schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen.
Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.
Hoe voed je jongens op tot emotioneel intelligente mannen? In de podcast van zijn vrouw gaf Barack Obama antwoord: zorg voor meerdere mannelijke rolmodellen. Als jonge man vond hij het heerlijk om bij Michelle thuis een bont gezelschap van neven en ooms te zien: ‘Zachtaardige mannen, luide mannen, ingenieurs, politieagenten… ze gaven me perspectief.’ Dat advies klinkt actueler dan ooit. Want achter de laptop raken jongens makkelijk verstrikt in de wereld van vrouwenhatende figuren als Andrew Tate. Hoe voorkom je dat?
Jongens zijn zoekende. Ze scoren lager op school dan meisjes en horen vooral wat ze níét goed doen. ‘Daardoor wordt de manosphere aantrekkelijk’, zegt Lauk Woltring, gespecialiseerd in de ontwikkeling van jongens. ‘Ze snakken naar richting, kameraadschap, verbondenheid, naar beelden van succesvolle mannelijkheid.’
‘Afleiding, risicogedrag en groepsdruk hebben een grote aantrekkingskracht op opgroeiende jongens’, schrijft auteur Eva Marie de Waal in haar boek Zonen, waarin ze onderzoekt hoe de wereld omgaat met jongens en zaken als testosteron, toxic masculinity en MeToo. Het zorgt voor verwarring. Want wat de maatschappij in hen afwijst, levert op straat, in de groep en online juist respect op.
Hoe buig je dit om? De aanwezigheid van vaders is cruciaal, meent Woltring. ‘Vaders communiceren anders met hun kinderen. Met kortere en duidelijke zinnen. Dat sluit goed aan bij de taalontwikkeling van jongens, die trager op gang komt.’ Jongens zijn nieuwsgierig naar wat hun vader denkt, doet en voelt, vertelt Woltring. ‘Dat is als voedsel voor ze.’
Laat jongens al vroeg meekijken in het leven van andere mannen. ‘Neem je zoon mee naar werk, naar vrienden, ga vissen. Pak samen een vervelende klus op en zeg: Vind jij dit ook zo’n rotklus? Maar het moet, en straks gaan we wat anders doen.’
Help ze hun gevoelens te verwoorden. ‘Veel jongens missen de taal om te zeggen wat er in ze omgaat’, aldus Woltring. Dat kun je spelenderwijs ontwikkelen. ‘Vraag bij verdriet: Waar zit het? In je hoofd, buik of tenen? Door gevoelens te lokaliseren, ontstaat zelfinzicht en empathie.’
Een goed gesprek voer je niet aan de eettafel. Woltring: ‘Doe iets samen: wandelen, sporten, iets ophalen met de auto. Als hij je maar niet moet aankijken, want dan is de druk te groot. Vraag en passant wat er speelt.’
‘Doorbreek het slachtoffernarratief’, zegt de Amerikaanse therapeut Jeff Guenther, die ouders advies geeft op Instagram. Online horen jongens dat zij onderdrukt worden door feminisme of diversiteit. ‘Leer ze het verschil tussen ongemak en onderdrukking.’
Wees geïnteresseerd in wat ze online uitspoken. ‘Stel vragen, neem het serieus en let op hun houding.’ Op internet kunnen jongens elke identiteit aannemen en snel klimmen op de sociale ladder. ‘Online voelt vaak belangrijker dan de offline wereld. Doe daar niet afkeurend over. Dat is alsof je tegen je jongere zelf zegt dat hangen bij het winkelcentrum of op het basketbalveld tijdverspilling zijn.’
Door die interesse ben je beter in staat om te zien of hun opvattingen rigide worden. ‘Stel vragen, zonder oordeel: wat vind je hier leuk aan? Wat stoort je? Hoe zou het voor je zusje zijn als ze zo besproken werd?’ zegt Woltring. ‘Niet moraliserend, wel vormend.’
Bij de huidige generatie jongens speelt vaak het idee van gezichtsverlies. Ze willen niet afgaan. ‘Leer ze: Hoe meer fouten je maakt, hoe meer je leert’, zegt Woltring.
Een stevig zelfbeeld is het beste medicijn tegen radicalisering. Woltring: ‘Jongens die zich gezien voelen, hebben geen digitale macho’s nodig om zich waardevol te voelen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant