Home

Navo zweert Oekraïne te blijven steunen, maar de wrevel over ongelijke bijdragen neemt toe

Zolang Vladimir Poetin geen vrede wil, is het devies: meer steun aan Oekraïne, meer druk op Rusland. Dat maakte Navo-chef Mark Rutte woensdag duidelijk in Brussel. ‘Poetin gelooft dat hij het langer kan uithouden dan wij, maar wij gaan nergens naartoe.’

is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.

Navo-ministers en Rutte probeerden in Brussel het signaal af te geven dat de harde taal en onverminderde agressie van de Russische president tegen Oekraïne hun wil om Oekraïne te blijven steunen slechts versterken. Om dat te onderstrepen, claimde Rutte dat zich ‘misschien zeven nieuwe landen’ hadden ‘gecommitteerd aan het PURL-programma’ waarmee Amerikaanse wapens voor Oekraïne worden gekocht.

Rutte zei ook dat de bijdragen van bondgenoten omhoog moeten, opdat volgend jaar 15 miljard dollar (13 miljard euro) aan dit cruciale militaire hulpprogramma voor Oekraïne kan worden geschonken. Maar de ongelijke bijdragen die bondgenoten tot dusver aan dit programma leveren, dreigen het beeld van eensgezinde vastberadenheid juist te ondermijnen, en leiden tot onderlinge wrevel tussen bondgenoten.

In het PURL-programma, dat deze zomer op initiatief van Rutte werd geïntroduceerd, stellen bondgenoten geld beschikbaar waarmee van de VS cruciale munitie en andere wapens voor de Oekraïense verdediging tegen Rusland worden gekocht en zo snel mogelijk vervoerd naar Oekraïne.

Het programma, dat in nauw overleg met Oekraïense militairen wordt uitgevoerd, geldt steeds meer als levenslijn voor Oekraïne. Het lenigt de grootse militaire noden van het land met materieel dat andere bondgenoten simpelweg niet of in onvoldoende hoeveelheden beschikbaar kunnen stellen (zoals raketten voor het Patriot-luchtafweersysteem en Himar-raketten).

Met de hoed in de hand

Sinds augustus is er ‘meer dan 4 miljard dollar’ gedoneerd door bondgenoten, zei Rutte. Dat is net genoeg voor het doel om per maand 1 miljard aan aankopen te kunnen doen. Maar de secretaris-generaal stak niet onder stoelen of banken dat hij ‘met de hoed in de hand’ langs moet bij bondgenoten en ‘partnerlanden’ om het doel elke maand te halen, en dat dit steeds meer van zijn tijd opslokt.

Voorafgaand aan de ministeriële bijeenkomst zei Rutte dat hij voorstellen zou doen om die bondgenootschappelijke bijdragen ‘een meer solide basis’ te geven, maar daarop kwam hij nadien niet terug.

Hoewel nu volgens Rutte ‘meer dan twee derde van de bondgenoten gecommitteerd is’ aan het programma (wat niet hetzelfde is als concreet bijdragen), spreken de cijfers boekdelen. Alleen dankzij recente aankondigingen van grote bijdragen door Nederland (250 miljoen euro), Canada, Duitsland, Noorwegen en Polen kon Rutte deze week claimen dat de doelen tot en met november waren bereikt. De Navo-chef is ‘voorzichtig optimistisch’ dat het deze maand ook weer goed komt.

Maar bijna al deze landen, aangevuld met andere noordse en Baltische landen, leverden eerder ook al grote bijdragen aan PURL. Andere landen doen mee met aanzienlijk kleinere bedragen en sommige landen hebben nog niets bijgedragen, zoals de Europese ‘grootmachten’ Frankrijk en Italië.

Dat laatste land stak in oktober zijn vinger op, maar buitenlandminister Antonio Tajani noemde dat woensdag prematuur, gezien het vredesinitiatief van Trump. ‘Als we een akkoord bereiken en het vechten stopt, zijn er geen wapens meer nodig.’

Vast percentage

De ongelijke PURL-bijdragen passen in een bredere trend waarin sommige, vooral zuidelijke landen minder zicht lijken te hebben op het slagveld dan op hun eigen schuldenbergen, en veel minder bijdragen aan de Europese steun voor Oekraïne. De Zweedse buitenlandminister Maria Malmer Stenergard noemde die ongelijkheid onlangs ‘onhoudbaar’ en ‘onredelijk’. Haar Litouwse collega Kęstutis Budrys zei woensdag: ‘We hebben eerlijke lastenverdeling nodig.’

De Nederlandse buitenlandminister David van Weel legde daarom woensdag een oud Ests voorstel op tafel: laat landen een vast percentage van hun nationaal inkomen, bijvoorbeeld 0,25 procent, bijdragen aan militaire steun. Van Weel vindt de hogere Nederlandse bijdrage trouwens gerechtvaardigd. ‘Andere landen moeten meer doen.’ Hij is er ook niet op tegen als een deel van de bevroren Russische tegoeden wordt ingezet voor de militaire steun aan Oekraïne.

Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next