Home

Ramia gaat niet meer weg uit haar verwoeste huis, al eindigt ze levend onder het puin

De wijk Yarmouk in Damascus was een bolwerk van verzet onder Assad. Die dat beantwoordde met bombardementen. Toch wonen hier en daar mensen in de goeddeels verlaten straten.

In een wijk waar de gebouwen zijn gebombardeerd tot grijze karkassen, verschijnt een vrouw op het balkon van een ruïne. Ramia Deeb woont hier. Drie maanden geleden kwam ze terug naar de flat waar ze jaren geleden wegvluchtte. Eindelijk is ze thuis.

Over de balustrade hangt Ramia kleurrijke dekens. De verdiepingen boven haar zijn weggeslagen. Boven haar hoofd bungelt een brok steen. Een paadje van aangestampt puin loopt naar het zwaar beschadigde gebouw – kom binnen.

Een zwartgeblakerd trappenhuis voert naar Ramia’s appartement. Staaldraden in de buitenmuren zijn geknapt. Nee, veilig is het hier niet. Ramia werd gewaarschuwd door de lokale autoriteiten. ‘Als het gebouw niet wordt versterkt, kan alles instorten.’

Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Ze doet momenteel, een jaar na de machtsovername in Syrië, verslag vanuit Damascus. Eerder was Van Es correspondent in het Midden-Oosten.

Ramia behoort tot de eerste terugkeerders van Yarmouk, midden vorige eeuw ontstaan als Palestijns vluchtelingenkamp. Gaandeweg groeide Yarmouk uit tot een populaire volkswijk met zeker 120 duizend inwoners, vol drukke markten en restaurants.

Zwerfhonden

Vanaf 2011 werd Yarmouk een bolwerk van verzet tegen dictator Bashar al-Assad. Hij hongerde de bevolking uit en verwoestte de wijk met luchtaanvallen. Toen de laatste bewoners in 2018 waren gevlucht, plunderden Assads militairen alles van waarde.

Een jaar na de val van Assad zijn alleen de hoofdstraten van Yarmouk zichtbaar opgeknapt. Daarachter is de wijk nog altijd een stoffig doolhof van verwoeste flatgebouwen. Door het puin slenteren zwerfhonden. Mensen wagen zich hier nauwelijks. In zo’n nagenoeg verlaten straat woont Ramia.

Haar appartement– één kamer voor haar gezin van vier, een neef bewoont een andere kamer – blijkt een kleine oase in de verwoesting. Het is gezellig gemeubileerd met bankjes, een kast en Perzische kleden, alles smetteloos schoon. ‘Dit is mijn werk: zorgen voor het huis’, zegt ze als trotse huisvrouw.

Stromend water of elektriciteit is er niet. Koken doet Ramia op een gasstelletje, maar zoals zo vaak is de gasfles leeg. Op zulke dagen eet het gezin alleen brood, kaas en olijven.

Aan de muur hangt Ramia’s trouwfoto. Ze is alawiet, de religieuze minderheid waartoe ook oud-dictator Assad behoort. Haar man is een Palestijnse Syriër. Ze ontmoetten elkaar via gezamenlijke vrienden. ‘De liefde is altijd gebleven.’

Nadat ze Yarmouk was ontvlucht, huurde Ramia met haar gezin jarenlang woonruimte in minder gehavende delen van Damascus. Maar dat werd dit jaar onbetaalbaar. Onder het nieuwe bewind stijgen de prijzen in Syrië. Ramia’s echtgenoot is schoonmaker. ‘We kochten op de pof. Ik vond dat beschamend.’

Er speelt meer: in bevrijd Syrië worden alawieten bedreigd. Een nichtje van Ramia werd zelfs beschoten. Dat gebeurde in een streek vol sektarische spanningen, ver van Damascus, maar toch. Geen gedoe met huurbazen, een eigen huis, dat voelt in zulke onzekere tijden als een zorg minder.

Nu Assad weg is, hoef je geen smeergeld meer te betalen om naar Yarmouk terug te keren. Het echtpaar liet hun appartement puinvrij maken. Ze kochten een voordeur. Toen was het geld op. Mogelijkheden om het gebouw te verstevigen, heeft Ramia niet. ‘Zelfs als ik uiteindelijk onder het puin begraven word, dan nog ga ik niet meer weg uit mijn huis.’

Geen geld

In een kantoortje bij de ingang van de wijk zetelt de bestuurder van Yarmouk namens de nieuwe regering, een man uit Abu Dhabi die zich Abu Mohammed noemt. Over de problemen is hij kort: ‘We hebben geen geld.’ Niet om puin te ruimen en ook niet voor wederopbouw.

Toch zijn er meer terugkeerders zoals Ramia. Als je er oog voor hebt, zie je ze in de verwoeste straten van Yarmouk. Allemaal zeggen ze hetzelfde: elders huren is te duur. Ook vertellen ze over de nachten, als je in de duisternis van deze puinwijk alleen honden hoort blaffen. Niemand komt ’s nachts buiten.

Veel van Ramia’s vroegere buren kwamen om in de oorlog tussen Assad en de rebellen. Degenen die nog leven, bellen soms om te vragen hoe het in Yarmouk is. Geweldig, zegt Ramia dan. ‘Ik probeer ze ervan te overtuigen om ook terug te komen, want dan krijgen we weer buren.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next