Home

‘Het is niet zo dat ik altijd al een meisje wilde zijn. Ik had juist een gigantische aversie tegen meiden’

Stijn Lont (25) is zichzelf nog volop aan het ontdekken. Dat gaat gepaard met een hoop stress. ‘Ik weet dat ik een rugzakje heb, met veel bagage, maar dat betekent niet dat ik over tien jaar een slecht leven heb.’

is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.

Hoe ben je opgegroeid?

‘We zijn met z’n zessen thuis.’ Wijst naar een foto aan de muur, thuis in Nieuwe Niedorp. ‘Dat zijn de vier kinderen. Ik ben de een na jongste.

‘De eerste achttien jaar van mijn leven woonden we in Terdiek, een dorp verderop. Mijn vader had daar een bloemenbedrijf, wat later een sfeerboerderij werd met boerenvermaak, horeca en roofvogels. Er was veel ruimte en groen, als kind was ik alleen maar buiten.

‘Het bedrijf van mijn vader is failliet gegaan, waardoor ook het huis moest worden verkocht. We zijn eerst noodgedwongen richting Middenmeer gegaan en daarna hierheen.

‘In die tijd was ik net begonnen aan mijn eerste studie, de pabo in Alkmaar.’

Want je dacht: ik wil voor de klas gaan staan?

‘Ik wist helemaal niet wat ik wilde doen. Het leek me op zich leuk om met kinderen te werken, want het zijn best leuke wezens.

‘De pabo beviel ook wel, maar tijdens corona kelderde mijn motivatie en begon ik de kantjes ervan af te lopen. Klaarblijkelijk heb ik adhd, dus logisch.

‘Ik kampte al langer met mentale problemen. Maar ik werd echt ziek van stage lopen; van het erheen moeten, de stress, het daar zijn. Ondanks al het passen en meten dat we hebben geprobeerd, kon ik het niet eens één dag in de week volhouden.’

25 in 25

In de serie 25 in 25 vragen we jongeren geboren in 2000 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in25@volkskrant.nl

Wat voor klachten had je?

‘Ik ben met depressieve klachten naar de huisarts gegaan en van daaruit doorverwezen naar een psycholoog. Ik zat niet goed in mijn vel en ik was moe, altijd moe. Bij alles wat ik moest doen, ervoer ik een enorme mate van stress, anxiety en vermoeidheid. Uiteindelijk ben ik gediagnosticeerd met adhd.’

Hoe ben je verder gegaan?
‘Ik heb drie jaar pabo gedaan, en na een pauze van driekwart jaar ben ik sociale geografie gaan studeren aan de Universiteit van Amsterdam.

‘In dat tussenjaar ben ik veel gaan nadenken over mezelf. Eerst over mijn seksuele geaardheid: op wie val ik? Ik kwam erop uit dat het me niet zo veel uitmaakte, man of vrouw. Van daaruit is het balletje gaan rollen richting vragen over mijn identiteit en gender: maar wie of wat ben ik zelf dan?’

Waar kwam je op uit?

‘Op ‘hmm, misschien val ik toch in de categorie transgender’. Ik voelde me nooit een stereotiepe jongen. Vrouw zijn past meer bij me dan man zijn. Dat zit vooral in hoe dames zijn als persoon, qua emoties, qua praten, qua denken, maar ik vind mezelf er ook beter uitzien als ik vrouwelijk gekleed ga.

‘Dit is blijkbaar een groot onderdeel van mij, wat ik me lang niet heb gerealiseerd of actief heb onderdrukt. Dat weet ik niet, welke van de twee.

‘Toen ik op zoek ging naar informatie kwam ik veel dingen tegen die ik niet ben. Ik heb bijvoorbeeld geen sterke genderdysforie, en het is niet zo dat ik van kinds af aan een meisje wilde zijn.

‘Ik had juist een gigantische aversie tegen meiden. Ik wilde niet met meiden spelen, en ik heb lang het woord ‘roze’ niet willen gebruiken; het was ‘de meidenkleur’. Dat is nu totaal omgekeerd. Ik heb een afkeer van mannelijkheid gekregen en ben veel liever onder dames dan onder heren.

‘Uiteindelijk heb ik bedacht: hoe past het transgenderstempel bij wie ik ben? Via de huisarts ben ik op wachtlijsten voor transgenderzorg terechtgekomen.’

Wat betekent deze ontdekking voor jou?

‘Ik vind het fijn dat ik mijn pad wat heb geklaard. Het voelt wat rustiger. Met een psycholoog praat ik over hoe ik me voel en wat ik wil, met mijn uiterlijk en met mezelf. Daar ben ik nog niet helemaal uit.

‘Ik ben niet zwart-wit gegaan, zo van: oké, ik ben nu dit of ik ben nu dat. Ik ben nu Stijn, en Stijn is wie die op dat moment wil zijn. Als ik niet goed in mijn vel zit, val ik snel terug in een comfortabele simpelheid, lekker losse kleding. Als het beter gaat, ga ik vrouwelijk gekleed naar buiten.

‘In het dorp vind ik dat nog steeds wel spannend, omdat iedereen mijn ouders kent. Ik ben bij mijn directe omgeving uit de kast gekomen, maar ik hoef het niet van de daken te schreeuwen.’

Kreeg je thuis een fijne reactie?

‘Bij vrienden heb ik het eerder uitgesproken dan thuis. Het heeft nog ruim een jaar geduurd voordat ik dat durfde en wilde. Dat was begin dit jaar pas. Ik kon niet vrouwelijk gekleed de deur uit zolang mijn ouders er niet vanaf wisten.

‘Ik wist wel dat hun reactie positief ging zijn, maar ik ben goed in doemdenken.’

Wat was het doemscenario?

‘Voornamelijk dat ze me niet zouden begrijpen. Je ziet vaak dat als mensen iets niet snappen, hun onbegrip er uitkomt als boosheid.

‘Ik had opgeschreven wat ik wilde zeggen. ‘Ik ga iets voorlezen’, zei ik. ‘Jullie moeten jullie mond houden, vragen komen na de spreekbeurt.’’

Hoe gaat het sindsdien?

‘De mentale klachten heb ik nog steeds. Ik ben laat gediagnosticeerd met adhd. Dan heb je gewoonten ontwikkeld om jezelf te beschermen die niet behulpzaam zijn. Ik verwacht ook dat ik autistisch ben, dat zit bij ons in de familie.’

Wat zou het leven makkelijker maken?

‘Minder stress, en minder uitputting door die stress. Gisteren zat ik mentaal niet goed, maar ik ben toch naar studie gegaan. Dat was fijn, maar in de trein terug heb ik zes keer bijna gehuild, omdat ik zó op was.’

Stijn Lont werd 25 op 11 augustus.

Woonplaats Nieuwe Niedorp

Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘8,5. Emotioneel ontwikkeld zijn, vind ik misschien wel een belangrijker teken van volwassenheid dan alle praktische dingen op orde hebben.’

Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Niet echt. Ik ben opgegroeid met een millennialbroer en -zus, dus ik heb veel millennialkennis: films, boeken, muziek. Maar ik ben ook gen Z-achtig, qua focus op je ware zelf worden.’

Waar ben je over zeven jaar? ‘Ik weet alleen vrij zeker dat ik dan samenwoon met Pien. Ik hoop op een plek waar we gewoon lekker kunnen leven, met een huisdier of twee en wat groen om ons heen.’

‘Ik verwoordde het naar mijn partner als het gevoel dat ik uit elkaar aan het vallen ben, maar dat ik het weekend niet kan gebruiken om mezelf weer in elkaar te zetten.’

Hoe lang zijn jullie samen?

‘2,5 jaar. We zijn sinds drie maanden ook verloofd. Mijn partner heeft mij gevraagd toen we in Denemarken op vakantie waren met de vriendengroep. Het gaat nog wel even duren hoor, voordat we gaan trouwen. Die is hun masterscriptie aan het schrijven, en ik ga ook afstuderen komend jaar, dus het is druk. En we wonen allebei nog thuis.’

Is die ook een trans persoon?

‘Pien is vrouwelijk geboren en gebruikt de non-binaire voornaamwoorden.’

Welke voornaamwoorden gebruik jij voor jezelf?

‘Ik vind eigenlijk alles oké. Het liefst hen/haar, omdat die mij het beste omschrijven. Maar ik vind het oké als iemand ‘hij’ gebruikt, zeker op de dagen dat ik me wat mannelijker kleed.’

Wat bindt jou en Pien?

‘Dat is een hele goede vraag.’ Denkt even na. ‘Het is gewoon comfortabel samen. We zijn samen autistisch en adhd-erig. We begrijpen elkaar en vullen elkaar goed aan.’

Is er iets waar je goed bij kunt ontspannen?

‘Gamen, maar ik weet niet of dat ontspanning is of wegdrukken. Als ik game hoef ik niet met mijn hoofd te dealen. Ik spreek mijn vrienden ook veel via de games die we spelen. Echt afspreken lukt qua energie misschien eens in de maand.’

Wat hoop jij voor de komende jaren?

Lacht. ‘Dat ik mijn bachelor haal! En dan zie ik het wel. Ik leef van moment naar moment. Dat komt ook omdat ik gewoon niet weet wat ik wil na mijn studie. Wil ik een master doen? Wil ik gaan werken? Ik zou het liefst niet werken, vanwege de stress. Maar ja, werken is nodig in deze samenleving. Ik hoop dat ik uiteindelijk een leuke baan vind waarin ik vaak thuis kan werken.’

Hoe vind je het om thuis te wonen?

‘Ik hoef niet veel in het huishouden te doen, wat een luxe is. Het helpt ook dat ik mezelf op slechte dagen niet volledig kan terugtrekken in mijn kamer. Er wordt op me gelet.

‘Financieel kan het ook niet, uit huis gaan. Via de gemeente krijg ik een toeslag die je kunt aanvragen als je om medische redenen niet kunt werken naast je studie. Daarvan kan ik mijn studie betalen, en ik hou een klein beetje over.’

Ondanks alle stress kom je optimistisch over. Zie ik dat goed?

‘Ik ben een combinatie van glas halfvol en glas halfleeg. Het zou kunnen dat ik over tien jaar veel beter in mijn vel zit, omdat ik heb geleerd hoe ik met stress en mezelf kan omgaan.’

De kat begint klagerig te miauwen. ‘Ja Marie, het leven is zwaar hè?’ Gaat verder: ‘Ik weet gewoon dat het geen zin heeft om negatief te doen over het bestaan. Vijf jaar geleden wist ik niet dat ik naar de universiteit wilde. Twee jaar geleden wist ik niet dat ik trans ben. Een jaar geleden wist ik niet dat ik nu verloofd zou zijn.

‘Ik weet dat ik een rugzakje heb, met veel bagage, maar dat betekent niet dat ik over tien jaar een slecht leven heb, of dat ik over vijf jaar niet gelukkig kan zijn.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next