De kritiek op familierechters zwelt aan. Slachtoffers van psychisch geweld trekken te vaak aan het kortste eind in echtscheidingszaken, beaamt rechter Ellen van Kalveen. ‘We moeten dit heel serieus nemen.’
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
Onlangs las jeugd- en familierechter Ellen van Kalveen een boek waar ze buikpijn van kreeg. Daarin schetsen de auteurs een schrijnend beeld van de rechtspraak in zaken waarin sprake is van ernstig huiselijk geweld. Rechters zouden de situatie van slachtoffers vaak niet beter maken, maar erger. Met name als er kinderen in het spel zijn.
Ze is ervan geschrokken: ‘Ik hoop dat ik zoiets zelf niet al te veel heb gedaan, als rechter. We hebben in de rechtspraak lang gedacht: dat vader de moeder heeft geslagen, wil niet zeggen dat de pleger een slechte vader is. Nu weten we dat het soms beter is voor een kind om geen omgang met zo’n man te hebben.’
Het boek heet Met liefde heeft het niets te maken en is geschreven door de (oud-)familierechtadvocaten Ariane Hendriks en Ingrid Vledder. Het staat vol aangrijpende verhalen over vrouwelijke cliënten die het pas na jaren vol ontwrichtend psychisch geweld aandurfden hun partner te verlaten.
Na deze zogenoemde ‘intieme terreur’ hield de ellende niet op. Onder meer omdat moeders hun kinderen een deel van de tijd moesten achterlaten bij hun ex. In meerdere gevallen slaagde die er uiteindelijk zelfs in het gezag over hun zoons of dochters te krijgen. Omdat de familierechter ten onrechte uitging van een reguliere vechtscheiding – een kwestie van ‘waar twee vechten, hebben er twee schuld’.
Zulke plegers zijn op het eerste gezicht vaak aardig. In de rechtszaal doen ze loze beloften en komen ze over als de redelijke ouder. Als het geëmotioneerde slachtoffer probeert duidelijk te maken hoe hun ex in werkelijkheid is, lijkt zij een labiele vrouw die hem zwartmaakt en het belang van de kinderen niet vooropstelt.
‘Waar ik tijdens het lezen verdrietig van werd’, zegt Van Kalveen, ‘is dat meerdere slachtoffers er daarom voor kiezen in de zittingszaal te zwijgen over hun ervaringen met intieme terreur. Omdat hun advocaten zeggen: als je hierover praat, vergroot dat het risico dat je kinderen worden toegewezen aan je ex. Tenzij je hard bewijs hebt.’
In zo’n zaak is het vaak lastig te achterhalen wat er echt aan de hand is, zegt de jeugd- en familierechter, aan een vergadertafel van de rechtbank Midden-Nederland, in een voormalig schoolgebouw uit 1903 in Utrecht. Van Kalveen is voorzitter van de landelijke expertgroep jeugdrechters en heeft vijftien jaar ervaring in de familierechtspraak, een vakgebied dat ze afwisselt met strafrecht.
Het is voor het eerst dat een rechter ingaat op het geruchtmakende boek van Hendriks en Vledder, dat niet op zichzelf staat. De kritiek van experts stapelt zich namelijk op. In oktober, bijvoorbeeld, oordeelde een toezichthouder van de Raad van Europa dat familierechters in Nederland verkeerd omgaan met scheidingen waarin sprake is van huiselijk geweld. Ze zouden zo’n zaak te vaak zien als een conflict tussen gelijkwaardige partijen, terwijl het gaat om machtsmisbruik.
Van Kalveen (57) herkent zich in die kritiekpunten en de voorbeelden uit het boek. ‘Maar je moet dit in de context plaatsen: de hele samenleving is anders gaan kijken naar echtscheidingen met kinderen.’
Tot dertig jaar geleden, legt ze uit, werden zoons en dochters na het beëindigen van een huwelijk vaak door de rechter toegewezen aan één ouder – doorgaans de moeder. Als voogd kon zij belangrijke beslissingen over hen nemen.
Veel vaders zagen hun kinderen hooguit twee weekeinden per maand. Of minder, als hun ex niet meewerkte. Dat wekte zo veel woede dat sommige mannen het pak van een superheld aantrokken en als ‘dwaze vader’ aandacht vroegen voor hun situatie.
Sinds 1998 is het uitgangspunt van de wet dat ouders na een scheiding gezamenlijk gezag krijgen. Mede omdat contact met allebei normaliter goed is voor kinderen. Inmiddels is de hele samenleving volgens de jeugd- en familierechter ‘doordesemd’ van het belang hiervan. Inclusief rechters en instanties die hen adviseren, zoals de Raad voor de Kinderbescherming.
‘Ons uitgangspunt was de afgelopen decennia: er is vast veel gebeurd, maar laten we vanaf nu naar de toekomst kijken. Want ouders met minderjarige kinderen moeten op een of andere manier toch met elkaar verder, om afspraken te maken.’
De laatste paar jaar dringt in de rechtspraak langzaam het besef door dat deze aanpak geen recht doet aan zaken waarin er sprake is van intieme terreur: dwingende controle, isolatie, angst aanjagen en vernedering. ‘Als er sprake is van een patroon dat zich na de scheiding voortzet, dan is het verleden wel degelijk relevant en zijn partijen niet gelijkwaardig.’
In het boek van Hendriks en Vledder wordt een rechter genoemd die tegen alle scheidende ouders iets zegt als: jullie willen toch met z’n tweeën bij de eindmusical van de kinderen zitten? Voor slachtoffers van intieme terreur is dat gekmakend.
‘Dat moet frustrerend zijn, ja. Deze gesprekstechnieken zijn er sinds eind vorige eeuw ingehamerd bij ons rechters, maar ze zijn niet altijd passend, gelet op wat we nu weten.’
Het Verdrag van Istanbul, dat Nederland verplicht om vrouwen te beschermen tegen geweld, is al bijna tien jaar van kracht. De Europese toezichthouder op dit gebied zegt al jaren dat onze familierechtspraak tekortschiet. Waarom duurt het zo lang?
‘Omdat de kennis over intieme terreur nog betrekkelijk nieuw is, en nog niet al onze rechters het patroon herkennen. Het gaat sinds een paar jaar beter, maar niet zo snel als ik wil. Er is werk te doen, daar zijn we mee bezig. Zo zijn er steeds meer workshops en congressen over dit onderwerp. En we willen dit structureel inpassen in de opleiding van rechters. Maar dat kost tijd.’
Experts zeggen: als we de term intieme terreur gebruiken, stuiten we geregeld op weerstand van rechters. Ziet u dat ook?
‘Ook dit speelt breder in de samenleving. Omdat deze term overal opduikt, terwijl dat een paar jaar geleden nog niet zo was. Daardoor krijg je twee kampen: de een gelooft in intieme terreur, de ander niet. Dat vind ik geen goede zaak. We moeten dit heel serieus nemen, en het niet afdoen als modewoord of cultuurstrijd.’
Cijfers onderbouwen haar woorden. Vorig jaar zei ruim 1 op de 100 volwassen Nederlanders de afgelopen twaalf maanden slachtoffer te zijn geweest van ‘dwingende controle’ door een (ex-)partner. Dat komt neer op bijna tweehonderdduizend slachtoffers en is in lijn met schattingen van hulpverleners.
Tot dertig jaar geleden had de rechtspraak vrij weinig oog voor vaders. Is de balans nu een beetje doorgeslagen naar de andere kant, ten koste van moeders die slachtoffer zijn van psychisch geweld?
‘Plegers zijn niet altijd mannen, slachtoffers niet altijd vrouwen. Maar het klopt dat we de laatste decennia te weinig oog hebben gehad voor zaken waarin je beter kunt kiezen voor een andere aanpak, omdat er sprake is van intieme terreur. Als je in zo’n geval aandringt op mediation, zoals we in het verleden te vaak hebben gedaan, maak je het juist erger voor slachtoffers.’
Bij wet is bepaald dat zittingen bij de familierechter achter gesloten deuren plaatsvinden. Wel worden af en toe geanonimiseerde uitspraken gepubliceerd. Daar zitten voorbeelden bij waarvan advocaten schande spreken.
Zoals een recente beschikking (vonnis) van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin een vrouw de opdracht krijgt een ‘positief vaderbeeld’ te creëren bij haar kinderen. Terwijl haar ex haar heeft mishandeld en bedreigd, een contactverbod heeft en eerder is veroordeeld voor kindermishandeling.
Het is verleidelijk dit vonnis voor te leggen aan Van Kalveen. Maar over een uitspraak van een vakgenoot mag – en wil – zij niet publiekelijk in discussie gaan. Ze kan alleen uitleggen waar zij en haar collega’s in het algemeen tegenaan lopen.
Familierechters moeten oordelen op basis van relatief beperkte informatie, zegt ze. Enerzijds wat partijen zelf onder de aandacht brengen, anderzijds adviezen van instanties, die niet altijd genoeg weten over intieme terreur en niet aan ‘waarheidsvinding’ doen: ze noteren vooral dat de ene partij zus zegt, en de andere zo.
Daarbij komt dat er in de meeste gevallen geen aangifte wordt gedaan tegen de pleger van psychisch geweld. Of die wordt niet vervolgd, omdat er onvoldoende bewijs zou zijn. ‘Zelfs als er wel een veroordeling ligt, is het moeilijk om daarover meer boven water te krijgen. Ik mag zo’n vonnis namelijk niet inzien. En de veroordeelde heeft er vaak geen belang bij om erover te praten.’
De Britse hoogleraar Marianne Hester heeft de rechtspraak ooit getypeerd als drie planeten, zegt Van Kalveen. ‘Op de planeet strafrecht draait het om bescherming van slachtoffers, in huiselijk geweldzaken is dat vaak de partner. Verderop, op de planeet familierecht, willen rechters vooral zoveel mogelijk omgang tussen kinderen en ouders. En op de planeet jeugdbescherming zeggen ze: het moet vooral veilig zijn voor het kind.
‘Zo kan het gebeuren dat een strafrechter de pleger van intieme terreur een straat- of contactverbod oplegt en een familierechter vervolgens zegt dat zijn ex met hem om de tafel moet gaan. Dat zijn tegenstrijdige besluiten. Als rechters beseffen we steeds beter dat het zo niet langer kan, dat we meer informatie moeten uitwisselen. Maar dat kan niet zomaar, de privacywetgeving is een groot probleem.’
Moet dat veranderen?
‘Dat is aan de politiek. Als rechters alle informatie met elkaar gaan delen, kan dat ook nadelen hebben. Daarin moet je een balans vinden.’
Familierechters in Engeland en Wales hebben in oktober het uitgangspunt losgelaten dat contact met beide ouders in het belang van een kind is. Ze gaan dat echt per zaak bekijken. Zou het een goed idee zijn dat hier ook te doen?
‘Ze weten daar meer over intieme terreur en de risico’s daarvan, wat dat betreft lopen ze een flink aantal jaren voor. Dus ik sluit niet uit dat dit hier ook gaat gebeuren.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant