener gaan vinden, helpt de letter van het recht – de wet – je niet altijd verder. Dikwijls wordt in emotionele debatten over wat je wel of niet mag scanderen (‘From the river to the sea’ bijvoorbeeld), en wel of niet mag doen (de mazen van de belastingwet opzoeken) beweerd dat iets ‘toch niet strafbaar is’. Maar onder ‘niet strafbaar’ valt nog een heel scala van zaken die wel wettelijk toegestaan zijn, maar toch immoreel met het oog op het samen vorm geven aan een rechtvaardige samenleving.
Wie de deugd van rechtvaardigheid belichaamt, zal altijd alle vier vormen meenemen en met elkaar in balans moeten brengen. Een mens moet dan in het licht van zijn daden krijgen wat hij verdient (retributieve rechtvaardigheid) maar zelfs iemand die een coup pleegt om de Braziliaanse democratie om zeep te brengen verdient een eerlijke en transparante behandeling (procedurele rechtvaardigheid). De tegoeden zijn van Rusland (distributieve rechtvaardigheid), maar omdat Rusland onrechtmatig een ander land binnenvalt en plundert, verliest het mogelijk het recht daarop (retributieve rechtvaardigheid), hoewel de maatregelen jegens Rusland wel zodanig moeten zijn dat Rusland en Oekraïne op een dag weer in vrede met elkaar kunnen leven (restauratieve rechtvaardigheid).
Daarbij is het cruciaal enerzijds dat het heersende recht geëerbiedigd wordt, maar anderzijds dat we bedenken dat recht altijd gestolde politiek is. Met andere woorden, we moeten altijd de onderliggende morele vraag blijven stellen naar wat rechtvaardig is en deze deugd niet juridiseren, zoals de Amerikaanse theoloog Stanley Hauerwas terecht opmerkt in zijn boekje The Character of Virtue. Dat is ook de reden waarom we soms op basis van ethische overwegingen over recht en onrecht besluiten de wet aan te passen. Zo besloten we dat homoseksualiteit niet langer strafbaar was en dat verkrachting in het huwelijk dat juist wel was. Rechtvaardigheid is in de eerste plaats een morele deugd die wordt weerspiegeld in het recht, niet andersom.
Maar dan nog, hoe bepaal je dan als samenleving wat rechtvaardig is? Een van de meest invloedrijke antwoorden op deze vraag werd gegeven door de Amerikaanse filosoof John Rawls. In zijn boek A Theory of Justice uit 1971 introduceert hij een beroemd gedachte-experiment. Het doel ervan is te achterhalen hoe we samen een rechtvaardige samenleving kunnen inrichten. Rawls vraagt dat we ons voorstellen dat we ons allemaal achter een ‘sluier van onwetendheid’ bevinden en niet weten wat onze etniciteit, gender, IQ, vaardigheden, opleidingsniveau, levensbeschouwing of financieel vermogen zullen zijn in de samenleving waarin we terechtkomen. Vervolgens moeten we met elkaar die samenleving inrichten. Rawls’ idee is dat we dan altijd aan het belang van de kwetsbaren zullen denken, omdat we zelf weleens die kwetsbaren zouden kunnen zijn. Zo wordt een samenleving daadwerkelijk eerlijk en rechtvaardig, was zijn hypothese.
Maar toch is dat ook niet de oplossing, meenden denkers uit de hoek van de deugdethiek, zoals Charles Taylor en Alasdair MacIntyre. Want Rawls’ benadering is wel erg aseptisch. Die houdt immers geen rekening met gegroeide patronen en culturen en historische tradities. Als we zijn experiment zouden toepassen, wat is dan nog de ruimte voor eerder gemaakte afspraken over positieve discriminatie, over tradities, of over culturele verworvenheden? We missen dan iets cruciaals. Juist omdat de deugd gericht is op de bloei van de gemeenschap is die niet abstract, ahistorisch, individueel of kleurenblind. Natuurlijk kunnen we altijd iets leren van zo’n gedachte-experiment, maar de concrete empirische werkelijkheid laat zien hoe beperkt bruikbaar deze benadering is. Het felle debat over het gelijkelijk afschaffen van klokgelui en islamitische gebedsoproepen kan bijvoorbeeld weinig met het geïdealiseerde gedachte-experiment van Rawls. De deugd van rechtvaardigheid gaat niet alleen over een set van mathematisch precieze rechtsparagrafen. Het is een deugd die recht wil doen aan alle mensen in onze geleefde wereld, waarin je juist altijd te maken zult hebben met bijvoorbeeld liefde voor hardnekkige tradities of met even hardnekkige vormen van ongelijkheid en onrecht. Je hoeft je daar niet bij neer te leggen, maar het moet meegenomen worden in een bredere discussie over wat een rechtvaardige, bloeiende gemeenschap is.
Dat brengt ons terug bij het probleem van onze botsende voorstellingen over wat rechtvaardig is. Als we recht primair abstract, zuiver en zwart-wit denken, dan zullen we altijd teleurgesteld worden. Neem de protesten tegen de oorlog in Gaza en de aanklacht dat het internationaal recht nu voorgoed kapot is en geschonden is. Was dat internationaal recht vóór 2023 dan wel perfect? Was het goed in 1948, in 1945, of in 1939? Natuurlijk niet. We zeiden het immers al, recht is ook „niet meer dan een set gestolde politieke inzichten”. Juist van onze invulling van mensenrechten (heel individueel, heel universalistisch) wordt inmiddels door veel wetenschappers en historici gezegd dat het eigenlijk ook een weerspiegeling is van een westerse koloniale mindset. Maar we moeten het geschreven, positieve recht daarom nog niet volledig gaan relativeren. Het is het enige wat we hebben om elkaar een beetje bij de les te houden en de samenleving voor iedereen enigszins leefbaar te laten zijn. We moeten recht en rechtvaardigheid dus weer klassieker en omvattender, maar paradoxaal genoeg juist ook milder gaan bedenken.
Dat brengt ons bij het laatste punt. De deugd van rechtvaardigheid ging altijd ook over de amor mundi, de liefde voor de wereld. Natuurlijk kenden Aristoteles en Thomas van Aquino de moderne notie van individuele mensenrechten nog niet. Maar zij wisten wel dat er zoiets bestaat als de intrinsieke waardigheid van elk mens. Ook de Tenach en het Nieuwe Testament (bijvoorbeeld in Kolossenzen 4:1) staan vol met teksten die impliceren dat weduwen, wezen, vreemdelingen en zelfs tot slaaf gemaakten onvervreemdbare rechten hebben en intrinsieke waardigheid als mens. De Amerikaanse politiek filosoof Nicholas Wolterstorff betoogt in zijn Justice: Rights and Wrongs (2010) dat de echt grote denkers over rechtvaardigheid dat abstracte principe altijd baseerden op de waardigheid van de mens – als deel van de gemeenschap. Die rechten zijn niet gebaseerd op bepaalde vermogens, zoals de menselijke rede, omdat sommige mensen die nauwelijks (meer) hebben, maar inherent aan het mens-zijn.
Even terug naar Aristoteles en Thomas. Zij wisten dat rechtvaardigheid dus meer is dan alleen je netjes houden aan de wet en niet meer nemen dan je toekomt. En dat het ook iets anders is dan alle andere waarden van die gemeenschap op het spel te willen zetten voor een onbereikbare, ahistorische notie van recht of rechtvaardigheid. Zij wisten namelijk dat als je de deugd van rechtvaardigheid werkelijk wilt belichamen, je altijd op zoek gaat naar de beste manier om ook recht aan anderen te doen. Om dat te doen wat goed is voor de samenleving van mensen als geheel. Vandaag de dag wordt een soortgelijk besef ook geformuleerd voor dieren, de natuur en de planeet waarop wij leven: ook die hebben rechten omdat ze onvervreemdbare waarde kennen. En je zou ook nog liefde voor onze geschiedenis en cultuur hieraan kunnen toevoegen. Mensen mogen zich hechten aan hun gemeenschap. Liefde is ook een deugd (die we later nog bespreken).
De deugd van rechtvaardigheid is gelukkig nooit verstoft, maar de oude traditie van reflectie daarop helaas wel. We moeten weer leren dat het streven naar rechtvaardigheid altijd plaats dient te vinden in en voor de gemeenschap waartoe je behoort. Dat we moeten roeien met de riemen die we hebben, ook als die her en der soms behoorlijk rot zijn en lang niet iedereen meeroeit. Beide zijn geen reden om ze overboord te gooien, zoals nu van het internationaal recht soms wordt betoogd. Het betekent wel dat we ze geduldiger en doordachter moeten hanteren. Het besef dat het recht uiteindelijk gestoeld is op de deugd van rechtvaardigheid en beter inzicht in wat die deugd dan precies behelst, gaan ons daar geweldig bij helpen.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC