Home

Zonder boegbeeld Estavana Polman zou het WK handbal in eigen land niet compleet zijn

Ze is niet meer de allerbeste, zoals in 2019, maar nog steeds is ze een fenomeen in het handbal, een vedette met unieke kwaliteiten. En nu haalt Estavana Polman (33) alles uit de kast voor een eervol slot van haar carrière.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.

Estavana Polman zit duidelijk lekker in haar vel. Zo’n WK in eigen land is een podium waarop zij nog net iets meer straalt dan anders. Alleen al die duizenden oranjefans in Ahoy. ‘Nou, daar ga ik wel lekker op’, zegt ze. ‘We moeten gaan vliegen in dit toernooi, dat ga je hier toch vanzelf doen?’

De liefde is wederzijds, want de supporters vinden het heerlijk dat ze erbij is. Na het toernooi neemt ze afscheid van het nationale team, maar nu juicht het publiek nog net even iets harder als zij scoort. En Polman vliegt ook buiten het veld, hup, een quoteje hier, een grapje daar, zo trekt ze van de ene camera naar de andere.

Dat het toernooi nog maar een jaar geleden aan haar neus voorbij leek te gaan, is al bijna vergeten. De nieuwe bondscoach Henrik Signell passeerde haar destijds, hij wilde naar ‘de toekomst’ kijken, maar al snel keerde hij op zijn schreden terug. Net als al zijn voorgangers kwam hij tot de conclusie dat hét boegbeeld van het Nederlandse handbal onmisbaar is.

Veruit de populairste

Wat is dat toch met Polman? Nederland heeft veel meer goede handballers en zeker de laatste jaren is zij niet meer de beste. Toch is zij nog altijd veruit de populairste. Als Nederlanders één handballer kennen, dan is zij het. Waarom is uitgerekend zij het gezicht van de sport geworden en dat zo lang gebleven?

Het makkelijkste antwoord is dat ze in 2016 een relatie kreeg met voetballer Rafael van der Vaart. En zeker, dat speelt een rol, de aandacht kwam daarna min of meer vanzelf, maar Polman (33) is wel de laatste om de ‘vrouw van’ te zijn. Zij is zelf ook een fenomeen, een vedette zoals ze in het handbal eigenlijk niet bestaan, met unieke kwaliteiten op het veld en daarbuiten.

Dat wordt twintig jaar geleden al voor het eerst opgemerkt, ruim voordat Van der Vaart in beeld is (2016) en ze met Nederland WK-goud wint (2019). De media weten haar al als jonge puber te vinden. Zo is in de Volkskrant van 7 november 2005 een verhaal te lezen over haar eredivisiedebuut, dat begint met de volgende alinea:

‘‘Kom’, roept Winniefred Polman als dochter Estavana de zak chips in de kantine heeft opgepeuzeld. ‘We gaan naar huis.’ De handbalwedstrijd is al even afgelopen, de haren zijn bijna droog en het loopt tegen tienen. Voor een meisje van 13 is het bedtijd.’

‘Erg licht en mager’

Tot op de dag van vandaag is Polman de jongste ooit die in de eredivisie heeft gespeeld. En trainer Arthur Langedijk weet twintig jaar later nog goed waarom hij dat aandurfde. Hij zag bij de Arnhemse handbalclub AAC 1899 een ‘erg licht en mager grietje’ dat bijna alles goed deed met een handbal.

‘Sociale media had je nog niet’, zegt hij terugblikkend, ‘maar ik ben wel afgemaakt door een heleboel mensen toen ik haar op het hoogste niveau liet spelen. Dat kon toch niet, zo jong? Zelfs in Denemarken werd erover gepraat. Maar ik zei altijd: kom dan kijken. En dan zeiden ze daarna: sorry, je had gelijk, zij kan het gewoon aan.’

In een veel te groot shirt dribbelde Polman over het veld tussen de volwassen tegenstanders door. Ze was veel sneller en Langedijk liet haar, hoe jong ook, het spel verdelen. ‘Heel vreemd, maar ze wist gewoon of een bal naar links of rechts moest.’

Zelfs de penalty’s nam ze, en die gingen er bijna allemaal nog in ook. ‘Ze was natuurlijk nog een kind, druk voelde ze niet; maar dat is later zo gebleven. Voor Estavana is een schot een schot, of het nou op een training is of in een WK-finale.’

WK-finale 2015

Tien jaar na haar debuut staat Nederland inderdaad voor het eerst in een WK-finale. Voor het grote publiek is het een enorme verrassing dat de handbalsters in 2015 in Denemarken zo ver komen, maar het succes zit er al jaren aan te komen, want Nederland bulkt van het talent.

Lois Abbingh heeft het hardste schot ter wereld, Tess Wester gaat vaak beter keepen als het spannend wordt, Angela Malestein gooit toverballen vanaf de rechterhoek, Yvette Broch is jarenlang de beste verdediger van de wereld en Nycke Groot is de beste, meest complete speler van allemaal.

Nederland speelt brutaal, snel en aantrekkelijk handbal en van alle talenten symboliseert Polman die stijl het beste. Met haar fenomenale schot weet ze steeds weer te verrassen, ze kan zo lang zweven dat het blok van de tegenstander al zakt en de weg naar het doel vrij is.

Na het bereiken van die eerste WK-finale maakt ze nog een sprong, maar nu in de armen van Jack van Gelder. De blij verraste verslaggever vraagt of ze het nog een keer wil doen. ‘Jaaaaaa’, schreeuwt Polman als ze hem opnieuw om de nek vliegt. Van alle handbalsters is zij ook de spontaanste, ook voor de camera spatten het plezier en het zelfvertrouwen ervan af.

‘Op straat creëer je karakter’

‘Pffff’, zucht haar tweelingbroer Dario door de telefoon. ‘Of Estavana weleens onzeker is? Ik zou het niet weten. Ze laat het in ieder geval niet echt merken, maar ik denk ook niet dat ze het vaak is. Ikzelf trouwens ook niet. Waar ben ik onzeker over? Geen idee.’

Polman, die tot anderhalf jaar geleden in de eredivisie handbalde, weet wel waar dat vertrouwen vandaan komt. De tweeling wordt door de ouders van jongs af aan de straat op gestuurd, bijna altijd zijn ze samen op pad in de Arnhemse volksbuurt Presikhaaf.

‘We waren echt van die doeners. We speelden ook veel met andere kinderen en op straat creëer je wel een beetje karakter. Daar moesten we voor onszelf en elkaar opkomen.’

De twee hadden eigenlijk nooit mot, behalve als ze ’s middags hun gebruikelijke dutje hadden gedaan. ‘Daarna werden we altijd chagrijnig wakker en konden we weleens botsen, maar anders nooit. We wisten wat we aan elkaar hadden. Even grof gezegd: als het kut is, dan is het kut. Maar als het goed is, zeggen we dat ook.’

Te vroeg gepiekt

Lange tijd gaat het vooral goed met zijn zus, heel goed zelfs. De handbalsters pakken in 2015 WK-zilver, blijven ook daarna medailles winnen en in 2019 is Polman op haar allerbest. Op het WK in Japan, waar Nederland het eerste en enige goud in de geschiedenis pakt, wordt zij uitgeroepen tot de beste speelster van het toernooi.

Nog maar 27 jaar is ze dan, haar beste jaren als topsporter zouden nog moeten komen. Maar juist na dit hoogtepunt wordt haar karakter op de proef gesteld. Een half jaar na het gouden WK scheurt ze haar voorste kruisband en vlak na haar terugkeer op het veld blesseert ze zich opnieuw aan haar knie.

De Olympische Spelen in Tokio in de zomer van 2021 moet ze daardoor missen. Anderhalf jaar lang komt ze niet of nauwelijks aan spelen toe en ondertussen rommelt het bij haar Deense club Esbjerg, waar ze al negen jaar speelt.

Geliefd in Denemarken

‘Het was een sprookje zonder happy end’, zegt de Deense journalist Chris Uldahl Pedersen, die Polman voor de krant JydskeVestkysten ruim een decennium volgt. De sportverslaggever maakt van dichtbij mee hoe Polman vanaf 2011 ook de harten van de verwende Deense handballiefhebbers verovert. Eerst in dienst van de kleine club Sonderjyske en vanaf 2013 voor Esbjerg, dat uitgroeit tot een topclub in de sterke Deense competitie.

‘Zij was de absolute publiekslieveling’, zegt Pedersen. ‘En niet alleen vanwege haar spel. Als ze scoorde, zweepte ze de fans op met haar armen. Ze zocht ze altijd op en zij hielden ook zielsveel van haar.’

Ook de club is dol op haar, verlengt keer op keer haar contract, zelfs als ze zwaar geblesseerd is. Toch valt ook iets op, want bij veel van die contractverlengingen wordt in de persberichten expliciet gerefereerd aan haar gedrag. ‘Ze heeft de scherpe kantjes van haar gekke kant afgehaald’, zegt trainer Jesper Jensen bijvoorbeeld hoopvol in 2019.

Polman had altijd zo haar eigen regels, legt journalist Pedersen uit. ‘De dagelijkse trainingen nam ze niet altijd even serieus. Of ze zei dat ze in Nederland revalideerde, maar dan bleek ze op vakantie in Spanje te zijn of in Disneyland. Daar wist de club dan niks van.’

Het lijkt op divagedrag, maar Pedersen twijfelt over die term. ‘Essie’, zoals Polman in Denemarken wordt genoemd, is volgens hem ‘een heel lief persoon’, geen arrogante prima donna. Bovendien kan ze een potje breken, want ze staat er altijd tijdens de wedstrijden. Pas na haar knieblessures liep de spanning op.

Breuk met de club

‘Estavana houdt ervan als de aandacht op haar gericht is’, zegt de journalist. ‘Zij wil de lieveling en de ster zijn.’ Maar na de revalidatie was ze nog lang niet fit en zeker niet in vorm. Bovendien had de club met de Noorse Henny Reistad een nieuwe ster aangetrokken. ‘Toen was het over met haar uitzonderingspositie, en daar had ze het heel moeilijk mee.’

Polman verwijt de club en de trainer nog altijd dat ze de problemen niet uit wilden praten. Volgens de Deense verslaggever zijn er wel degelijk gesprekken geweest en zat niet alleen de club fout. ‘Daarom was ze ook boos op mij. Ik probeerde het van beide kanten te bekijken, maar zij kon het alleen vanuit haar perspectief zien.’

Zo bereikt Polman ruim twee jaar na haar hoogtepunt haar sportieve bodem. Ze heeft een knie die volgens haarzelf ‘een beetje verrot is’, ze is absoluut niet wedstrijdfit en ook nog eens gedumpt door haar club. Alle reden om in een hoekje weg te kruipen, maar juist dan laat ze zien dat ze zich niet klein laat krijgen.

Op maandagavond 21 maart 2022 krijgt ze een mail met het bericht dat ze niet meer welkom is bij Esbjerg. Twee dagen later neemt ze tot verbijstering van alle aanwezige Denen plaats op de tribune bij een wedstrijd van haar voormalige ploeggenoten. ‘Ik ben hier alleen maar om van de wedstrijd te genieten’, zegt ze met een vriendelijke glimlach tegen een tv-verslaggever.

Mondig en direct

Nederlandse handbalsters staan in het buitenland bekend om hun mondigheid en hun directheid. Daarin worden ze vaak ook nog gestimuleerd door trainers. Zij willen graag hun inbreng horen, maar Polman heeft die aansporing nooit nodig gehad. Van alle Nederlandse handbalsters is zij de mondigste.

‘Estavana draait er nooit omheen’, zegt Danick Snelder, die jarenlang met haar in het Nederlandse team speelde. ‘Maar dat kan ik wel waarderen. En ze is ook niet te beroerd om zichzelf te corrigeren als ze er een keer iets ongelukkigs uitfloept.’

Toen Polman bekender werd, vreesde aanvoerder Snelder even dat haar teamgenoot zou veranderen. ‘Ik dacht: wat gaan wij in godsnaam doen met Rafael van der Vaart, die nu bij ons op de tribune zit? Maar Estavana is er altijd superrelaxed onder gebleven. En Rafael trouwens ook, die zat er gewoon bij zoals iedere andere trotse partner.’

Van der Vaart noemde zichzelf als voetballer altijd een ‘professionele amateur’ en Polman staat al net zo ontspannen in het sportleven. Als trainingsbeest Snelder ’s avonds weer eens het krachthonk in wilde gaan, werd ze soms door Polman uit de sleur gehaald. ‘Dan zei ze: kom, ik drink even een wijntje, we moeten ook gewoon even genieten. Dat heeft ze me echt geleerd.’

Vaste waarde bij Oranje

Juist om die reden begrijpt Snelder dat de bondscoaches Polman altijd zijn blijven oproepen. Zelfs toen ze na haar knieblessures bij haar club nog geen minuut had gespeeld, deed ze mee aan het WK in 2021. Het toernooi liep uit op een sof en Polman geeft jaren later toe dat ze beter niet had kunnen gaan.

‘Maar Estavana is ook van waarde als ze geen tien doelpunten maakt’, vindt Snelder. Polman voelt het volgens haar altijd haarfijn aan als de sfeer te gespannen wordt. ‘Dan zet ze gekke muziek op. Of als een teambespreking net iets te lang doorgaat, roept zij: joh, we hebben het over handbal hè, het is geen hogere wiskunde. Even normaal doen.’

Weinig topsporters kunnen hun leven zo makkelijk in normale taal uitleggen. ‘Geef me maar een klap voor mijn kanis’, zegt Polman als ze na lange aanwezigheid de angst voor duels moet overwinnen. Een reconstructie van een kruisband noemt zij een knie waarin ‘alles nep’ is. Een team uit vorm? ‘Dit is gewoon kut.’

Altijd een goed verhaal

Journalisten weten dat Polman altijd een goed, aantrekkelijk verhaal vertelt, in goede en in slechte tijden, en trekken naar haar toe als metaal naar een magneet. En haar teamgenoten vinden dat helemaal niet erg, integendeel. ‘Zij gaat daar altijd staan en dan slaan ze mij over’, zegt Angela Malestein, haar beste vriendin en kamergenoot. ‘Ik vind dat wel lekker, ja.’

Nadat ze in Esbjerg het dieptepunt heeft bereikt, knokt Polman zich bovendien terug als handbalster. Ze kiest in de winter van 2022 voor een avontuur in Roemenië, waar ze gaat spelen bij Rapid Boekarest, terwijl een carrièreswitch tot de mogelijkheden behoort. Tijdens haar revalidatie is ze vaak op televisie geweest en ook daar valt ze op.

‘Ze heeft de looks, ze heeft charisma, ze is welbespraakt’, zegt Johan Derksen terwijl Polman naast hem zit bij De oranjezomer. ‘Ik wil niet overdrijven, maar ze is een beetje de vrouwelijke Johan Derksen.’

Tv-recensent Angela de Jong schrijft dat ze ‘bijna spontaan lesbisch’ werd toen ze Polman Beter laat dan nooit zag presenteren. Voor het SBS-programma gaat Polman in 2024 op pad met de oude knarren Ad Visser, Edwin Rutten, Frits Barend en Henny Huisman. Ze wordt genomineerd voor de Televizier-Ring Talent, maar deze tv-klus is vooralsnog een uitzondering. De meeste aanbiedingen slaat ze af.

‘Nog één keer spelen’

‘Aan stoppen met handbal heb ik nooit gedacht’, zegt ze in 2023 in een interview met de Volkskrant. ‘Daarvoor is mijn ego te groot. Op deze manier stop ik niet. Ik stop wanneer ik wil. Ik wil gewoon nog één keer dat mooie spelletje spelen, vrij kunnen spelen. Al duurt het drie jaar, het gaat me lukken.’

Alles haalt ze uit de kast voor een eervol slot van haar carrière. Bij Rapid krabbelt ze weer op, ze gaat serieuzer trainen, wordt fitter en soms is een glimp te zien van de oude Polman, al wordt ze nooit meer de speler uit 2019. Ze schiet minder na haar blessures en zonder dat wapen is ze voorspelbaarder. In het oranje shirt is het al jaren niet meer gelukt om op belangrijke momenten het verschil te maken.

‘Toch ben ik ervan overtuigd dat ze dat nog kan’, zegt Snelder, die nu analist is voor Viaplay, dat het WK uitzendt. ‘Ze is nooit bang en het maakt haar niet uit wat de stand is. Of ze vijftien punten voorstaat of dat het gelijkstaat in de laatste minuut, ze durft altijd haar acties te maken.’

Het verlangen naar 2019 is ondanks alle tegenslagen nooit verdwenen, niet bij Polman en niet bij haar volgers. Wat zou het mooi zijn als ze nog één keer zo belangrijk kan zijn als toen, op dat WK waar Nederland goud won.

Lef en optimisme

De beste speelster is ze niet meer, maar rond Polman blijft dat magische gevoel hangen. Geen Nederlandse handbalster straalt zo veel zelfvertrouwen uit en haar lef en optimisme zijn besmettelijk. Zolang zij handbalt, gaat de hoop nooit verloren. Het WK in eigen land, waar Nederland eindelijk weer een medaille wil halen, zou alleen daarom al zonder hét boegbeeld niet compleet zijn geweest.

‘Ik heb er nooit aan getwijfeld dat ik mee zou doen aan het WK’, zegt ze vlak voor het toernooi op sportcentrum Papendal. Ook niet toen bondscoach Signell haar vorig jaar passeerde, juist niet. ‘Ik dacht: ik ga keihard trainen en laten zien dat ik daar hoor. Ik ga er alles voor doen, want daar moet ik gewoon staan.’

In de uren daarvoor heeft ze dan al minstens tien journalisten te woord gestaan. Onvermoeibaar hopt ze van camera naar camera. Van een verslaggever krijgt ze de vraag wie het nieuwe boegbeeld van het Nederlandse handbal wordt. Ze weigert iemand te noemen. ‘Dat moet natuurlijk gaan’, antwoordt ze serieus. En lachend: ‘Ik ben toch nog niet weg?’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next