Home

Het verhaal van Dexter Budding vertelt een hoop over de wereld en over onszelf

Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Ze was jarig. Ze werd – wijsvingers naast elkaar voor je gezicht houden – ‘pwee’.

Ze wilde kleine hapjes pap. De verjaardagsbroek zat ‘niet hoed’, schoenen achtte ze ‘nienodig’. Daarna deed ze haar muts op, pakte haar traktatiezak en liep de tuin uit, het hofje over, richting ‘piets’. Ze verandert voortdurend, het valt nauwelijks bij te benen.

Het is niet mijn gewoonte om in de krant uit te weiden over mijn persoonlijke leven, het voelt altijd als een vorm van valsspelen. Alsof een pweejarige een oneigenlijk argument is, een olifantenpaadje in de argumentatie. Vind ik. In principe.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Alleen gisteren niet. Gisteren schreef Anneke Stoffelen een verhaal over een ingewikkelde kwestie rond de zorg voor mensen met meervoudige beperkingen. Naarmate de zinnen elkaar opvolgden, veranderde dat artikel in een in memoriam voor Dexter Budding, die deze herfst tijdens een conflict tussen zijn ouders en een zorgorganisatie onverwacht overleed. Stoffelen schreef de afgelopen jaren vaker over Dexter, en over de strijd van zijn uitgeputte en tegelijk onvermoeibare ouders Josette en Mark voor zorg op maat voor hun zoon. Die strijd werd ruim tien jaar geleden ook al eens op beeld vastgelegd, in Een goede plek voor Dex (EO), van Nan Rosens.

Die film begint met een slungelige, blonde puber die door zijn moeder wordt gewekt. Het volgende moment begint hij zichzelf te slaan, iets wat hij vaak doet en waarvoor hij door zijn ouders met kracht behoed moet worden. Hij maakt hoge geluiden die onmogelijk te interpreteren vallen. Af en toe, op de fiets of in het bubbelbad met zijn zusje, lacht hij en baant zijn ontspanning zich een weg naar buiten, via zijn ogen en de ongecontroleerde bewegingen van zijn ledematen. Heel soms, wanneer hij in de armen van zijn vader ligt en Mark en Dexter elkaar aankijken, is er zichtbaar sprake van wederzijds contact, van vertrouwdheid en liefde. Wat zich in Dexters hoofd afspeelt, wat hij denkt en wil, kan hij onmogelijk zelf duidelijk maken. Naar wat hij voelt, blijft het gissen.

De film beschrijft de onvoorstelbare taak waarvoor zijn nooit versagende ouders zich gesteld zien. Allebei gaven ze een eigen bedrijf op om er altijd voor hun zoon te kunnen zijn. Ze geven alles, en weten tegelijk: hoeveel we ook geven, het zal nooit voldoende zijn.

Hun zoektocht naar een plek waar ze de zorg konden delen, vond na voltooiing van de documentaire zijn bekroning in het Dex-Ster-Huis, een woning bedoeld voor Dexter en mensen zoals hij, met meervoudige handicaps. Blauwdruk voor de toekomst van dit soort ingewikkelde zorg. En in dat huis werd de zorg dit najaar zomaar ineens stopgezet.

Waarom belandt het ene verdriet in een laatje van redelijkheid, en grijpt het andere diep in in je gemoed? Heeft dat te maken met wie je bent, met wie of wat je hebt gekend, op wie je denkt te lijken, welke dag het is? Maakt een opgewekte peuter je vatbaarder voor andere ouders, word je begripvoller of juist niet? Stelt zo’n diep, je plompverloren toegevallen geluk je in staat het diepe, hun zomaar toegevallen verdriet van anderen scherper waar te nemen, of blijft het toch bij vergeefs tasten naar aanwijzingen hoe het moet zijn de ander te zijn?

In het verhaal van de familie Budding zat iets dat volgens mij een hoop vertelt over de wereld. Het zit er nog, voor wie het eruit wil halen. Vermoedelijk zal het voor iedereen iets anders zijn. Het is maar net wie je bent. En geef toe: dat verandert nog altijd voortdurend.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next