Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Dion Mebius hoort in Madrid een bloedserieus gesprek over het lactatieverlof.
is correspondent Spanje, Portugal en Marokko van de Volkskrant. Hij woont in Madrid.
Als aanstaande nieuwe vader spitste ik mijn oren. In een lawaaiig restaurant in Salamanca, een wijk in Madrid, waren twee van mijn vrienden verzeild geraakt in een discussie. De vraag die tussen de glazen dieprode wijn en het malse varkensvlees op tafel lag: hoe kun je het borstvoedingsverlof zo gunstig mogelijk opnemen?
Op zich geen rare vraag – ware het niet dat mijn twee vrienden allebei tot het mannelijke geslacht behoren. Voor zover ik weet, komt er geen melk uit de tepels van de man. Hoe kon het dan dat mijn vrienden hier strategieën omtrent het permiso por lactancia bespraken?
Wat klonk als een door de wijn ingegeven grap bleek bloedserieus te zijn. In Spanje hebben vaders in de eerste negen maanden na de geboorte werkelijk recht op lactatieverlof: één uur per werkdag. Hoewel lactatie letterlijk ‘het produceren en geven van moedermelk betekent’, is de term voor het verlof opgerekt naar: het voeden van een baby.
Met gekolfde moedermelk of kunstmatige babyvoeding kunnen vaders dat net zo goed als moeders. En dus hebben ook zij recht op betaald verlof. In de praktijk sparen zeker de vaders (zoals mijn vrienden) hun lactatieuurtjes vaak op: een mogelijkheid die de wet biedt, al is dat natuurlijk niet helemaal in de geest van die wet. Opgeteld zijn die uurtjes goed voor veertien vrije dagen. Daarin kun je een hoop poepluiers verschonen.
De vrije dagen komen boven op het vaderschapsverlof, dat onder de progressieve regeringen van premier Pedro Sánchez steeds ruimhartiger is geworden. Spaanse vaders lachen zich krom om de schamele zes weken (waarvan één week volledig doorbetaald) die Nederlandse vaders krijgen. Zelf hebben zij, net als Spaanse moeders, recht op negentien weken betaald verlof. Om de pijn bij werkgevers te verzachten, neemt de staat in deze periode hun salaris voor zijn rekening.
Met dit eerlijk verdeelde verlof, is het idee, zullen vader en moeder ook de zorg voor de baby gelijk verdelen. Om te voorkomen dat de omgeving (‘Je bent toch geen wijf?’) of de baas (‘We kunnen je echt niet missen’) druk op de vader kunnen uitoefenen om toch meteen weer onder het systeemplafond of aan de lopende band plaats te nemen, is het verplicht om de eerste zes weken na de geboorte op te nemen.
Dat werkverbod blijkt niet eens nodig. De Spaanse samenleving is razendsnel gewend geraakt aan het ruime vaderschapsverlof, dat toch een groot contrast is met de twee weken die vaders tot 2017 kregen. Anno nu nemen de padres praktisch al hun weken op.
Ook zzp’ers hebben recht op negentien weken betaald verlof. Dit is wel minder riant dan dat van mensen in loondienst. Zelf behoor ik tot die eerste groep: zoals de meeste correspondenten die voor Nederlandse media werken, ben ik niet in loondienst.
Hoe hoog de uitkering voor zelfstandigen is, hangt af van hoeveel ze maandelijks inleggen voor de sociale zekerheid – in Spanje is die inleg nationaal geregeld. Op die manier krijg ik tijdens mijn verlof ongeveer 1.300 euro per maand, belastingvrij.
Dat is geen vetpot, nee: maar de zzp’er die in Nederland vader wordt, zou er een moord voor doen. Die krijgt namelijk niks. Ik citeer van de website van de Rijksoverheid: ‘Tijdens uw verlof moet u zelf voor vervangend inkomen zorgen. Dit hoort bij het zelfstandig ondernemerschap.’
Dat is geen vangnet, maar een plens koud water in je gezicht. Intussen is Nederland ver voorbijgestreefd door Spanje, in de verbeelding van velen het macholand bij uitstek.
N.B. Reacties op deze column worden beantwoord in het nieuwe jaar. Als u dit leest, ben ik voor minimaal zes weken met vaderschapsverlof.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant