Het Openbaar Ministerie is het niet eens met de beslissing van de rechtbank Noord-Holland om op Schiphol betrapte drugskoeriers lagere straffen te geven. Het gaat daarom in beroep, bevestigt een woordvoerder aan de NOS na berichtgeving van persbureau ANP.
Eerder deze week maakte de rechtbank Noord-Holland, die veel Schiphol-zaken behandelt, bekend de drugskoeriers op Schiphol voortaan lagere straffen te geven dan landelijk de norm is. De rechtbank zei daarmee scheefgroei te willen voorkomen ten opzichte van straffen in grotere drugszaken.
Een Colombiaanse verdachte kreeg twee jaar cel voor de smokkel van ongeveer 5 kilo cocaïne naar Nederland. Hiervoor had hij volgens landelijke richtlijnen een gevangenisstraf van 36 tot 38 maanden moeten krijgen. De rechtbank stelde dat Schiphol-koeriers onderaan staan in de organisatie en relatief kleine hoeveelheden drugs vervoeren.
In grote drugszaken sluiten verdachten steeds vaker een deal met het Openbaar Ministerie (OM), wat leidt tot fors lagere straffen. De Schiphol-koeriers worden daardoor naar verhouding te zwaar gestraft, oordeelde de rechtbank.
Na de uitspraak van de rechtbank kunnen Schiphol-koeriers rekenen op een celstraf tot acht maanden en/of een taakstraf voor het smokkelen van maximaal 1,5 kilo harddrugs. Op 1,5 tot 5 kilo staat 6 tot 24 maanden celstraf en voor 5 tot 20 kilo moeten ze 20 tot 36 maanden de gevangenis in.
Volgens de woordvoerder van het OM is er nog geen datum voor wanneer het hoger beroep bij het gerechtshof gaat dienen.
Binnenland
Deel artikel: